« Nog is Polen niet verloren | Main | citaat van de dag »

15 juli 2007

de slechtgemaakte ridder

Het wordt tijd dat we een oud misverstand eens uit de wereld helpen: natuurlijk is Casanova niet de grootste minnaar aller tijden. Hij heeft misschien meer vrouwen 'gehad' dan de meesten van ons, en naar eigen zeggen heeft hij nachten beleefd waarin hij zo uitputtend de liefde bedreef dat hij op het laatst bloed ejaculeerde – wat me voor de vrouw in kwestie geen pretje lijkt –, maar in de liefde gaat het niet om aantallen, centimeters of liters. Dan kunnen we net zo goed meteen porno-acteur Ron Jeremy uitroepen tot grootste minnaar aller tijden, want qua aantallen, centimeters en liters verslaat hij Casanova op alle fronten.
Nee, Giacomo Casanova mag de geschiedenis ingaan als de man met de meeste gebroken harten op zijn naam, maar dat geeft hem geen recht op de titel grootste minnaar aller tijden. Ook Don Juan komt niet in aanmerking, noch Omar Sharif, Ramon Navarro, Romeo Capulet, Tristan of Sir Tom Jones, al hebben zij ook stuk voor stuk hun sporen verdiend. Maar nogmaals: het gaat niet om aantallen, in de liefde. Niet om het aantal veroveringen, niet om het aantal zelfmoorden uit liefde dat voor je is gepleegd, zelfs niet om het aantal slipjes dat aanbidsters naar je hoofd hebben gegooid.
En laten we meteen een ander misverstand rechtzetten: het gaat ook niet om uiterlijk, dus Antonio Banderas, George Clooney, Brad Pitt en de net verkozen Knapste Man ter Wereld, de über-griezelige Matthew McConnaughey: move over.
De grootste minnaar aller tijden is geen knappe acteur, wereldwijze globetrotter of rijke playboy, maar een lelijke ridder. Hij noemde zich de Chevalier Mal Fet, wat je kunt vertalen als de slecht gemaakte, de afzichtelijke ridder. Zijn hele leven werd hij geplaagd door zijn uiterlijk, zelfs nadat hij de beste ridder aller tijden was geworden en de wereld aan zijn voeten lag – de wereld van toen, die een stuk kleiner was dan de wereld nu, maar toch nog een aanzienlijke wereld om in vereerd te worden – en zelfs toen hij het hart van de koningin van Engeland had veroverd, bleef hij ervan overtuigd dat hij eruitzag als een Afrikaanse aap.

