« mei 2007 | Main | juli 2007 »

30 juni 2007

laatste nieuws

Op het laatste moment toegevoegd aan het toch al indrukwekkende gezelschap gasten in de Stadsschouwburg vanavond: de Zuid-Afrikaanse dichter Nick Leslie.
Eddy Terstall zal hem interviewen in de Grote Vrijheids Show (Gijsbrecht Bordes, tweede verdieping, vanaf 21.15)

Posted by jaeggi at 01:41 pm

gevonden poezie

HELAAS HEBBEN WIJ HET HIERONDER STAANDE ORKEST
AF MOETEN ZEGGEN!

de aanleiding was dat dit orkest met een nogal fors volume speelt wat zal leiden dat de bovenbuurvrouw van de Regentenkamer weer de politie zal bellen.

PITCHPINEPROJECT
Rob van Bavel - piano
Tom Beek - sax
Martijn van Iterson - guitar
Udo Pannekeet - bass
Chris Strik - drums
Martin Verdonk - drums/percussion

Groetjes,
Catharina B.

Posted by jaeggi at 12:26 am

29 juni 2007

pfeijffer

Er moet een spoor van Holland zijn dat ik kon snappen,
waarin de omstanders voor demonstranten klappen
die vrolijk opmarcheren naar het Malieveld
om dat wat eerder door het vreedzame geweld
van burgerlijk protest geradicaliseerd
en wonderbaarlijk libertijns gelegisleerd
geraakt was, onverwijld nog vrijer te hervormen
naar voor de wereld ongekende vrije normen,
omdat er in de trage wereld toch een land
moest zijn dat gloedvol tegen traagheid was gekant,
een gidsland dat niet wachten kon de rest te tonen
hoe men met moed ontsnapt aan oude denkpatronen.
Nu zie ik stille tochten door de straten trekken
die grimmig denken dat de ander kan verrekken
die anders is dan wij en anders denkt dan wij
dat anderen dan wij het recht toekomt dat zij
niet net als wij betreuren dat zij anders zijn.
Snapt u het nog? Ons kleine land is nu pas klein
geworden, bang en schichtig en niet meer in staat
te abstraheren van de angstkreet van de straat
en het gelooft net als de straat dat de vooruitgang
bestaat in alles terug te draaien wat vooruitgang
ons heeft gebracht. Zie daar de staat van Nederland.
Ik kan wel janken als ik het zou snappen, want
wat was was slecht maar half zo slecht niet als het streven
de steven om te keren en opnieuw beleven
hoe slecht het slechte was dat al was opgeheven.
Er moet een spoor zijn van het land waar ik kon leven
toen het nog in de mode was om te geloven
dat overmorgen mooier wordt dan morgen, kloven
naďef maar vol vertrouwen werden overbrugd.
Er moet een spoor zijn van het land dat ooit met vrucht
zijn best deed om wie anders waren te begrijpen.
Want zo was Holland: trots de messen niet te slijpen
en niet als messenslijper elke Marokkaan
te zien, maar trots erop verleiding te weerstaan
van toevlucht tot goedkoop herstel van oude waarden
als panacee voor onrust, trots op ons vermaarde
vermogen in saamhorigheid en tolerantie
conflicten te bezweren, trots op de garantie
dat ieder waardig leven kon en trots vooral
de wereld hierin voor te zijn, in elk geval
niet rillend als een kleine jongen in de hoek
te kruipen als de wereld ons uniek gezoek
naar compromis en vrijheid afdeed als onwettig.
Dit ooit zo trotse land zie ik nu ongrondwettig
bevochten vrijheden beknotten uit de vrees
om minder bang te lijken dan de wereld. Lees
de kranten, kijk tv, hoor de premier betogen
en zeg mij waar het is...

(en meer van Ilja Leonard Pfeijffer op de Nacht van de Vrijheid, a.s. zaterdag, Stadsschouwburg Amsterdam, 20.00 uur, kaarten via 020-6232411)

Posted by jaeggi at 12:54 am

27 juni 2007

tom hodgkinson, luie gast op de Nacht

Laatste nieuws: op de Nacht van de Vrijheid a.s. zaterdag treedt ook op journalist, schrijver en beroeps-nietsnut Tom Hodgkinson. Hij schreef het boek Leve de Vrijheid, net in vertaling verschenen bij Meulenhoff. Eddy Terstall zal de man interviewen. Met een beetje mazzel speelt hij ook een stukje ukelele (die hij is gaan studeren nadat hij zijn laatste baan had opgezegd).
Laten wij een voorbeeld nemen aan deze luie man.

(Een interview met Hodgkinson staat hier, en voor wie daarna nog nieuwsgierig is, hieronder een stuk dat ik schreef over zijn vorige boek.)

Wees lui!

