« klein gedicht voor wie de dag niet denkt door te komen | Main | Persbericht »

04 december 2007

stadsgedicht 12

Dit is het twaalfde en een-na-laatste stadsgedicht. Het dertiende en laatste stadsgedicht verschijnt op 31 januari 2008, op het Gedichtenbal in Paradiso, waar de nieuwe Amsterdamse stadsdichter officieel benoemd zal worden.


Hunkertown

Wij zijn hier gebracht
door onbekenden,
die meteen weer vertrokken,
met achterlating van pompen
om ons droog te houden,
kilometers plastic lint (rood-wit)
en een soort café: Boerenjongens,
prima broodjes en de humor van de stad.

Hier zitten wij nu,
hier blijven wij nog even
toch alweer vijf jaar geleden
sinds de sleutel van de eerste voordeur
dat was daar, die mensen
zijn inmiddels verhuisd. Konden
slecht tegen de wind. Ach, de mens

is veel van plan. Het scheppen
van een stad uit zand, tocht
en goede bedoelingen:
o zusterstad van Legoland.
Wij zijn niet ongelukkig
hier, dat waren wij daar
ook niet. Wij leven samen
in mono.

Verre molens malen de wind,
in de Sem-Presserhof lacht een kind
als een dier. Aan de rafelrand
waar nieuwe adressen ontstaan,
klappert een plastic boodschap: kom
ook. Kom hier. De bezorger heeft alvast
uw dagblad in de bus gedaan.


(IJ-burg, zomer/herfst 2007)


Op woensdag 21 november 2007 is het 5 jaar geleden dat de eerste bewoners van IJburg hun sleutel overhandigd kregen. Dit stadsgedicht, het twaalfde, werd geschreven ter ere van de veelbesproken stadswijk die aan het verrijzen is ten oosten van Amsterdam. Men komt er met tram 26.
Een eerste versie van dit gedicht werd gemaakt in opdracht van projectontwikkelaar De Principaal. Deze versie wijkt nogal af van de oerversie.

jaeggi om 04 december 2007 10:37