« januari 2006 | Main | maart 2006 »

28 februari 2006

ik heb geen viool meer

Chris van Houts, de fotograaf die o.m. de foto voor Tromboneliefde maakte, exposeert van 1 t/m 31 maart foto's van schrijvers en muziek bij Boekhandel Scheltema aan het Koningsplein in Amsterdam.
Chris vroeg schrijvers naar hun relatie met muziek en fotografeerde ze met die uitspraken in het achterhoofd. Het resultaat is een Trappengalerij met 30 schrijvers, 30 foto’s en 30 uitspraken over de relatie tussen schrijven, muziek en weemoed. Het is prachtig.
De mooiste en veelzeggendste uitspraak komt van dichter Jan Kal: ‘Ik kon alle vioolconcerten van Bach uit m’n hoofd spelen – maar ik heb geen viool meer.’

Posted by jaeggi at 09:40 am

27 februari 2006

porno-vegetariër

Gerard Reve vertelde weleens dat hij zich eerst aftrok voordat hij ging schrijven. Ronald Giphart heeft zoiets ook weleens gezegd, in interviews. Anders kun je niet rustig achter je bureau blijven zitten, aldus beide schrijvers.
En ik moet toegeven: er zit wat in. Een kort bezoekje aan deze site bijvoorbeeld, en je kunt een paar uur rustig werken.
Tot gisteravond.
Toen was er een documentaire (ik weet niet meer op welke zender, doet er ook niet toe, het is al geweest) over een meisje dat een carrière in de porno-industrie ambieerde. Vraag me niet waarom, ik ben weggezapt op het moment dat ze aan het werk moest als fluffer: dat zijn de meisjes die 'the wood' (het hout, de paal, de boomstam) stijf moeten houden tijdens de koffie-pauzes. Vlak daarvoor was er een scène waarin de toekomstige actrice bepoteld werd door een reus van een acteur, een soort porno-Dolf Lundgren, die haar ter kennismaking niet de hand schudde maar ferm in haar bange tietjes kneep.
De komende weken, misschien wel maanden dus geen porno meer voor mij. Het is net als met alle vlees: als je eenmaal een slachthuis van binnen gezien hebt word je acuut vegetariër.


Posted by jaeggi at 11:19 am

25 februari 2006

de uitvinders van februari

Dit gedicht (geen stadsgedicht maar een gelegenheidsgedicht) zal ik morgen voorlezen bij de officiele afsluiting van de winter, om 16.30 uur morgenmiddag, bij de ijsbaan op het Museumplein. Komt allen (of met zijn vieren). Er is ook een curlingdemonstratie, waar ik me erg op verheug, en glühwein, geloof ik, en anders deel ik uit van de fles cognac die ik hopelijk krijg voor mijn diensten.


februari werd uitgevonden op een dag in januari
toen alle kolen en boter op waren maar
het nog geen tijd voor maart kon zijn

de uitvinders van februari waren drie mannen
en een vrouw

die zich tot dan toe in leven hielden
met het stelen van postzegels
en het verkopen van wat er overblijft van beren
als hun huid afgestroopt is

als zij lachten kropen insecten
diep in hun holen om te peinzen

(toen zij klein waren stopten zij het liefst
botten in hun neuzen tot die opzwollen
tot ijzingwekkende proporties en hun ouders
vreselijk jammerden)

de uitvinders van februari vroegen geen geld
voor hun uitvinding maar bedongen wel
vierentwintig ongrijpbare uren voor zichzelf

de uitvinders van februari: hun namen
staan gebeiteld in een extra dag
die we niet hebben