Ongeveer zes maanden geleden kreeg ik het verzoek een artikel over luiheid te schrijven. Ik maakte een mentale notitie, die direct wegzonk tussen urgentere zaken die mijn aandacht opeisten, zoals luiers, drop en kattenbakkorrels. Ongeveer een maand later dacht ik er weer aan. Ik schreef een briefje aan mezelf (‘luiheid, niet vergeten’) en legde dat op mijn bureau, waar het zoekraakte tussen de onbetaalde rekeningen en de belastingaangifte 2003. Toen werd het lente. Ik bracht een paar aangename dagen door op terrassen, waar de gedachten aan het artikel dat ik moest schrijven vanzelf naar de achtergrond dreven. Na uitgebreid genoten te hebben ging ik achter mijn bureau zitten en tikte: Wees lui! Op dat moment werd er gebeld. Het was een brommerkoerier met een verkeerde bezorging, maar voordat ik de lastpost de deur uit had gewerkt, was het tijd voor de lunch, en bij de lunch was er champagne (ik weet niet precies meer waarom). Na champagne moet ik altijd even gaan liggen. Die avond was er een verjaardag. De dag erna regende het pijpestelen en voelde ik me nauwelijks in staat mijn bed uit te komen. De dag erop, ik was de deadline inmiddels tot op een paar uur genaderd, voelde ik me verkwikt en vol energie. Ik zette me weer achter mijn bureau en zette de computer aan, toen me opviel dat mijn toetsenbord erg vies was. Ontmoedigd ging ik liggen voor een dutje, en sliep rustig door de deadline heen.
Toch leest u op dit moment een stuk over luiheid. Dat betekent dus dat er ergens in die periode een moment geweest moet zijn dat ik het artikel schreef dat u nu leest.
Het had ook anders gekund: ik had de opdracht (‘Schrijf een lichtvoetig artikel over luiheid’) flink wat gewicht mee kunnen geven door er eerst een dossier van aan te leggen, uitgebreid research te doen, eerste, tweede en derde conceptversies te maken, en op het allerlaatste moment, als de opdracht inmiddels als een molensteen om mijn nek zou hangen een freelancer in te huren die er fris tegenaan keek en het stuk in anderhalf uur zou schrijven.
Wat wil ik met dit voorbeeld aantonen?
Niets. Het is heel vermoeiend om de hele tijd dingen te moeten aantonen. Het lijkt veel te veel op activiteit, en ik ben liever passief. Sommige mensen zouden het lui noemen. Ik noem het vrijheid. Vrij, zoals mijn grote vriend Tom Hodgkinson zegt, ‘om het leven te leiden dat je wilt leven, vrij van bazen, lonen, pendelen, consumeren en schulden.’ Hodgkinson is mijn vriend sinds ik zijn boek Lof der luiheid heb gelezen. Daarin toont hij overtuigend en met vele voorbeelden aan dat werken een duivelse uitvinding is, en dat lui zijn niet alleen veel aangenamer is, maar zelfs van levensbelang voor het voortbestaan onzer beschaving. Hij haalt de filosoof Bertrand Russel aan, die de gekte van het hard werken aantoont met het voorbeeld van een speldenfabriek. In deze fabriek wordt acht uur per dag gewerkt en worden er genoeg spelden gemaakt voor de hele wereldbehoefte. Dan doet iemand een uitvinding waardoor hetzelfde aantal mensen twee keer zo veel spelden kan maken. In een redelijke wereld zou iedereen die spelden maakt dan vier uur gaan werken. Er is toch genoeg. Maar in de werkelijke wereld zullen mensen acht uur blijven werken omdat de produktie dat nu eenmaal voorschrijft, er worden veel te veel spelden gemaakt en de helft van de mensen die vroeger spelden maakten krijgt ontslag.
Dit is hoe het systeem werkt. Een wereld waarin produceren, competitie, omzetstijging, consumeren en schulden vooropstaan is een wereld vol schuldgevoel, frustratie en uitputting.
Denk niet dat dit iets van de laatste jaren is: door de eeuwen heen zijn vele geniale luiaards ons voorgegaan: Lord Byron, Descartes, William Blake, Oscar Wilde, Nietschze, Sherlock Holmes, Hugh Hefner en John Lennon. Langslapers, uitstellers, nietsnutten, dichters, flaneurs. Zij begrepen waarom inactiviteit iets nobels is. Zij begrepen dat je betere resultaten boekt als je niet op je nek wordt gezeten door winstcijfers, wekkers of wc-eendreclames. Oscar Wilde zei het zo: ‘Handelen is het toevluchtsoord voor mensen die helemaal niets te doen hebben. Het is het redmiddel voor mensen die niet weten hoe te dromen.’
Een leven dat bestaat uit dromen, nadenken, mijmeren, peinzen, is dat mogelijk? Misschien niet voor iedereen. Maar laten we eens kijken naar het alternatief. Daarvoor moeten we een klein zelfonderzoek verrichten.
Wat zijn de dingen in het leven die u het meest ongelukkig hebben gemaakt? Dan praat ik niet over sterfgevallen of scheidingen, de grote rampen die niet te voorkomen zijn, maar over de kleine duivelse dingen die elke dag ons leven vergallen. Hoog op dat lijstje staat voor velen het afgaan van de wekker. Voor de meeste mensen worden de eerste jaren van hun volwassenheid, wanneer de buitenwereld toch al vreselijk verwarrend is, bepaald door wekkers en schoolbellen. In die gevoelige jaren woonde ik in een dorpje in Brabant, vanwaar elke ochtend vroeg de schoolbussen vertrokken. Om 7 uur ging mijn wekker. Blind van de slaap stond ik op, stommelde door het huis om mijn schoolspullen bij elkaar te zoeken, wankelde naar de bushalte en viel als een blok in slaap op de achterbank van de bus. Een paar haltes later werd ik ruw gewekt als er een boerenzoon uit Klundert op mijn hoofd ging zitten. De eerste uren van elke schooldag bracht ik onvermijdelijk versuft en wanhopig door. Regelmatig gleed ik midden onder de les domweg van mijn stoel en viel op de grond in slaap.
Nog steeds worden tienduizenden pubers elke dag aan deze marteling onderworpen, terwijl toch allang bewezen is dat je op die leeftijd je slaap het allerhardst nodig hebt. Een verstandige minister zou eens moeten beslissen dat een schooldag pas om 11 uur begint. Daarmee worden een hoop onderwijsproblemen in éen klap opgelost: les geven aan alerte, uitgeslapen kinderen kost veel minder moeite dan het elke ochtend op gang trekken van een onwillige, slaperige kudde.
Hetzelfde geldt voor onze beroepsbevolking. Zij worden elke ochtend in files en benauwde treincoupé’s naar hun werk gedreven. Intussen zitten honderdduizenden vrouwen thuis aan tafel tussen de ruďnes van het ontbijt, met uitzicht op een gigantische berg was- en strijkgoed in de bijkeuken. Het is niets meer of minder dan een moderne vorm van slavernij. We slijten vrijwillig onze dagen in zenuwslopende omstandigheden tussen werkoverleg en spoedvergaderingen, we worden langzaam doof tussen stampende machines of zenuwziek achter de kassa, waar we de hele dag beleefd moeten zijn tegen mensen ‘die het eigenlijk verdienden om spiernaakt bereden te worden door de duivel, met scherpe conservenblikjesdeksels als sporen’ (Annie Proulx). Of we draaien rond in de eindeloze tredmolen die ‘het huishouden’ heet.
Is er eeen andere conclusie mogelijk? Het leven dat de meesten van ons leiden is onmenselijk. Het maakt van ons nerveuze, zenuwzieke, gefrustreerde wrakken, die ver voor hun tijd opgebrand zijn en zelden gezond de pensioengerechtigde leeftijd halen. (Alleen al die formulering: het ‘halen’ van je ‘pensioengerechtigde leeftijd’. Alsof het een wedstrijd is waarbij je een beloning krijgt als je het lang genoeg volhoudt!).
Maar gelukkig is er een oplossing
Wees lui.
Luiheid is niet slecht: het is de manier van Moeder Natuur om het juiste tempo aan te geven. Als je moe bent moet je even slapen. Als je honger hebt moet je eten, rustig, niet tussen twee verplichtingen door, of staand aan het aanrecht. Doe de dingen in je eigen tempo. Denk eerst over wat u doet, bij voorkeur met uw benen op het bureau of keukentafel. De kans is groot dat u een betere, efficiëntere manier bedenkt om het te doen – of het juist te laten – in de tijd dat iedereen zich dood rent om op tijd te komen. Nadenken over dingen, al is het in een hangmat, is niet slecht. Het ziet er misschien nietsdoenerig uit, maar het is creatief. Of zoals een groot schrijver ooit verzuchtte (en velen na hem): ‘Ik wou dat mijn vrouw begreep dat ik ook aan het werk ben als ik uit het raam staar.’
Maar het voornaamste is: doe vooral geen dingen omdat ze altijd zo gedaan zijn. Dat is de allerslechtste reden om iets te doen, en bovendien is het niet waar. Het is bijvoorbeeld pas sinds de industriële revolutie gebruikelijk dat mensen de hele dag werken. Voor die tijd werd er alleen gewerkt tot er genoeg geld was om een paar dagen van te leven. Dan legde iedereen het werk neer en spoedde zich naar de kroeg. Kortzichtig? Niet kortzichtiger dan krom liggen voor hypotheken en levensverzekeringen terwijl je weet dat je waarschijnlijk voor je pensioen al versleten bent, en nooit van je huis of je gespaarde rijkdom zult genieten.
Er wordt altijd gedaan alsof we twee levens hebben: één waarin we werken en één na ons pensioen, waarin we genieten van een welverdiende wat dan ook. Dat is een grote leugen. We hebben maar één leven, en dat is nu. Je bent gek als je al die kostbare tijd vermorst met zoiets onbelangrijks als werken.


