<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed version="0.3" xmlns="http://purl.org/atom/ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xml:lang="en">
<title>Jaeggi blogt</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/" />
<modified>2008-06-11T15:29:58Z</modified>
<tagline></tagline>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2013:/weblog//1</id>
<generator url="http://www.movabletype.org/" version="3.121">Movable Type</generator>
<copyright>Copyright (c) 2008, jaeggi</copyright>
<entry>
<title>deadline</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/06/deadline.html" />
<modified>2008-06-11T15:29:58Z</modified>
<issued>2008-06-11T13:40:46Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.754</id>
<created>2008-06-11T13:40:46Z</created>
<summary type="text/plain"> Juni 1999, een dinsdagavond. Wij bevinden ons in het oude Parool-gebouw aan De Wibautstraat, temidden van de leden van de redactie van Propria Cures, die op dit moment niet zozeer roemrucht is als wel in opperste stress. Voor degenen...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><br />
Juni 1999, een dinsdagavond. Wij bevinden ons in het oude Parool-gebouw aan De Wibautstraat, temidden van de leden van de redactie van Propria Cures, die op dit moment niet zozeer roemrucht is als wel in opperste stress. Voor degenen die nooit in levenden lijve een verstrijkende deadline hebben meegemaakt: vergelijk het met het gevoel dat je vliegtuig op het punt van vertrekken staat terwijl jij nog twee norse gendarmes en een visumcontrole moet passeren, en je vanochtend in de haast je vingernagels te kort hebt afgeknipt. <br />
Elk moment kan er van beneden een telefoontje komen, van de portier met nachtdienst: ‘U bent de heren van de Propria? Uw koerier is er.’ Dat is onze laatste waarschuwing: als de brommerkoerier zich meldt, steevast een Marokkaanse jongen van een jaar of vijftien van wie zijn helm voor eeuwig vergroeid lijkt met zijn hoofd, konden we ongeveer nog een kwartier uitstellen, dan was het onherroepelijk tijd en moest het blad naar de drukker, compleet of niet. Geen tijd voor laatste correcties per e-mail, e-mail stond nog in de kinderschoenen (sommige redacteuren schreven nog met de pen en de opmakers werkten nog met vlijmscherpe messen om de kopij te snijden – o verloren paradijs...) <br />
Om mij heen leverden de andere redacteuren lachend hun laatste correcties in en maakten zich op om de Wibautstraat over te steken naar café Hesp, je kon de smaak van bier en leverworst al proeven, en ik had nog twee kolommen openstaan voor mijn stuk over Maarten Biesheuvel, Duke Ellington en de clown van Circus Renz. <br />
Maar een blik op de klok leerde me dat ik het er dit keer teveel op had laten aankomen. Dit keer zou ik de deadline echt niet halen. Ik was niet geschikt voor dit vak. Voor het eerst in de roemruchte geschiedenis van PC zouden er twee lege kolommen in het blad staan. Tenwij er een wonder gebeurde.<br />
Vandaag is het een heel ander soort deadline. Eigenlijk ben ik hem gisteravond al gepasseerd. Het lukte niet het stuk voor de krant van vandaag op tijd af te hebben. Ik lag gisteravond weliswaar in de aanslag, laptop op schoot, maar ik was te moe en had teveel ongemak om die simpele twee kolommen te schrijven. Bovendien moest ik me goed concentreren op de woorden van de man van Thuiszorg Amsterdam aan mijn bed, die me uitlegde hoe de morfinepomp werkte die hij net bij me had aangelegd. Daarmee zou ik verlost zijn van die bittere andere deadlines, drie keer per dag, dat het nog anderhalf uur duurde voor ik mijn pijnstillers weer mocht nemen. <br />
Toen alle draadjes waren aangelegd en het principe van de pomp was uitgelegd was het middernacht. Ik deed het licht uit en propte het kussen onder mijn hoofd. Het had geen zin meer te proberen de twee norse gendarmes en de visumcontrole nog te te passeren op dit tijdstip. Mijn vingers schrijnden: nog geen anderhalve maand columnist bij Het Parool en er stonden al twee lege kolommen op de plaats van mijn stuk. Had ik dan helemaaal niets geleerd in al die jaren? Ik was niet geschikt voor dit vak. Tenzij er een wonder gebeurde.</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>een liter volle Turkse</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/06/een_liter_volle.html" />
<modified>2008-06-01T12:55:02Z</modified>
<issued>2008-06-01T12:49:10Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.752</id>
<created>2008-06-01T12:49:10Z</created>
<summary type="text/plain">Deze column verscheen afgelopen week ook in het Parool. Berichten op dit weblog zullen de komende tijd onregelmatiger verschijnen dan gewoonlijk, maar, hey, als je iets samenhangends zoekt kun je beter M&amp;M&apos;s gaan tellen. Het is geen slechte tijd van...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><em>Deze column verscheen afgelopen week ook in het Parool. <br />
Berichten op dit weblog zullen de komende tijd onregelmatiger verschijnen dan gewoonlijk, maar, hey, als je iets samenhangends zoekt kun je beter M&M's gaan tellen.</em></p>

