« hoerenzoon? | Main | merel »

12 juli 2006

lichaam

Kaal is al bijna normaal. Als je een paar jaar geleden een kaalgeschoren kop zag wist je: dat is een kooivechter, een nachtclubportier of een hobbyfascist. Maar sinds vorige week heeft ook onze vriendelijke overbuurman de tondeuse eroverheen gehaald, en ik kan er kort over zijn: het is géén gezicht. Of eigenlijk is het twéé gezichten, want toen ik hem voor het eerst op de stoep tegenkwam in zijn nieuwe hoedanigheid zag ik mijn eigen verbijsterde bakkes terugkijken vanaf zijn glanzende schedel.
‘Godsamme, Boris, wat heb je nóu gedaan?’ Het ontglipte me.
‘O, vind je ’t niks?’ zei hij. ‘Het is lékker hoor. Vooral met die warmte de laatste tijd. Geen broeierige bos touw meer op je kop, gewoon na het joggen even een handdoek eroverheen, klaar.’
Monter stapte hij de straat op. Ik zag dat er een diepe moet van oor tot oor over zijn hoofdhuid liep, alsof hij zijn koptelefoon te hard op zijn hoofd had gedrukt. Ook had zijn kruin een rare bult die hij waarschijnlijk pas na het scheren had opgemerkt. Dat haar had er niet voor niets gezeten. Je ziet natuurlijk wel eens een perfecte geschoren schedel, maar vaker is het een gehavend landschap dat onder de beharing tevoorschijn komt. Soms zitten er korstjes op van het haastig scheren.
NRC-Columnist en oud-wielrenner Peter Winnen heeft al eens een verhelderend stuk geschreven over de Bewust Kaalhoofdige Wielrenner (BKW), maar helaas ging hij daarin niet in op de beweegredenen van de man die niet het excuus heeft van de geschoren stroomlijn, of die van zijn sponsor meer op moest vallen in het peloton. Ik tast dus in het duister over de bedoelingen van de Bewust Kaalhoofdige Man (BKM). Dat het lekker makkelijk is, hoor je vaak, en dat ze toch al een beetje kaal werden. Eraf dus met die handel, geen omkijken meer naar. Kaal zijn is een keuze, zoals alles tegenwoordig een keuze is. Als je ervoor kiest om je hoofd op een Italiaanse design-theepot te laten lijken, dan is dat jouw keuze.
Nu wil ik de laatste zijn om iemand zo’n keuze te ontzeggen, maar je wordt er wel moe van, dat voortdurende gepruts aan het uiterlijk. Net ben je gewend aan de oranje hanekam van de postbode, of je kijkt ’s ochtends ineens tegen een geschoren zebrapad aan. De babysit heeft een tongpiercing, haar vriendje heeft zo’n ring door zijn neus die een fokstier ook zo goed staat, en een van de koffiedames op kantoor had tijdens haar vakantie in Nieuw-Guinea een brandmerk laten zetten. Het zag eruit alsof ze per ongeluk met haar been tegen de barbecue was gaan staan.
Dat is het wonderlijke: zo’n verbouwd uiterlijk is nooit een verfraaiing. Nooit zie je iemand waarvan je denkt: ja, die staaf door je wang is echt wat er nog ontbrak aan jou.
Toch zie ik er voorlopig geen einde aan komen. Over twee, drie jaar verwacht ik de eerste hippe kunstgebitten op de markt. Je hele gebit laten trekken is tenslotte ook een keuze. Je kunt kiezen uit kronen en bruggen in diverse felle kleuren, en kunsttanden met een knipperlichtje erin. Zes maanden later komt ABN-Amro met een speciale verzamelaarseditie van door Corneille beschilderde gebitsprotheses in beperkte oplage.

jaeggi om 12 juli 2006 10:05