(Tom Hodgkinson: Lof der luiheid. Vertaling Thijs Bartels. Uitgeverij De Bezige Bij, 312 p., € 17,90.)


Posted by jaeggi at 09:12 am

Nacht van de vrijheid

A.s zaterdag in de Stadsschouwburg Amsterdam: de Nacht van de Vrijheid. Kijk even naar die stoet van artiesten en vraag u af of u uw zaterdagavond elders zinvoller, leuker of spannender zou kunnen besteden.
Ik denk het niet.
En anders hierbij nog een reden om te gaan:

‘In deze bloeiende staat en voortreffelijke stad immers leven alle mogelijke mensen van iedere natie en geloofsrichting met de grootste eendracht samena; als ze iemand hun goed willen toevertrouwen, zorgen ze slechts gewaar te worden of hij rijk is of arm en of hij te goeder trouw of met bedrog zaken pleegt te doen; godsdienst of geloof kunnen hun verder niets schelen, omdat die voor de rechter bij zijn toewijzing of afwijzing in een rechtsgeding niets helpen. En geen enkel geloof is zo gehaat, dat zijn aanhangers niet onder de bescherming staan van de magistraten, mits ze niemand schade berokkenen, een ieder het zijne geven en eerzaam leven.’
Zo schreef Spinoza over Amsterdam, de stad die ook wel Eleutheropolis werd genoemd: de stad van de vrijheid en de vrije gedachte. Spinoza kon in deze stad zijn gedachten letterlijk de vrije loop laten, een vrijheid die in geen enkele andere stad aanwezig was, vier eeuwen geleden.
Er is sindsdien het een en ander veranderd - maar de legende van Amsterdam als stad van vrijheid en de vrije gedachte leeft nog altijd voort. Misschien nog meer buiten Amsterdam dan in de stad zelf, waar de bewoners soms ongehoord heethoofdig, cynisch, onbeschoft en harteloos met elkaar omgaan.
En toch: in Amsterdam kunnen nog altijd gedachten de vrije loop worden gelaten. Het zijn andere, misschien radicalere gedachten dan in Spinoza’s tijd, meningen en gebruiken die soms lijnrecht tegen elkaar in gaan. Maar nog altijd leven hier ‘alle mogelijke mensen van iedere natie en geloofsrichting samen’. Nog altijd zijn de meeste Amsterdammers bereid de prijs van de verdraagzaamheid te betalen voor de vrijheid – ook al gaat dat soms gepaard met een stevige vloek of een opgestoken vinger.
Zelf kijk ik altijd naar die opgestoken vinger zoals Spinoza gedaan zou hebben: geen idee wat het betekent.

Posted by jaeggi at 08:58 am

26 juni 2007

dienstmededeling

Grolsch Lentebok is een enorme vergissing.
We weten niet precies wat er misging, dus er zijn nog geen ontslagen gevallen, maar iemands kop gaat rollen.
Het leek best een aardig idee, Lentebok, 'gebrouwen door de vakmannen van Grolsch voor de lengende dagen en frisse avonden', maar ergens tussen het reclamebureau en de brouwketels is iets toen gruwelijk misgegaan.
Man, wat is dat misgegaan.
En nu hebben we een pils in de winkel dat smaakt alsof het een dag in de brandende zon heeft gestaan en de kinderen er daarna mee in de weer zijn gegaan. Lepeltje suiker erbij, nog een lepeltje suiker, een van die rakkers heeft er toen nog een scheut Maggi doorheen geroerd. Een van onze brouwers moest denken aan de lucht die uit de ondersteek walmde, toen zijn vrouw in het ziekenhuis in Enschede lag.
Eigenlijk is er maar één woord voor: Beuaaarghhhh!
Onze excuses dus. Als u de lege flesjes Lentebok terug naar de winkel brengt krijgt u een gewoon lekker biertje terug. Desnoods van Hertog Jan. Zeg maar dat wij het gezegd hebben. En nogmaals sorry voor de vergissing.

Hoogachtend,
Koninklijke Grolsch, Enschede

Posted by jaeggi at 10:33 am

25 juni 2007

nacht van de vrijheid

Give me your tired, your poor,
Your huddled masses yearning to breathe free,
The wretched refuse of your teeming shore.
Send these, the homeless, tempest-tost to me,
I lift my lamp beside the golden door

Geef me uw uitgeputten, uw armen,
Uw krioelende massa’s smachtend naar vrijheid,
Het afval dat wemelt aan uw kusten.
Zend ze, de daklozen, de drenkelingen, tot mij,
Ik hef mijn lamp naast de gouden deur

- Emma Lazarus (1849-1887).
Dit gedicht staat op de voet van het Vrijheidsbeeld in New York.


Morgen meer over de Nacht van de Vrijheid (a.s. zaterdag: reserveer nu!)


Posted by jaeggi at 10:17 pm

24 juni 2007

paris rules

Mocht u denken dat blondines een heerlijk bestaan vol glamour leiden, kijk dan even naar de to do list van een willekeurige populaire blondine:
-Kater wegwerken met Crystal champagne
-Ontbijten met 1 partje grapefruit en het wit van 1 ei
-Glimlachen naar de paparazzi
-Met andere blondine Gucci en Prada af
-lunch (een glas Perrier en 1 druif)
-fotoshoot op Barbados, snel terug voor passen jurk
-afspraak met X (rockzanger, filmster) voor premiere
-op rode loper per ongeluk borst uit rode jurk laten vallen
-dronken worden van twee glazen Crystal
-X onder tafel pijpen; bij bovenkomen danig hoofd stoten en alle cocaine van tafel vegen;
-ruziemaken met X, het uitmaken en persbericht uitsturen
-het weer aanmaken met X en persbericht uitsturen
-seksvideo maken met X en op het internet plaatsen
-agent sms-en, afspraak laten maken bij talkshow om verontwaardiging te uiten over gestolen seksvideo.