<p><br />
Het is geen slechte tijd van het jaar om ziek te zijn. Ik lig veel bij het open raam in de zon met thee en sigaretten (de dokter zei: ‘ik zou het maar lekker doen’). Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat iedereen gezond is en jij niet. <br />
Het meest onwennig aan mijn toestand is dat je voortdurend bezig bent je af te vragen hoe je je voelt. Die vraag stelde ik mezelf de afgelopen dertig jaar hoogstens één keer per maand, als het de avond tevoren schandalig laat was geworden en ik een dag vol werk voor me had liggen. Maar nu begint elke ochtend met het slikken van een rijtje pillen en vervolgens het voorzichtig aftasten van de verschillende lichaamsfuncties, om te weten wat voor dag het zal worden.<br />
Het belangrijkste is de algehele conditie na een nacht slapen. Een van de dingen die kanker met je doet is je energie wegvreten. Ik geloof dat dat bij velen uiteindelijk ook de voornaamste doodsoorzaak is, als het niet meer lukt om genoeg energie te verzamelen om je terug te vechten. Daarom ben ik de afgelopen weken meteen na de ochtendlijke lichamelijke check-up naar beneden gegaan, terwijl de rest van het huis nog sliep, om daar een grote emmer yoghurt met fruit en cruësli weg te lepelen. (‘Yoghurt?’ vroeg een vriendin schamper. ‘Yoghurt eet je juist als je op dieet bent!’ Ik zei: ‘Maar niet een liter volle Turkse per dag, schat.’) <br />
Ook de rest van de dag ben je bezig met het jezelf rekenschap geven van je toestand. Je realiseert het je niet als je gezond bent, maar ernstig ziek ben je de hele dag. Zijn het niet de pillen die je op tijd moet slikken dan zijn het wel vrienden die willen weten hoe het gaat. Volkomen begrijpelijk natuurlijk. Als je bij een zieke op bezoek gaat zeg je niet bij je eerste kaakje: ach, ik zie dat jullie eindelijk die oude afzuigkap hebben laten  vervangen? Natuurlijk vraag je naar iemands toestand, daar kwam je voor. Maar een bevredigend antwoord geven is onmogelijk. Als je exact zou willen zijn zou je moeten zeggen: vanochtend prima, na de yoghurt even iets minder (ik ga het morgen bij een halve liter houden) en nu min of meer alsof er een hippopotamus op me is gaan zitten, maar dat is altijd zo rond een uur of elf, dat klaart zo wel weer op. <br />
Bij het schrijven van een column is het nog gecompliceerder. Ik heb met de redactie afgesproken dat ik het in deze kolommen ook ‘hierover’ zou hebben, maar ik merk dat ik niet gewend ben zo weinig afstand te hebben tussen wat ik meemaak en wat ik schrijf. Bij alles wat ik tot nu toe geschreven heb, van romans tot poëzierecensies, van gedichten tot columns, was er altijd de geruststellende wetenschap dat het niet over mij ging, de veilige buffer van de fictie. Daar kan ik mij niet meer achter verschuilen: het gaat ineens wel degelijk over mij, meer dan ooit. Dat is een tamelijk onthutsende gedachte, al is er ook troost: bij het schrijven van deze laatste regels voel ik mij een stuk beter dan toen ik aan deze column begon. Zolang schrijven even goed helpt als die pillen houd ik het nog wel even vol.</p>

<p><br />
</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>de weg vinden</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/06/de_weg_vinden.html" />
<modified>2008-06-01T12:42:51Z</modified>
<issued>2008-06-01T12:37:13Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.751</id>
<created>2008-06-01T12:37:13Z</created>
<summary type="text/plain">Dit bericht verscheen ook in het Parool. De route door de beleefde, gestroomlijnde fabrieken van onze gezondheidszorg is keurig bewegwijzerd, overal hangen richtingaanwijzers en borden waarop alle ernstige ziektes die ons kunnen treffen zijn ingedeeld in overzichtelijke poliklinieken, maar je...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><em>Dit bericht verscheen ook in het Parool.</em></p>

