« augustus 2007 | Main | oktober 2007 »

25 september 2007

in Constantinopel

De komende week bevind ik mij aan de Bosporus.
Geen actie op dit weblog dus tot zondag. Wel dit citaat van de man die de Bosporus overzwom (wat ik overigens ook zeker ga proberen):

The European with the Asian shore,
Sprinkled with palaces, the ocean stream
Here and there studded with a seventy-four,
Sophia's cupola with golden gleam;
The cypress groves; Olympus high and hoar;
The twelve isles, and the more than I could dream,
Far less describe, present the very view
Which charm'd the charming Mary Montague.

(-)

The wind swept down the Euxine, and the wave
Broke foaming o'er the blue Symplegades.
'Tis a grand sight, from off the giant's grave,
To watch the progress of those rolling seas
Between the Bosphorus, as they lash and lave
Europe and Asia, you being quite at ease.

Byron, Don Juan (Canto V)

Posted by jaeggi at 08:56 am

23 september 2007

sluipschuttters

Tussen mijn twaalfde en mijn veertiende had ik veel last van sluipschutters.
Als ik ’s ochtends de achterdeur uitkwam moest ik eerst vijftig meter open terrein oversteken. Daarom moest ik wachten tot er een auto voorbijkwam die ik als dekking kon gebruiken. Mijn moeder begreep dit niet en duwde mij, vooral als ik te laat voor school was, plompverloren de deur uit. Het enige dat ik dan kon doen was rennen, zo hard als ik kon, met mijn schooltas voor mijn gezicht, in de hoop dat ze me in mijn zigzaggende vaart zouden missen. Als ik de beschutting van de supermarkt had bereikt drukte ik mijn rug tegen de muur en wachtte tot mijn hart was uitgeraasd. Van daar naar school was het een kwestie van goed opletten, de geparkeerde auto’s gebruiken als dekking en op de juiste momenten kruipen.
Ik probeerde er wel eens met andere kinderen over te praten, in de prepuber-praatgroep, maar geen van hen leek te weten waar ik het over had. Puistjes, ja. Menstruatie, slechte cijfers op school, zelfmoordgevoelens, verschrikkelijke ouders, maar sluipschutters ho maar.
Nu nog denk ik wel eens: waarom was ik toch de enige waar de Vijand het op gemunt had?

Posted by jaeggi at 06:15 pm

21 september 2007

casuari

(Alle woorden die de afgelopen twee dagen in me opkwamen terwijl ik zocht naar het woord: casuari-schelpje.)

Kwawawari-schelpje?
Catharsis-schelpje?
Casueel-schelpje?
Kasteel-schelpje?
Kanarie-schelpje?
Kasuarisvogel-schelpje? Hmmm...
Notarisvogel - nee.
Cajun-schelpje?
Wasabi-schelpje?
Casari-... Waza-ari-... Daktari-schelpje? Grrtvrrr...
Caesar-schelpje? (Gek dat minstens de helft van de mensen Ceasar i.p.v. Caesar schrijft. In de horeca zijn er drie Ceasar-salads op één Caesar-salad. Ook zijn er mensen die dit lezen en het verschil niet zien.)
Casueel- Nee, al gehad.
Kwaadaardig-schelpje.
Helpje-schelpje.
Quasi-schelpje.
Quantum-schelpje.
Mechanica-schelpje.
Boldly Go Where No Man Has Gone Before!-schelpje.
Ik-kan-hier-beter-mee-kappen-schelpje.
Maar-hoe-kom-ik-dan-in-slaap-schelpje?