En dat is nog maar een hele gewone dag.
Het valt niet mee om als populaire blondine te overleven tussen concurrentes als Britney Spears, Jessica Simpson, Tara Reid, good old Pamela Anderson en die magere poedel van een Jennifer Aniston. Tussen zulke concurrentie je rechtmatige plaatsje veroveren vraagt om krasse middelen. Niemand heeft dat beter begrepen dan Paris Hilton. Tot nu toe was Paris meestal goede tweede achter Britney, maar sinds ze zich achter het stuur liet betrappen met een promieltje alcohol teveel is zij de ongekroonde Koningin van Blond Bimboland. Paris rules!
Eerst kreeg ze veertig dagen cel. Al na drie dagen liet de rechter haar vrij. Vervolgens stuurde een andere rechter haar weer terug. In de tussentijd maakte Paris een geestelijke ontwikkeling door waar een gewoon mens een heel leven over doet. Hoorde ze het vonnis van de rechter nog schreeuwend en huilend aan, en had ze na haar eerste dag in de cel voortdurend het gevoel ‘dat ze in een kooi zat’ (!), inmiddels is ze een ander mens. In een interview met veterane Barbara Walters, kort nadat ze terug was geplaatst in de Los Angeles County Correctional Facility, bekende ze dat ze niet langer een dom gansje was, dat ze God gevonden had, na haar vrijlating het liefst ‘iets met gehandicapte kinderen wilde doen’ en niet in een spiegel had gekeken sinds ze (zes uur daarvoor) was opgesloten.
Het is een klassiek mirakelspel, dat we al kennen sinds Mariken van Nieumeghen: zeven jaren dansen met de duivel, gevolgd door inkeer en vergiffenis, maar dan binnen het tijdsbestek van een videoclip.
Paris, beroemd vanwege haar beroemdheid, kan nog jaren teren op haar gevangenis-ervaringen. De talkshows staan in de rij, de paparazzi ook, en het zou me enorm verbazen als er niet een ghostwriter en een boek van kwamen. Dat vervolgens als serie verfilmd word: The Paris Hilton Redemption Files.
Als we een beetje zuinig aan doen kunnen we Paris nog decennia recyclen.

Posted by jaeggi at 11:47 am

22 juni 2007

nieuw gedicht voor hassnae

Maritiem kabinet

Met enthousiasme van een mier
die een broodkruimel ontdekt
klampt zij zich vast aan de rots
van zijn zelfvertrouwen.

Hij wordt een versleept wonder.
Een zwart, geprivatiseerd steentje
dat koud familiehanden drukt,
kringelend in het besef van
zijn zeewaardigheid.

Maar wat hem siert is dat hij
dit donker geheim zo
onaangedaan bewaren kan alsof
de zee hem steeds terugspoelt

naar zijn woorden die als fossielen
ingebed in hellende jaloezieen
een wankele belofte waarmaken
van onaangetast toeverlaat.


Martijn Benders

Posted by jaeggi at 11:41 am

21 juni 2007

eerste gedicht voor hassnae


Haar huid stinkt naar dingen
die ik niet ken
haar vriendinnen sissen.


Eus

Posted by jaeggi at 10:11 am

19 juni 2007

gedichten voor hassnae (2)

Hierbij een betere foto van onze tijdelijke muze (foto courtesy of Herman Wouters).

Posted by jaeggi at 10:42 am

gedichten voor hassnae

Broeders, dichters, er is hoop.
Het valt soms niet mee, ik weet het, als we voorlezen voor anderhalve man en een paardenkop, of als we de royalty-afrekening van onze bundels krijgen en we denken: waar doé ik het eigenlijk voor?
Welnu, we doen het voor Hassnae.
Wie?
Hassnae Bouazza, zus van, welbespraakte schoonheid, Hassnae, die het te lang smeulende vuur van onze lendenen nieuw leven inblies met haar woorden in Vrij Nederland, deze week (p.23): 'Wie wil er nu geen man die kan dichten?'
Er is hoop, broeders.

Ik schrijf een gedicht voor Hassnae (die er zo uitziet - let niet op die rare soap-acteur naast haar).

Broeders, als er onder u nog mannen zijn die niet vergeten zijn hoe we in vuur en vlam konden raken van de bewondering van 1 enkele vrouw: stuur me ook een gedicht voor Hassnae (hassnae@jaeggi.nl). Ik zorg dat ze ze krijgt.

(NB Zusters die ook in vuur en vlam raken van Hassnae: sorry, ze valt nu eenmaal op mannen. Volgende keer beter.)

Posted by jaeggi at 09:51 am

17 juni 2007

budapest & bandini

Ik had nog beloofd verslag te doen van mijn reisje naar Budapest, Hongarije. Ach, er wordt zoveel beloofd. Wie echt nieuwsgierig is moet NRC van gisteren maar even opslaan, daarin (in Leven &cetera) staat een verslag van de trip (Fokke en Sukke in Hongarije).

Bij wijze van eigen verslag: in Budapest lag een grote verrassing voor ons klaar, de schitterende Nederlands/Hongaarse bundel Theresa/ Nora/ Anja Possa, drie liefdesgeschiedenissen (Három szerelem története) van Tommy Wieringa, Jaap Scholten en Adriaan Jaeggi, mooi sober uitgegeven door Uitgeverij Bandini (Amsterdam/Budapest).
Dit boekje is ook in Nederland verkrijgbaar, maar in kleine oplage. Haast u dus naaar boekhandel Scheltema, Athenaeum, Het Martyrium of Schimmelpenninck, alle in Amsterdam. In de AKO zult u het niet zien liggen.

Hierbij een voorproef uit een van de verhalen: Nora.