<p>De route door de beleefde, gestroomlijnde fabrieken van onze gezondheidszorg is keurig bewegwijzerd, overal hangen richtingaanwijzers en borden waarop alle ernstige ziektes die ons kunnen treffen zijn ingedeeld in overzichtelijke poliklinieken, maar je moet toch je eigen weg zien te vinden. Je zou zeggen dat je doktor daarin de gids moet zijn, maar moderne artsen zijn heel voorzichtig met enige vorm van stelligheid. Het heeft natuurlijk zijn voordelen om niet direct bij binnenkomst standaard een bloedzuiger op je arm te krijgen, maar de standaard begroeting: ‘En hoe gaat het met U?’ , krijgt op den duur wel iets ontmoedigends.<br />
Wat je wilt zijn harde feiten. Wat je krijgt zijn voorzichtige afwegingen, genuanceerde veronderstellingen gekruid met veel als/dan, en met geluk een hoopgevende statistiek waar je - met enig persen - in past. Maar de verlossende woorden (en dan heb ik het niet per se over een gunstige prognose), die tenminste tijdelijk een eind maken aan je onzekerheid, worden niet gesproken.<br />
Het frustrerende is dat ik daar volkomen begrip voor heb. Ik heb geen zondebok. Ik kan geen van de artsen die ik heb gesproken het verwijt maken dat ze dingen hebben verzwegen, of informatie hebben achtergehouden. Integendeel, ze hebben me bij elke stap uitgebreid geinformeerd, me op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen, en daarna hebben ze me de vrije hand gelaten om zelf een keuze te maken uit diverse onzekerheden. Maar ik wil die keuze helemaal niet. Ik wil geen arts die me van de allerlaatste ontwikkelingen op het gebied van darmkanker en chemotherapie op de hoogte stelt.  Ik wil een dokter die me een spuit in mijn bil geeft met een iets te dikke naald, er een pleister op plakt en zegt: ‘Zo, dan kunt u er weer even tegen.’ <br />
Een hopeloos en naïef verlangen, dat besef ik heel goed, dat het sterktst kom opzetten in de spreekkamer van de dokter. Er is geen plaats op deze wereld die minder geschikt is weloverwogen keuzes en doordachte beslissingen dan die spreekkamers. De kleuren zijn mat, de meubels zijn geruststellend oncomfortabel, maar de paniek staat op de muren geschreven, onzichtbaar tussen de prikborden. Dit is de kamer waarin de rest van je leven wordt bepaald, en ondanks de stangen naast de trappen en wc’s is nergens een houvast te vinden. Het is net als bij die fascinerende filmpjes van ruimtevaarders in gewichtsloze toestand: die zie je ook als kinderen om zich heen grijpen. <br />
Het is een tragische paradox van de moderne geneeskunde, en eigenlijk van de hele moderne wetenschap: hoe meer we te weten komen, hoe minder we blijken te weten. De artsen die mij behandelen beschikken over ontzagwekkende hoeveelheden kennis en indrukwekkende statistieken, waar je urenlang met open mond in rond kunt dwalen. Maar er is geen gids die je daarbinnen de weg wijst of een houvast biedt, alle overzichtelijke wegwijzers en behulpzame stangen bij trappen en wc’s ten spijt. </p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>wordt vervolgd</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/wordt_vervolgd.html" />
<modified>2008-05-15T10:22:25Z</modified>
<issued>2008-05-15T10:21:16Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.750</id>
<created>2008-05-15T10:21:16Z</created>
<summary type="text/plain">Het vissen bevalt goed, ik blijf nog even. Tot die tijd geen nieuws hier. Strapaczke!...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>Het vissen bevalt goed, ik blijf nog even.<br />
Tot die tijd geen nieuws hier.<br />
Strapaczke!</p>

<p><br />
</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>GONE FISHING</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/gone_fishing.html" />
<modified>2008-05-09T08:38:19Z</modified>
<issued>2008-05-09T08:35:19Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.749</id>
<created>2008-05-09T08:35:19Z</created>
<summary type="text/plain">TRY AGAIN LATER...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>TRY AGAIN LATER</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>obrigado Antonio</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/obrigado_antoni.html" />
<modified>2008-05-08T14:00:50Z</modified>
<issued>2008-05-07T12:59:02Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.748</id>
<created>2008-05-07T12:59:02Z</created>
<summary type="text/plain">Deze column verschijnt vandaag ook in het Parool. Ik koos het bed het dichtst bij het raam, vanwege het uitzicht naar buiten. en vanwege degene in het bed ertegenover, een jonge man die leek te slapen. Als je drie á...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><em>Deze column verschijnt vandaag ook in het Parool.</em></p>

