« een gedachte die vandaag helemaal niet in me opkwam | Main | de strijd »

13 februari 2008

ach kunt u misschien even mijn sigaretten pakken?

Ik heb weleens een gesprek van twee uur gevoerd over autobanden. Nou ja, gesprek: de andere monteurs praatten en ik deed of ik er niet was. Ze vroegen niet wat ik van Pirelli vond maar ze lieten me wel met rust. De dag ervoor hadden ze me nog met een zware steekkar naar een garage aan het andere eind van de stad gestuurd voor een doos harde nippels.
‘Dat doen ze bij elke nieuwe,’zei de op-een-na-jongste monteur troostend, toen ik uitgeput, met het gelach van de monteurs nog narinkelend in mijn oren neerplofte in de kantine, onder de blote tieten van Miss July.
Mijn vader vond het ongezond als ik de hele grote vakantie op mijn kamer zou blijven zitten, en regelde daarom elk jaar een vakantiebaantje voor me. Ik heb worst verkocht bij de Hema (elke twee weken moesten ze de stalen vork waarmee de worst uit het kooknat werd gevist vernieuwen – volkomen weggevreten. Ik geef het maar even door), aan de lamineermachine gestaan bij Tetrapak Moerdijk, en deze zomer bevond ik mij in een suburb van Breda, in een garage met Michiel, Donald en Otto, die in zevenentwintig seconden vier autobanden kon verwisselen. Dat heb ik daarna nooit meer iemand zien doen, maar Otto was wel degene waar je voor moest oppassen. Ik wil niet zeggen dat hij een gemene sadist was, maar als je een paar banden verwisselde moest je wel altijd eerst verifiëren of de machine wel de goede kant opdraaide, omdat Otto het geweldig grappig vond als jij een band oplegde en de machine (een soort dikke stalen schroefdraad, die eenmaal aangezet onstuitbaar de band van een wieldop trok) de band de vernieling inhielp. Gevolg: een woedende klant, gestamelde excuses en uit de kantine het hoge gillende lachen van Otto.
Ik kon geen Alfa Romeo van een BMW onderscheiden – nog steeds niet – daarom liep ik in die garage op naalden. Elk moment kon een monteur roepen: ‘Héé, pikkie. Kom eens hier! Van welk type Mercedes is deze grille?’
Er zijn maatschappelijke groepen waarin het belangrijk is dat je iets van auto’s afweet. Er zijn ook mensen die je niet meer voor vol aanzien als je twee EK-voetbalfinale’s door elkaar haalt. Die twee groepen samen beslaan ongeveer alle mannelijke Nederlanders. Daarom doe ik tegenwoordig net of ik weet wat een wankelmotor is. Ik ben al genoeg vrienden kwijtgeraakt.
In de garage hield ik mij staande door verdienstelijk de rol van slaaf te spelen. Pakjes shag, broodjes paling, bakken friet, ze hoefden maar te kikken. Lichamelijk was het zwaar, want de garage was zo warm als een broeikas. Vrijwel iedereen (behalve Donald, die volgens de anderen een afgrijselijke huidziekte had) liep die zomer naakt onder zijn overall. Zo was het net uit te houden. Af en toe, als er een grote terreinwagen binnenreed, speelde er zelfs een verfrissend windje binnen door de spleten in de overall waardoor je normaliter in je broekzak kon. Ik hield eerst mijn onderbroek nog aan, maar mijn moeder reageerde zo ontzet op mijn met blauwe smeer en rubberstrepen bevlekte ondergoed – je moet weleens krabben – dat ik net als de anderen halverwege die zomer enkel nog een overall droeg, veiligheidsschoenen met stalen neuzen en verder niks.
Het zal u niet verbazen dat het Otto was die mij leerde hoe je die klederdracht kon aanwenden om een saaie, warme dag in de garage wat op te vrolijken. Als er een vrouw binnen kwam rijden voor een paar nieuwe banden – het mooiste was natuurlijk een blondine in een open sportwagen, maar in principe was elke vrouw goed – haalde je netjes de banden eraf, legde ze op de machine, smeerde ze in met glijmiddel, en vroeg dan, terwijl je hulpeloos je besmeurde handen ophield (eventueel met een lichte heupbeweging): ‘Ach mevrouw, zou u misschien even mijn sigaretten kunnen pakken?’
Eén op de vier trapte er in. Zo werd het toch nog een heerlijke zomer.


jaeggi om 13 februari 2008 12:02