Posted by jaeggi at 09:28 pm

23 februari 2006

duomo

De laatste keer dat ik een kaars heb gebrand was in de duomo van Sienna, een kathedraal zo huiveringwekkend overdadig van opzet dat je het wel uit je hoofd zult laten om de vaste bewoner van dat huis ook maar een strobreed in de weg te leggen. Dat was, neem ik aan, indertijd ook de opzet van de bouwers.
Ik heb er een uur lang met open mond rondgelopen. Mijn reisgenoten moesten me tot twee keer toe manen om nu eindelijk mee te komen, en tijdens de vino bianco die we daarna dronken aan het mooiste plein van de wereld was ik stiller dan ik normaal ben. Zelf merkte ik het niet, maar de anderen begonnen er steeds over.
'Wat is er toch met Adriaan?' vroeg iemand. 'Liefdesverdriet?'
Men lachte hartelijk - goede, trouwe vrienden, die weten dat ik altijd liefdesverdriet heb, uit principe. Het is een prettige gemoedstoestand, zolang het niet te vers is. Iedereen is een stuk aardiger voor je dan voor mensen die geen liefdesverdriet hebben.
Er werd nog een rondje wijn besteld, borden met frittata werden op tafel gezet. Ik wees de anderen erop dat de ober die ons bediende sprekend op Marcello Mastroiani leek. Iemand zei dat alle oudere Italiaanse mannen op Marcello Mastroiani leken, behalve degenen die veel verdriet hebben gehad - die lijken op Pasolini. Na een kwartier verzonk ik, zonder dat ik het merkte, weer in mijn zwijgzame toestand. Ik dacht aan de mensen wier naam ik, terwijl mijn kaars oplichtte, zachtjes voor mij uit had gepreveld.
Hier moet ik opmerken dat ik, als zovelen, als kind wel naar de School met de Bijbel ben gegaan, maar dat ik het bidden al vrij kort daarna heb opgegeven. Het was erg koud, zo op mijn blote knieën voor het bed.
Ik kon niet bedenken waarom ik net een kaars uit het rek had gehaald, hem had aangestoken aan de vlam van een andere en daarbij enkele namen had gefluisterd: de naam van een vriend van wie ik vermoedde dat hij wel wat steun kon gebruiken, een vriendin waarvan ik hoopte dat ze nu eindelijk haar vreselijke vriend de deur eens uit zou doen en haar grote droom - zangeres op een cruiseschip - waar zou gaan maken, en de naam van mijn moeder die al heel lang dood is.
Terwijl de avond viel over het mooiste plein van de wereld en oude Italiaanse weduwen hun omslagdoek wat warmer om hun schouders schikten dacht ik aan mijn eigen begrafenis. Ik stond op en maande mijn vrienden tot stilte. 'Luister,' zei ik. 'Ik wil een groot blaasorkest met veel koper en witte petten dat voor de stoet uitloopt. Op weg naar het kerkhof wil ik dat ze 'Just a closer walk with thee' spelen. Bij de groeve graag een couplet van Abide with me. Er mag gesproken worden, maar niet te lang. Ik wil dat tenminste één van jullie' - hierbij keek ik de aanwezige meisjes een voor een doordringend aan - 'zich huilend op mijn kist stort. Als het afgelopen is zet het orkest in met 'Oh Didn't He Ramble', en op die vrolijke tonen danst iedereen het kerkhof af. Ergens in de stad is er dan drank en broodjes met zalm, maar ik zeg niet waar. Er moet iets te raden overblijven. Heeft iedereen dit begrepen?'
Het was even stil nadat ik weer was gaan zitten. Een paar minuten later stonden we op om te gaan eten in een restaurant dat een van ons had uitgezocht. Hij verzekerde iedereen dat de funghi porcini hemels waren, en hun ijs was het beste van heel Italië. Als je dat op had, zei hij, dan kon je rustig sterven.

Posted by jaeggi at 09:58 pm

22 februari 2006

de kipfilet van Heleen

In de serie 'Mystieke uitspraken van Grote Nederlandse Denkers', deze week afl. 2: schrijfster Heleen van Royen.

'Mijn kipfilets mogen gewoon in de was.'

Bedankt Heleen.


(Uit La Vie en Rose, feb. 2006.)

Posted by jaeggi at 02:11 pm

hebt u ook zo'n zin om weer eens flink te zweten?

