« minnaar | Main | kwaal »

02 juni 2006

al mijn opgedronken lenzen

Elke ochtend als ik mijn ogen open is het alsof ik ’s nachts in een aquarium gevallen ben. De kamerjassen aan de deur zijn bossen wuivende kelp. De bank waarop onze kleren in slordige bergen liggen is een koraalrif. Pas als ik op de tast mijn bril gevonden heb – net een glimmend kreeftje – wordt het aquarium weer een kamer.
Ik heb links –10 en rechts –9. Dat was tenminste de stand bij de laatste meting door de opticien, maar ik vermoed dat ze sindsdien weer slechter zijn geworden, want ik kan uithangborden op honderd meter niet goed meer lezen, en dat kon ik twee jaar geleden nog wel. Ik weet dus al twee jaar dat mijn ogen slechter worden, maar ik kom er niet toe een nieuwe test te doen. Sterker nog: ik heb al drie keer een afspraak gemaakt bij de opticien, en drie keer ben ik niet komen opdagen.
Ik heb al slechte ogen vanaf de lagere school. Klassiek geval: mijn prestaties gingen ineens hard achteruit, en aangezien ik al een tijd niet op mijn hoofd gevallen was waren er twee mogelijkheden (ADHD, dyslexie en NLD waren nog niet uitgevonden): óf ik was te stom, óf ik zag niet goed. Ik werd een paar banken naar voren geschoven en verdomd, ineens haalde ik weer zessen in plaats van vijven. Dit herhaalde zich een paar keer, tot ik helemaal vooraan in een bankje met mijn neus tegen het bord gedrukt zat.
Ik heb gekrijst en geschreeuwd toen ik die eerste bril kreeg. Zelfs als ik hem wegmoffelde op schoolavonden bleef je herkenbaar als brildrager door je uilenblik en de dieprode moeten bij je neus. Vierdeklassers herkenden een brildrager op vijftig meter afstand. Ze kwamen voor je staan en lieten je je bril opzetten, waarna zij hem in je gezicht ramden.
Contactlenzen waren een hele opluchting. Kapotte glazen had je niet meer, dus hoefde je ook niet meer weken door een barst naar de wereld te kijken, totdat je ouders vonden dat je genoeg gestraft was voor het breken van weer een glas. In plaats van al die gebroken glazen kreeg je oogbollen die voortdurend traanden en aanvoelden alsof iemand er met een schuurpapiertje overheen was gegaan. Tot een gisse opticien voorstelde om het eens met zachte lenzen te proberen.
Paradisum! Eindelijk was je net als iedereen! Ook je liefdesleven knapte er enorm van op: al na een week mocht je blijven slapen bij een meisje dat je daarvoor geen blik waardig had gekeurd. Je had weliswaar je lenzendoosje niet bij je, maar een glas water werkte ook. Je zette het glas naast je hoofdkussen, waar je het terugvond toen je ontwaakte na een hete, zweterige nacht, met dorst als een kameel.
Ach, al mijn opgedronken lenzen. Je zou er een satelietschotel voor het ontvangen van Al Jazeera van kunnen bouwen. Bovendien ging zo het grootste plezier van zo’n ochtend verloren: te zien hoe zij het bed verliet. Sanne Wallis de Vries heeft ooit in een interview gezegd dat ze liever niet ‘s ochtends bloot haar bed uitkwam, tot ze zich realiseerde dat het niks uitmaakte, omdat haar vriend – die kennelijk even slechte ogen heeft als ik – toch niks van haar zag, behalve een vleeskleurige schim die richting wc bewoog. Dat beeld herken ik wel.
Nu ligt al al een paar jaar mijn genezing vlak om de hoek. Voor vijfduizend euro heb je 98 % kans op perfecte ogen. Dertig jaar geleden zou ik het meteen gedaan hebben. Stél dat ik het geld bij elkaar krijg, stél dat ik de operatie doe, en stél dat die lukt: dan word ik op een ochtend niet wakker in een aquarium, maar in de echte, heldere wereld. Maar het idee dat ik al die tijd heb rondgelopen in een schemerige onderwaterwereld, terwijl ik nu slechts één klein sneetje verwijderd ben van goede ogen - nee, zo makkelijk horen de dingen niet te gaan.


jaeggi om 02 juni 2006 23:44