« francois | Main | thank God it's Friday »

22 november 2007

het kortste gedicht (slot)

Het kortste gedicht in de Nederlandse taal schreef ik ongeveer een jaar geleden, tijdens de voorbereidingen op een workshop ‘Sinterklaasgedichten schrijven’ voor de Sinterklaasavond voor volwassenen in de Amsterdamse stadsschouwburg op 5 december 2006. Aan het einde van de Sinterklaas-sessie eindigde ik met de woorden: ‘Nu U!’.
Het kortste Nederlandse gedicht ooit was geboren.

Nu
U.

Copyright Adriaan Jaeggi (2006), eeuwige roem, van die dingen. Om het gedicht openbaar te maken begon ik...

Om het gedicht openbaar te maken begon ik een paar weken geleden aan de serie Het kortste gedicht op dit weblog, met de bedoeling om na alle goedbedoelde pogingen van collega-dichters triomfantelijk met mijn eigen vondst voor de dag te komen. Al bij de tweede reactie werd mijn hoop op eeuwige roem vooralsnog de bodem ingeslagen. Willem Bongers, de illustere hoofdredacteur van het literair tijdschrift Vooys meldde droogjes dat Joost van den Vondel (1587-1697) me een slordige vierhondervijftig jaar vóór was geweest:

U
Nu.

Dit kortgedicht is wellicht geïnspireerd door de Poetry Slam die Vondel en Jacob Cats ooit gehad zouden hebben na een avondmaaltijd, waarbij Cats de walmende kaars van tafel pakte en per ongeluk gesmolten kaarsvet op de kleren van Vondel knoeide. Hij reageerde met het gedicht

Vet
Smet.

Vondel, niet minder ad rem, verkocht daarop Vadertje Cats een muilpeer, onder het uitspreken van het onvergetelijke:

Ik
Tik.

Enige tijd later verbeterde Vondel zijn eigen record kortgedicht dus met het eerder genoemde liefdesgedicht

U
Nu

Niets ten nadele van de oude meester, maar ik vind dat er op dit gedicht nog wel verbeteringen mogelijk zijn. Als wij aannemen dat het inderdaad een liefdesgedicht betreft kan het volgens mij beter, hartstochtelijker én korter.

U,
U!

Een langere variant is ook mogelijk, nog steeds korter dan die van Joost:

U,
o,
U!

Copyright Adriaan Jaeggi, eeuwige roem, etc.
Helaas was daar toen weer die Willem Bongers, die mailde: ‘Tja, ik vind er toch minder levensgevoel in doorklinken... En de variatie en cumulatie ontbreken zo, het rijm is nu rijk maar minder gelaagd en geslaagd, hoewel de iconiciteit gebleven is. En het doet me denken aan de Universiteit Utrecht. En het ritme wordt zo stokkeriger. Nee, “U/ nu” blijft mijn voorkeur hebben.’
Zou je zo’n kerel niet? Het is dat hij er verstand van heeft, hij studeert er tenslotte voor, maar anders.
Het werd nog erger toen hij een dag later zijn keuze begon te onderbouwen met een regen aan argumenten: ‘”U/ nu” is als sonnet ook veel schoner (volta na de 'n', extra foregrouding van de essentiële laatste 'u'), het is frisser en vitaler, het lijkt eloquenter dan het stotterende “U/ u!” en het omvat ook typografisch zoveel meer (de neergaande lijn van het begin van de eerste u, het verwachtingsvolle van de “n'”die gaat fungeren als hopend subject en, welbeschouwd, een perverse relatie onderhoudt met de Platoons-complementaire “u'” die, zo bezien, een transformatie van het begeerd naar het bezeten lief behelzen, de laatste u als een kreet, als een vervulde u-wens, als een orgastisch opgaande u, want dat is de boodschap van de laatste lijn van de letter “u'” waarmee de lezer het gedicht uit en de wijde wereld ín gebonjourd wordt, u nu is een opgaan in zichzelf, een opgaan voor zichzelf én een opgaan voor de ander ineen, dans hiernaar zo goed als je kunt lezer!’

Intussen had ik meer mails gekregen over het ultra-korte gedicht, onder meer van Samuel Vriezen, met interessante informatie over het genre: ‘het ultrakorte gedicht was in de jaren '60 een handelsmerk van Aram Saroyan, die een heus politiek schandaal veroorzaakte met zijn gedicht

lighght

Korter nog is

eyeye

Ook Ted Berrigan, een veelzijdige en spraakmakende dichter van zijn generatie in NY, schreef (onder invloed van Saroyan) één-woords-gedichten, zoals

surface

en

bent

Deze gedichten worden meestal midden op een verder lege pagina gepubliceerd.’
De vraag die direct bij mij opkwam was of een dichter elk woord op deze manier kan claimen als ‘zijn gedicht’. Ik dacht van niet, maar schreef voor de zekerheid toch snel de volgende drie gedichten:

Blik

Adriaan Jaeggi


Typhoon.


Adriaan Jaeggi


Overdreven.

Adriaan Jaeggi

Het eerste is het sterkst, geloof ik.
Samuel Vriezen maakte mij ook attent op de OULIPO, oftewel Ouvroir de Littérature Potentielle; een ‘Workshop for Potential Literature’. Deze werd in 1960 gesticht door, wie anders, Raymond Queneau , met de bedoeling te onderzoeken wat de effecten waren van het schrijven onder zware, zelfopgelegde regels. Een bekend voorbeeld van een OULIPO-boek is george Perec’s literaire thriler La Disparition, over de verdwijning van de letter 'e'. In het verhaal van ruim 300 pagina's komt die letter geen enkele maal voor - een Nederlandse vertaling ervan bestaat uiteraard niet. Drie jaar later keert hij die krachttoer om in Les Revenentes - daarin is de 'e' de enige gebruikte klinker. (bron: Wikipedia)
Verder zoekend naar het kortste gedicht: de dichter François Le Lionnais heeft binnen de OULIPO het idee van het 'gaan tot de limiet' geintroduceerd. Dit betekent, in het uiterste geval: gedichten van 1
Letter. En natuurlijk het lege gedicht.
Andere mogelijkheden zijn gedichten bestaand uit leestekens:

; -
; :
!!

Adriaan Jaeggi

of gedichten enkel bestaand uit metrum-tekens , zoals Christian Morgenstern's Fisches Nachtgesang (waarvan de uitstekende Nederlandse vertaling overigens te vinden is in Guus Luijters’ net verschenen Grote Dieren Gedichten Boek).
De mogelijkheden voor een nog korter gedicht zijn onuitputtelijk: gedichten bestaand uit letters die niet tot het gewone alfabet behoren, gedichten waarbij leestekens een andere betekenis krijgen (zoals bij die verfoeilijke emoticons :-)(((), en ik herinner me van mijn studie een prachtige serie fonetische symbolen waarmee je een gedicht zou kunnen maken dat alleen gelezen kan worden door een tweede lezer, die de lippen van de eerste lezer leest.
Conclusie: een zoektocht naar het kortste gedicht mondt uit in een eindeloos aantal mogelijkheden, oftewel: van het Niets naar het Al. Met excuses voor deze daverende open deur, maar zo zit het nu eenmaal.
Alle inzenders: dank voor de inspirerende gedichten en reacties. Zonder u was dit niet zo’n verhelderende serie geworden. U, o, U!


jaeggi om 22 november 2007 13:28