Posted by jaeggi at 01:07 am

jongensmeisjes

Als je jong bent heb je meer aan jongensmeisjes dan aan meisjesmeisjes. Jongensmeisjes willen wel met het kluppie mee een fikkie stoken. Meisjesmeisjes, als ze zich al laten overhalen, gaan dan jeremieren dat het stinkt. Dat ze houtskeelstrepen op hun jurk krijgen.
Jongensmeisjes zijn handig in het gebruik. Je kunt ze omver duwen, en dan staan ze gewoon op en slaan je een bloedneus. Jongensmeisjes huilen nooit. Meisjesmeisjes huilen onafgebroken.
Jongensmeisjes zien er hetzelfde uit als jongens, dus niemand hoeft zich zorgen te maken over verschil in lichaamsbouw.
Mijn eerste jongensmeisje heette Jenny.
Jenny kon beter judoën dan ik, maar ze was een kop kleiner. Elke woensdag, na afloop van de judolessen, als we allemaal op één mat ‘vrij partijtje’ mochten doen, zochten wij elkaar op. Wij waren de enigen die gemengd judoden. De andere jongens durfden geen meisje te werpen. Jenny kon je gewoon aanraken. Onder het T-shirt, dat alle meisjes onder hun judo-jas droegen, had ze dezelfde platte borst als jongens.
Elke tweede zaterdag van juni, vlak voor de Grote Vakantie, was er Toernooi. Jenny en ik kwamen uit in verschillende leeftijdsklassen, maar als het enigzins kon kwamen we naar elkaars wedstrijden kijken. Met een schuin oog op Jenny won ik twee partijen, maar toen kwam ik terecht in de houdgreep van een boerenzoon uit Klundert. Hij kneep zo gemeen dat ik maar aftikte.
Ik zat uit te hijgen op de rand van de mat toen Jenny bij me kwam staan.
Je had hem kunnen hebben,’ zei ze. ‘Jij was beter. Gewoon pech.’
‘Ja,’ hijgde ik. ‘Gewoon pech.’
Jenny won voor het derde jaar haar finale (meisjes 13-15 jr.). Met een opgewonden rood hoofd sprong ze van de mat. Terwijl aan de andere kant van de sporthal de laatste finales bezig waren (Mannen alle categorieën), begonnen wij op een lege mat aan een stoeiend partijtje, om het te vieren. We probeerden elkaar onderuit te halen met steeds kunstiger worpen. Toen ik haar revers beetgreep om een grote schouderworp (morote-seoi-nage) in te zetten, voelde ik zachte ronde vormen tegen mijn knokkels. Geschrokken trok ik door. Jenny vloog over mijn schouder en klapte tegen de mat, mij meesleurend in haar val. Ik kwam bovenop haar terecht. Haar knie prikte in mijn borst.
Jenny hijgde. Haar gezicht was knalrood. Op haar neus glinsterden zweetdruppeltjes.
‘Ga van me af.’ Ik wist dat ze het niet meende.
Ik probeerde een houdgreep. Mijn gezicht kwam nog dichter bij het hare. Ze trok aan mijn haar en sloeg haar benen om mijn middel.
‘Ga nou van me af,’ zei ze, maar haar benen klemden me vast. Het werd licht en stil in mijn hoofd. Ineens ging er een groot gejuich op. Ik keek verschrikt op, maar het was de winnaar van de mannenfinale die gehuldigd werd.
Het werd Grote Vakantie en toen het judo weer begon kwam Jenny niet meer. Ik dacht er geen moment aan dat het iets met mij te maken zou hebben; de meeste meisjes zag je niet meer terug zodra ze de groene band gehaald hadden. Af en toe dacht ik aan haar, niet bij judowedstrijden maar bij voetbalwedstrijden, als de camera het vak vond waar de voetbalvrouwen zaten. Allemaal meisjesmeisjes, met oranje lipstick en zonnebrillen met glazen als schotel-antennes. Ik vroeg me af of de jongens op het veld niet liever een jongensmeisje hadden, die niet op de tribune zat maar liever een balletje meetrapte. Zo’n meisje dat vroeger bij het veldje stond, in een afgetrapte spijkerbroek, kauwgom kauwend, quasi ongeinteresseerd stond te kijken naar hoe jij je uitsloofde. Als jullie naar huis gingen raapte zij de jas op die een paar seconden daarvoor nog doelpaal was geweest en gaf hem aan jou. Je trok je jas uit haar handen en gaf haar een stomp. De andere jongens grinnikten. Als je geluk had kreeg je, vlak voor je de tuin van je huis in liep, een stomp terug van haar, die de hele avond gelukzalig bleef nagloeien. Later zou je nog even verliefd zijn op Jennifer Jason Leigh, maar uiteindelijk wonnen toch meisjesmeisjes, die gilden om niks en niet konden voetballen.
Jongensmeisjes verliezen het uiteindelijk van de tijd.

Posted by jaeggi at 12:51 am

19 september 2007

cheddarvision

Ik ga hier geen gewoonte van maken, er zijn al genoeg sites, om niet te zeggen veel te veel sites, die je attent maken op Leuke Filmpjes - maar dit is schitterende TV. Bovendien brengt het gegarandeerd je stress terug naar een aanvaardbaar peil. Het enige wat je hoeft te doen is elke dag vijf minuutjes kaas zien rijpen.

