« luxeproblemen | Main | nergens is een veilig plekje (II) »
23 mei 2006
nergens is een veilig plekje
Niets wordt ons bespaard.
Alles wordt ons afgenomen.
Nergens is een veilig plekje.
Iedereen is gek.
Zoals we allemaal wel beseften nog voor we eraan begonnen: het wijd verbreide en luide protest van schrijvers, dichters, muzikanten en andere belangrijke mensen tegen het verdwijnen van het briljante en legendarische radio-programma De Avonden heeft niets uitgehaald.
Hoe onvoorstelbaar krankjorum dat is - en hoe stijfkoppig de verantwoordelijke autoriteiten zijn - moge het onderstaande uitwijzen.
Allereerst volgt hier het juryrapport van de vakjury die het programma afgelopen maand de Zilveren Reissmicrofoon toekende. Met zo’n rapport - dat je ook kunt zien als het zoveelste protest tegen het verdwijnen van De Avonden - zou je vroeger cum laude afgestudeerd zijn. Toch moet De Avonden verdwijnen van de beleidsmakers van de publieke omroep.
Alles wordt ons afgenomen.
Juryrapport
'Sinds januari 1995 maakt de VPRO een cultureel-informatief radioprogramma dat tot nu toe alle Hilversumse vernieuwings- en veranderingsdrang heeft overleefd. Vijf avonden per week brengt De Avonden een culturele mix op 747, waarin een breed palet aan literatuur, poëzie, beeldende kunst, non-fictie, documentaire, hoorspel, film, architectuur en theater de revue passeert. Een uitzending die bij uitstek de opdracht van de publieke omroep waarmaakt. Waar elders vindt men een programma dat drie uur achter elkaar kunstuitingen uit binnen- en buitenland over het voetlicht brengt?
Bij de start, tien jaar geleden, nam De Avonden een groot risico. Kunst en cultuur is slechts aan een kleine schare besteed, zeker als je het uitzendt op de radio. Immers, hoe proef je een schilderij wat je niet ziet, hoe bekijk je een film zonder beeld? De Avonden prikkelt de verbeelding in het kwadraat: kunst ontspruit aan de verbeelding en de luisteraar mag zijn eigen verbeelding in gang zetten om zich de uitzending eigen te maken. `Film voor je oren’ noemen de programmamakers dat.
De Avonden mag rekenen op een kleine maar niettemin trouwe groep luisteraars, die intensief bij het programma wordt betrokken. In een vaste rubriek wordt post van de luisteraar beantwoord en in `Schone zaken’ mag hij vertellen over het boek of het schilderij dat hem in het hart heeft geraakt. De Avonden is publieksvriendelijk zonder concessies te doen aan de kwaliteit of te verzanden in oppervlakkig geneuzel. De moderne tijdgeest waarin alles leuk en luchtig moet zijn en die een virulente allergie kent voor alles wat naar hoge cultuur riekt is aan dit programma voorbijgegaan.
De Avonden is inventief en vernieuwend. In `Het gesproken uitzicht’ vertelt een gast over wat hij ziet als hij uit zijn raam blikt, onbekende dichters krijgen in `De levende dichters almanak’ een kans hun poëzie te vertolken en in interviews met kunstenaars schromen de programmamakers niet om ontregelende vragen te stellen (Schilder: ‘Dit vlak overviel mij.’
Interviewer: ‘Hoezo? Je was er toch zelf bij?’)
De Avonden is een oase van rust in een omgeving van kwetterende en schetterende radiostations. In `De droomhandel’ neemt een wisselend panel van kunstcritici uitgebreid de tijd om nieuwe boeken, films, tentoonstellingen en cd’s diepgaand te bespreken. Interviews met kunstenaars mogen gerust een half uur of langer duren.
De Avonden wil actueel zijn, maar loopt niet hijgend achter de waan van de dag aan, getuige de rubriek `De aard van Nederland’, waarin de historie van het Nederlandse landschap wordt belicht.
De Avonden biedt schoonheid en troost in de uren van schemering. Een verheffend programma dat er op uitnemende wijze in slaagt een onzichtbare cultuurschat slechts met het instrument van de stem zichtbaar te maken. En daarom maar moet verdwijnen, vinden de Hilversumse beleidsmakers. Om plaats maken voor lichte muziek. Alsof de publieke omroep dáár nog een taak te vervullen heeft.
En voor wie nog wat verbazing en woede over heeft: hierna de toespraak die Wim Brands, eindredacteur van De Avonden, uitsprak bij de uitreiking van de Zilveren Reissmicrofoon op 18 mei 2006.
Dames en heren,
Ik ben een gebraden haan.
Ik leg dat even uit.
In dezelfde week dat de Avonden een prijs krijgt werd duidelijk hoeveel geld de Publieke Omroep ons heeft toebedeeld om vanaf september uitzendingen te maken op een nieuw
Hilversums kabelkanaal. Van de oude zender zijn we dit jaar ondanks goede beluistering al wegbezuinigd.
Wat zal ik zeggen?
Ik voel me de ridder uit Monty Python die als armen en benen vakkundig van de romp zijn gescheiden nog steeds roept: Fight like a man.
Ik klaag niet, ik wil alleen wel kwijt dat hier feitelijk wordt afgerekend met een mentaliteit. Want dat is De Avonden tot nu toe - een geschiedenis van een mentaliteit.
Voor ons kon elke bezoeker Jezus Christus zijn, om met de Benedictijner monniken te spreken, vanaf het moment dat we in '95 begonnen zijn we een springplank geweest voor wie zich maar aandiende met interessante radiovoorstellen.
Dus hebben we naast onze reguliere cultuurverslaggeving ooit een paar schrijvers in de Euromast opgesloten, alleen met internet, om te onderzoeken hoe je dan de werkelijkheid waarneemt, in een tijd dat de meeste huishoudens nog geen computer hadden, theatervoorstellingen uitgezonden, documentaires, dagelijks brachten we Hans Teeuwen, Pieter Bouwman en later Theo Maassen als de mannen van de radio, werkten samen met kranten, en in ons literaire programma-onderdeel Music Hall schreef een piepjonge Arnon Grunberg aan een boek dat later Blauwe Maandagen ging heten.
We maakten opnamen met Gerard Reve en Hermans.
Kan iemand mij uitleggen wat hier mis mee is?
En in deze geest willen wij eigenlijk gewoon doorgaan, de plannen liggen klaar.
We hebben altijd efficiënt gewerkt en ons gedragen naar het gegeven dat radio een snel medium is - en eenvoudig.
Maar niet eenvoudiger dan dat.
Waarom moet De Avonden in een uithoek?
Dat ik tot nu toe geen afzonderlijke medewerkers heb bedankt heeft te maken met wat ik hiervoor schetste: we waren en zijn een springplank - de lijst zou een toespraak lang worden. Twee mensen wil ik wel apart noemen omdat ze van meet af aan bij het programma waren betrokken en op geheel eigen wijze onverstoorbaar doorgingen: producer Wil Hassink, en Wim Noordhoek, die me diep in '94 belde om - zoals gebruikelijk - een lang verhaal over niets in het bijzonder te vertellen, waarna de aap pas aan het einde uit de mouw kwam: O ja, ze hebben gevraagd of we - en dat is dan over een week of vijf - tien uur willen maken. Doen, zei Wim toen direct, leer dat van mij: je moet altijd ja zeggen. En dat doen we zeker tegen deze Zilveren Reissmicrofoon.
jaeggi om 23 mei 2006 13:02