Nora

Nora had de hele middag doorgebracht in Peterson's Wijnboetiek, en ze had nog altijd geen beslissing genomen. Ze bevond zich achter in de winkel, bij de grote houten vaten die in rijen in houten rekken lagen, en slenterde door de smalle gangetjes waar het zurig rook, en muf, maar niet onprettig. Af en toe nam ze peinzend een slok uit haar glas, proberend om aan prettige dingen te denken, of aan wat voor dingen dan ook, boodschappen, de televisie, alles liever dan het barbecuefeest dat ze die avond zouden geven. Ze was begonnen met voorzichtig nippen aan de proefglazen die de oude meneer Peterson voor haar had ingeschonken, maar toen had hij haar alleen gelaten `om zelf rustig te beslissen', en ze hoe meer ze had geprobeerd om goed te proeven, hoe minder het wilde lukken. Het liefst was ze op een van de logge bruine vaten gaan zitten om een beetje te huilen. Ze voelde haar gezicht warm worden en hield het koele glas tegen haar wang. Ze voelde de strenge, vragende blik van de oude meneer Peterson op zich gericht, die haar altijd onrustig maakte en haar het gevoel gaf dat ze een winkeldief was en een idioot.
Ze rechtte haar rug en glimlachte in zijn richting. Hij kwam naar haar toe en ze wees op de gok op een van de wijnvaten. Hij haalde bijna onmerkbaar een wenkbrauw op, schonk een bodempje rode wijn in een schoon glas, en overhandigde het haar met een stijve knik van zijn bovenlichaam. Zij en Max waren al jaren goede klanten van de Wijnboetiek.
Daarna liep hij naar voren en begon zijn zoon uit te foeteren, een mager joch dat hem hielp in de winkel en dat stiekem dronk. Met dertien jaar had hij het roze gezicht van een beginnende alcoholist. Altijd als zijn vader hem uitschold liet hij alles vallen wat hij in zijn handen had. Op een gegeven moment had zijn vader besloten dat het te veel kostte, en voortaan gaf hij zijn zoon op fluistertoon op zijn donder. Er zijn niet veel mensen die iemand fluisterend op zijn donder kunnen geven, maar oude meneer Peterson kon het.
Nora nam een slok van de wijn. Ze was blond en tamelijk aantrekkelijk, in elk geval aantrekkelijk genoeg om op bedrijfsfeestjes of de maandelijkse barbecue's regelmatig jonge jongens van Max' kantoor van zich af te moeten houden, die haar in een hoek manoevreerden met verhalen over 'managing directors' en 'targetting' waar ze niets van begreep.
Ze nam nog een slok en probeerde die niet meteen door te slikken.
Vroeger had ze veel zomersproeten gehad, maar in de loop der jaren waren die verbleekt en hadden plaats gemaakt voor een zachte witte huid, die Max, als hij in een romantische bui was, 'romig' noemde. Zelf vond ze zich meestal een onaantrekkelijke klomp marsepein, al wilde ze zichzelf wel toegeven dat het minder erg was dan het uiterlijk van de meeste vrouwen van Max' collega's, dat vaak veel overeenkomst vertoonde met het vlees op de barbecue.
`O God, de barbecue,' dacht Nora. De wijn verzuurde in haar mond en vlug slikte ze. De slok schoot haar keel in en verdween daarna de verkeerde kant uit. Ze vouwde dubbel, hoestend en wijn sproeiend, tranen in haar ogen. De oude meneer Peterson, gespitst op elke onregelmatigheid in zijn winkel, schoot haar richting uit.
`Mevrouwtje toch,' zei hij, haar op haar rug kloppend. `Gaat het weer? Ach, en moet u uw jurk nou zien. Zo'n mooie jurk. Wat 'n zonde.'
De lichtblauwe jurk was naar donkerpaars verkleurd door de rode wijn. Ze ging recht overeind staan, kuchte een paar keer en glimlachte naar hem, de tranen nog in haar ogen.
'Dank u,' zei ze. 'Het gaat alweer.' Ze draaide weg van zijn hand, die haar nog steeds zorgzaam en krachtig op de rug klopte.
'Heeft u misschien een glas water voor me?'
Oude meneer Peterson draaide zich om en keek rond naar zijn zoon, die nergens te zien was. Hij liep naar het einde van het gangetje en sloeg de hoek om. Zijn binnensmonds gemompel bleef tussen de zwijgzame vaten hangen. Nora wachtte niet tot hij terug was. In de auto veegde ze de tranen uit haar ogen met haar paarse jurk en kuchtte twee keer, hard.
'Rustig maar,' zei ze bij zichzelf. 'Dat was een heleboel wijn die je op hebt, Nora. We zouden niet ergens tegenaan willen rijden, toch?'
Rustig stuurde ze de auto het parkeerterrein voor bezoekers van de wijnboetiek af en draaide de weg op. Er was veel verkeer. Ze besloot de wijn in de supermarkt te kopen. Na één rondje van Max z'n zelfgemaakte barbecuesaus zou niemand toch meer het verschil proeven tussen bier en wijn. Zolang er maar genoeg was.
`Good night, little girl, good night,' neuriede ze. Ze kon zich niet herinneren waar ze het liedje van kende, maar de woorden kwamen vanzelf in haar op terwijl ze zong.`I just hope you'll get home allright,' zong Nora. `The ring on your finger, told me not to linger, so good night little girl, good night.'
Ze draaide het parkeerterrein van de supermarkt op en parkeerde de Volvo stationcar zo dicht mogelijk bij de ingang. Ze neuriede terwijl ze het winkelkarretje langs de overvolle schappen duwde, en stapelde het vol met grote pakken luchtdicht verpakte hamburgers en biefstukken, uien, aardappels, spek, paprika's, ketchup, pakken jus d'orange, een streng knoflook groot genoeg om heel Transsylvanië de stuipen op het lijf te jagen, chips, potten mayonaise en augurken, bier en witte en rode wijn in plastic jerrycans van vijf liter.

Toen ze, de winkelwagen voor zich uit duwend, door de schuifdeuren naar buiten liep was het of iemand haar met een voorhamer op haar hoofd sloeg. De overgang van de airconditioning in de supermarkt naar de plakkerige hete buitenlucht, en de wijn die ze gedronken had, veranderden haar knieën in rubber. Ze probeerde zich vast te grijpen aan haar karretje, maar het gleed onder haar vingers uit en reed rammelend de helling af in de richting van de auto's, steeds harder. Nora klapte tegen het beton.
Haar rechterknie raakte eerst de grond, daarna haar handen en haar kin. Vanuit haar knie schoot een schicht van pijn naar haar kin, en de tranen sprongen in haar ogen. 'Dat is nou al de tweede keer vandaag,' dacht ze, terwijl ze haar ogen dichtkneep van pijn, en tegelijkertijd vroeg ze zich af hoe vaak ze nog in tranen uit zou moeten barsten voor de dag om was. Ze moest er bijna om grinniken, stilletjes, diep in zichzelf, wat de enige plaats was waar ze weleens om zichzelf durfde te lachen.
De overvolle kar had bijna de rij geparkeerde auto's bereikt. Even dacht ze dat ze ongelooflijk geluk zou hebben en dat de kar haar eigen auto zou raken - ze zag zelfs voor zich, in een onderdeel van een seconde, hoe hij de bumper zou raken, kantelen en hoe de boodschappen, als in een tekenfilm, in een boogje door het achterraam precies op hun plaats zouden vallen - maar toen raakte hij een kiezelsteen, boog af en botste frontaal op de lage, donkere auto naast de hare. De bovenste laag boodschappen schoof van de kar af en verspreidde zich over de glanzende motorkap van de auto. Ze hoorde glas breken.
'O God,' kreunde Nora, en even legde ze haar voorhoofd op haar handen. Haar kin schrijnde en haar knie stond in brand. Er zat vast allemaal vuil in. Ze durfde niet te kijken. Dat had ze als kind ook nooit gedurfd, als ze gevallen was; ze was altijd bang geweest dat de wond zo diep zou zijn dat ze in haar eigen lichaam zou kunnen kijken. Haar vader had haar ooit geprobeerd te dwingen naar een snijwond in haar wijsvinger te kijken, die ze had gemaakt toen ze haar moeder ontbijt op bed wilde brengen. Hij hield haar vinger voor haar gezicht en brulde dat ze haar ogen open moest doen. Ze had ze stijf dichtgeknepen, tot hij zuchtte, haar haren losliet en de trap opliep naar boven. Ze hoorde zijn bromstem boven haar hoofd en daarna het lachen van haar moeder.
'Kan ik u helpen, mevrouw?'
Nora tilde haar hoofd van haar handen. Naast haar zat een man op zijn hurken. Het eerste wat ze zag waren zijn schoenen: gaatjesschoenen met geschaafde neuzen. Daarna zijn vingernagels, een beetje te kort geknipt. Ze legde haar hoofd in haar nek en keek naar zijn gezicht: een brede mond, met grote lachrimpels op de hoeken, en donker haar met al heel wat grijs erin, alsof hij witte verf in zijn haar had gekregen. Ze probeerde zijn ogen te zien, maar hij bewoog zijn hoofd en ze keek recht in de verblindende zon.
Ze stak haar hand uit.
Haar gezicht vertrok toen hij haar overeind hielp.
'Gaat het?'
Ze knikte. Ze vermeed het naar haar knie te kijken en hield haar kin stijf omhoog.
'Dat ziet er niet zo best uit. Ik zou er maar even naar laten kijken als ik u was.'
Ze draaide haar hoofd, zodat ze niet meer in de zon keek. Hij had een grote, vooruitstekende kin en bruine ogen. Niet van die trouwe hondenogen, gelukkig. Meer de ogen van een jonge hond die net met veel plezier je schoenen kapotgekauwd heeft.
Ze glimlachte en streek haar haar uit haar gezicht.
'Dankuwel,' zei ze. 'Het gaat alweer. Die warmte...'
Hij staarde naar haar. Hij had echt aardige ogen, al was zijn gezicht verder nogal gewoon. Nora streek haar jurk glad over haar buik.
'Mag ik?' zei hij.
Hij stak zijn hand uit naar haar kin. Onwillekeurig schrok ze even terug, toen liet ze hem begaan. Heel licht raakte hij haar kin aan. Hij liet haar zijn zakdoek zien, smetteloos wit met een grote bloedvlek erin. Ze voelde haar knieën weer week worden.
'Hier, voorzichtig,' zei hij. Hij greep haar onder haar armen en troonde haar mee naar de lage zwarte auto. Met een arm veegde hij een deel van de motorkap schoon zodat ze kon zitten.
'Ik weet niet of dit wel kan,' zei ze paniekerig. 'Straks komt de eigenaar...'
'Maak je daar nou maar geen zorgen om,' zei hij. 'Hou je kin even omhoog.'
Voorzichtig bette hij haar kin. Het deed pijn, en ze voelde een paar dikke tranen langs haar wangen rollen. Hij deed of hij het niet zag maar veegde ze onopvallend op in het voorbijgaan.
'Zo, dat is redelijk schoon,' zei hij. 'Maar als je thuis bent moet je er wel even iets op doen.'
Ze knikte en probeerde op te staan. Een doos eieren gleed van de motorkap en plofte op de grond.
'Nou, die zijn niet meer te repareren,' zei hij.
Ze lachte. Hij lachte ook, en ze zag dat zijn tanden ongelijk waren, maar wel wit en niet te groot. Ze kende al genoeg mensen met te grote tanden.
'Geeft niet,' zei Nora. 'Ik heb nog negen dozen.'
Hij grinnikte en zei: 'Zal ik maar even helpen met de boodschappen? Waar staat je auto?'
Ze wilde protesteren, maar hij was al bezig zakken chips terug op het boodschappenkarretje te stapelen.
'Dat hoeft echt niet, hoor,' zei ze, de zakdoek tegen haar kin gedrukt.
'Ik ben bang van wel,' zei hij. 'Ik kan niet gaan rijden met een motorkap vol boodschappen.'
Met een gloeiend hoofd liep Nora naar de Volvo. Ze stak de sleutels in het slot en zag zichzelf weerspiegeld in de achterruit.
'Mijn god,' zei ze.