Hij won elk toernooi waaraan hij meedeed. Hij was een soort topvoetballer, iemand voor wie duizenden aanbidders naar het stadion komen. Hij was de verpersoonlijking van het nieuwe ridderlijke ideaal in zijn tijd, dat bedacht was door Arthur en later zo afschuwelijk verkracht werd door Walt Disney en Richard Gere en de Happy End-fabrieken in Hollywood. De slechtgemaakte ridder was in zijn tijd – maar wat zit ik u toch te vervelen, u bent waarschijnlijk in het geheel niet geïnteresseerd in de ridderlijke idealen aan het hof van Koning Arthur, u wilt weten wie de grootste minnaar was. Welnu, zijn naam was Lancelot.
Hij was de grootste minnaar aller tijden om meerdere redenen. De eerste was dat zijn liefde geen grenzen kende. De tweede reden, en je zou willen dat de ironie nimmer uitgevonden was als je je de gevolgen realiseert, was dat hij verliefd werd op twee mensen tegelijk. Die twee mensen waren getrouwd. Lancelot was het slachtoffer van een klassieke driehoeksverhouding, wat al eeuwenlang – ontkennen heeft geen zin – de meest voorkomende liefdesverhouding is.
Lancelot werd allereerst verliefd op de koning, Arthur. Het was geen erotische liefde, het was een ouderwetse, ridderlijke, kinderlijke liefde voor hoge idealen, en een grenzenloze bewondering voor een man die oprecht probeerde de wereld te veranderen. Lancelot werd jong verliefd op Arthur, de koning in het glanzende kasteel, en de rest van zijn jeugd spande hij zich in om een ridder te worden die het waard zou zijn om aan Arthur’s Ronde tafel te zitten. Toen het zover was stak hij het Kanaal over en voer naar Engeland. Daar ontmoette hij Arthur. Hij lichtte hem uit het zadel tijdens een gevecht, want dat deden ridders in die tijd net zo makkelijk als voetballers nu een sliding maken. Arthur, die zich de ambitieuze, lelijke jongen nog herinnerde, feliciteerde hem met zijn overwinning en nam hem mee naar Camelot om hem tot ridder te slaan. Daar ontmoette hij zijn noodlot: ze heette Guinevere en ze was Arthur’s koningin. 'Het verhaal gaat dat haar haar geel was, maar dat was het niet. Het was zo zwart dat het verbijsterend was en haar blauwe ogen, diep en helder, bezaten een soort onbevreesdheid die eveneens verbijsterend was.’ Vanaf het eerste moment dat zij het zag hield ze van Lancelots scheve gezicht. Het duurde even voor hij het ook doorhad, maar toen vlogen de vonken er vanaf.
Lancelot was de soort man die nooit eens iets half kan doen. U kent ze misschien wel. Het zijn vermoeiende types. Als Lancelot iemand zijn hart schonk, deed hij het met volle overgave. Hij had zijn hart beloofd aan Arthur, waarna hij het, geheel tegen zijn wil en alle ridderlijke opvattingen in, verloor aan de koningin. Dit scheurde hem langzaam uit elkaar. Het is eigenlijk een heel verdrietig verhaal, hoe Lancelot en Guinevere elkaar uit alle macht probeerden niet lief te hebben, omdat ze allebei ook van Arthur hielden en hem niet wilden bedriegen. Ze deden de gekste dingen om uit elkaars armen te blijven. Lancelot was de eerste die begon met het verslaan van boze ridders en het redden van jonkvrouwen uit betoverde kastelen, aldus een romantische traditie startend waar Hollywood nog steeds op drijft - maar hij deed het enkel om Jenny te vergeten. Natuurlijk werkte het niet. Lancelot kon elke tegenstander aan op het tournooiveld, maar hij kon onmogelijk winnen van de zachte vijand die de liefde is.
Natuurlijk loopt het niet goed af. Er is geen uitweg voor de drie mensen in dit verhaal, en de liefde is de schuld van alle bloed en pijn die zij nog tegoed hebben. Maar voordat dat laatste bittere gevecht begint is er een moment dat dat niet telt, zoals het niet uitmaakt dat het nacht wordt als de avond schitterend is. Het moment komt dat twee oude geliefden elkaar weer zien en twee harten, tegen alle beter weten in, naar elkaar toetrekken met de bijna vergeten klik van twee magneten.
‘Lancelot had in de tuin een ladder gezien die lang genoeg was voor zijn doel – en hoewel zij geen afspraak hadden gemaakt, wachtte de koningin. Toen zij zijn verschrompelde gezicht voor het raam zag met de nieuwsgierige neus tegen de sterren, dacht zij niet dat het een waterspuwer of een demoon was. Zij bleef enkele hartslagen lang staan en voelde het onstuimige bloed naar haar hals opwellen en liep zachtjes naar het raam. Niemand weet wat zij tegen elkaar zeiden. Waarschijnlijk kwamen zij tot de slotsom dat het onmogelijk was van Arthur te houden en hem tegelijkertijd te bedriegen. (-) Waarschijnlijk werden zij het er volledig over eens dat hun schuldige liefde als geëindigd moest worden beschouwd.
Later fluisterde Sir Lancelot: “Ik wou dat ik mocht binnenkomen.”
“Dat wou ik ook.”
“Zoudt u willen, madam, met heel uw hart, dat ik bij u was?”
“Waarlijk.”
Toen hij de laatste ijzeren tralie brak, sneed hij zich tot op het bot in de palm van zijn hand. Nog later verstomde het gefluister en heerste er stilte in de duisternis van het vertrek.’


Citaten uit: T.H. White: Arthur, koning voor eens en altijd

jaeggi om 15 juli 2007 01:18