« vierde stadsgedicht | Main | vierde stadsgedicht »
21 april 2006
Kampioen
Ach, de tijd dat je nog een verwoestend schot in je rechterbeen had. Het is ondoenlijk om er niet aan terug te denken, dezer dagen. Nu het WK met rasse schreden nadert, de bondscoach de spitsroeden van de talkshows moet lopen, iedereen zijn agenda zorgvuldig om de kwalificatiewedstrijden heen aan het plooien is, en de eerste oranje slasaus al gesignaleerd is (C1000) – ach, dan zie ik meteen dat afgetrapte veldje weer voor me, uit mijn jeugd.
Ons veldje was ontdekt door Henk Sprot en Paul Gonk, twee jongens uit mijn klas die drie keer waren blijven zitten. Paul had een snor en Henk had een echte leren bal. Het veldje lag achter de fabriek, een klein bakstenen gebouwtje met één futiel schoorsteentje, waar zilver werd teruggewonnen uit oude fotonegatieven. Om op het veldje te komen moest je eerst over het fabrieksterrein, waar een valse oude hond rondliep die al eens iemand een been had afgebeten, en daarna moest je, met je kicksen onder je arm, over een brede sloot met drabbig water in de meest ongelooflijke lichtgevende kleuren. Het was duidelijk dat je daar niet in moest vallen.
Als je eenmaal de sloot over was stond je op ons veldje. Iemand had er ooit een heuse goal in elkaar getimmerd van sloophout, en aan roestige spijkers in de doelpalen hingen zelfs de rafels van een net. Een tweede goal was er niet, maar die werd gevormd door hoopjes jassen als doelpalen en een imaginaire lat die voor elk op een andere hoogte hing.
Elke vrije middag brachten we door op ons landje. Als wij arriveerden waren Henk en Paul er al, trappend en koppend, woeste slidings op elkaars achillespezen uitvoerend en hard in elkaars kruizen knijpend bij vrije schoppen. Het was toen al te zien dat Henk later voetbalcommentator zou worden, en dat Paul columns over voetbal zou gaan schrijven voor zijn beroep.
Iedereen die de sprong over de slot waagde werd toegevoegd aan een team, en zo stond je de ene keer in een absoluut sterrentwaalftal te spelen en had je de andere keer voornamelijk voetbalmongolen als medespelers.
Nooit zal ik die zomermiddag vergeten dat we een partijtje speelden dat eeuwig leek te duren. Normaal ging het er al fanatiek aan toe, maar die middag was het of we in de finale van de Wereldcup speelden, zo hard vlogen we erin. Ik zat in de ploeg bij Henk. Bij rust stonden we met 7-4 achter, en Henk hield een donderspeech waar onze oren van tuitten.
'Hotseknotse begoniavoetbal!' riep hij, en 'Patatgeneratie!'
Getergd gingen we het veld weer op. We renden, we passten, we kopten en tackelden. In het vuur van het spel raakten we te dicht bij de sloot, en na een harde maar faire actie van Paul raakte Sammie, een razendsnel Ambonneesje, samen met de bal te water. We wilden hem eruit trekken, maar hij vloekte en gooide de bal op het droge en gilde: 'Dóórspelen!' voordat hij wegzonk onder het wateroppervlak dat die middag een schitterende oranje weerschijn had.
Grote bewondering was er ook voor Job Bakker, die na een onbesuisde actie van onze voorstopper met zijn oog aan een roestige spijkers in het doel bleef haken. Dat oog zou hij nooit meer gebruiken, maar hij wilde van geen opgeven weten, en alsof het zo bedoeld was, tien minuten later scoorde hij een prachtige goal.
In mijn herinnering duurde het eeuwig, die middag. Wie er gewonnen heeft weet ik niet meer, maar ineens zei iemand: 'Ik moet naar huis', en het volgende moment werden de doelpalen weer jassen en wij weer gewone jongens in plaats van voetballegendes.
Ik zie ons nog over de sloot springen en het pad af dartelen naar het dorp, met rode konen van de opwinding, schaterend met onze monden vol bloed, stoer onze gebroken tanden voor ons uit spugend. Trots wees ik iedereen op de splinters van mijn verbrijzelde kuitbeen, die onder mijn korte jongens-broek door de huid naar buiten staken.
Joelend keerden we terug in het dorp, waar onze vaders ons in de deur stonden op te wachten en brulden dat we op moesten schieten en ons in het voorbijgaan een liefhebbende kopstoot gaven toen we naar binnen schoten, want de finale West Duitsland-Nederland was al begonnen en we konden niet verliezen.
jaeggi om 21 april 2006 11:15