(wordt vervolgd in Theresa/ Nora/ Anja Possa, drie liefdesgeschiedenissen [Három szerelem története], Uitgeverij Bandini (Amsterdam/Budapest 2007).

Posted by jaeggi at 11:43 am

14 juni 2007

citaat van de dag

'Als het om angst gaat zeg ik: "het ligt niet aan jou." Weg met die last: dat vreselijke, knagende, misselijkmakende idee dat het foute boel is, vermengd met een permanent gevoel van machteloosheid, komt gewoon doordat we in een angstige tijd leven, door puriteinen onderdrukt, door carričres gevangengehouden, door bazen vernederd, door banken bestookt, door roem verleid, door tv verveeld, altijd maar hopend, vrezend of treurend.
Het- het Ding, het Gezag, het Systeem, de Combine, het Apparaat, hoe we de structuren van de macht ook maar willen noemen - wil dat je angstig bent.'

- Tom Hodgkinson, Leve de vrijheid (Meulenhoff, net verschenen)

Posted by jaeggi at 12:27 pm

13 juni 2007

de kus

Kussen valt in dezelfde categorie als neuspeuteren, masturberen en computerprogrammeren: heerlijk om zelf te doen, maar volstrekt ongeschikt als schouwspel. Kijken naar andermans gezoen is maar marginaal aantrekkelijker dan toekijken bij een liposuctie-operatie. Toch is het vrijwel onmogelijk een dag door te komen zonder met de binnenkant van andermans mond geconfronteerd te worden. Wie kent niet deze situatie: je zit in de trein, onderuitgezakt, met de diepe wens om de komende paar uur geen enkel intermenselijk contact te hebben, en dan gaat de coupédeur open. Een stelletje. Zij giechelt. Hij likt aan haar oor. Zij giechelt nog harder en kijkt intussen de coupé rond.
- Hier dan maar?
‘Hier’ is recht tegenover jou. Je norse blik noch je uitgestrekte benen hebben enig effect: zij schuift over de bank naar het raam met een soort vage vochtige blik in haar ogen die je snel je benen doet intrekken. Bij hem is het spermapeil inmiddels tot halverwege zijn oogbollen gestegen, dus hij merkt sowieso niets meer. Ze zitten nog niet of het kussen begint. Eerst schuchter, met gesloten monden, gespannen lippen die op elkaar botsen als de stootranden van botswagentjes, maar binnen een halve minuut gaan de monden open en zit je te kijken naar twee volstrekte vreemden die elkaar met kletsnatte biefstukjes te lijf gaan. Ik heb weleens iemand horen beweren dat de mens zich onderscheidt van de andere dieren doordat hij als enige gesteld is op privacy bij het paren, maar die persoon heeft nog nooit in de nachttrein van Den Haag naar Amsterdam gezeten, zo rond half vier.
Nu hóef je natuurlijk niet met de trein te reizen. Maar zodra je de tv aanzet of naar de bioscoop vlucht beginnen ze wéér. Eerst moet je anderhalf uur wachten terwijl de heldin zich hardnekkig verzet tegen de avances van de mannelijke hoofdrolspeler (geheim agent, briljant jazzmuzikant, gespierd aapmens) alvorens ze zich in de laatste minuten alsnog met opengesperde mond aan hem aanbiedt.
Zal ik u eens iets geks vertellen? Ik heb de afgelopen dertig jaar niet één keer meegemaakt dat een vrouw eerst tegenspartelde en daarna toegaf. Al gooide ik mijn volle vijfennegentig kilo in de strijd, het eindigde nooit met zoete overgave maar wel met een knie in mijn kruis. Maar goed, we hadden het over andermans kussen.
Het vreemde aan zo’n filmkus is dat je er volledig in op kunt gaan terwijl je weet dat er op dat intieme moment tenminste vijftien mensen en drie camera’s buiten beeld aanwezig waren, inclusief een manusje-van-alles dat stiekem de jam uit de donuts aan het zuigen is terwijl de rest bezig is met de belangrijkste scčne van de film.
We weten ook dat de beste filmkussen meer met techniek te maken hebben dan met passie – of dacht u dat die ondersteboven hangende kus van Spiderman en Mary-Jane in Spiderman I echt lekker was? Natuurlijk niet. Het zag er alleen maar lekker uit, en dat is voor ons, arme smachtenden, genoeg. Want wij krijgen nooit zo’n kus, zo’n zachte, smeuďge, harde, natgeregende, riskante, naar meer smakende kus als Kirsten Dunst kreeg van Toby Macguire. Als wij een keer een gevaarlijke kus krijgen dan lijkt hij eerder op de klassieke gruwelkus zoals Jay McInnerney beschrijft in Story of mij Life: ‘Hij zet me klem tegen de deur en dan zit ik ineens vast aan dat afschuwelijke benige kleine mondje van hem, ik bedoel je kunt je mond openhalen aan de lippen van deze vent en dan heb ik het nog niet eens over zijn tong, een soort reptiel, het doet me denken aan een plaatje dat ik een keer zag in een blad, van die lampreien die zich vastzuigen aan zalmen en hun ingewanden eruit zuigen.’
Er zijn nu eenmaal veel te weinig mensen die goed kunnen kussen. Het lukt de meesten al niet eens een gewone begroetingskus tot een goed einde te brengen – twee keer? drie keer? – om nog maar te zwijgen van degenen die menen dat kussen een vorm van kunstbiljarten is, met een dozijn verplichte lebber-figuren. Kussen is een prachtige kunst, daarom kan ik er niet tegen als ik knoeiers aan het werk zie. Ik bedoel: vraag dan een vakman.


