« het beulswerk van de tijd | Main | zinnen die je dag om zeep helpen »

13 december 2007

leeslogboek

Onderstaand stuk verscheen deze week in het tijdschrift Lezen.
Ik zal in het vervolg vaker een leeslogboek plaatsen, met een keuze uit de oogst van de weken daarvoor. Het idee van een Leeslogboek is niet geheel nieuw, beroemd is Nick Hornby's leeslogboek in The Believer, The Polysyllabic Spree - maar er is niets mis met het jat... adapteren van een goed idee (Onderaan het artikel een lijstje van boeken die momenteel op de Te lezen-stapel liggen).

Ik heb gelezen over de massamoord in Rwanda, over alomvattende liefde en over de hilarische en melancholiek stemmende belevenissen van een Nederlandse schrijver in Rusland – maar niets heeft de afgelopen maand zoveel indruk op me gemaakt als de ontdekking waar ons eten vandaan komt. Voor mij is dat ongeveer hetzelfde als de ontdekking van de bron van de Nijl.
De vraag houdt me al bezig sinds ik ooit in een nachtelijke snackbar een bereklauw zat weg te werken – een bereklauw is een combinatie van tot ver voorbij het punt van eetbaarheid gefrituurde uienringen en schijven gehakt aan een satéprikker - en ik vlak voor het moment dat de laatste hap mijn lippen zou raken ineens dacht, ja maar wacht even: wat zit ik hier nu eigenlijk te eten? Ik ben niet de enige die zich dit afvraagt. In de tijd dat ik medewerker was aan de Volkskeuken, de kookrubriek van de Volkskrant, was het de meest gestelde vraag die wij van lezers kregen: waar komt het vandaan, door welke handen is het gegaan en vooral, hoe kom ik daar achter? Ik had daar nooit een echt goed antwoord op. Van een zak aardappelen kun je meestal met redelijke zekerheid zeggen waar en wanneer ze uit de grond zijn getrokken, maar hoe zit dat met pindakaas? Met saksische leverworst? Met chocolade muisjes? Om niet te spreken van de duistere en vrijwel onnaspeurbare wegen die grondstoffen moeten gaan om uiteindelijk te belanden in een negerzoen.
Een deel van de waarheid over ons voedsel (en dan heb ik het niet zozeer over de kropsla van de groenteboer, maar over al het industrieel geproduceerde voedsel, dat meer dan 70 % van onze totale voedselconsumptie uitmaakt) vond ik bij het lezen van The Omnivore’s dilemma van Michael Pollan, dat al enkele maanden in de New York Times bestseller lijst staat (vertaling van mij, AJ): ‘Toen ik de weg langs onze industriële voedselketen begon terug te zoeken verwachtte ik aanvankelijk dat die zoektocht me op veel verschilende plaatsen zou brengen. En hoewel mijn reizen me langs een groot aantal staten voerden, en ik vele kilometers aflegde, aan het eind van deze voedselketens (of beter gezegd: helemaal aan het begin) bevond ik mij iedere keer weer op vrijwel dezelfde plek: een akker in de Amerikaanse Corn Belt. (-) Maïs voedt de stier die een steak wordt. Maïs voedt de kip en de big, de kalkoen en het lam, de meerval en de tilapia. Zelfs de zalm wordt genetisch verbouwd om maïs te leren eten.’ Waarna Pollan helder uiteenzet hoe je, als je een emmer Chicken McNugget eet met een beker cola, je in feite je hap maïs wegspoelt met een slok maïs (bio-industriële kippen eten ontzaglijk veel maïs; de meeste softdrinks worden gezoet met fructosesiroop uit, precies, mais).
Nu gaat dit boek vooral over Amerika, en de toestand daar is, als ik goed ingelicht ben (en dat ben ik), nog een paar graden hopelozer dan hier. Niet alles wat Pollan beschrijft gaat dus letterlijk op voor Europa. Wij bieden onze fokdieren bijvoorbeeld nog de keus tussen maïs en soja. Maar ik verlangde na het lezen van dit boek sterk terug naar de tijd dat ik een hap eten in mijn mond kon steken zonder erbij na te denken. Zelfs al ging het dan om een diep donkerbruin gefrituurde bereklauw.
Ik las nog een boek over eten, maar daar werd ik een stuk vrolijker van. In het autobiografische Kitchen Confidential vertelt de beroemde New Yorkse kok Anthony Bourdain over zijn avonturen in de culinaire onderbuik. Hij voert je bij je neus langs de keukens waar hij het vak leerde. Zijn eerste ervaringen deed hij op in de keuken van de Dreadnaught in Provincetown, tussen een bijeen geraapt zootje koks dat gekleed ging als een kruising tussen hippies en piraten: witte koksjassen met de mouwen eraf gescheurd, spijkerbroeken, morsige en rafelige bandana’s, smerige schorten, enorme gouden oorringen, armbanden, sjaaltjes, ivoren ringen en tattoos. Voor de jonge Bourdain, die zich tussen dit stelletje ongeregeld probeerde op te werken vanuit de spoelkeuken, waren het de halfgoden van de grill. Onvergetelijk is het verhaal waarin hij zich brandt aan een pan en begint te jammeren om een pleister en brandzalf – waarop de reusachtige zwarte kok Tyrone zijn handen ophoudt, die overdekt zijn met een ‘afschuwelijke constellatie van met vocht gevulde blaren, felle rode brandplekken van de grill, oude littekens, en rauw vlees waar de huid door stoom of heet vet simpelweg had losgelaten.’
Behalve veel eten was het veel Amerika deze maand: ik las ook Notes from a Big Country van de Brits-Amerikaanse columnist Bill Bryson. Geestige verhalen over het leven in Amerika (Bryson verhuisde na twintig jaar in Engeland terug naar zijn vaderland), waarin humeurige ambtenaren, onwillige huisdieren en onbeschaafde obers natuurlijk een grote rol spelen (waar zouden wij columnisten zijn zonder obers, huisdieren en ambtenaren?). Maar ook houdt Bryson een kraakhelder betoog tegen het huidige economische denken, in bijzonder het Bruto Nationaal produkt (wat wij met zijn allen verdienen, zeg maar): 'Kort geleden was ik in Pennsylvania bij een zinkfabriek wiens uitstoot van afvalstoffen zo vervuilend was dat een complete berg erdoor ontbost was. Van het hek om de fabriek heen tot de top van de berg was nergens meer een sprietje vegetatie te vinden. Maar gezien vanuit een BNP-perspectief was dit geweldig.
Allereerst had de economie geprofiteerd van alle zink dat de fabriek jarenlang had veredeld en verkocht. Vervolgens was er economische winst vanwege de tientallen miljoenen dollars die de overheid moest besteden aan de schoonmaak van het terrein en de berg. En tenslotte zal het BNP nog lang blijven groeien door de medische behandeling van alle arbeiders en mensen in de stad die ziek zijn geworden van de vervuiling. In conventionele economische termen is dit allemaal winst, geen verlies. Dat geldt ook voor overbevissing en ontbossing. Kort gezegd: hoe roekelozer we onze natuurlijke hulpbronnen opgebruiken, hoe meer het BNP glanst. Of zoals de econoom Herman Daly ooit zei: "Het huidige nationale economische systeem behandelt de aarde alsof het een boedel onder failissement is."'
Kortom: degenen die blijven volhouden dat economische groei met procenten per jaar de enige manier is om te overleven, hadden tegelijk met die andere dinosaurussen moeten uitsterven. 

