« ik ben niet zo gaaf | Main | gedachte op dinsdagochtend »

27 mei 2007

Nachoem is kampioem

Omdat er op sommige literaire kletssites flarden van ronddwarrelen en dit tot voorspelbaar en onbenullig commentaar leidt: hierbij de volledige recensie van de Beste gedichten van het jaar zoals die afgelopen donderdag in het Parool stond.

In de bundel met de beste gedichten van het jaar staan nooit de beste gedichten; daarom is het zo’n fijne bundel. Elk jaar weer slaat de samensteller bij het uitzoeken van de gedichten de plank soms volledig mis, ziet hij zeer belangrijke bundels over het hoofd en kiest hij uit de goede bundels juist de mindere gedichten. Heerlijk om je over op te winden.
Zo is het mij een raadsel waarom in deze bundel gedichten van de vluchteling/dichter Al Galidi staan. Eigenlijk is het sowieso een raadsel waarom de goede man iets gepubliceerd krijgt in Nederland (Ja, ik weet dat hij genomineerd was voor de VSB-poezieprijs. Nog meer raadsels).
De gedichten van Al Galidi zijn slecht gemaakte, infantiele versjes vanuit een uiterst mager ideetje (‘He regen, waarom val je hier?/ Waarom open je hier paraplu’s/ als je daar bloemen kunt openen?’), larmoyante emotionele oprispingen (Haal deze vuilniszak/ waarin ik en mijn weemoed/ gevangen zijn,/ omhoog’) en in het ergste geval kranke piemelgedichtjes: ‘Soms tref ik een vrouw/ die zich verstopt in mijn penis.’ Genoeg! Genoeg over deze man. Zulke mensen geven poëzie een slechte naam.
Even discutabel is de keuze voor de gedichten van Dirk van Bastelaere, een dichter die expert lijkt in het op het einde alsnog grondig verzieken van een op zich niet slecht gedicht. Door te eindigen met ‘och was ik maar’, bijvoorbeeld. Of ‘Oh shit/ gimme a break’. Of: ‘en nog veel meer dan dat’ (mijn docent literatuur zei altijd: ‘Als iemand etcetera schrijft weet ik direct dat hij daar niet meer verder wist).
Dan Abdelkader Benali. Een goede, produktieve schrijver, maar een dichter? Welnee. Benali schrijft vage verhaaltjes met lukrake afbrekingen, zonder enige urgentie, volkomen vormloos. Typisch geval van een schrijver die denkt: och, dat dichten doe ik er wel even bij.
Net als bij de Dikke Komrij-bloemlezing is er in deze bundel een maximaal aantal gedichten waarmee schrijvers vertegenwoordigd zijn, en waarmee de samensteller, misschien tegen wil en dank, zijn voorkeuren heeft aangegeven. Het maximum is zes gedichten. Dichteres Saskia de Jong bijvoorbeeld krijgt er vijf, waarvan een in drie delen, wat aangeeft dat Henk van der Waal haar ongeveer even hoog heeft zittten als Al Galidi (6) en Nachoem Wijnberg (ook 6). De rest van deze recensie hompel ik dus voort op een gebroken klomp.

(-)
Een iep is een redelijk goede boom
Een paus is een redelijk goede mens
Gedegen geslagen de hond in de magere mand

nou, dit is een mooie snackbar, daar
stap je al op de bus naar de openbare toiletten
gebruik die harde schouders

uit uitgebeende feesten destilleren
sla ons niet in bekoring
gij zult zich niet tromperen

Als je als lezer gaat proberen hierin samenhang te ontdekken ben je verloren. Niet alleen hebben de Jong’s regels onderling weinig verwantschap, ze weet ook vaak met een tweede regel de eerste om zeep te helpen: ‘een iep is een redelijk goede boom’ lijkt een grappige en redelijk onkwetsbare formulering, totdat die gevolgd wordt door ‘een paus is een redelijk goede mens’. Daar verliest de vorige regel zijn onschuldige humor en gaan we ineens serieus doen. En bij ‘gij zult zich niet tromperen’ weet je werkelijk niet of de schrijfster expres zondigt tegen de grammatica. Zo weet De Jong heel wat schade aan te richten binnen haar eigen regels, wat best een interessante manier is om de tijd te doden, als je je tijd liever dood hebt.
Is het dan een en al ellende in deze aflevering van ‘De 100 beste...’? Nee hoor. Samensteller Van der Waal heeft ook bijzonder mooie gedichten uitgekozen, die we anders gemist hadden, zoals het eenvoudige en geraffineerde Strijken van Lieve van Impe:

(-)
Misschien betert het wel, zeg ik
en anders, moeder, valt er mee te leven.
Ze knikt berustend en wat machteloos

Verwoeder strijkt ze sprakeloos
zonder te beven nu het linnen. Ik raad
ze strijkt de angst daarbinnen.

En ook de onmisbare Alfred Schaffer, de onverwoestbare (hopen we) Hans Verhagen en de dichter Willem Thies, die ik niet kende maar nu wel, en Nachoem Wijnberg. De zes ‘liedjes’ die Van der Waal heeft opgenomen zijn de beste gedichten uit deze bundel, waaruit je zou kunnen opmaken dat ‘Liedjes’ van Nachoem Wijnberg de beste bundel van 2006 was. Nachoem is kampioem! Maar prijzen heeft hij niet gekregen. Als ik jurylid en samensteller was geweest had ik het allemaal volkomen anders aangepakt. Kortom: een heerlijke bundel.


(Henk van der Waal (samenst.), De 100 beste gedichten van 2006. Stichting VSB poëzieprijs/de Arbeiderspers, 9,95.)

jaeggi om 27 mei 2007 13:59