Posted by jaeggi at 12:50 am

12 juni 2007

dingen die ik zelf graag geschreven had

Over de partijtop van de PvdA in de 'Eshan Jami'-affaire: 'De partijtop was, zoals gewoonlijk als er iets belangrijks speelt, voorzover niet hersendood, bezig genuanceerd de kat uit de boom te kijken.'
(Martien Pennings vandaag in De Volkskrant).

Mooi, venijnig en beknopt. Voer voor politici.

Posted by jaeggi at 01:10 pm

11 juni 2007

de gratis kranten worden door apen gemaakt (2)

Zojuist de maandag-editie van De Pers bekeken. Midden op de voorpagina een foto van de verkiezingen in België: een dikke, wat dommig uitziende boer verlaat een stemlokaal. Onderschrift: 'Behoudend België heeft gisteren flink gewonnen.'
Ergo: dikke, simpel uitziende boeren zijn behoudend.

De Pers wordt niet alleen gemaakt door apen, het zijn ook nog eens foute apen.

Posted by jaeggi at 12:54 pm

de gratis kranten worden door apen gemaakt

Ik begrijp dat de Metro zich af en toe in een jasje van vette reclame laat wikkelen: omwille van de platte poen verkopen zij ook vandaag hun voor- en achterpagina aan een telefoonwinkel.
Soit. Waarschijnlijk krijgen alle redactieleden vandaag een taartje bij de koffie, het kan er af.
Maar ware ik eindredacteur bij de Metro, dan zou de slagroom me in de mond verzuren bij de gedachte aan de smeekbedes die ik dit weekend aan de hoofdredactie heb gericht.
'Eh... het is misschien pietluttig, maar ik zit een beetje met de tekst van die advertentie.'
'Afblijven. Dat is kopij van het reclameburo, niet aanzitten met je tengels.'
'Ja maar... Er staat 'Nieuwe actie doorslaand succes'.
'Your point?'
Het is inslaand succes. Niet doorslaand.'
'Christeneziele, heb je ruzie met je vrouw of zo? Wat maakt dat nou uit? Geen mens die het verschil ziet.'
'"Slordig schrijven is slordig denken", dat zei mijn grootvader altijd.'
'Weet je wat jij doet, Van Santen? Ga jij even lekker de column van Ton Broekhuisen redigeren, die heeft weer een bak ellende ingeleverd. Maar poten af van die advertentie!'

1 troost: bij de kwaliteitscollega's van De Pers is het niet veel beter. Ik heb de krant van vandaag nog niet gezien, maar uit die van vrijdag: 'Het boek (Orwell's 1984) schetst een autoritair toekomstbeeld.' Aan 1 woord heb je genoeg om te weten dat ook De Pers wordt gemaakt door apen, of in elk geval wezens die het verschil tussen autoritair en totalitair niet kennen.

Posted by jaeggi at 11:35 am

07 juni 2007

erratum

NB vanaf de paspoortcontrole: sommige Hongaarse letters in de vorige post komen niet goed door, merk ik. De ? moet natuurlijk een ? zijn, en waar een ? staat, lees ?


szoltan Jevgenieie&?ieietje !

Posted by jaeggi at 08:54 am

Páviánsz?r és chipolata pudding

Hier even de gegevens voor het komende weekend:
Adriaan Jaeggi (1963) író, költ? és publicista. Két regénye és két verses kötete jelent meg, továbbá írt egy könyvet a zenei karrierjér?l Tromboneliefde (Harsonaszerelem) címmel. Tanulmányai idején dolgozott - többek közt - tubásként, tánctanárként és feltalálóként. Miután 1995-ben lediplomázott, a legendás amszter-dami kiadónál, Thomas Rapnál vállalt szerkeszt?i állást. Ebben az évben adták ki els?, De tol van de roem (A hírnév ára) cím? regényét. Másodikregénye, a Held van beroep (Szakmájánál fogva h?s) több díjat kapott és le is fordították. 2006. január 1. óta Jaeggi Amszterdam város hivatalos költ?je. Harmadik regénye - Edele dieren (Nemes állatok) - mostanában kerül kiadásra.

Natuurlijk ben ik niet de enige die hier optreedt: ook Tommy Wieringa is van de partij: (1967) ifjúságának jelent?s részét a Holland Antillákon töltötte. Tanulmányai befejezése után jegypénztárosként dolgozott a Holland Államvasutaknál, piaci eladó volt és öngyújtókat árult. Ez id? alatt folyamatosan írt. 2002-ben jelent meg az Alles over Tristan (Mindent Trisztánról), melyet 2005-ben a Joe Speedboot (Motorcsónakos Joe) követett. Ez utóbbi fordítói jogait tíz ország vette meg. 2006-ban jelent meg Wieringa útleírásainak gy?jteménye Ik was nooit in Isfahaan (Sosem jártam Isfahaanban) címmel. En niet te vergeten onze beminnelijke gastheer Jaap Scholten (1963), de schrijver van Páviánsz?r és chipolata pudding, címmel novellákat, Tachtig (Nyolcvan) és Morgenster (Hajnalcsillag) címmel két regényt valamint egy útirajzokat tartalmazókötetet (Reisavonturen & Bedevaarts-tochten) publikált. Jelenleg Budapesten él, és a harmadik regényén dolgozik.
De muziek komt van Naar Tevredenheid (Mindenki megelégedésére).
Maandag een verslag.

Posted by jaeggi at 08:44 am

06 juni 2007

welkom op zaal, Harmens

Bloggen is een ziekte.
In het bed naast het mijne is net een nieuwe patient neergelegd. Benieuwd of hij het lang gaat maken.

Posted by jaeggi at 10:43 pm

05 juni 2007

boeken sneller dan het licht

Over een maand, op 07-07-07, opent de nieuwe Openbare Bibliotheek Amsterdam zijn deuren. Dit stukje werd op verzoek geschreven voor die gelegenheid.