<p>Ik koos het bed het dichtst bij het raam, vanwege het uitzicht naar buiten. en vanwege degene in het bed ertegenover, een jonge man die leek te slapen. Als je drie á vier uur aan je bed gekluisterd bent terwijl de medicijnen van de chemokuur in je druppen kun je maar beter zorgen dat het uitzicht een beetje niet al te ontmoedigend is. De CT-kamer was verder zo goed als leeg. Alleen in het bed bij de deur zat een typisch Amsterdamse vrouw (vraag me nou niet hoe ik dat weet), met haar typisch Amsterdamse echtgenoot ernaast. Hij sprak haar luid fluisterend moed in.<br />
De verpleegkundigen brachten de naald aan, vroegen of ik prettig zat, of ik thee wilde, vriendelijk, professioneel. Toen kwam de kist van de apotheek. Ze vroegen naar mijn naam en gebortedatum en hingen de zak met medicijnen op aan mijn bed. ‘Deze duurt twee uur,’ zei de verpleegkundige. ‘Als je iets nodig hebt, laat maar weten.’<br />
Ik leunde achterover in de kussens. Mijn bovenarm werd koud door de vloeistof die erin liep. Ik sloot mijn ogen.<br />
De jongeman in het bed tegenover me begon te kreunen. Of steunen. Misschien was het meer rochelen, ik weet niet de fijnere nuances ervan. Ik dacht aan een oud verhaal van Godfried Bomans, waarin hij een behekst oud huis bezoekt in het gezelschap van dr. Kneepkens, een spokendeskundige die zich door niets – klopgeesten, boemannen, een staand lijk in ontbinding – van de wijs laat brengen. Als ze in de kelder aankomen begint in een donkere hoek een geest te reutelen. ‘Mooi, gaaf reutelwerk,’ zegt dr. Kneepkens, ‘zoals je tegenwoordig zelden nog hoort.’ En hij steekt  er genietend een sigaar bij op.<br />
Misschien kwam het doordat deze man nog in leven was - in elk geval viel er weinig te genieten aan de geluiden die hij maakte. Hij had pijn. Af en toe hees hij zich uit bed en wankelde de kamer uit, misschien om in één van de toiletten woedend tegen de muur te gaan trappen.<br />
Intussen was de afdeling volgelopen. Een oude, blonde vrouw werd binnengereden in een rolstoel, door een kleine man met de soort zandkleurige regenjas zoals mannen die vanaf een bepaalde leeftijd gaan dragen. Hij had kort grijs haar en voelde zich duidelijk  niet op zijn gemak, maar hij hielp de vrouw met grote tederheid in haar bed, plooide de deken om haar benen. De vrouw zei: ‘Obrigado, Antonio.’<br />
Hij klopte op haar voet, keek in het rond en knikte verontschuldigend naar ons, de lotgenoten van zijn vrouw. Daarna verliet hij de kamer. <br />
’Antonio kan hier niet zo goed tegen,’ zei de vrouw tegen de verpleegkundige die bij haar kwam staan. ‘Maar hij komt altijd terug’. Haar wangen waren was ingevallen, maar ze had een brede, ferm gestifte mond.<br />
De verpleegkundige legde de slangetjes aan en liep naar buiten. Bij de deur riep de man van het Amsterdamse stel: ‘Mooie hoeven!’ En hij wees waarderend op haar gifgroene klompen. Ik grinnikte en dommelde weg.<br />
‘António!’ klonk het. Ik keek op.<br />
Antonio stond naast haar bed, zijn hand op haar been. Zij glimlachte gelukkig. In het bed tegenover mij lag de jonge man, zo te zien diep in genadige slaap. Ik keek naar de zak boven mijn hoofd. Hij was bijna leeg. Ik had langer geslapen dan ik dacht. De volgende keer dat Antonio kwam mocht ik misschien alweer naar huis.</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>stukje Pluto</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/stukje_pluto.html" />
<modified>2008-05-13T13:13:35Z</modified>
<issued>2008-05-07T12:37:12Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.747</id>
<created>2008-05-07T12:37:12Z</created>
<summary type="text/plain">Ik publiceer dit om 3 redenen. 1. Heel veel mensen hebben er inmiddels om gevraagd (5 1/2). 2. Ik ben net met een nieuw boek begonnen. Daar hoort bij: resten van oude boeken opruimen. Dit is een restje van Pluto,...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>Ik publiceer dit om 3 redenen.<br />
1. Heel veel mensen hebben er inmiddels om gevraagd (5 1/2).<br />
2. Ik ben net met een nieuw boek begonnen. Daar hoort bij: resten van oude boeken opruimen. Dit is een restje van Pluto, waar ik zeven jaar mee bezig was en dat nooit is verschenen (voor een verslag van die zeven jaar: zie het laatste nummer van <a href=" http://www.nnbh.com/basis.php?words=Adriaan+Jaeggi&header=&sort=alfa">Bunker Hill</a>). Het is mogelijk dat ik ooit nog eens iets ga maken dat erop lijkt (als ik genoeg tijd krijg) maar op dit moment gaan twee andere boeken voor, waaronder een kinderboek. Hoe dan ook is dit niet een van de slechtste stukken uit Pluto, al zeg ik het zelf. Het is het eind van hoofdstuk 3, waarin het Comité van Ontvangst (waaronder de kroonprins) na bijna een hele dag wachten eindelijk de langverwachte gast kan verwelkomen. <br />
3. Bijna niemand loopt nog met een gewone koffer. Iedereen heeft zo'n klikklakkende doos op wieltjes. Tienduizenden per seizoen klakken onder ons raam langs (verderop in de straat is een hotel). Wanneer is dit begonnen? Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze naartoe...?</p>