Posted by jaeggi at 11:47 am

18 september 2007

uitspraken van Grote Nederlandse Denkers (deel XIV)

'Zoals ik het zie is mijn flarf dubbel mimetisch.'

- de 'uit Geldrop afkomstige maar in Utrecht residerende', bijna gepubliceerde schrijver Jeroen van Rooij (1979) in het 'tijdschrift voor lettteren' Vooys.

Bedankt Jeroen!

Posted by jaeggi at 08:53 am

15 september 2007

de komende 3 dagen...

zit ik hier in de buurt.
Dinsdag weet ik meer (en u ook).

Posted by jaeggi at 12:11 am

Kleine cursus angst


Er komt een loeder van een hond op je af, druipende kaken zweven ter hoogte van je kruis, en wat zegt het baasje? ‘Hij doet niks hoor, maar laat niet merken dat je bang bent. Dat ruiken ze.’
Ik heb nooit kunnen vaststellen of dieren inderdaad angst kunnen ruiken. Ik ben meestal te druk bezig met rennen. Wat ik wel weet is dat sommige mensen het kunnen ruiken. Rij-examinatoren. Leraren Duits. Ambtenaren van de sociale dienst. Meisjes in hippe kledingzaken - die ruiken het al als je aan komt lopen. Een kwartier en een liter angstzweet in het pashok later sturen ze je triomfantelijk met twee veel te krappe spijkerbroeken de straat weer op. Ik herinner me ook mensen van het schoolplein, die uit honderd scholieren feilloos diegenen er uit wisten te pikken die jaren later drie keer per week snikkend bij hun therapeut zitten.
Ik heb moeite gedaan het ook te leren, angst ruiken, maar dat is een even onmogelijke opgave als je angstferomonen in bedwang houden als er een dobermann aan je ballen snuffelt. Het is een gave die je van nature hebt, of die met de jaren komt, want dat is volwassen worden: het ontdekken van de angst van anderen, en daar gebruik van leren maken. Het helpt namelijk als andere mensen bang zijn, net als bij de hik die je met een bezwerend rijmpje op iemand anders kunt overdragen.
Zo heb ik mijn vliegangst overwonnen door altijd naast de persoon met vliegangst te gaan zitten. Die vind je gek genoeg altijd het dichtst bij de incheckbalie, want mensen met vliegangst zijn net zo bang voor vliegtuigen als voor de mogelijkheid ze te missen. Eerst knik ik hem of haar geruststellend toe. Dan begin ik een gesprek, waarbij ik laat doorschemeren dat ik al heel wat heb afgereisd, maar nog nooit ernstige problemen heb meegemaakt, nou ja, behalve dan die ene noodlanding op Hongkong airport. Ik benadruk dat de kans dat er iets met een vliegtuig gebeurt honderdduizend keer kleiner is dan de kans een meteoriet op je hoofd te krijgen. Door mijn geruststellende woorden ontspant de persoon met vliegangst zich steeds meer, en dan is het alleen nog maar een kwestie van wachten tot het vliegtuig word voorgereden, de handen voor de mond slaan en roepen: ‘O Jezus christus. Níet die ouwe PAB 738!’
De persoon met vliegangst neemt vervolgens alle gekrijs en paniek voor zijn rekening, zodat ik ontspannen kan vliegen. Deze methode, het overdragen van je angsten op anderen, werkt ook voor claustrofoben (‘Hebben ze nou nog steeds die ouwe liftkabels niet vervangen?’) en bij mensen met een dwangstoornis (‘Weet je echt zeker dat je het gas hebt uitgedaan?’)
Misschien vindt u dit wreed, of op zijn minst ongepast, maar dan vergeet u dat vrijwel alles wat we doen door angst word gemotiveerd. Angst is de motor van onze maatschappij. Vraag het maar aan de eerste de beste dokter, politicus, tv-presentator. De angst voor kanker houdt heel wat andere angsten op een afstand. De angst voor een onbekende dreiging van buitenaf (de Hunnen, killer-bees, Bin Laden) heeft al heel wat politici aan een tweede termijn geholpen, en niet alleen George W. En de angst om af te gaan of een lafaard te lijken kan mensen op tv door brandende hoepels laten springen, levende maden eten of zich voor het oog van honderdduizenden kijkers laten vernederen door doctor Phil (‘Are you sure you wanna do this?’).
Het grote misverstand is dat angst iets minderwaardigs is. Op lafheid wordt neergekeken en dapperheid staat in hoog aanzien, terwijl angst juist zo nuttig is. Dappere mensen zijn niet nuttig, alleen maar roekeloos en verspillend. Vond u Saving private Ryan ook zo’n goede film? Ik heb me de hele film zitten afvragen welke logica er achter zit dat je zeven man opoffert om één man te redden.
Het enige waar je bang voor moet zijn, zijn mensen zonder vrees of blaam. Iemand vroeg eens aan een Amerikaanse politie-inspecteur of er politiemannen bestonden zonder angst, kerels die nergens bang voor waren. Zijn antwoord was: ‘Ze zijn er wel, maar meestal krijgen we ze te pakken voordat ze teveel schade aanrichten.’

