« de keizer van het hergebruik | Main | mimicry »
07 februari 2008
strijkplanken; een essay
Ik ben inmiddels een jaar of zeven bezig met het aanschaffen van een strijkplank.
Strijkplanken zijn zulke afstotelijke dingen dat een mens torenhoge remmingen moet overwinnen voor hij überhaupt het feit kan accepteren dat hij er een nodig heeft. Ook voor mij is het noodgedwongen. Ik bezit een aantal mooie, dure, Italiaanse overhemden, de soort die je vriendin voor je koopt in het eerste jaar van jullie samenzijn, als ze nog de moeite neemt aan je garderobe te sleutelen, dan nog in de vertederende veronderstelling dat er aan een man nog iets te versleutelen valt na zijn dertiende. Nu is het heel fijn om mooie overhemden te hebben, maar je moet ze wel strijken. Hoe duurder het overhemd, hoe verschrompelder het uit de was komt, is mijn ervaring.
Dus moet er een strijkplank aangeschaft worden, en direct komen ze op je af, de associaties: afgetobde wasvrouwen met een doek om hun hoofd die in vochtige souterrains de was van rijke families staan te strijken; de geur van lelietjes van dalen en verschaalde 4711; oude cartoons uit de New Yorker en Playboy waarin de man die onder de plak zit onveranderlijk wordt afgebeeld achter een strijkplank.
En dan ben je nog niet eens in de winkel.
Als je eenmaal geaccepteerd hebt dat je straks tot de mensen zult behoren die een strijkplank bezitten moet je eerst langs het hele assortiment van de Blokker (de strijkplanken staan altijd achterin): servetringen in de vorm van poesjes; kussentjes in de vorm van poesjes; wekkers in de vorm van poesjes; bankstellen in de vorm van poesjes.
De strijkplanken staan strak in het gelid. Ze zijn van boven tot onder in plastic geseald, dat je straks thuis met een stanleymes en een klopboor moet verwijderen.
Mechanisch zijn ze allemaal hetzelfde: je trekt het plankgedeelte en het onderstel van elkaar, met het hartverscheurende gekraak van een oude vrijster die haar benen spreidt. Je probeert de strijkplank op eigen benen te zetten, waarbij hij direct door zijn hoeven zakt, als een coma-drinker na een nachtje in de zuipkeet. Ergens onderin de strijkplank zit namelijk een palletje dat in een gaatje moet vallen, zodat de strijkplank zal blijven staan, maar dit mechaniekje is zo afgesteld dat dat (steeds opnieuw) pas na vijf keer lukt.
Dit zijn de fysieke eigenschappen van een strijkplank waar nog mee te leven valt. Maar waar ik mij de afgelopen zeven jaar niet overheen heb kunnen zetten is de bekleding. Ik weet niet wie die ontwerpen maakt, maar het moet een werknemer van Satan zijn. Die vloekende kleurencombinaties, die huiveringwekkende verwrongen patroontjes: het heeft bijna iets psychedelisch. Mijn theorie is dat de vormgever van strijkplankdessins zijn ontwerpen droomt, in doorwoelde nachten waarin hij afgrijselijk ligt te zweten, om bij het ochtendgloren met een krijs wakker te worden en direct, zonder douchen of scheren, aan het werk te gaan.
Het is uiteindelijk een Leifheit geworden, van negenentwintig euro vijfennegentig. Er was nog een goedkopere versie, maar die had een patroon dat je ook kunt vinden op de vloer van een slachthuis na een drukke dag. Mijn Leifheit heeft een soort geometrisch patroontje in bruin en oranje. Rietveld meets de seventies meets de latrine van het eerste bataljon pantsergrenadiers, zeg maar.
Ach, je went aan alles, zeggen ze. Zelfs aan hangen, als je het maar lang genoeg doet.
jaeggi om 07 februari 2008 08:57