<p>uit <strong>Pluto, H. 3</strong></p>

<p>Uit de schaduwen in de tunnel kwam een aanzwellend geluid, een metalig geklik, alsof een leger van kevers in aantocht was. Toen doken uit het schemerduister bleke vlekken op, de vermoeide, opgezwollen gezichten met staarogen van mensen die plotseling uit hun diepste slaap zijn gerukt, gevolgd door lichamen die zich rukkerig voorbewogen, met horten en stoten aangestuurd door hersens die intussen haastig bezig waren de losse flarden van ruw onderbroken dromen weg te bergen. <br />
De eerste linies van het keverleger bereikten het licht. Ze droegen donkerrode uniformen, hier en daar hing een slip van een overhemd uit een broek of een sjaal scheef. Elk trok een donkerblauwe trolley op wieltjes achter zich aan, die klikklakkend over de plavuizen gleed. <br />
De kroonprins deed een stap achteruit, terwijl het keverleger langs hem stroomde. Hij keek over zijn schouder. Hij zocht het gezicht van Kiki d’Anjou, maar Palmstroom begreep het verkeerd en legde zijn vrije hand op de schouder van de prins. Geduld, mimede hij. <br />
Het keverleger was nu ter hoogte van de douane-ambtenaren, die aan hun pet voelden en hun riem een paar centimeter omhoogsjorden terwijl de voorste linies voorbijtrokken, maar ze ongehinderd lieten passeren. Nadat er zo'n twintig mensen waren gepasseerd was er een korte onderbreking in de stroom mensen, tot er twee gestaltes uit de tunnelmond opdoken: een lange magere man met spierwit haar en een nijdige uitdrukking, en een kleine donkere vrouw met een grote neus en bruingrijs haar, in een witte doktersjas. De twee keken een ogenblik de hal rond, zonder acht te slaan op het Comité. Toen draaide de man zich om en wenkte naar de duisternis. Het geklikklak zwol aan, op een andere toonhoogte. Uit de tunnel schoot een brancard op wieltjes, in looppas voortgeduwd door veiligheidsmensen met vooruitgestoken kaken en gebeitelde schouders, die allemaal een hand of een vinger op het voortdenderende bed probeerden te houden. Op het voortrollende bed lag een slordige massa lakens. Op de lakens lagen donkere gevouwen handen.<br />
Palmstroom merkte dat hij al bijna een minuut zijn adem inhield en liet hem sissend ontsnappen. Zijn hand gleed in zijn broekzak en hij sperde zijn ogen open. Het jubelde in hem. Eindelijk, eindelijk, eindelijk! Hij boorde zijn nagels door zijn broek heen in zijn huid en zijn gezicht schoot automatisch in de officiële gepantserde plooi die hij thuis voor de spiegel had geoefend. Wat jammer toch dat er geen pers bij mocht zijn, dacht hij. <br />
Hij zag hoe de brancard het comité bereikte. Hij zag dat de kroonprins zijn glimlach in de aanslag hield. Goeie jongen, dacht Palmstroom ontroerd. Hij hoorde het hijgen van de vrouwelijke arts die naast de brancard draafde, en rook een vleug zweet. Even weerkaatste het licht op een glanzende schedel, een groot bruin ei in het witte nest van lakens op het rijdende bed, en toen waren ze voorbij, het bed en de veiligheidsmannen met hun zonnebrillen en de witte koordjes die uit hun oor krulden, met grote snelheid onderweg naar het einde van de sluis, waar glazen deuren geruisloos opzij gleden, de brancard met de langverwachte gast een door tl-buizen verlichte hal in rolde, en de deuren gleden dicht en hij was verdwenen. <br />
Verdwaasd keek Palmstroom naar de staart van het keverleger dat voorbijtrok, uitgeputte gezichten boven donkerrode uniformen, klikkende koffers die over de tegels werden gesleept, een korte sliert die opdroogde, nadruppelde met twee achterblijvers die met knipperende ogen uit het donker opdoken, gedesoriënteerd een kringetje draaiden, en toen op de glazen deuren afstevenden, binnen bereik van het elektronisch oog kwamen, waarop de deuren opzij gleden en ze als laatsten opslokten. </p>

<p><br />
 </p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>vol</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/vol.html" />
<modified>2008-05-07T10:54:27Z</modified>
<issued>2008-05-07T10:45:15Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.746</id>
<created>2008-05-07T10:45:15Z</created>
<summary type="text/plain">Op dit moment zijn we in Nederland met 3.500.000 landgenoten minder dan gewoonlijk. In de winkel waar ik een rij verwacht word ik meteen geholpen. In het populaire restaurant waar ik weifelend om kwart over zes binnenloop hebben ze nog...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>Op dit moment zijn we in Nederland met 3.500.000 landgenoten minder dan gewoonlijk. <br />
In de winkel waar ik een rij verwacht word ik meteen geholpen. In het populaire restaurant waar ik weifelend om kwart over zes binnenloop hebben ze nog drie tafels over. Op het strand wordt mijn <em>personal space</em> niet ingenomen door anderen met grote handdoeken. <br />
Over een week is alles weer gewoon en zijn de rijen er weer, maar dit zal ik me altijd herinneren van de lente van 2008: hoe goed het voelde toen er 3.500.000 minder van ons waren.</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>hefschroefvliegtuigen</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/hefschroefvlieg.html" />
<modified>2008-05-02T12:35:09Z</modified>
<issued>2008-05-02T12:24:58Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.745</id>
<created>2008-05-02T12:24:58Z</created>
<summary type="text/plain">Vanochtend om een uur of half 7 stukje bij beetje ontwaakt van het zachte geluid van de brommer van de krantenjongen dat onze kant uit kwam en een voor een de brievenbussen aandeed zoals een hommel zijn bloemen, met hetzelfde...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>Vanochtend om een uur of half 7 stukje bij beetje ontwaakt<br />
van het zachte geluid van de brommer van de krantenjongen <br />
dat onze kant uit kwam en een voor een de brievenbussen aandeed<br />
zoals een hommel zijn bloemen, met hetzelfde vinnige snorren <br />
bij het opstijgen.</p>

