« goed, slecht en lelijk | Main | op Bukowski lezen en dan in slaap vallen »

20 februari 2008

vandaag denk ik aan:

de Engelse aristocraat, schrijver en excentriek Charles Waterton (1782-1865).
Waterton was een tijdgenoot van Darwin, die hem ook een paar keer noemt in zijn autobiografie. Darwin vertelt dat hij in zijn jeugd prepareerlessen nam van een neger in Edinburgh. Deze neger had met Waterton gereisd en van hem zijn opzetkunde geleerd. Waterton was een befaamd en berucht taxidermist: in zijn grote huis had hij een enorme verzameling opgezette dieren, voornamelijk kleurige vogels, maar ook een grote schildpad met mensenhoofd en een zware last op de rug, genaamd John Bull en de Nationale Schuld. Er was een buste van de Nondescript, bestaande uit de kop en schouders van een rode brulaap, waarvan het gezicht zo gemodelleerd was dat je er makkelijk de secretaris van de Engelse schatkist, Mr. Lushington, in kon herkennen (Waterton had veel problemen gehad met de Engelse douane, en hij zag Lushington als de oorzaak daarvan).
Verder deed hij liefst gevaarlijke dingen – of in elk geval dingen die ‘gewone’ mensen nogal waaghalzerig zouden vinden, zoals op zijn 35ste, toen hij samen met een vriend de gevel van de St. Pieter in Rome beklom, en ze als bewijs op de top van de bliksemafleider hun handschoenen achterlieten. De paus vond dat die handschoenen weg moesten, maar niemand van zijn personeel durfde. Waterton heeft de beklimming toen nog maar eens gedaan.
Goede vrienden liepen soms het gevaar bij een bezoek aan Watertons landhuis, Walton Hall, te worden aangevallen door een grommende hond, maar als ze dan angstig omlaag keken naar waar ze de scherpe tanden voelden, bleek het de Squire zelf te zijn, die een grapje maakte

jaeggi om 20 februari 2008 10:24