« elf | Main | dan gaan er meer »

20 december 2007

het grote kerstnummer

(Dinsdag a.s. verschijnt Adriaans Grote Kerstnummer, Heerlijk Lezen voor de Feestdagen, op dit weblog. Hierbij alvast een voorproef. Zie het als zo'n lepel met opgekrulde steel met een kwak zalmmousse die je tijdens de borrel krijgt.)


Kerstdiners in de jaren ’70 waren het gevaarlijkst.
Achteraf prijs je je gelukkig dat je ze allemaal hebt overleefd, die explosieve combinatie van opgekropte spanning over het kerstmenu, oud familiezeer en kokendhete fonduepannen. Benjamin Franklin zei ooit: er zijn twee dingen in het leven onvermijdelijk, de dood en de belastingen, maar aan dat historische duo kunnen we gerust een derde toevoegen: het kerstdiner. De ene helft van de mensheid ziet het als een langdurige, verplichte marteling en zou het het liefst overslaan, maar dat is onmogelijk, want dat zou de andere helft van de mensheid een acute hartaanval bezorgen.
‘Hebben jullie al besloten wat jullie doen met Eerste Kerstdag?’ Ergens vroeg in oktober komt het eerste telefoontje, en je weet dat je de komende weken belegerd gaat worden met op het oog onschuldige, maar steeds dwingender vragen, zoals: ‘Je weet toch dat wij op Tweede kerstdag weg zijn? Dan zijn we bij oom Ab en tante Martha, weet je nog? Hun kinderen geven elk jaar een groot kerstdiner voor de hele familie. Zo leuk. Jullie zijn natuurlijk ook uitgenodigd, maar ik heb maar gezegd dat jullie het waarschijnlijk te druk hebben voor twéé kerstdiners. Toch?’ En terwijl je een uitweg probeert te vinden uit dit doolhof vol schuldgevoel en hete kolen, dwalen je gedachten af naar kerstdiners van voorgaande jaren. Hoe erg was het ook alweer? Je kunt meestal wel op je geheugen vertrouwen om de ergste herinneringen wat te verzachten, maar rond kerst lijkt het allemaal om de een of andere reden achteraf nog schrijnender dan het was. Sommige relletjes waren vrij onschuldig, zoals toen de hond tijdens de feestelijke borrel (gevulde eitjes met een toefje nepkaviaar) de kamer binnenkwam en, met zijn kop tegen het roomwitte tapijt gedrukt en zijn ogen halfdicht geknepen zijn kort daarvoor verorberde snack op het tapijt kotste: A Merry Christmas with John Denver, de cassette die je vader elk jaar draaide bij de After Eight.
Het verhaal met de hond werd een vast hoogtepunt bij latere kerstdiners, maar dat gold niet voor de anekdote over het kerstdiner waarop jongste zus S., toendertijd veertien, in haar nieuwe zwarte jurkje met een ravijndiep decolleté de trap af kwam. Vader greep naar zijn hart. Moeder liet het deksel van de soepterrine vallen. Duizend scherven. Het duurde bijna tot Oud en Nieuw voor de betrrekkingen weer enigzins genormaliseerd waren. Van het zwarte jurkje werd nooit meer iets gehoord.
Achteraf was het misschien wel enigzins begrijpelijk. Een kerstdiner is nu eenmaal niet de meest ideale gelegenheid om te ontdekken dat je kinderen tot volwassen mensen zijn uitgegroeid – maar het geeft ook aan dat de generatiekloof nimmer zo diep gaapt als tijdens die wondere dagen rond Kerst. Op dat moment word pas echt duidelijk dat jij en je familie echt niet voor mekaar gekozen zouden hebben, gesteld dat iemand de keus had gehad. En hoe ouder iedereen wordt, hoe zichtbaarder al die gapende verschillen worden. Ik ben vast niet de enige die weleens het gevoel heeft gehad dat hij om de tafel zat met een stel wezens die een paar uur daarvoor uit een ruimteschip waren gekropen. Wezens die hun menselijke vermomming bepaald niet als gegoten zat.