<p>En daarnet de wesp, de eerste van het seizoen,<br />
die ik met een glas en een ansichtkaart buiten zette, <br />
die moeizaam naar de rand van het glas kroop en toen ik <br />
de kaart wegnam, zoemend en met zware slagzij <br />
in de richting van de binnenstad verdween: dat was ook al zo <br />
helikopteresk. </p>

<p><br />
</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>april</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/05/april.html" />
<modified>2008-05-01T11:33:49Z</modified>
<issued>2008-05-01T11:21:26Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.744</id>
<created>2008-05-01T11:21:26Z</created>
<summary type="text/plain"> Maanden verdragen het niet wanneer je slecht over ze schrijft het zijn net mensen. Het zijn net voicemails. Normaal beleef ik hier vreugde aan, maar met koude handen is alles anders: oorlogsmonumenten, pensioenen, gaarkeukens, dat zwaaien met vlaggetjes, telefoon...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><br />
Maanden verdragen het niet wanneer je slecht over ze schrijft<br />
het zijn net mensen. Het zijn net voicemails.</p>

<p>Normaal beleef ik hier vreugde aan, maar met koude<br />
handen is alles anders: oorlogsmonumenten, pensioenen,<br />
gaarkeukens, dat zwaaien met vlaggetjes, telefoon van ver.<br />
Het zijn, een soort, van ongevraagde openbaringen, zoals<br />
hoe het is om te zitten op hout<br />
zonder vlees ertussen.</p>

<p>Lief dat je het vraagt, lief dat je het vraagt<br />
laten we de formaliteiten maar even achterwege laten.<br />
De maand ligt achter ons. <br />
De wind houdt aan.<br />
De dag is nauwelijks half om en nu al<br />
blijkt hier van alles zoek. </p>

<p><br />
</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>lente</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/04/lente.html" />
<modified>2008-04-27T12:55:57Z</modified>
<issued>2008-04-27T12:54:59Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.743</id>
<created>2008-04-27T12:54:59Z</created>
<summary type="text/plain"> Voor mij heeft de lente zijn aantrekkingskracht verloren sinds ik jaren her, in een roes van uitbottende verlangens, een mooi meisje mee uit eten vroeg en het zigeunerorkestje in het restaurant de hele avond voor ons bleef spelen alsof...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><br />
Voor mij heeft de lente zijn aantrekkingskracht verloren sinds ik jaren her, in een roes van uitbottende verlangens, een mooi meisje mee uit eten vroeg en het zigeunerorkestje in het restaurant de hele avond voor ons bleef spelen alsof we tot over onze oren verliefd waren – wat in elk geval voor één van ons niet gold. Ik herinner me vooral de ongelooflijk lange stiltes die vielen als het orkestje een pauze nam. Ook zie ik nog als de dag van gisteren voor me hoe zij, terwijl wij zaten te wachten op het hoofdgerecht, een doosje lucifers pakte en ze een voor een begon af te strijken. Het genas me voorgoed van het idee dat iedereen in de lente dezelfde gevoelens heeft, wat de meest voorkomende misvatting van het jaargetijde is, naast het idee dat je vandaag je trui wel kunt thuislaten.<br />
Lente. Het jaargetijde waarin je opnieuw geconfronteerd wordt met de enige twee aandoeningen waar de medische wetenschap nooit een antwoord op zal vinden: verliefdheid en verkoudheid. Alles om je heen zwelt van de sappen, de strijd om territorium en paringspartners barst in alle hevigheid los, en daartussendoor lopen wij, met zo weinig mogelijk kleren aan. Het is vragen om moeilijkheden.<br />
Lente. Het meest voorspelbare seizoen. Het is pas officieel lente als de eerste columnist over ‘bloesjesdag’  heeft geschreven. (Al is dat dit jaar ineens omgedoopt tot ‘rokjesdag’. Kennelijk ligt het accent dit jaar meer op benen dan op tieten.) Als de columnisten eenmaal ontwaakt zijn uit hun wintercoma duurt het niet lang voor de stellen met leuke vrijgezelle kennissen beginnen te bellen. De lente is nu eenmaal het seizoen van de blind dates. En omdat je vergeten bent hoe verschrikkelijk de blind dates van vorig jaar waren zeg je nog ja ook. Pas op de avond zelf herinner je je ineens hoe je vorig jaar gekoppeld werd aan iemand die na één dans al zo overvloedig zweette dat je de rest van de avond druppels liep te ontwijken. Ook herinner je je ineens weer het meisje dat je na de eerste, niet al te rampzalig verlopen blinde afspraak uitnodigde op haar woonboot. Terwijl zij in de keuken bezig was kwam een enorme rode kater op je schoot liggen. Toen zij binnenkwam met een schaal gestoomde artisjokken zei ze: ‘Goh, dat doet hij anders nooit. Hee, Lonely, vind jij die meneer wel lief?’ <br />
Blind dates heten niet voor niets blind. Het zijn afspraken waarbij je geacht wordt voor een avond je zintuigen uit te schakelen, zodat je niet meteen krijsend wegloopt als je merkt wat je vrienden verstaan onder een ‘heel spontaan meisje’ (de oudere zus van Adelheid Roossen die het de hele avond over haar laatste abortus wil hebben) of een ‘enorm geestige jongen’ (een man van vijfenveertig met een paardenstaart van de laatste restjes haar op zijn achterhoofd en een abonnement op de Playboy, want daar komen zijn moppen vandaan). Omdat het nu eenmaal lente is helpt je geheugen een handje en wist zorgvuldig alle nare herinneringen aan vorige lentes. Monter bestuif je je ledematen met verhullende luchtjes, en voordat je aanbelt denk je, met groeiende opwinding achter je navel: ‘Wie weet, vanavond, misschien?’ <br />
Nog geen uur later denk je: was ik onderweg maar ergens gesneuveld.</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>ik verlang</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/04/ik_verlang.html" />
<modified>2008-04-25T14:57:38Z</modified>
<issued>2008-04-25T14:52:35Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.742</id>
<created>2008-04-25T14:52:35Z</created>
<summary type="text/plain"> die tijd dat uur die plaats die witte maan boven dat witte huis die schapen onder die boom die stilte buiten alle stilte die zee die ons omarmde...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><br />
die tijd<br />
dat uur<br />
die plaats</p>

