« kietelen | Main | ik verlang »

24 april 2008

nieuw record

En weer deed ik de afgelopen weken een baanbrekende medische ontdekking: huilen helpt tegen de hik.
De hik begon ongeveer twee dagen nadat ik mijn eerste chemokuur had gehad, en hield vervolgens tien dagen aan. Daarmee had ik binnen het ziekenhuis een record gebroken: langer dan vier dagen hadden ze nog niet meegemaakt.
Ik dacht aan de mensen die hun hele leven wijden aan het breken van bizarre records: zoveel mogelijk ratelslangen in je mond proppen, dagelijks een kilo metaal eten (Michel Lotito alias ‘Monsieur Mangetout’) of zo ver mogelijk lopen met een melkfles op je hoofd: al die moeite, al dat trainen, terwijl ik geheel ongewild een record op mijn naam bracht. Maar dat bleek niet waar: 10 dagen is bij lange na geen record. Paus Pius XII (1876-1958) had het de laatste vier jaar van zijn leven chronisch. En dat valt weer in het niet bij de absolute recordhouder, een zekere Charles Osborne: 69 jaar en 5 maanden. Leuk om te weten, behalve als je zelf je zevende dag ingaat.
Ik kreeg verschillende medicijnen, die stuk voor stuk de eigenaardigheid hadden dat ze niet speciaal tegen de hik waren – in de medische wereld begrijpt men weinig van de hik – maar als bijwerking hadden dat ze ook de hik bestreden. Alleen niet in mijn geval. Mijn dochters verstopten zich op de meest onwaarschijnlijke plekken in huis om plotseling tevoorschijn te springen en Boe! te roepen. Een buurman kwam langs met een zak kristalsuiker, waarvan ik een volle eetlepel in één keer door moest slikken. Toen ik niet meteen in actie kwam zei hij : ‘Waar liggen de lepels?’
Ik nam de hap. We zaten tegenover elkaar, keken elkaar aan, telden de seconden. Tien seconden, twintig, een halve minuut... De hik knalde als een zweepslag door de keuken. Toen ik hem uiltiet zei hij, licht verwijtend: ‘Bij mij werkt het altíjd!’
Het enige wat mij hielp was mijn adem inhouden, maar omdat ik dat inmiddels vijf keer per dag deed was het niet meer effectief. Weliswaar kon ik door de oefening heel lang mijn adem inhouden, wat altijd van pas komt als je nog eens een keer klem komt te zitten bij het wrakduiken, maar jezelf expres half laten stikken verliest op een gegeven moment ook zijn charme.
Chatsites op internet boden een scala aan huismiddeltjes, waaronder deze verfijnde psychologische aanpak: ‘Je kunt iemand er vanaf helpen door de persoon strak in de ogen te kijken en te vragen te hikken, steeds indringender: ‘Je zei dat je last van de hik had, wel hik dan! Zie je wel, je moet helemaal niet hikken!’ Ik heb het niet uitgeprobeerd. Ongetwijfeld is waterboarding ook een probaat middel tegen de hik, maar er zijn grenzen.
Uiteindelijk vond ik aan het eind van de negende dag mijn eigen oplossing. Ik had net drie minuten mijn adem ingehouden, en het had niet geholpen. Dat veroorzaakte een flinke huilbui. Daarna bleek de hik verdwenen. Na een half uurtje keerde hij terug, maar de nieuwe huilbui die daar het gevolg van was maakte daar weer korte metten mee.
Intussen ben ik ervan verlost. Hoe en waardoor blijft duister. De opluchting is met geen pen te beschrijven, al schrik ik me nog wel elke ochtend te pletter als ik de badkamer binnenkom en mijn dochters met een luide gil uit de douchecel springen.


(Deze column verschijnt vandaag ook in het Parool)

jaeggi om 24 april 2008 15:11