« melancholia | Main | een man voor Elspeth en andere ideeën »
05 september 2007
Bukowski in Leiden
Toen ik na drie jaar studeren, jaren die zo snel en ongemerkt voorbij waren gegaan dat het was alsof ik er met mijn rug naartoe had gestaan, nog altijd geen resultaten had geboekt die mijn aanwezigheid in Leiden konden rechtvaardigen, ontbood mijn vader me thuis en onderhield me een weekend lang over mijn studie. Hij sprak over de betekenis van de studie voor een latere carrière, en over kansen die je maar één keer kreeg. Met schrille kleuren schilderde hij de maatschappelijke en persoonlijke crisis waarin ik onherroepelijk zou belanden, als ik mijn eerstvolgende tentamens niet haalde. Hij gaf me een half jaar de tijd om mijn leven te beteren. 'Zie ik tegen die tijd geen verbetering', zo zei hij, met twee vingers zijn neuswortel masserend 'dan zie ik me genoodzaakt andere maatregelen te nemen'.
Verdoofd kwam ik op zondagavond terug in Leiden. Ik besloot, het station uitlopend, om niet meteen door te gaan naar mijn studentenhuis. De overgang van het ouderlijk huis naar het bruisende studentenleven leek me een stap die best even uitgesteld mocht worden. Ik besloot een kleine omweg te maken langs café de Cannonball, een café waar ik wel vaker kwam.
Het meisje achter de tap kende ik vaag. Omdat het stil was in de zaak hielden we elkaar gezelschap tot het tijd was om naar huis te gaan. Ik zat nog op mijn kruk toen ze voor de laatste keer de zeem over de bar haalde. Ze pakte haar sleutels, nam haar jas onder haar arm en ik volgde haar naar buiten. Samen liepen we de gracht af. Toen ik gezegd had dat ik haar wel even naar huis zou brengen had ze geknikt.
Ze stak de sleutel in het slot en ik gaf haar een hand en wenste haar welterusten. Ze liet mijn hand los en leunde peinzend tegen de deur, die half open zwaaide. `Je mag wel blijven slapen,' zei ze. 'Als je wilt'.
'Goed,' zei ik. 'Gezellig'.
Ze had een mooie, ruime kamer met hoge ramen. Er stond een ingezakt bankje met een kleurige doek erover, en aan de muur hingen ingelijste posters van grote, fel gekleurde vogels, waarmee de schilder waarschijnlijk papegaaien had bedoeld.
Zij liet haar jas midden in de kamer op de grond vallen, liep naar de wastafel en pakte een haarborstel. Ze boog diep voorover, liet haar haren over haar gezicht vallen en haalde de borstel er met forse halen vanuit haar nek doorheen. Daarna gooide ze het haar met een ruk naar achter en begon zich uit te kleden, met een vanzelfsprekendheid alsof ik niet in de kamer was. Ze trok alles uit en liep naar het bed. Ze sloeg het dekbed terug en knipte het nachtlampje aan. Daarna gleed ze onder het dekbed, legde haar hoofd op het kussen en keek me rustig aan.
Ze was volmaakt. Er was helemaal niets op haar aan te merken: haar gezicht, haar nek, haar borsten, haar buik, haar benen, zelfs haar tenen waren zo perfect dat je eigenlijk al heel tevreden mocht zijn met een vrouw met alleen maar zulke tenen. Ze had hier en daar een enkele perfect geplaatste sproet of moe¬dervlek, omdat het anders saai zou worden. Ik moest denken aan wat Boris Vian ooit zei: 'De waarheid, geloof ik, is simpeler en teleurstellender, net als driekwart van de vrouwen als je ze naakt ziet,' en ik keek naar haar en dacht: als dit niet de waarheid is dan ben ik niet geinteresseerd in wat waar is.
Toen ik naast haar ging liggen legde ze een hand op mijn borst en een borst op mijn arm en zei, met een flauwe glimlach: 'En wat heb jij vanavond gedaan?' Haar haar rook naar groene appelshampoo, een chemische maar helemaal niet onaangename lucht die ik daarna nooit meer heb geroken - waarschijnlijk is het uit produktie genomen.
Ik besloot dat het niet het moment was om haar over mijn familie te vertellen. In plaats daarvan begon ik over het boek dat ik in de trein had gelezen, een verhalenbundel van Charles Bukowski. Ik gaf haar een uitgebreide samenvatting van het verhaal Six Inches, waarin een man, tegen alle waarschuwingen van zijn vrienden in, een verhouding begint met een mysterieuze vrouw. Ze brengen weken, maanden in bed door, hij komt niet toe aan eten of drinken. Steeds als hij uitgeput op weg wil gaan naar de ijskast om even aan te sterken kust ze hem met haar bloedrood gestifte lippen en sleurt hem terug naar de slaapkamer. Na verloop van tijd merkt de man dan ook dat hij aan het krimpen is. Hij wordt kleiner en kleiner, en het verhaal eindigt ermee dat de vrouw hem, als hij de juiste afmetingen heeft, als dildo gebruikt.
Ik schaterde van het lachen. Ook naverteld, en met al de 'bitches' en 'bastards' eruit gelaten bleef het een schitterend verhaal. Ik keek opzij. Ze lag op haar rug, haar armen over haar borst gevouwen en staarde naar het plafond.
‘Zou je het heel erg vinden,’ zei ze na enige tijd, ‘om nu weg te gaan?’
jaeggi om 05 september 2007 15:43