Posted by jaeggi at 12:01 am

14 september 2007

weet je wat het is

hier voor mij ligt
het verzameld werk van Leonard Nolens verzameld
877 pagina’s, prachtband

daaronder verzamelt zich
het verzameld werk van Bert Schierbeek
710 pagina’s, prachtband + leeslint

en dan sla ik de verzamelde brieven van De Coninck
en het verzameld werk van Elisabeth
Eybers (849 pagina’s, blauw stofomslag)
gemakshalve over

je hoeft ook niet te wanhopen
jij dichter tegen de klippen,
slechter van reputaties,
standbeelden omtrekker, razer tegen
het sterven van het licht,
hoe dan ook

ze komen je verzamelen

Posted by jaeggi at 10:25 pm

betrappingen

Altijd leuk om weer eens met zijn allen samen te zijn.
Klassieke opstelling: lange tafel, vier mannen, vier vrouwen, kaarsen in kandelaars, bonbons en wijn, veel wijn. Praten over alles. De wereld.
Als dat klaar is: elkaar. Plagen. Uitdagen. Spelletjes.
Het wordt later.
Iemand zegt: ‘Even serieus. Met wie, hier, vanavond, zou je het liefst naar bed willen?’
‘Nicolette!’ roepen vier van ons tegelijk.
Haar man doet of hij niets gehoord heeft.

Posted by jaeggi at 12:52 am

betrappingen

Altijd leuk om weer eens met zijn allen bij elkaar te zijn.
Klassieke opstelling: lange tafel, vier mannen, vier vrouwen, kaarsen in kandelaars, bonbons en wijn, veel wijn. Praten over alles. De wereld.
Als dat klaar is: elkaar. Plagen. Uitdagen. Spelletjes.
Het wordt later.
Iemand zegt: ‘Even serieus. Met wie, hier, vanavond, zou je het liefst naar bed willen?’
‘Nicolette!’ roepen vier van ons tegelijk.
Haar man doet of hij niets gehoord heeft.

Posted by jaeggi at 12:52 am

12 september 2007

fantoom-trilfunctie

Dat je hersens ervan gekookt kunnen worden, dat je er kanker van je lip aan krijgt, dat je ballen langzaam onvruchtbaar worden als je je mobieltje (mijn koninkrijk voor iemand die een keer een naam voor dat ding verzint die niet rijmt op debieltje) te dicht bij je kruis draagt: dat weten we allemaal.
Minder bekend is de fatale werking die het gebruik van een cellphone ('huuuu...') met trilfunctie heeft op het centrale zenuwstelsel.
Sinds ik een nieuwe mobiele eenheid draag, voel ik de trilfunctie namelijk ook aan mijn dij morrelen als die niet aan staat. Ik voel zelfs heel duidelijk een fantoom-trilfunctie als ik geen mobiel bij me heb.
Dit lijkt me het laatste stadium voordat het terminaal wordt.

Posted by jaeggi at 01:35 pm

11 september 2007

hovaardig

'Er bestaan geen lelijke vrouwen,' beweerde hij bij hoog en bij laag, en God, die de lelijke vrouwen heeft geschapen, besloot hem te straffen voor zijn hovaardij en zorgde ervoor dat hij er eentje trouwde.

