« lof | Main | prijzencircus »
16 februari 2006
tromboneliefde
Vandaag verschijnt officieel Tromboneliefde. Ik heb vanochtend al twee uur lip-buzzen en lage bindingen *) achter de rug, want ik wil natuurlijk wel goed voor de dag komen op mijn eigen presentatie. Er zal veel muziek zijn, en veel hard gepraat van mensen die boven de muziek uit proberen te komen.
Er zullen morgenochtend een aantal schorre mensen rondlopen, zoveel is zeker, en verder is helemaal niets zeker.
Hieronder alvast een voorproefje voor degenen die niet zijn uitgenodigd voor de presentatie (sorry lui, meer dan 1000 gasten mogen er niet in vanwege de brandweervoorschriften) en die nog tot hun lunchpauze moeten wachten voor ze naar de boekhandel kunnen rennen voor een exemplaar.
Hoofdstuk 2
Om aan mijn muzikale carrière te beginnen moest ik vanaf mijn twaalfde jaar drie kwartier met tegenwind over een Brabantse dijk fietsen (om precies te zijn: van Willemstad via Helwijk en Oudemolen naar Fijnaart), drie kwartier lang uitgefoeterd worden door een roodaangelopen blokfluitleraar omdat ik mijn etudes niet kende, en daarna drie kwartier terugfietsen. Met tegenwind, natuurlijk.
Het is mogelijk dat er ook dagen waren dat ik zingend over de dijk racete, wind in de rug, blokfluit brandend in mijn rugzak, hongerig naar de muziek die ik zou gaan spelen, maar ik geloof van niet. Die eerste lessen waren een barre verplichting. Een straf, en de enige reden die ik er achteraf voor kan aanvoeren is dat ik een kind was, en kinderen doen wat hun ouders zeggen, net als ouders doen wat andre ouders zeggen (‘Zit jullie Xander nog niet op fagotles?’). Geen kind zal ooit uit zichzelf om een blokfluit vragen (ik reken kinderen uit Amsterdam-Zuid even niet mee). Drumstellen, elektrische gitaren, saxofoons, trompetten, violen (in die volgorde). In een enkel ernstig geval een hobo of fagot. Maar blokfluit, nee. Kinderen weten intuïtief dat je je verre moet houden van de blokfluit, wil je niet eindigen als serveerster in een restaurant waar de dagschotel viervijftig kost en de boxen de hele dag André Rieu uitkotsen.
Het kan niet anders of ergens in dit land is in het geheim een sterke blokfluitlobby aan het werk, anders kan ik zoiets niet verklaren: vijf pre-pubers op een rij, allevijf met een stuk hout in hun mond, bezig met het verminken van de canon van Pachelbel. Waarom vinden ouders het überhaupt belangrijk dat hun kind muzikaal is? Zijn er geen urgentere vaardigheden die een jong kind moet leren? Ik ken bijvoorbeeld geen kinderen die op jonge leeftijd geleerd wordt hoe je een eenvoudige maaltijd moet bereiden, terwijl het in momenten van nood volgens mij veel nuttiger is om te weten hoe je een aardappel kookt dan hoe je een flageolet op de gitaar speelt. Wijlen mijn duitse oom, Albert Mangelsdorff, zei het zo: ‘Der Onkel mit den Schinken ist mir willkommener als die Tante die klavier spielt.’ (Duitsers hebben veel verstand van muziek, al is het wel een bepaald soort muziek.)
-------
*) Een verklarende woordenlijst en de rest van mijn muzikale carrière: lees Tromboneliefde.
jaeggi om 16 februari 2006 11:08
