« forever young | Main | will en ik »
15 februari 2008
borderline
‘Otto, mijn therapeut dus, heeft vorige week de uitslag gekregen van mijn tests, en wat denk je? Tóch borderline. Nou, hèhè.’
De vrouw met het koperrode haar blies een furieuze rookpluim over het tafeltje. Recht voor haar stond een bord met een broodje zalmsalade dat de hoop op een beter leven definitief had opgegeven, en daarnaast een glas snel afkoelend water waaruit een flinke bos munt stak. Haar blik stond grimmig en tegelijk triomfantelijk. Het was duidelijk dat ze zich de langverwachte diagnose van haar kwaal door niets en niemand meer zou laten afnemen.
‘Schat, wat erg voor je.’
Het duo tegenover haar, twee vrouwen die elk jaar de nieuwste mode op de voet volgden, en elk jaar weer bedroefd constateerden dat het hen geen spat jonger of aantrekkelijker maakte, schudde simultaan het hoofd. De koperrode vrouw priemde haar half opgerookte sigaret in de asbak. Toen de peuk bleef smeulen gaf ze hem de doodssteek met één welgerichte lange, roze gelakte nagel.
‘What can you say. C’est la vie. Maar wat ik dus echt niet te gelóven vind is hoe lang ze je laten wachten op een antwoord. Een máánd! Weet je wat Otto, mijn therapeut dus, weet je wat hij zei toen hij het vertelde? Raad eens? Hij zei: ach, ik zag het eigenlijk meteen toen je hier de eerste keer binnenliep. Een evident geval.’ De vrouw leunde achterover om haar gesprekspartners de gelegenheid te geven hun hoofd te schudden over zoveel medisch onbegrip. Dat deden ze.
‘Wat is ook alweer precies de definitie van borderline?’ vroeg de ene, iemand die je op het eerste gezicht Irene zou noemen. ‘Ik bedoel…’ Ze begon te blozen. ‘Ik weet het wel ongeveer, maar hoe…’
‘Borderline betekent dat je de dingen van het leven niet kunt verdragen,’ zei de koperrode vrouw. ‘Dat je te gevoelig bent voor de dingen van alledag. De ruwheid. De onverschilligheid.’ Ze haalde diep adem. Ze legde haar wijs- en middelvingers op haar oogleden en begon langzaam het hoofd te schudden.
‘Ach lieverd toch.’
De andere vrouwen staken een hand uit en grepen elk een elleboog. De vrouw met borderline haalde haar handen van haar gezicht en greep de aangeboden armen. Ze glimlachtte vanachter opeengeknepen lippen, als een acteur in een oorlogsfilm die net het bevel heeft gekregen voor een zelfmoordmissie.
‘Maar gelukkig heb ik jullie, meiden. Écht hoor.’ Er was enig stevig geknijp en gestreel van handpalmen, voor een van de andere vrouwen belangstellend vroeg: ‘En hoe is Guus er trouwens onder?’
Het gezicht van de vrouw betrok. Ze nipte van haar muntthee maar zette het glas met een vies gezicht weer neer.
‘Guus? Dat kun je beter aan hem vragen. Hij roept alleen maar de hele tijd, mens doe niet zo hysterisch.’ Het duo ging geschokt overeind zitten.
‘Hij zegt dat het een hormonenkwestie is. Dat ik een aandachtsjunk ben.’
‘Een wát?’
De koperrode vrouw knikte. ‘Ja. Daar ben je dan twintig jaar mee getrouwd. Alsof hij het beter weet dan ik, wat ik voel. Maar wat wil je. Al die dokters zijn hetzelfde. Zelfs je bloedeigen man.’
Ze tuurde een moment naar de beslagen ramen.
‘Guus heeft me nooit begrepen.’ Even was het stil in het lunchcafé, op het gereutel van de espressomachine na.
‘Zullen we gaan?’ Het klonk volkomen definitief. De andere twee begonnen haastig de checklist van hun bezittingen langs te lopen, handtas, sjaaltje, mantel, paraplu. De koperrode vrouw zag het ongeduldig aan.
‘Klaar?’
De twee begonnen achter het tafeltje vandaan te schuiven. De vrouw rees uit haar stoel. Haar tas, een glimmend monster van paars leer, bleef haken en het glas muntthee, het ongelukkige broodje zalmsla en twee espressokopjes kletterden op de plavuizen.
De vrouw was al bij de deur. Terwijl ze de deur openduwde zei ze, zonder om te kijken: ‘Laat maar liggen, dat wordt vanzelf opgeruimd.’
jaeggi om 15 februari 2008 17:05
