« jeroen | Main | hospital blues (3) »

17 maart 2008

hospital bop

We zaten te wachten op het gesprek met de behandelend arts, S. had alle leesmap-Privé's van de wachtkamerstoelen geraapt, ik zat met Metro, DePers en Dag op schoot, we konden er even tegen, gelukkig maar want de wachttijd was opgelopen tot bijna veertig minuten.
Ik kwam niet aan lezen toe: op een paar meter afstand reed een nerveuze rolstoelrijder het gangpad op en neer. Hij droeg een blauw windjack dat strak om zijn gevulde tors zat. Hij had het haar van een ziek mens. Het volgde een vreemd patroon, alsof het kunstmatig was aangeplant.
Ik voelde aan mijn eigen haar.
S. legde een hand op mijn been. Ze zei: 'Wil je weten hoe de vrouw van Pierce Brosnan eruitziet?' Ze legde de Privé op mijn schoot. De kop boven de foto's was een woordspeling op vetzucht. In de bijschriften werden grappen gemaakt als: 'Gelukkig heeft Pierce met haar nog meer om van te houden.'
De vrouw van Pierce Brosnan is namelijk dik. Niet blubberig, niet vet, maar een kilo of tien zwaarder dan wat dieet-goeroes je 'ideale gewicht' noemen. Pierce, die in het echt iets grijzer maar verder net zo slank en gespierd is als in zijn 007-jaren, leek zich er niet aan te storen (waarom zou hij ook), maar voor de gretige lenzen van de wereldcamera's was het natuurlijk gesneden koek.
De foto's, ongetwijfeld gemaakt door een zweterige paparazzo die zich drie dagen in de bougainville had verscholen, waren van de viezige, onscherpe soort waardoor elk mens iets misdadigs krijgt. Ik las de amechtige humor van de Privé-redactie in de bijschriften ('Mevrouw Brosnan leest een kookboek op het strand; kon ze niet beter Sonja Bakker lezen?'). Ik sloeg de Privé dicht en volgde de blauwe rolstoelrijder op zijn eindeloze tocht door de wachtafdeling van de poli. Mensen trokken hun benen in als hij langskwam, behalve een man op het eind van de rij, die koppig elke keer zijn uitgestoken benen liet liggen tot de man in de rolstoel er bijna tegenaan reed.
De wereld is bevolkt door gieren en tuig en de rest zijn stumpers, dacht ik. Het was geen gedachte waar ik treurig van werd, of vrolijk, het was een solitaire gedachte in het afgeschermde, vanillekleurige heelal om mij heen.
Ik gooide de Privé terug op de stapel. Even later riep de zuster: 'Meneer Jaeggi?'

jaeggi om 17 maart 2008 14:15