« bed | Main | hete naalden »
17 mei 2007
hemelvaart
Als we wakker worden schijnt de zon, het belooft een prachtige dag te worden, ik zwaai mijn benen uit bed en roep: 'Zal ik croissantjes halen?'
Zij draait zich op haar buik en mompelt: 'Kannie crossantjes. Winkeldigt.'
Ik haal mijn schouders op en loop naar beneden om de krant te halen. Geen krant. Dan dringt het tot me door dat het hemelvaartsdag is. Natuurlijk. Geen krant. Alle winkels dicht. Niks kopen, lekker uitrusten.
Om een uur of elf krijg ik de eerste onthoudingsverschijnselen. We roosteren brood van gisteren en persen de laatste sinaasappelen uit. Koffie is er volop. Ik trommel met mijn vingers tot ze opkijkt.
Wat moeten we vanavond nou eten?' vraag ik. Ze verdiept zich weer in de krant van gisteren. 'We hebben spaghetti. En blikjes tomaten en olijven. Ik zal pasta puttanesca maken. Lekker makkelijk.'
'Moet daar geen tonijn in?'
'Nee.'
'Hebben we genoeg wijn?'
Ze zucht. 'Liefje, we hebben niks nodig. Met wat er in de ijskast staat kunnen we een beleg doorstaan. We zullen niet verhongeren.'
Ik voel een soort beklemming die ik niet kan verklaren, alsof ik een klein maar verbazend aanhankelijk aapje om mijn nek heb hangen.
Dapper zeg ik: 'Nou, heerlijk hoor, zo'n onverwachte vrije dag. Zal ik vandaag dan eindelijk de boekenplanken eens ophangen? Dan ga ik zo even naar de ijzerwinkel voor pluggen... O nee.' Het aapje klemt zich steviger vast.
Rond twee uur komen de muren op me af. Zij ligt op het balkon in een mager zonnetje.
'Zeg, ik ga even naar buiten.' Ze fladdert met haar hand.
Het is benauwd op straat. Drommen mensen lopen langs gesloten winkeldeuren en neergelaten rolluiken en toch kijken ze allemaal vrolijk. Niemand lijkt zich er zorgen over te maken dat ze niks kunnen kopen. Zijn dit dezelfde mensen die ik dagelijks hun winkelkarrren zie volladen in de supermarkt? Doe voordringen bij de groenteboer om een half pond peultjes een minuut eerder te hebben? Maar wat doen ze hier, als ze niks komen kopen? Ook al zijn de deuren gesloten, ze drommen evengoed samen bij etalages en wijzen elkaar op interessante artikelen.
Hijgend sta ik stil. Ik heb het ijskoud en tegelijkertijd plakt mijn haar van het zweet. Is er dan nergens een winkelier te vinden die een hemelvaartskortingsactie voert? Ik móet iets kopen.
'Gaat het een beetje, meneer?' Een jonge vrouw op skates, met een roze zonneklep en een panterlegging om haar volumineuze dijen kijkt me bezorgd aan.
'Ja, het gaat alweer. Dank u. Wat wilt u voor die zonneklep hebben?'
'Sorry?'
'Je zonneklep. Hoeveel? Ik geef je vijf euro.'
Ze richt zich op en schaatst snel door. Na tien meter voelt ze even aan haar zonneklep.
Ik spreek mezelf streng toe. Wanneer heb ik voor het laatst een dag niets aangeschaft? Vorige maand? Ik kan toch wel één dag doorkomen zonder iets in te slaan?
Goddank is er verderop een snackbar open. Ik koop een raket en een Cornetto en een doos bevroren frikandellen voor thuis.
(Een eerste versie van dit verhaal stond in dit boek.)
jaeggi om 17 mei 2007 12:32
