« verslag van recente werkzaamheden (dossier: stadsdcht: 0@#477-^6) | Main | shortlist Gouden Doerian »

09 maart 2006

een formidabel drukwerk

Iets om trots op te zijn: ik sta drie keer in de stront. Om precies te zijn: in het net verschenen machtige drukwerk Kakafonie, Encyclopedie van de Stront, omvattende de symbolische waarde, de kont, het kakken, de kleur, de stank, de wind, het sanitair, de liefhebbers, satire & nonsens, stront en het boek, lexicografie, enz. enz., samengesteld en ingeleid door Gerrit Komrij. Twee bijdragen en een vermelding in zo'n standaardwerk, dat is bijna nog fijner dan met gedichten in Komrij's befaamde poeziebloemlezing staan.
Het boek ziet er schitterend uit (al had het - door de befaamde Piet 'Poezenkrant' Schreuders vormgegeven - omslag van mij nog een tintje bruiner gemogen, en is de leesletter wat klein) en op de presentatie gisteren waren de bevrijdende grappen niet van de lucht ('Dat het maar snel een tweede druk moge worden!'). Heerlijk dat er eens zo vrijuit over poep gepraat kon worden. Komrij zelf ('Ere-voorzitter van het genootschap 'De Bataafsche Krijgstrompet', Buitenlid van de Orde van de Bruine Boon, schrijver van 'De Idylle van de Achterpoort', Emeritus Dichter des vaderlands, enz...) gaf in zijn voorwoord flink gas: 'Minutieuze aandacht schenken we aan hoe het erin gaat - de structuur, de kook- en baktijd, het kleurenpalet -maar hoe het eruit gaat, daar doen we giechelig over.'
Hieronder een van mijn bijdragen over dit geurige (sorry) onderwerp, maar laat u de overige 326 dicht bedrukte (sorry) pagina's niet ontgaan. Het zal ongetwijfeld druk worden (pardon) in de boekwinkels, dus wees geen schijterd (excuus) en ren met gezwinde spoed naar de eh... boekwinkel.


Plopper, Ziener & Glijer

In mijn vaders familie wordt al sinds mensenheugenis staand gepoept, maar toen mijn vader mijn moeder tegenkwam was het snel afgelopen met die oude traditie.
In het deel van de Zwitsers-Italiaanse alpen waar de Jaeggi’s oorspronkelijk vandaan komen hebben ze vanouds geen wc’s maar hang je simpelweg de billen boven het ravijn, terwijl een ander je handen vasthoudt. Het is een mooie traditie, die niet alleen zorgt voor een vlotte stoelgang, maar ook goed is voor het testen van de familiebanden. Vraag u maar eens af welk lid van uw familie uw handen zou mogen vasthouden.
Voor de jongemannen uit het dorp is het daarnaast een speelse manier om hun mannelijkheid te bewijzen: wie durft er het verst naar buiten te hangen? Mijn oudoom Othmar schijnt zo’n spelletje Kackhängen niet overleefd te hebben – hij werd beneden in het dorp gevonden, met zijn lederhosen op zijn enkels, maar nog altijd wordt er in de familie met eerbied over hem gesproken.
Mijn moeder was ongevoelig voor die ruige folklore: toen ze na hun verloving bij haar ouders introkken verbood ze mijn vader eenvoudig om nog staand te poepen. Mijn grootouders hadden een zogenaamde Plopper: een tamelijk ouderwetse plee waarbij de grote boodschap met een plopje in het water valt en uit het zicht onder de waterspiegel verdwijnt. Het is een beproefd systeem, maar niet geschikt voor het met grote hoogte laten vallen van de boodschap.
Toen de vloer van de schoonouderlijke wc voor de zoveelste keer blank was komen te staan dreigde mijn grootvader het huwelijk alsnog te verbieden. ‘Ik peins er niet over mijn dochter weg te geven aan een man die niet de beleefdheid kan opbrengen zich aan de nederlandse cultuur aan te passen.’
Om nog erger te voorkomen verhuisden mijn ouders naar een huurwoning in Apeldoorn. Daar kregen ze een badkamer met een Ziener. De Ziener is de archetypische nederlandse wc met een plateautje, ooit in Nederland geintroduceerd door de epidemologe Charlotte Ruijs, die heilig geloofde dat het goed was als men de ontlasting nog even kon inspecteren op ziektekiemen.
De Ziener kostte mijn ouders bijna hun huwelijk. Mijn vader heeft een tijdlang geweigerd thuis naar de wc te gaan. Waar hij dan wel zijn behoefte deed heeft hij nooit verteld.Toen mijn moeder hem een keer betrapte terwijl hij mij, zijn oudste zoon, het hangend poepen probeerde bij te brengen, barstte de bom. Mijn vader voelde zich in zijn mannelijke eer aangetast en weigerde om zijn zoon ‘als een mietje te laten poepen’, mijn moeder wilde een schone plee.
Uiteindelijk werd het, zoals dat in goede huwelijken gaat, een compromis. De Ziener ging eruit en werd vervangen door een Glijer: een soort tussenvorm van Ziener en Plopper. Bij de Glijer belandt de grote boodschap op een schuine helling en glijdt, het woord zegt het al, zachtjes het wachtende water in. Het nadeel is dat er meer remsporen achterblijven, maar dat woog niet op tegen het enorme voordeel dat mijn vader voortaan hangend zijn behoefte kon doen, zonder te morsen. Als hij er zijn ogen bij dichtkneep, vertelde hij wel eens, kon hij zich zo voorstellen dat hij in zijn vaderland boven de afgrond hing, de wind suizend om zijn billen.
‘En jij, mijn jongen,’ zei hij aangedaan, ‘jij hield mijn handen vast.’


jaeggi om 09 maart 2006 10:12