« eerste gedachte bij terugkeer | Main | jazz »

12 mei 2006

zippo

Na een feestje waar ik alleen naar toegegaan en alleen weggegaan was, vond ik een aansteker in mijn zak. Dat gebeurt wel vaker. Als mensen een sigaret willen roken komen ze altijd aan mij vragen of ik hem wil aansteken. Ik rook niet meer, maar als je een hele avond om vuur gevraagd wordt is het erg vermoeiend om steeds uit te moeten leggen dat je ze niet kunt helpen, dus meestal neem ik een eigen aansteker mee. Die raak ik gedurende de avond kwijt, maar er komt steeds weer een nieuwe voor in de plaats. Soms meerdere.
Gewoonlijk leg ik de aanstekers die ik de volgende ochtend in mijn zak vindt op de hoek van het aanrecht en gebruik ze om het gas mee aan te steken, maar dit was niet een van die goedkope plastic dingen met twee compartimenten waarin je de benzine kunt zien zitten (met altijd iets meer vloeistof aan de ene kant dan aan de andere, en je krijgt de twee niveau's nooit precies op gelijke hoogte).
Dit was een Zippo, het slanke model, goudkleurig, levenslange garantie, iets stinkend naar benzine en met een inscriptie: 'Voor Jessica. Voor nu en altijd je G'.
Ik staarde naar de inscriptie terwijl mijn hand op eigen houtje de bus met koffie zocht. Mijn kater maakte onwillig plaats voor het besef dat ik weer eens een verantwoordelijkheid op mijn schouders geschoven had gekregen waar ik niet om gevraagd had. Ik zou de aansteker moeten terugbezorgen.
'Je G' kende ik niet, maar Jessica maar al te goed. 'Je ex was er nog', had iemand gezegd, toen ik op het feestje binnenkwam. Ik was blij dat ze al weg was.
Ik had Jessica ontmoet in mijn vijfde studiejaar. Net als ik at ze drie keer per week in de schuif-maar-aan-en-schep-maar-op-tent die Tante To heette, waar nooit iemand anders achter de bar stond dan een honderdvijftig kilo wegende bullebak met tatouages en (zo werd gefluisterd) een gouden hart, maar er was niemand die hem daarom Oom To durfde noemen. Er kwamen veel studenten. Op een avond dat het erg vol was kwamen Jessica en ik samen aan één tafel terecht, en drie weken later in één bed.
Weer een maand daarna had ik besloten dat Jessica en ik toch niet voor elkaar bestemd waren, wat ruwweg samenviel met de tijd dat zij haar schuchtere persoonlijkheid aflegde en stralend van zelfvertrouwen haar colleges bezocht, overtuigd van het feit dat haar tien jaar durende zoektocht ten einde was. Te zeggen dat het einde van onze relatie haar nogal aangreep zou hetzelfde zijn als te zeggen dat wat ze indertijd op Hiroshima gooiden een soort van handgranaat was.
Nog maanden later belde Jessica midden in de nacht op. Als ik, blind van de slaap, eindelijk de telefoon had gevonden hoorde ik meestal niets anders dan een zacht gesnik, en als ik na vijf keer Hallo? roepen de hoorn neerlegde was de slaap de rest van de nacht geweken.

Kennelijk had ze nu dus een ander. Gelukkig. Ik was blij voor haar.
De zippo was onbruikbaar om het gas mee aan te steken. Bij goedkope aanstekers is alleen de vonk genoeg, maar als je een vonk afstrijkt bij een zippo brandt de vlam ook meteen. Die vlam slaat alle kanten op als je het ding ondersteboven houdt, en meestal de verkeerde, zoals ik merkte toen alle haartjes van mijn vingers wegschroeiden. Ik vloekte en smeet de zippo in een hoek.
Ik ging aan de keukentafel zitten. Terwijl ik naar buiten staarde en op mijn verbrande vingers blies, herinnerde ik me de eerste keer dat ik met haar naar bed was geweest. Het was een nogal levendige fantasie. Het was ook een nogal woeste nacht geweest. Ik begon al ietwat opgewonden te raken toen mijn fantasie ruw verstoord werd door het rood aangelopen gezicht van Je G, die mijn plaats had ingenomen bovenop Jessica. Ik wist nog steeds niet wie hij was, maar hij kreunde zo overtuigend, en zij ook, dat ik ineens zeker wist dat ik een grote fout had begaan. Lieve Jessica - wat had ik gedaan?
Ik pakte de zippo van de vloer en stak hem in mijn zak. Daar zit hij nu nog steeds, al weken. Vaak haal ik hem tevoorschijn en knip hem een paar keer aan en uit. Het geeft me een diepe bevrediging geeft om het binnenwerk uit de huls te trekken en Jessica bij te vullen uit een blikje met een prachtig ouderwets label. Na het vullen ruiken je handen nog uren naar benzine, maar ik kan meestal niet wachten tot hij weer leeg is, zodat ik hem weer kan bijvullen. Ze zeggen dat je er je hele leven mee kunt doen.


jaeggi om 12 mei 2006 20:54