« dromen in het Nederlands | Main | overspel »

01 februari 2006

mijd mooie parachutisten

‘Was het een gezellige borrel?’vroeg mijn vriendin.
‘Afschuwelijk,’zei ik. ‘Afgrijselijk.’
Ze trok één wenkbrauw op. ‘Dat zeg je altijd,’zei ze. ‘En toch ga je elke keer weer.’
‘Ja. Ik word steeds weer uitgenodigd.’
‘Maar dat je uitgenodigd wordt betekent toch niet dat je verplicht bent om te komen?’
‘Nee. Maar er wordt wel verwácht dat ik kom.’
‘Door wie dan?’
‘Door degene die het feest geeft.’
‘En wie was dat gisteravond?’
‘Een schrijver. Zijn boek werd gepresenteerd. En hij had persoonlijk gevraagd of ik ook kwam. Dus het was echt belangrijk voor hem.’
‘En heb je hem nog gesproken?’
‘Nee. Het was hartstikke druk.’
Mijn vriendin bestudeerde haar nagels. Ze waren groen, vandaag.
Ik zei: ‘Maar ik weet zeker dat hij van anderen gehoord heeft dat ik er was.’
Zij zei: ‘Met wie heb je dan wel gesproken?’
Ik zuchtte. Het was zo’n borrel geweest waar alles zich vijf keer sneller afspeelde dan normaal. Binnen een minuut was mijn jas aangenomen, een welkomstglas in mijn ene en een sigaret in mijn andere hand verschenen, en binnen tien minuten had ik al minstens zeven keer het Heehallo-dansje gedaan (‘Héé, leuk je te zien, alles goed, mooi zo, ik ook, geweldig, zeg, ik zie daar iemand binnenkomen - Oké, zie je zo, je bent toch nog niet weg voorlopig? Hahahaha.’) én drie glazen rosé achterovergeslagen, maar dat kunnen er ook meer geweest zijn, want er stond de hele tijd een kale ober achter me die na iedere slok mijn glas bijvulde. Ik wilde dolgraag even gaan zitten maar er waren maar twee stoelen en daar zaten bejaarde theaterdiva’s op.
Ik zei: ‘Het eerste halfuur is een beetje wazig. Daarna werd het iets rustiger. Er zijn altijd mensen die al na tien minuten vertrekken. Misschien zou ik dat ook eens moeten doen. Het staat belangrijk, alsof je nog meer te doen hebt, en het geeft je het recht om voor te dringen. “Sorry, ik moet er helaas vandoor, maar ik móest je even feliciteren.” Je roept we bellen!, bij de uitgang graai je een paar bitterballen van de schaal en een halfuur later zit je lekker thuis op de bank met de hele avond nog voor je.’
‘Waarom heb je dat dan niet gedaan?’ vroeg mijn vriendin.
‘Omdat ik een uur aan de praat werd gehouden door een geschifte parachutespringster.’
‘Was ze mooi?’
‘Ja, bloedmooi. Maar ik kwam niet meer weg. Ze was een van die vrouwen met van die verbaasde, wijd-opengesperde ogen, waarmee ze je aan je plaats nagelen. Eerst kreeg ik een heel verhaal over dun haar en gespleten haarpunten, en daarna begon ze over haar parachutespringen.’
‘Dat kan toch best interessant zijn?’
‘O ja? Nou je het zegt: na vijf minuten had ik ook geweldige behoefte om uit een vliegtuig te springen. Maar dan zonder parachute. Mijn god. Niks erger op zo’n borrel dan mensen die een gesprek willen voeren.’
‘Maar daar is zo’n borrel toch voor? Leuke gesprekken?’
Ik schudde mijn hoofd. Ergens achter mijn ogen viel een zak glazen knikkers van grote hoogte op een ijskoude marmeren keukenvloer. Even zag ik sterretjes.
‘Welnee. Je praat juist nergens over. Dat is het hele idee. Je bent een paar uur tot elkaar veroordeeld, met veel te veel mensen veel te dicht bij elkaar, en dat ga je niet erger maken door ellenlange verhalen op te hangen waar mensen zich bij moeten concentreren. Dan wordt het marteling. Op een gegeven moment dacht ik, ik moet deze vrouw aangeven bij Amnesty.’
‘Kon je niet op een beleefde manier van haar afkomen? Met een smoesje?’
‘Dat heb ik op een gegeven moment ook gedaan, uit wanhoop. Zei dat ik naar de wc moest. Liep regelrecht naar de bar. En daar stond de schrijver.’
‘O, dus je hebt wél met hem gepraat?’
‘Nee. Hij herkende me niet.’

jaeggi om 01 februari 2006 13:41