« hete naalden (2) | Main | welkom op zaal, Harmens »
05 juni 2007
boeken sneller dan het licht
Over een maand, op 07-07-07, opent de nieuwe Openbare Bibliotheek Amsterdam zijn deuren. Dit stukje werd op verzoek geschreven voor die gelegenheid.
Het is onmetelijk lang geleden, maar er was een tijd dat ik niet op deze planeet leefde. Tenminste drie jaren van mijn jeugd heb ik doorgebracht op plekken ver buiten ons zonneselsel, of op een punt zo ver in de toekomst dat mijn moeder mij nauwelijks kon bereiken als ik naar huis moest komen voor het eten. Als ik had mogen lezen aan tafel was ik in die tijd vrijwel niet op aarde geweest.
De tijd die ik besteedde aan lezen overtrof ruimschoots de tijd die ik doorbracht op school, voor de tv of aan de eettafel. Slapen deed ik alleen als het niet anders kon, als de woorden voor mijn ogen begonnen te schemeren of de batterij van mijn zaklantaarn opraakte. Met zo’n leeshonger raakten de boeken snel op. De boeken voor mijn leeftijd had ik allemaal al uit, en mijn geduld met minstrelen en ridders was ook wel zo’n beetje op. De boeken van Jan Cremer en Jan Wolkers, waar ik veel goeds over had gehoord, stonden buiten mijn bereik op de bovenste planken van mijn vader’s boekenkast.
Mij zakgeld in die tijd bedroeg vijftig cent per week. Als ik nijver spaarde en geen kauwgom of andere eerste levensbehoeften meer kocht zou ik ongeveer elk half jaar een boek voor mezelf kunnen kopen. Die gedachte was ondenkbaar.
Er zat niets anders op dan mij naar de bibliotheek te begeven.
De openbare bibliotheek van Breda lag in een drukke winkelstraat achter de Grote Markt. Van het interieur herinner ik mij weinig, behalve de murmelende, levende stilte die in de hal hing, en de roltrappen die naar de afdeling literatuur voerden. Ik betrad de leeszaal en werd direct duizelig (later heb ik dit herleid tot een vorm van hoogteziekte, zoals elke beginnende avonturier meemaaakt).
Verdwaasd doolde ik rond tussen de boekenkasten. Uit zoveel duizenden was het onmogelijk een keuze te maken. Bovendien droegen de ruggen van de boeken de meest onbegrijpelijke iconen: een doodshoofd, een wapperende vlag, iets wat op een kromme rups leek. Uit nieuwsgierigheid sloeg ik een van die boeken open en begon te lezen.
‘Zijn naam was Gaal Dornick en hij was een gewone jongen van het platteland die Trantor voor het eerst zag’ – en ik voelde hoe een onbekende kracht mij het boek binnen zoog (ervaren schrijvers en lezers zullen hier glimlachen: een eerste zin met twee onbekenden erin is een beproefd recept om de lezer direct bij de kladden te vatten. Misschien is er zelfs een lezer over, als er nog lezers bestaan die voor hun plezier lezen, die deze eerste zin herkent.)
Het verhaal speelde in een verre toekomst, op een planeet aan de uiterste rand van de Melkweg. Het Galactisch Inperium bevond zich op een cruciaal moment in haar bestaan, en er was maar één man die de sleutel tot de toekomst had. Ik las, en zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, zonder raketaandrijving of atoommotor werd ik opgenomen en van de aarde weggevoerd, sneller dan het licht.
Toen ik weer opkeek, met een wazige blik, was het licht in de ruimte gedempt en klonk er een zachte stem over de intercom die zei dat de bibliotheek ging sluiten. Ik sloeg het boek dicht, stak het onder mijn arm, griste nog vier boeken met hetzelfde icoon van de planken en haastte me naar buiten.
Vanaf dat moment werd elke gang naar de openbare bibliotheek van Breda de tocht van een ontdekkingsreiziger in het heelal. Ik haastte me de trappen op, en voordat ik in de leeszaal was, was ik de maan, Mars en Venus al voorbij. Ik leerde dat de kromme rups op een rug betekende dat een boek zich in de toekomst afspeelde. Ik leerde dat de kromme rups eigenlijk een serie planeten in eclips moest voorstellen.
Ik leende steeds het maximale aantal van vijf boeken, en zodra ik die had verslonden haastte ik mij terug naar de bibliotheek, hongerig naar een nieuwe ruimtereis. In de twee jaar die daarop volgden las ik alle science-fictionboeken in de openbare bibliotheek van Breda.
Toen begonnen de dingen te veranderen, en ik landde hardhandig terug op aarde. Mijn eerste grote reizen waren voorbij. De opwinding en vervoering die die boeken in mij teweeg brachten, daar ben ik de rest van mijn leven naar blijven zoeken. Op sommige avonden klim ik naar het dak van ons huis en speur de sterrenhemel af, op zoek naar het deel van mijzelf dat toen zo moeiteloos naar de sterren reisde en daar nog altijd ronddwaalt.
jaeggi om 05 juni 2007 09:20
