« Muziek-literatuur: 1-0 | Main | tweede druk »

21 maart 2006

dulfer

Nog even nagenieten: Dit las Hans Dulfer afgelopen zaterdag voor.

Wie alleen al de stupide en bekakte manier kent waarop de zich als organisatoren aandienende etterbakken je band voor een optreden benaderen, zal voorgoed zijn geloof in de mensheid verliezen. En wie de schofterige financiële aanbiedingen hoort is er in één keer van doordrongen dat een carrière als bijstandsmoeder nog te prefereren is boven die van solo-gitarist in een band op feesten. Fatsoensnormen die een een Hell’s Angels home nog gewoon zijn blijken onbekend als je je met je bandje komt aanmelden bij de achteringang die verkeerd staat aangegeven op het onleesbare plattegrondje dat je tegelijk met een paar wurgcontracten veel te laat en in een te laag gefrankeerde envelop werd toegezonden. Zonder opgaaf van redenen wordt jemoptreden drie uur uitgesteld, en die tijd kun je dan doorbrengen in een geblindeerde, niet van kachel of ventilatie voorziene ruimte, net groot genoeg voor twee dwergpygmeeën maar zeker niet voor een rockband met aanhang, die bovendien om de twee minuten door neuroten met walkie-talkies ondervraagd worden over hun aanwezigheid in het gebouw als waren zij Libiërs op een vliegveld.
En dan mag je nog van geluk spreken als een of andere malloot met een kratje warm bier (zonder opener natuurlijk!) langskomt. Want als je overgeleverd bent aan de consumptiebonnengulheid van het organiserend comité sterf je óf aan uitdroging óf aan totale uitputting vanwege de afstand die je moet afleggen vóór je uiteindelijk de naast het toilet verstopte bar ontdekt. Daar weten ze wel iets van consumptiebonnen af, maar pas na uitgebreid overleg tussen twee rivaliserende organisatoren of die bonnen nu wel of niet alleen voor leidingwater gelden, krijg je je drankje.
De geluidsinstallatie die zij zo goedkoop konden regelen heeft het vermogen van een koffergrammofoon en de ingehuurde mixer moet vijf minuten voor aanvang nog de gebruiksaanwijzing doorlezen. (-) Meteen na afloop volgt een sommatie om binnen één minuut je instrumenten van het podium te verwijderen omdat de disco moet beginnen, waarna je van hot naar her gezonden wordt om de commissiekamer te vinden waar je je zuurverdiende geld moet ophalen. Als je dan uiteindelijk in een pikdonker kantoor de penningmeester aantreft op een oude leren bank met z’n hand in de broek van de pas gekozen Miss Paardekop ’86, mag je nog van geluk spreken als hij (met z’n andere hand) een ongedekte giro-overschrijvingskaart tevoorschijn haalt, omdat de mafkezen meestal de mededeling ‘Ik maak het wel over’ als een wettelijke betalingsregeling zien.

Uit: Dulfer's Dumdum


jaeggi om 21 maart 2006 23:13