Posted by jaeggi at 09:26 am

09 september 2007

'prizes are for boys',

zei Charles Ives al.
Literaire prijzen zijn als geslachtssziekten: ze bestaan nu eenmaal, dus je kunt ze maar beter serieus nemen. Je wordt genomineerd, je komt netjes opdagen voor de uitreiking, je glimlacht menslievend naar de tv-camera's als je collega de prijs krijgt.
Toch is er er één literaire prijs die vrij is van de vermoeiende bijkomstigheden van veel andere literaire prijzen: de winnaar komt niet op tv, het prijzenbedrag is niet hoog genoeg om hebberige vragen van journalisten uit te lokken en in de jury zitten noch leden van het koninklijk huis, noch ministers in ruste.
Bovendien gaat het bij deze prijs om dat wat de schrijvers van de prutsers scheidt: een mooie zin.
Jeroen Brouwers won hem dit jaar.
Ik hoop hem ook ooit te winnen.

Posted by jaeggi at 09:36 pm

een man voor Elspeth en andere ideeën

(uit F. Scott Fitzgerald, Notebooks)

Toon mij een held en ik schrijf je een tragedie. (idee nummer 316)

Optimisme is de inhoud van kleine mannen op hoge posities. (322)

Vind een man voor Elspeth, een man voor Elspeth, was de kreet. Dit viel niet mee omdat Elspeth al zoveel mannen had gehad. Twee van haar zusters bereden, zogezegd, Elspeths afgedankte knollen. (333)

In het engels bestaat geen woord voor Cannes. (337)

Gastvrijheid is iets geweldigs. Sommige mensen zien je zo graag komen dat ze je nog uitnodigen als de kok net in de keuken is bezweken aan de pokken. (349)

Vergeten is vergeven. (381)

Volwassen worden is ontzettend moeilijk. Het is makkelijker om het over te slaan en van de ene kindertijd naar de andere te gaan. (404)

Het wordt steeds moeilijker om te schrijven, omdat er veel minder weer is dan toen ik een jongen was, en er haast geen mannen of vrouwen meer zijn. (447)