Het onbehaaglijke gevoel dat je daarvan kunt krijgen wordt vaak nog versterkt omdat tijdens Kerst achteloos de wetten van de natuur voor een paar dagen worden opgeschort. Familieleden die al jarenlang vreedzaam uit elkaar aan het groeien zijn, die naar volle tevredenheid elk jaar weer elkaar’s verjaardagen vergeten, worden ineens bijeen gedreven alsof ze nog samenwonen. Het is vragen om moeilijkheden: zonen slapen ineens weer op hun oude jongenskamer, tussen de strijkplank en stapels strijkgoed, dochters worden met hun hele gezin bijeengedreven op de logeerkamer, waar één van haar eigen dochters al in het eerste uur een dierbaar spiegeltje van oma breekt. Oma laat zich niet kennen en troost het ontroostbare kleinkind. Achter haar staat haar eigen dochter, die snakt naar een sigaret en weet dat dit voor de rest van haar leven de kerst zal zijn waarop ‘jullie toen even niet opletten en één van de kleintjes toen grootmama’s antieke spiegeltje brak, weet je nog?’
Uit arren moede gaat ze meteen bij het voorgerecht maar in de aanval: ‘He get mam, ganzenlever! Dat kun je toch niet meer op tafel zetten? Dat kan echt niet hoor.’
Oma kijkt naar haar kleinkinderen, die op het woord ‘ganzenlever’ gehoorzaam alles uit hun mond hebben laten vallen. Ze kijkt naar haar man, die doet alsof hij dover is dan hij is. Hij likt met een onschuldig gezicht zijn mes af.
‘Nou, wat een onzin. Eén keertje per jaar kan dat toch wel?’ probeert ze. Dapper, maar kansloos. Voor ze het weet is ze verzeild in een oeverloze discussie over dierenrechten, bio-industrie en slachthuizen, terwijl in de keuken de hertenbiefstukjes staan te verpieteren.
‘He jongens, laten we nou één avond gezellig doen,’ roept ze tenslotte wanhopig, maar te laat. Haar man heeft zijn bord leeg en stort zich vol overgave in de discussie. Terwijl zij met de nauwelijks aangeraakte ganzelever naar de keuken sloft hoort ze nog net hoe hij haar hoop op een ouderwets familie-avondje rigoureus de nekslag geeft: ‘Ja, wij zitten hier nu wel lekker te eten, maar in Darfur woedt dus al drie jaar een gruwelijke oorlog, jongens, realiseren jullie je dat eigenlijk wel?’
Ook dat is onvermijdelijk bij kerstdiners: op een gegeven moment komt onherroepelijk het wereldleed ter tafel. Het passende moment hiervoor is als de jongere generatie een paar flessen van de oudere generatie heeft geleegd en vervolgens die oudere generatie verwijten gaat maken over oorlog, honger en onrecht. Aangezien John Denver een aaantal jaren geleden door de hond opgevreten was deden wij dit in achtereenvolgende jaren onder begeleiding van respectievelijk A merry Christmas with Nat King Cole, A whiter shade of Christmas with Procol Harum, gespeeld door het Roemeens Staatsorkest o.l.v. Zoltan Cwarczyck en Swinging Christmas with Tom Jones, platen die ook tot het vaste repertoire behoren in Satan’s privé-disco.

