« nergens is een veilig plekje (II) | Main | laatste dagboek »

24 mei 2006

Anders' Grote Ontdekking

Ik zou graag degene bedanken die op het
idee kwam om dekbedhoezen aan de
bovenkant te voorzien van ongeveer
tien centimeter lange spleten
waar je hand door kan. Zodat je
nooit meer blind hoeft te worstelen
op zoek naar de losse wapperende
hoespunt voor je dekbedhoek.

Waarschijnlijk komt hij uit Zweden.
Waarschijnlijk is hij getrouwd
en heet hij Anders. Zijn vrouw is blond
en slank. Ze hebben een dochtertje, Annika.
Graag hadden ze nog een kindje gehad,
maar het lot heeft anders beslist.

Anders werkt al jaren als produktie-
medewerker op een fabriek van beddegoed
en boxsprings? Ik tast hier in het duister,
ik heb werkelijk geen idee of beddegoed
en boxsprings uit dezelfde fabriek komen.
Waarschijnlijk niet. In ieder geval, op een dag
merkt Anders, die tijdens de lunchpauze

graag doorwerkt, niet om zijn
collega's voor schut te zetten
maar omdat hij van werken houdt -
zulke mensen bestaan -, dat er iets
niet goed is met de dekbedhoezenmachine.
Een losgeschoten veer, een verbogen
radiaalnift, de precieze oorzaak
is vooralsnog onduidelijk maar wat
vaststaat is dat sommige dekbedhoezen
waarschijnlijk onherstelbare schade
hebben opgelopen.

U voelt het misschien al aankomen.
Anders gaat naar het magazijn en
controleert alle dekbedhoezen,
de hele produktie van die ochtend
op fouten. Zo is Anders. Een stuk of
twintig hoezen zijn geheel verwoest.
Overal scheuren. Die gooit Anders
weg. De overige produktie, rond de
tweehonderd hoezen (dit is misschien
het moment om te verklappen dat het
maar een kleine fabriek is,
zelfs voor Zweden) lijkt,
goddank, op het eerste gezicht
ongeschonden. Als Anders echter
beter kijkt ziet hij dat twee van de
dekbedhoezen met walvisprint een
scheurtje hebben opgelopen, om precies te zijn:
op de naad, aan de bovenkant
ter linker- en rechterzijde.

Hij staat op het punt deze hoezen
weg te gooien, hij loopt
zelfs al naar de grote, blauwe
container voor rest- en recycleproducten
als, misschien voor het eerst in
zijn leven, zijn geest zo helder wordt
als een pasgewassen auto. Hij staat stil.
Hij schudt ongelovig zijn hoofd. Dan
rolt hij slordig de hoezen op en
loopt naar zijn ploegchef, waar
hij twee minuten vraagt en krijgt,
om naar de wc te gaan.

Naar de wc gaan doet hij niet.
Hij bestijgt de trappen naar de tweede
en tevens bovenste verdieping, waar de
directie, groot twee leden, van de kleine
Zweedse dekbedhoezen- en boxspring-fabriek
zetelde. De twee oudere heren, die bij
Anders' binnenkomst over de jaarcijfers
gebogen zitten, die dit jaar wederom niet
florissant zijn, klaren onwille-
keurig op bij het zien van Anders'
vrolijke gezicht.

Zij mogen hem graag. Anders is een
van hun trouwste werknemers, reeds
dertien jaar bij het bedrijf, zijn
vrouw staat bekend om haar zonnige
karakter en haar medewerking aan
de jaarlijkse dorpsfesten, in het bijzonder
de kinderbraderie. Hun kleine Annika is
stil maar doet het goed op school. Toch
is het ongebruikelijk dat een werknemer

als Anders de directiekamer betreed. Zij
zijn dan ook ten prooi aan gemengde
gevoelens als zij hem zijn allereerste
stappen op het, overigens danig versleten,
directietapijt zien doen. Verbazing
vermengd met lichte verontwaardiging
is hun voornaamste emotie, maar tevens
een lichte spanning, veroorzaakt door
Anders' dromerige glimlach. Het lijkt
warempel wel of hij onder hypnose verkeert!

Als
Anders de 'beschadigde' dekbedhoezen
ontrolt en zijn idee begint uit
te leggen begrijpen zij er aanvankelijk
helemaal niets van.


jaeggi om 24 mei 2006 23:36