« gedicht voor hassnae (4) | Main | nieuws »

03 juli 2007

Instappoëzie en omfietswijn

‘Ja, ik huil soms ook nog. U niet?’ vraagt NRC-redacteur Ron Rijghard zijn lezers aan het eind van zijn artikel in het Cultureel Supplement, afgelopen vrijdag. Ik wil die vraag wel beantwoorden. Ja, ik huil soms ook nog. Bijvoorbeeld afgelopen vrijdag, bij het lezen van Rijghard’s artikel.
Rijghard beklaagt zich, als ik zijn stuk even in een notedop mag persen, over het gebrek aan Nederlandse poëzie ‘waar je wat mee kunt als je aan het eten bent en beschaafd wilt converseren of juist de beschaafde conversatie wilt inruilen voor een ongezouten mening.’ In Nederland ontbreekt het aan ‘verhalende gedichten, met een kop en een staart’, die bewijzen dat eenvoud originaliteit niet in de weg staat.’
Dat was meen ik de derde keer dat ik in snikken uitbarstte.
Ik zal maar niet ingaan op Rijghard’s evidente gebrek aan kennis van de Nederlandse poëzie, want als hij serieus meent dat Nederland te weinig verhalende gedichten kent met een kop en een staart die zowel origineel als ongezouten zijn, dan is het duidelijk dat hij nooit gehoord heeft van Ingmar Heytze, Frank Koenegracht, Sjoerd Kuyper, Tjitske Jansen, Ruben van Gogh, Jean Pierre Rawie, Menno Wigman, F. Starik, Rogi Wieg of Job Degenaar, mensen die niet alleen de soort poëzie schrijven waar Rijghard zo naar hunkert (al heeft hij er de zeldzaam neerbuigende term ‘instappoëzie’ voor bedacht - op 1 niveau met 'omfietswijn'), maar die ook zelf pleiten voor ‘poëzie die niet alle banden met de werkelijkheid uit het oog verliest’, zoals dichter Job Degenaar recent deed in het laatste nummer van het poëzie-tijdschrift Balustrada.
In zijn stuk stelt Rijghard de Amerikaanse ‘slam poet’ Taylor Mali ten voorbeeld aan Nederlandse dichters. En inderdaad, wie Mali's voordracht bekijkt moet toegeven dat er maar weinig Nederlandse dichters zijn die met zo’n overtuiging over hun publiek heenwalsen als Mali. Zijn teksten zijn grappig, gepassioneerd, en om de andere regel klinkt er een one-liner waar het publiek bij kan klappen, lachen en juichen. Als er van tevoren niet bij gezegd was dat het om een dichter ging zou je Mali’s optreden zomaar kunnen verwarren met dat van tientallen even boze, originele en geestige Amerikaanse stand up comedians.
Nu is het Rijghard’s goed recht om van stand up comedians en verstaanbare poëzie te houden - maar botweg concluderen dat er in Nederland geen dichters zijn die mensen aan het huilen kunnen brengen, of die een zaal ademloos kunnen maken met poëzie die ook door een leraar, een agent en een verpleegster begrepen kunnen worden, dat is bedroevend.
De dag nadat Rijghard’s pleidooi verscheen lazen Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer gedichten voor tijdens de Nacht van de Vrijheid in de Amsterdamse stadsschouwburg. Ik was erbij. Links van mij stond een agent. Het ging over ons land, het ging over ons leed en onze angst, het ontroerde ons, het schudde ons wakker, en het was van begin tot eind te begrijpen. Niet met de oneliners van de stand-up-comedian, maar met woorden van ware dichters.
Heus, er lopen er tientallen rond in Nederland, dichters van het volk, dichters voor iedereen, voor iedereen te zien, voor iedereen te lezen - behalve voor iemand die met dichtgeknepen ogen van het huilen opkijkt van You Tube en vervolgens concludeert dat er niks te zien is.


jaeggi om 03 juli 2007 14:41