Er was één jaar dat we...

Er was één jaar dat we een manmoedige poging deden om alle valkuilen uit voorgaande jaren te vermijden. Dat was het jaar dat het kerstdiner plaatsvond in de Prins Johan Friso-zaal van hotel/partycentrum d’ Oude Smidse. ‘Sfeervol en romantisch tafelen met live muziek,’ las mijn moeder verlekkerd voor uit de folder.
Het vreemde is dat ik me juist van die avond niets meer herinner. Was dat niet de avond dat ik, net elf geworden, de hele avond onder tafel doorbracht met mijn twee buitenlandse nichtjes en zij me alle nuances uit de doeken deden van het grote mysterie vrouw, en van het uitdrinken van de halflege glazen die grote mensen lieten staan? Was dat niet de avond dat voor het eerst van mijn leven mijn maag werd leeggepompt? Ik weet het niet meer. Daarom heb ik op het internet maar eens gezocht of die sfeer van toen nog steeds bestaat. Het was een heuglijke ervaring: er mag dan veel veranderd zijn sinds de jaren ’70, de muur is gevallen, de gulden verdween en Saddam ook, maar één ding bleef onwrikbaar hetzelfde: het Kerst-arrangement.
Het kerst-arrangement is een oer-Nederlandse traditie waarbij geen enkele bevolkingsgroep wordt overgeslagen. Familie’s, alleenstaanden, happy singles, homo’s, bi’s en weet-nog-niet’s: voor iedereen bestaat een kerstarrangement op maat. Van linedancers (met kerstboom in Westernstijl!) tot nomadenstammen (tot elkaar komen in een originele Comanche zweethut). En voor degenen die al die poespas maar overdreven vinden, die gewoon een gezellig en voorspelbaar kerstdiner willen hebben, is er de aanbieding van de PartyCompany: ‘Onze kerstdiners zijn altijd onbeperkt qua eten en drinken en in buffetvorm.’ Je ziet de kudde dronken ooms al de polonaise dansen op het desertbuffet.
Het kan ook beschaafder. ‘Sfeervol & romantisch tafelen met live muziek,’ biedt Landgoed Robacher's Watermolen aan. ‘Om 18.00 uur worden de gasten rondom de brandende open haard op "De Deel" of in "De Weinstube" onthaald met een feestelijk aperitief van Kir Royale, (met of zonder alcohol), waarbij het Robacher team u en uw gasten persoonlijk welkom heet. Vervolgens een informeel samenzijn, rondom de sta-tafels (zitgelegenheid is aanwezig) met dranken naar keuze uit het drankenarrangement. Om 18.45 uur wordt een ieder uitgenodigd plaats te nemen aan de feestelijk ingedekte tafels voor de eerste gang van het luxe 7-gangen meerkeuze Kerstdiner/Dansant.’
Diner-dansant! Het bestaat nog! En wij maar denken dat het uitgestorven was, samen met de berberleeuw en de Sumatraanse neushoorn. Een diner-dansant. Als er nou íets is dat wij ons voornamen toen wij het huis uitgingen, dan was het om nooit van onze levensdagen een diner-dansant te geven. En dus raakten wij in de jaren ’80 en ’90 verzeild in een vicieuze cirkel van andere, betere en hippere manieren van kerst vieren. Ergens halverwege de jaren ’90 hoorden wij onszelf aldus zeggen: ‘Schat, Job en Imme gaan dit jaar weer wandelen op de Mookerse hei. Daarna maakt Imme haar Vlaamse wildstoofpot en gaan we konijnen in het wild spotten. Wil je dat? Anders kunnen we naar Boudewijn en Ingeborg, die geven dit jaar een water-en-brood-diner, en al het geld dat we op het eten uitsparen gaat dan naar goede doelen. Dat is toch leuk? Anders wordt het eten bij Floris en Everard. Dat begint om een uurtje of twee al, want het wordt een twintig-gangen-diner. Ze hebben het er al maanden over. Wel alles strikt vegetarisch, natuurlijk, je weet hoe ze zijn. Goh. Twintig gangen. Ik wist niet eens dat er zoveel soorten groente bestonden.’
Uiteindelijk belandden we die kerst bij mensen die we via-via kenden, om niet te zeggen via-via-via-via. De ontvangst was uiterst hartelijk, en we hadden ons glaasje cider nog niet achterovergeslagen (we hadden dorst) en het minibakje exquise nootjes dat we erbij kregen nog niet weggeslikt (we hadden honger) toen de gastvrouw zich midden in de kamer opstelde met een vel papier in haar hand. Wij verwachtten een gedicht.
‘Lieve vrienden,’ sprak de gastvrouw op gedragen toon, ‘vanavond beginnen wij met een carpaccio van venkel, radijs en pata negra. Daarna vervolgen wij de maaltijd met een tompoes van Baltische makreel, gevolgd door hazenrug met witlofschuim...’