Tot slot een leestip: Montagne Russe van Pieter Waterdrinker. Want in Amerika is de waanzin misschien aan de macht, maar in Rusland kan het nog gekker. En dat zijn dan twee van de machtigste staten ter wereld. Gelukkig leeft China, de derde mondiale grootmacht, in elk geval onder een gewetensvol en democratisch bewind...


Gekocht/gekregen
Jean Hatzfeld: Machete Season: The killers in Rwanda speak (non-fictie, Farrar, Strauss & Giroux, New York)
Kevin Rushby: Het paradijs, Drieduizend jaar zoeken naar de perfecte wereld (non-fictie, Athenaeum – Polak & Van Gennep)
Dave Eggers, What is the What (roman, Penguin)
Pham Thi Hoai, Alomvattende liefde (novelle, Novib)
Michael Pollan, The Omnivore’s dilemma: the search for a perfect meal in a fast-food world (non-fictie, Bloomsbury)
Ursula Hegi, Het ergste wat ik ooit gedaan heb (roman, Archipel)
Pat Donnez, Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat) (gedichten, De Arbeiderspers)
Gert Vlok Nel: Het is onnatuurlik om te leven (Podium)
Wim Brands (samenst.) e.a.: Briefgeheim (Nieuw Amsterdam)
Peter du Gardijn, Onder de dieren (gedichten, De Bezige Bij)
Koen Boey (red.): Filosoferen over geweld.(Acco, Leuven)
Leonard Nolens, Bres (gedichten, Querido)
Pieter Waterdrinker, Montagne Russe (De Arbeiderspers)
Bill Bryson: Notes from a Big Country (Black Swan)
Anthony Bourdain, Kitchen confidential: Adventures in the Culinary Underbelly. (Bloomsbury)

Gelezen:
Alles behalve Dave Eggers.
Volgende keer onder meer: Jan Baeke, Groter dan de feiten, Anne Vegter, Spamfighter, Jasoro, Ashoop/ Versvuur, McSweeney's 'Three books Held Within by Magnets: The Unwritten Stories of F. Scott Fitzgerald, New Work from Oulipo, The poetry chains of Dominic Luxford' (aardige titel overigens), Machiavelli en de Supermarktwijngids 2008.


jaeggi om 13 december 2007 13:55