« klein paaslied | Main | nijland zingt »

23 maart 2008

boekenweekgeschenk herschreven

‘De eerste drie jaar van zijn leven sprak Thomas Boender geen woord. Zijn vader Jelle en zijn moeder Tjitske zeiden alleen het hoognodige tegen elkaar. Monosyllaben die tussen hun strakke lippen op de glimmend gepolitoerde eetkamertafel ploften, daar even bleven liggen vervolgens in de opnieuw opgetreden stilte op te gaan.
Thomas zat in zijn kinderstoel tegenover hen. Was hij gespitst op die paar schaars gewisselde woorden of richtte hij zich...'
zzzzzzzz, dankuwel J. Bernlef. Weer een miljoen lezers in slaap gesust.

Hierbij, als besluit van de Boekenweek, en als begin van een mooie traditie, het Herschreven Boekenweekgeschenk. Zo kan het dus ook.

‘De eerste drie jaar van zijn leven sprak Thomas Boender geen woord. Zijn vader Jelle en zijn moeder Tjitske spraken ook niet veel, maar uit Thomas kwam geen enkel geluid voort, vanaf het moment dat hij zwijgend en met een peinzend gezicht uit de schoot van zijn moeder naar het licht werd getrokken.
In de eerste jaren van zijn leven lag hij sereen en geluidloos in de wieg, of zat tegenover Boppe en Stafke, pardon, Jelle en Tjitske in zijn kinderstoel met dezelfde peinzende uitdrukking, alsof hij zich afvroeg waarom zijn moeder zo fanatiek de immers al glimmend gepolitoerde eetkamertafel nog eens opwreef, en waarom zijn vader een paar minuten later, zodra Froukje de kamer verlaten had, zijn kleverige monosyllaben op het tafelblad liet ploffen [NB: door de CPNB verplicht literair intermezzo: ‘Onder de hoge hemelkoepel waren de mensen nietig als mieren’ (J. Bernlef)]

Toen Thomas achttien jaar was, besloten zijn ouders, Sil’s Lopke van Zweden en boer Gratema van de Hazelhoeve dus, een feestmaaltijd te geven voor de gehele familie, ter ere van het feit dat hun zoon meerderjarig werd.
De familie was genoegzaam op de hoogte van het stille verdriet van Thomas’ ouders, en tijdens het eten werd er met geen woord over gerept. Iedereen deed alsof Thomas een doodgewone jongen was en betrok hem zoveel mogelijk in de conversatie, hoewel hij uiteraard boe noch ba had bij te dragen aan de gesprekken. Dat wil zeggen: tot het voorgerecht op tafel kwam. Grootvader Rients met zijn grijze staar had zijn vork nog niet in zijn bord gestoken, of van de kant van de tafel waar de afgelopen achttien jaar doodse stilte had geheerst klonk een stem: ‘Moeder, de soep is te zout.’
Lepels kletterden in de borden. Opspattende soep bevlekte de tafellakens van pronkdamast die slechts één keer per jaar de fraai gepolitoerde tafel dekten. Monden vielen open, handen vielen krachteloos langs hun, nou ja, u begrijpt. Thomas’ vader zat versteend in zijn pronkstoel
‘Jongen,’ stamelde Tjitske. ‘Thomas, lieve jongen. Je... je spréékt! Maar wij dachten... Waarom heb je tot dusver altijd gezwegen?’
Er klonk het schrale geluid van een stoel die over de glimmend gepolitoerde plavuizen naar achter werd geschoven. De achttienjarige Thomas rees op van tafel, bond zijn servet af en sprak, met opvallende zelfbeheersing: ‘Tot dusver was alles in orde.’

EINDE

jaeggi om 23 maart 2008 13:39