<p>die witte maan<br />
boven dat witte huis</p>

<p>die schapen<br />
onder die boom</p>

<p>die stilte<br />
buiten alle stilte</p>

<p>die zee<br />
die ons <br />
omarmde</p>

<p><br />
</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>nieuw record</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/04/nieuw_record.html" />
<modified>2008-04-24T14:12:52Z</modified>
<issued>2008-04-24T14:11:34Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.741</id>
<created>2008-04-24T14:11:34Z</created>
<summary type="text/plain">En weer deed ik de afgelopen weken een baanbrekende medische ontdekking: huilen helpt tegen de hik. De hik begon ongeveer twee dagen nadat ik mijn eerste chemokuur had gehad, en hield vervolgens tien dagen aan. Daarmee had ik binnen het...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>En weer deed ik de afgelopen weken een baanbrekende medische ontdekking: huilen helpt tegen de hik. <br />
De hik begon ongeveer twee dagen nadat ik mijn eerste chemokuur had gehad, en hield vervolgens tien dagen aan. Daarmee had ik binnen het ziekenhuis een record gebroken: langer dan vier dagen hadden ze nog niet meegemaakt. <br />
Ik dacht aan de mensen die hun hele leven wijden aan het breken van bizarre records:  zoveel mogelijk ratelslangen in je mond proppen, dagelijks een kilo metaal eten (Michel Lotito alias ‘Monsieur Mangetout’) of zo ver mogelijk lopen met een melkfles op je hoofd: al die moeite, al dat trainen, terwijl ik geheel ongewild een record op mijn naam bracht. Maar dat bleek niet waar: 10 dagen is bij lange na geen record. Paus Pius XII (1876-1958) had het de laatste vier jaar van zijn leven chronisch. En dat valt weer in het niet bij de absolute recordhouder, een zekere Charles Osborne: 69 jaar en 5 maanden. Leuk om te weten, behalve als je zelf je zevende dag ingaat. <br />
Ik kreeg verschillende medicijnen, die stuk voor stuk de eigenaardigheid hadden dat ze niet speciaal tegen de hik waren – in de medische wereld begrijpt men weinig van de hik – maar als bijwerking hadden dat ze ook de hik bestreden. Alleen niet in mijn geval. Mijn dochters verstopten zich op de meest onwaarschijnlijke plekken in huis om plotseling tevoorschijn te springen en Boe! te roepen. Een buurman kwam langs met een zak kristalsuiker, waarvan ik een volle eetlepel in één keer door moest slikken. Toen ik niet meteen in actie kwam zei hij : ‘Waar liggen de lepels?’  <br />
Ik nam de hap. We zaten tegenover elkaar, keken elkaar aan, telden de seconden. Tien seconden, twintig, een halve minuut... De hik knalde als een zweepslag door de keuken. Toen ik hem uiltiet zei hij, licht verwijtend: ‘Bij mij werkt het altíjd!’<br />
Het enige wat mij hielp was mijn adem inhouden, maar omdat ik dat inmiddels vijf keer per dag deed was het niet meer effectief. Weliswaar kon ik door de oefening heel lang mijn adem inhouden, wat altijd van pas komt als je nog eens een keer klem komt te zitten bij het wrakduiken, maar jezelf expres half laten stikken verliest op een gegeven moment ook zijn charme.<br />
Chatsites op internet boden een scala aan huismiddeltjes, waaronder deze verfijnde psychologische aanpak: ‘Je kunt iemand er vanaf helpen door de persoon strak in de ogen te kijken en te vragen te hikken, steeds indringender: ‘Je zei dat je last van de hik had, wel hik dan! Zie je wel, je moet helemaal niet hikken!’ Ik heb het niet uitgeprobeerd. Ongetwijfeld is waterboarding ook een probaat middel tegen de hik, maar er zijn grenzen.<br />
Uiteindelijk vond ik aan het eind van de negende dag mijn eigen oplossing. Ik had net drie minuten mijn adem ingehouden, en het had niet geholpen. Dat veroorzaakte een flinke huilbui. Daarna bleek de hik verdwenen. Na een half uurtje keerde hij terug, maar de nieuwe huilbui die daar het gevolg van was maakte daar weer korte metten mee. <br />
Intussen ben ik ervan verlost. Hoe en waardoor blijft duister. De opluchting is met geen pen te beschrijven, al schrik ik me nog wel elke ochtend te pletter als ik de badkamer binnenkom en mijn dochters met een luide gil uit de douchecel springen.</p>