Van het eten herinner ik mij niets. Ik weet alleen nog dat ik die avond veel aan Elisabeth David dacht. ‘Als het aan mij zou liggen,’ schreef ze in Elizabeth’s David’s kerstmis (Het Spectrum, 2003), ‘zou mijn kerstmaaltijd bestaan uit een omelet en een plak koude ham met een lekkere fles wijn tussen de middag en ’s avonds een sandwich met gerookte zalm en een glas champagne op een dienblad in bed.’
Zou dat geen fijne kerst zijn? ‘Hallo jongens, fijn dat jullie er zijn. Wij gaan naar boven met onze omelet en ons glaasje champagne. Zetten jullie de video met A Christmas Carol maar aan. In de broodtrommel liggen nog wat soepstengels. Veel plezier, enneh… Merry Christmas.’
Maar het kan niet. Het is onmogelijk, alleen al omdat we nu zelf de verantwoordelijkheid hebben voor onze kerstdiners. Hoe het gekomen is weten we zelf eigenlijk niet. Op een gegeven moment zei iedereen: Is het weer bij jullie dit jaar? We hebben de verantwoordelijkheid nog een paar jaar van ons af weten te schuiven door feestjes te geven waarbij we een feestelijke kerstpunch maakten van wat iedereen aan drank had meegenomen (wat bijvoorbeeld neerkwam uit op een punch samengesteld uit champagne, zoete Duitse wijn, jenever, Blue Curacao, Port, Cointreau, citroensap, een fles Drambuie en een blik ananasblokjes). En daarna bleef iedereen slapen, want niemand kon zijn auto meer vinden.
Maar toen kwamen de kinderen. De eerste paar jaar was dat geen probleem, al had één van ons continu dienst in de babykamer, want baby’s hebben een zesde zintuig voor feestjes en hebben tevens een uitgebreid arsenaal aan taktieken om je feest te ontregelen, van super-kotsaanvallen tot zeer overtuigend schijndood spelen.
Maar dat was allemaal kinderspel vergeleken met de jaren die volgden, toen de blikken waarmee ze ons aankeken boven de pompoensoep (konijn en ree waren al jaren daarvoor van het menu afgevoerd, toen de oudste op haar vraag: ‘Lekker. Wat is dit voor vlees?’ het antwoord ‘Konijn!’ kreeg, waarna ze zich opsloot in de wc en daar de rest van de avond kokhalsgeluiden ging zitten maken) steeds genadelozer werden. Natuurlijk vroegen wij ons af, als moderne, betrokken ouders, wat we in hemelsnaam fout deden – maar we hoefden maar even in ons geheugen te graven om weer te weten hoe walgelijk amicaal onze ouders werden na de reerug en de dessertwijn. Dan gingen ze aan elkaar zitten. En stomme liedjes brullen bij de piano. Dezelfde dingen, kortom, die we tegenwoordig zelf graag doen, als we een gezellig feestje hebben.
En eindelijk begrijpen we waarom onze ouders met kerst rondliepen met zulke verwonderde, glazige blikken, alsof ze een klap op hun hoofd hadden gehad. Ze zagen hoe de geschiedenis zich herhaalde, in het engelenhaar, de kerstkransjes, de lichte brandgeur die in huis hing, de scherven van de kerstballen aan de voet van de boom. Ze zagen hun eigen ouders rondlopen met kerst: en nu, in exact hetzelfde decor, waren ze zelf de ouders. De mensen waarover Frans Halsema zo onvergetelijk zong: ‘Tweede Kerstdag, kwart voor drieën, vader heeft nou al genoeg/ van de kerstkrans en de kaarsjes/ en het begon al zo vroeg./ Hij telt op: twee kinderruzies, echtelijk misverstand/ Twee ballen/ gevallen/ En bíjna brand: Kyrie Eleis’.
Misschien moeten we het dit jaar eens helemaal anders doen. Wel een boom, geen engelenhaar. Zeker geen boom versierd met lingerie van de gasten, zoals we ook weleens gedaan hebben – een Kerst om snel te vergeten. Geen kerstarrangement en geen Merry Christmas with Robbie Williams. Geen steeds wijder wordende generatiekloof tussen ons en de kinderen, nog even niet. We besteden ze uit. Nee, niet aan een pony- of zeilkamp: aan andere ouders. Zij krijgen de onze, wij die van hen. Het is de ideale oplossing. Als onze kinderen na kerst met terugkomen met griezelverhalen over de liederlijke kerstviering bij anderen, kunnen wij ze met de hand op het hart verzekeren dat wij nóóit zo gek zouden doen met Kerst – dat doen alleen andere mensen. En tegen de tijd dat ze daar dwars doorheen kijken is het vast wel weer tijd om de fonduepan en het Triviantspel uit de berging te halen. Dat is tenminste een geruststelling: op een goed moment beginnen ook kinderen naar vroeger te verlangen.

(dit artikel verscheen deze week ook in het tijdschrift Linda))


jaeggi om 20 december 2007 11:44