Posted by jaeggi at 04:56 pm

05 september 2007

Bukowski in Leiden

Toen ik na drie jaar studeren, jaren die zo snel en ongemerkt voorbij waren gegaan dat het was alsof ik er met mijn rug naartoe had gestaan, nog altijd geen resultaten had geboekt die mijn aanwezigheid in Leiden konden rechtvaardigen, ontbood mijn vader me thuis en onderhield me een weekend lang over mijn studie. Hij sprak over de betekenis van de studie voor een latere carrière, en over kansen die je maar één keer kreeg. Met schrille kleuren schilderde hij de maatschappelijke en persoonlijke crisis waarin ik onherroepelijk zou belanden, als ik mijn eerstvolgende tentamens niet haalde. Hij gaf me een half jaar de tijd om mijn leven te beteren. 'Zie ik tegen die tijd geen verbetering', zo zei hij, met twee vingers zijn neuswortel masserend 'dan zie ik me genoodzaakt andere maatregelen te nemen'.
Verdoofd kwam ik op zondagavond terug in Leiden. Ik besloot, het station uitlopend, om niet meteen door te gaan naar mijn studentenhuis. De overgang van het ouderlijk huis naar het bruisende studentenleven leek me een stap die best even uitgesteld mocht worden. Ik besloot een kleine omweg te maken langs café de Cannonball, een café waar ik wel vaker kwam.
Het meisje achter de tap kende ik vaag. Omdat het stil was in de zaak hielden we elkaar gezelschap tot het tijd was om naar huis te gaan. Ik zat nog op mijn kruk toen ze voor de laatste keer de zeem over de bar haalde. Ze pakte haar sleutels, nam haar jas onder haar arm en ik volgde haar naar buiten. Samen liepen we de gracht af. Toen ik gezegd had dat ik haar wel even naar huis zou brengen had ze geknikt.
Ze stak de sleutel in het slot en ik gaf haar een hand en wenste haar welterusten. Ze liet mijn hand los en leunde peinzend tegen de deur, die half open zwaaide. `Je mag wel blijven slapen,' zei ze. 'Als je wilt'.
'Goed,' zei ik. 'Gezellig'.
Ze had een mooie, ruime kamer met hoge ramen. Er stond een ingezakt bankje met een kleurige doek erover, en aan de muur hingen ingelijste posters van grote, fel gekleurde vogels, waarmee de schilder waarschijnlijk papegaaien had bedoeld.
Zij liet haar jas midden in de kamer op de grond vallen, liep naar de wastafel en pakte een haarborstel. Ze boog diep voorover, liet haar haren over haar gezicht vallen en haalde de borstel er met forse halen vanuit haar nek doorheen. Daarna gooide ze het haar met een ruk naar achter en begon zich uit te kleden, met een vanzelfsprekendheid alsof ik niet in de kamer was. Ze trok alles uit en liep naar het bed. Ze sloeg het dekbed terug en knipte het nachtlampje aan. Daarna gleed ze onder het dekbed, legde haar hoofd op het kussen en keek me rustig aan.
Ze was volmaakt. Er was helemaal niets op haar aan te merken: haar gezicht, haar nek, haar borsten, haar buik, haar benen, zelfs haar tenen waren zo perfect dat je eigenlijk al heel tevreden mocht zijn met een vrouw met alleen maar zulke tenen. Ze had hier en daar een enkele perfect geplaatste sproet of moe¬dervlek, omdat het anders saai zou worden. Ik moest denken aan wat Boris Vian ooit zei: 'De waarheid, geloof ik, is simpeler en teleurstellender, net als driekwart van de vrouwen als je ze naakt ziet,' en ik keek naar haar en dacht: als dit niet de waarheid is dan ben ik niet geinteresseerd in wat waar is.
Toen ik naast haar ging liggen legde ze een hand op mijn borst en een borst op mijn arm en zei, met een flauwe glimlach: 'En wat heb jij vanavond gedaan?' Haar haar rook naar groene appelshampoo, een chemische maar helemaal niet onaangename lucht die ik daarna nooit meer heb geroken - waarschijnlijk is het uit produktie genomen.
Ik besloot dat het niet het moment was om haar over mijn familie te vertellen. In plaats daarvan begon ik over het boek dat ik in de trein had gelezen, een verhalenbundel van Charles Bukowski. Ik gaf haar een uitgebreide samenvatting van het verhaal Six Inches, waarin een man, tegen alle waarschuwingen van zijn vrienden in, een verhouding begint met een mysterieuze vrouw. Ze brengen weken, maanden in bed door, hij komt niet toe aan eten of drinken. Steeds als hij uitgeput op weg wil gaan naar de ijskast om even aan te sterken kust ze hem met haar bloedrood gestifte lippen en sleurt hem terug naar de slaapkamer. Na verloop van tijd merkt de man dan ook dat hij aan het krimpen is. Hij wordt kleiner en kleiner, en het verhaal eindigt ermee dat de vrouw hem, als hij de juiste afmetingen heeft, als dildo gebruikt.
Ik schaterde van het lachen. Ook naverteld, en met al de 'bitches' en 'bastards' eruit gelaten bleef het een schitterend verhaal. Ik keek opzij. Ze lag op haar rug, haar armen over haar borst gevouwen en staarde naar het plafond.
‘Zou je het heel erg vinden,’ zei ze na enige tijd, ‘om nu weg te gaan?’


Posted by jaeggi at 03:43 pm

03 september 2007

melancholia

toch doet het me verdriet
dat ik nu zes maanden lang of meer
geen zonnebrandlotion met kokosolie
beschermingsfactor 35
meer zal gebruiken

Posted by jaeggi at 09:46 pm

pilot week

Deze en volgende week is het pilot week. Dat houdt in dat we de komende twee weken gaan warmdraaien voor de eerste uitzending van De Nieuwste Show, vanuit het Ammoniakgebouw in Amsterdam.
Nog niets over gehoord zegt u? Dat kan kloppen, maar vanaf maandag 17 september is dat geen excuus meer. Vanaf die dag krijgt u het hete nieuws van de dag om een uur of 11 ’s avonds nog een keer opgebakken, in hapklare brokjes verdeeld, op smaak gebracht met tabasco en aspirine en per trechter toegediend. Daarna kunt u lekker naar bed, want u weet wat de volgende ochtend het gesprek van de dag zal zijn. Met dank aan BNN, presentator Patrick (spreek uit Patriek) Lodiers, de reporters (waarover komende week meer) en de schrijvers, waaronder deze en deze en deze dus.
We houden u op de hoogte.

Posted by jaeggi at 11:26 am

01 september 2007

de vier-woorden recensie

NIET
ALLES
HOEFT
UITGEGEVEN.


Studenten van Arnon Grunberg: Het nieuwe lijden. Onder leiding van Arnon Grunberg geschreven teksten van studenten aan de TU Delft. Nijgh & Van Ditmar, € 15,-.

Posted by jaeggi at 03:13 pm