« mooie beginzinnen van weleer | Main | het groene beest »

26 augustus 2007

recensie

deze recensie stond afgelopen week in Het Parool

Een aantal weken geleden schreef journalist Ron Rijghard in NRC-Handelsblad een pleidooi voor laagdrempelige poëzie. Hij noemde het ‘instappoëzie’, waarbij wij moesten denken aan de lage instap bij de tram, voor de lichamelijk minder bevoorrechte medemens. Op internet en in de krant ontstond een levendige discusie, die ook weer snel overwaaide. De reden dat ik er alsnog op terugkom is om te herinneren aan de Amerikaanse ‘slam poet’ Taylor Mali die in de discussie als voorbeeld werd gesteld aan Nederlandse dichters. De tekst die Mali op YouTube voordraagt is namelijk kenmerkend voor het verschil tussen een dichter en een stand-up comedian. Mali’s tekst draait om één vondst, de woordspeling ‘what do you make’, waarbij to make in het Engels zowel ‘maken’ als ‘verdienen’ betekent. De clou van zijn conference luidt: ‘I make a difference. What about you?’ Klaar, niks meer aan doen, weer een gedicht onschadelijk gemaakt.
Is dat nu poëzie? Tot op zekere hoogte. Is het goede poëzie? Ik zou zeggen van niet. Mali’s ‘The problem with teachers’ zweeft ergens in het schemergebied waar ook songteksten, gelegenheidsgedichten en readymade’s rondzweven. De beste poëzie vind je daar niet, want de beste poëzie heeft geen clou, frappe, afmaker, conclusie: de beste poëzie is zijn eigen clou, frappe, afmaker, conclusie.
Testen wij dit aan de hand van twee nieuwe bundels in de Sandwich-reeks, ooit opgezet door toenmalig Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij. De bundels zijn A Capella, het debuut van John Schoorl, journalist van de Volkskrant, en Dat ik zong van Bernardo Ashetu, alias Henk van Ommeren, alias Kamanda, wat betekent ‘ik ben neger’. Ashetu werd geboren in Paramaribo in 1929 en stierf in 1982 in Den Haag.
John Schoorl dichtte dit:

Jackass
(11 september 2001)

Eierkots.
Melkkots.
Bierkots.

Berengevecht.
Hondengevecht.
Kattengevecht.

Schop in je kruis.
Schop tegen je ballen.
Schop voor je kloten.

(Hier had uw bedrijfslogo kunnen staan.)

John Schoorl is niet wars van een beetje humor in de poëzie. Ach, dat serieuze gelul, hoor je hem denken. Niet te lang over nadenken, gedichten vind je overal, zoals laatst nog: ‘’Toen in de voetbalkantine/ Eén minuut stilte werd gehouden/ Ter nagedachtenis aan de 300.000 doden (-) Als gevolg van de zeebeving in Azië/ Was alleen het pruttelen/ Van het frituurvet te horen.‘
Op de achtergrond hóór je de drummer van het combo een roffel geven om de clou aan te kondigen, daar komt-ie, hou vast, ja mensen dat wordt lachen: ‘Waarschuwing!/ Dichten beïnvloedt de rijvaardigheid/ Niet.’ Er staat bijna geen gedicht in deze bundel zonder clou. Het niveau is dat van de gemiddelde reclame-slogan. Het gedicht ‘de levensdichter eindigt letterlijk met een slogan: ‘Dit is de man/ Dit is zijn bier.’
De gelijktijdig met Schoorl uitgegeven Bernardo Ashetu dicht dit:

Ik heb een landhuis gekocht.

Ik ben blij dit huis gekocht te hebben.

Het is groot
En ligt in een waas van kleuren aan een mysterieuze grens.

In donker water eromheen
bloeit een aan de wiskunde verwante bloem
die ’s nachts een vernietigend licht uitstraalt.

Ik voel mij veilig in dit huis.
Het is de zegen die zich uitstrekt tot voorbij m’n rottend graf.

Het contrast met de gedichten van Schoorl is veelzeggend. Waar de laatste zich één kant uit bewegen, namelijk in de richting van de clou, daar slingert Ashetu’s gedicht ons voortdurend heen en weer, van hoop naar wanhoop, van de geborgenheid van het landhuis naar de mysterieuze grens, van het vernietigende licht van de ‘aan de wiskunde verwante bloem’ naar opnieuw de zegen van het landhuis – en vandaar onverwachts maar wel rechtstreeks het graf in.
Als Ashetu een keer iets gebruikt dat op een clou lijkt is het er een van deze klasse: ‘Morgen/ is de matroos er/ met zijn rare, vreemde ziekte.’
Hebt u een drumroffel gehoord? Ik niet.
De voor de hand liggende conclusie is dat John Schoorl een matige dichter is en Ashetu een geweldig goede. Ietwat flauw, zo’n conclusie, poëzie zou geen wedstrijd moeten zijn, maar dat is het risico als je steeds twee bundels gelijktijdig uitgeeft, zoals de Sandwichreeks doet. Dat neemt niet weg dat het Komrij wéér is gelukt een hele bijzondere dichter aan de vergetelheid te ontrukken. Houdt het dan nooit op, de genialiteit van die man?


Bernardo Ashetu, Dat ik zong. Uitgeverij Van Gennep, € 12,50.
John Schoorl, A Capella. Uitgeverij Van Gennep, € 12,50.

jaeggi om 26 augustus 2007 11:36