<p><br />
<em>(Deze column verschijnt vandaag ook in het Parool)</em></p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>kietelen</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/04/kietelen.html" />
<modified>2008-04-23T14:52:09Z</modified>
<issued>2008-04-23T14:48:06Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.740</id>
<created>2008-04-23T14:48:06Z</created>
<summary type="text/plain">Als iemand aan je vraagt: kun je tegen kietelen? weet je 1 ding zeker: je gaat gekieteld worden. Alleen Demetri Martin weet het enige passende antwoord. Dan moet je wel eerst al zijn andere geweldige grappen beluisteren, wan hij komt...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p>Als iemand aan je vraagt: kun je tegen kietelen? weet je 1 ding zeker: je gaat gekieteld worden.<br />
Alleen <a href="http://www.youtube.com/watch?v=XiFrfeJ8dKM">Demetri Martin</a> weet het enige passende antwoord. Dan moet je wel eerst al zijn andere geweldige grappen beluisteren, wan hij komt pas op het eind.</p>]]>

</content>
</entry>
<entry>
<title>vanonder het bureau</title>
<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.jaeggi.nl/weblog/archief/2008/04/vanonder_het_bu.html" />
<modified>2008-04-23T14:38:38Z</modified>
<issued>2008-04-23T14:37:42Z</issued>
<id>tag:www.jaeggi.nl,2008:/weblog//1.739</id>
<created>2008-04-23T14:37:42Z</created>
<summary type="text/plain"> Mijn computer is seniel aan het worden. De eerste keren dat zijn geheugen hem in de steek laat doe je onbewust of je het niet merkt. Je bent aan het ouwetje gehecht. Maar zijn geheugenverlies wordt erger. Op een...</summary>
<author>
<name>jaeggi</name>

<email>adriaan@jaeggi.nl</email>
</author>

<content type="text/html" mode="escaped" xml:lang="en" xml:base="http://www.jaeggi.nl/weblog/">
<![CDATA[<p><br />
Mijn computer is seniel aan het worden. <br />
De eerste keren dat zijn geheugen hem in de steek laat doe je onbewust of je het niet merkt. Je bent aan het ouwetje gehecht. Maar zijn geheugenverlies wordt erger. Op een gegeven moment kan hij niet eens meer een middelgroot bestandje bewaren. Als ik vraag waar hij het gelaten heeft gaat hij als een dolle zoeken, om na lange tijd triomfantelijk op te duiken met het verkeerde. Als ik dan, zo aardig mogelijk, vraag of hij nog eens wil zoeken houdt hij koppig vol dat dit is wat ik zocht. <br />
Ook heeft hij last van waandenkbeelden. Zo denkt hij de hele tijd dat ik wil uitloggen terwijl ik nog aan het mailen ben. Hij kan ook geen twee dingen tegelijk meer doen, zoals de post ophalen en tegelijk rekeningen betalen. Maar echt gênant is dat hij geen schaamte meer heeft. Hij onderbreekt rustig mijn chatgesprek met de mededeling dat hij hoognodig overbodige bestanden moet lozen. Ik schaam me soms rot. <br />
Mijn computer is nog uit de vorige eeuw, en dan merk je toch dat die ouwetjes de moderne tijd niet aankunnen. Hij is nu in het stadium dat als hij klem komt te zitten hij geen meter meer voor- of achteruit durft en alleen nog maar ineengedoken in zijn hoekje onder mijn bureau wil blijven zitten, zachtjes hijgend.</p>

<p><br />
</p>]]>

</content>
</entry>

</feed>