Het is onmetelijk lang geleden, maar er was een tijd dat ik niet op deze planeet leefde. Tenminste drie jaren van mijn jeugd heb ik doorgebracht op plekken ver buiten ons zonneselsel, of op een punt zo ver in de toekomst dat mijn moeder mij nauwelijks kon bereiken als ik naar huis moest komen voor het eten. Als ik had mogen lezen aan tafel was ik in die tijd vrijwel niet op aarde geweest.
De tijd die ik besteedde aan lezen overtrof ruimschoots de tijd die ik doorbracht op school, voor de tv of aan de eettafel. Slapen deed ik alleen als het niet anders kon, als de woorden voor mijn ogen begonnen te schemeren of de batterij van mijn zaklantaarn opraakte. Met zo’n leeshonger raakten de boeken snel op. De boeken voor mijn leeftijd had ik allemaal al uit, en mijn geduld met minstrelen en ridders was ook wel zo’n beetje op. De boeken van Jan Cremer en Jan Wolkers, waar ik veel goeds over had gehoord, stonden buiten mijn bereik op de bovenste planken van mijn vader’s boekenkast.
Mij zakgeld in die tijd bedroeg vijftig cent per week. Als ik nijver spaarde en geen kauwgom of andere eerste levensbehoeften meer kocht zou ik ongeveer elk half jaar een boek voor mezelf kunnen kopen. Die gedachte was ondenkbaar.
Er zat niets anders op dan mij naar de bibliotheek te begeven.

De openbare bibliotheek van Breda lag in een drukke winkelstraat achter de Grote Markt. Van het interieur herinner ik mij weinig, behalve de murmelende, levende stilte die in de hal hing, en de roltrappen die naar de afdeling literatuur voerden. Ik betrad de leeszaal en werd direct duizelig (later heb ik dit herleid tot een vorm van hoogteziekte, zoals elke beginnende avonturier meemaaakt).
Verdwaasd doolde ik rond tussen de boekenkasten. Uit zoveel duizenden was het onmogelijk een keuze te maken. Bovendien droegen de ruggen van de boeken de meest onbegrijpelijke iconen: een doodshoofd, een wapperende vlag, iets wat op een kromme rups leek. Uit nieuwsgierigheid sloeg ik een van die boeken open en begon te lezen.
‘Zijn naam was Gaal Dornick en hij was een gewone jongen van het platteland die Trantor voor het eerst zag’ – en ik voelde hoe een onbekende kracht mij het boek binnen zoog (ervaren schrijvers en lezers zullen hier glimlachen: een eerste zin met twee onbekenden erin is een beproefd recept om de lezer direct bij de kladden te vatten. Misschien is er zelfs een lezer over, als er nog lezers bestaan die voor hun plezier lezen, die deze eerste zin herkent.)
Het verhaal speelde in een verre toekomst, op een planeet aan de uiterste rand van de Melkweg. Het Galactisch Inperium bevond zich op een cruciaal moment in haar bestaan, en er was maar één man die de sleutel tot de toekomst had. Ik las, en zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, zonder raketaandrijving of atoommotor werd ik opgenomen en van de aarde weggevoerd, sneller dan het licht.
Toen ik weer opkeek, met een wazige blik, was het licht in de ruimte gedempt en klonk er een zachte stem over de intercom die zei dat de bibliotheek ging sluiten. Ik sloeg het boek dicht, stak het onder mijn arm, griste nog vier boeken met hetzelfde icoon van de planken en haastte me naar buiten.
Vanaf dat moment werd elke gang naar de openbare bibliotheek van Breda de tocht van een ontdekkingsreiziger in het heelal. Ik haastte me de trappen op, en voordat ik in de leeszaal was, was ik de maan, Mars en Venus al voorbij. Ik leerde dat de kromme rups op een rug betekende dat een boek zich in de toekomst afspeelde. Ik leerde dat de kromme rups eigenlijk een serie planeten in eclips moest voorstellen.
Ik leende steeds het maximale aantal van vijf boeken, en zodra ik die had verslonden haastte ik mij terug naar de bibliotheek, hongerig naar een nieuwe ruimtereis. In de twee jaar die daarop volgden las ik alle science-fictionboeken in de openbare bibliotheek van Breda.

Toen begonnen de dingen te veranderen, en ik landde hardhandig terug op aarde. Mijn eerste grote reizen waren voorbij. De opwinding en vervoering die die boeken in mij teweeg brachten, daar ben ik de rest van mijn leven naar blijven zoeken. Op sommige avonden klim ik naar het dak van ons huis en speur de sterrenhemel af, op zoek naar het deel van mijzelf dat toen zo moeiteloos naar de sterren reisde en daar nog altijd ronddwaalt.


Posted by jaeggi at 09:20 am

04 juni 2007

hete naalden (2)


PCM: uitgever Prometheus/Bert Bakker gaat zelfstandig verder

Amsterdam - De directie van uitgeverij Prometheus en PCM Uitgevers hebben overeenstemming bereikt over de verzelfstandiging van Prometheus/Bert Bakker per 1 juni 2007.
Financiele details zijn niet bekendgemaakt.

(Bron: BETTEN BEURSMEDIA NEWS)

Posted by jaeggi at 02:49 pm

03 juni 2007

nieuw...

op de website: een pagine vol interviews (ook audio).

Posted by jaeggi at 04:47 pm

02 juni 2007

stadsgedicht 9

Dit gedicht werd twee uur geleden voorgelezen bij de viering van de verkiezing van de Brouwersgracht als mooiste straat van Amsterdam, ten overstaan van ongeveer 87 belangstellenden en enkele tientallen verwonderde voorbijgangers.

Ode

het verbaast ons niet dat wij de mooiste zijn
zeggen de gevels
het zou niemand moeten verbazen
neuriet het water

this is pata negra-country
hier broeden de salonboten
en groene stalen bruggen ademen
het vertrouwen dat we eeuwig zijn
het is hier altijd laat van licht en tijd

de moeder van de grachtengordel
drijft een beautyshop voor platbodems
aan het ongelijk plaveisel

this is pata negra-country
je moet er iets voor doen om hier te wonen
en niemand zal vertellen wat


(meer over de mooiste straat staat hier en meer stadsgedichten hier)

Posted by jaeggi at 01:50 pm

01 juni 2007

cheryl

'Alles heeft een ritme,' schrijft Cheryl Braam afgelopen maandag op haar weblog, 'maar ik heb deze nog niet te pakken.'
Dat kun je wel zeggen.
Gisteren bekende Braam dat zij degene was die een verkeerd hokje aankruiste bij de afgelopen senaatsverkiezingen, en dat ze daardoor 'in paniek is geraakt' en de andere hokjes 'ook heeft ingekleurd'.
Als zo iemand zeven jaar is vind je het vertederend.
Cheryl Braam is 38.

Lieve, lieve God, Gij weet waarom het is, ik niet - maar wat hebben wij misdaan om gezegend te worden met regeerders die allemaal het denkraam van een zevenjarige hebben? Die altijd angstig vriendjes willen blijven met de grootste bully van de klas, zoals Maxime Verhagen, die zich geen seconde op hun gemak lijken te voelen, zoals Wouter Bos, of die glashard blijven liegen ('Ik was het niet, echt niet!') terwijl de chocopasta nog aan hun mondhoeken zit?

Posted by jaeggi at 11:13 am