Mannen zweten. Ze kunnen niet anders, en dat is maar goed ook, want het is hun voornaamste aantrekkingskracht. Geld, macht, een mooie kop met haar, allemaal meegenomen, maar niets werkt zo direct op de vrouwelijke klieren als een gladde mannenhuid met een dunne zweetfilm erop. Hoeveel vrouwen hebben niet geheime fantasieën over een lieve maar doortastende bouwvakker die ook binnenshuis klust, of een eenvoudige maar tedere automonteur die kruidig riekt naar garagezweet? Twee op de drie vrouwen, en de derde liegt. Sla de damesbladen er maar op na, het mannenzweet walmt je tegemoet.
Het moet natuurlijk wel lekker zweet zijn. Ik ken geen vrouwen die opgewonden worden van de lucht die onder een pak vandaan komt na een drukke dag op de zaak. Kantoorzweet werkt afstotend. Ook lui zweet wekt geen lusten op. De man die uren in de zon in zijn eigen zweet heeft liggen braden, zal eerst uitgebreid moeten douchen voordat zijn vrouw weer naar hem omkijkt.
Nog erger is oud zweet. Er schijnen mannen te bestaan die denken dat ze wel twee dagen achter elkaar hetzelfde t-shirt aankunnen. Waarschijnlijk hebben die mannen vrouwen zonder neus.
Vrouwen houden ook niet van sportzweet. De instinctieve reactie van een vrouw op een topsporter is: nou heb je uren achter die stomme bal aan lopen rennen, terwijl je al die energie in mij had kunnen steken. Ik had ooit wel een vriendin die zei dat ze opgewonden werd van het glanzende zweet op de dijen van Amerikaanse hardlopers, maar ik vermoed dat dat meer te maken had met de factor neger dan met de factor zweet.
Omgekeerd hebben mannen maar zelden fantasieën over zwetende vrouwen. Een volmaakte vrouw zweet niet. Ze houdt haar lijf schoon en droog, zodat haar minnaars het kunnen overdekken met andere vloeistoffen. Als een man slagroom, guacamole (een aanrader) of chocola-desaus op een vrouwenlichaam wil smeren, om dat vervolgens zorgvuldig van haar af te likken, dan wil hij niet gestoord worden door de onverwachte smaak en geur van zweet. Mannen houden niet van de ingewikkelde combinatie slagroom/vrouwenzweet, wat merkwaardig is, want vrouwenzweet ruikt veel lieflijker en minder penetrant dan mannenzweet. Vrouwen zweten namelijk niet, ze transpireren. Transpireren is een hogere vorm van zweten, net als vrijen een hogere vorm van neuken is. Toch zul je in reclames voor mannenproducten nooit een zwetend model aantreffen, al liggen ze altijd, op zeiljachten, op witte stranden, op motorkappen, te bakken in de bloedhete zon. Maar zodra er ergens verdachte plekjes of druppeltjes verschijnen schiet de grimeuse toe om het weg te deppen. Vrouwenzweet bestaat eigenlijk niet.
Dit zijn de algemene regels. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op. De lieflijke natte plekjes in de oksels van een tennisjurkje. De minuscule druppeltjes op haar neus als ze bovenop je zit. Het glinsterende lijntje dat een zweetdruppel achterlaat op de hals van het meisje op het terras dat jou geen blik waardig heeft gekeurd, maar zij transpireert, en dat maakt dat jij haar lichaam al een beetje kent. Zweten maakt iedereen – gewild of niet - deelgenoot van het functioneren van jouw lichaam, zoals iedereen weet die wel eens met grote haast, na een verschrikkelijke spurt over treinperrons en kantoortrappen, net te laat een vergadering is binnengehold, en na de excuses in zijn of haar stoel is gezakt; want dan begint het zweten. Langzaam breidt het zich uit van jouw stoel naar de buurstoelen. Het is alsof je het over tafel kunt zien wolken, richting de klant, of richting je directeur. Straks beseffen ze dat je zit te zweten, en dat mag alleen degene weten door wie je zo laat op deze vergadering bent.
Hoe dan ook verandert de belevenis van andermans zweet zodra een verhouding verandert. Een sterke zweetgeur vindt bijna niemand prettig, mannen noch vrouwen. Maar als ze Hem eenmaal veroverd hebben kunnen vrouwen heel wat meer aan. Zeker in het begin van de verhouding mogen ze graag hun neus in het gedragen overhemd van hun geliefde drukken. De geliefde vrouwelijke slaap/knuffelhouding is met het hoofd op de schouder of borst van de man, zodat de neus af en toe even langs zijn oksel kan strijken en zijn delicate aroma kan opsnuiven.
De meest gebruikte slaaphouding van de man is op zijn rug, met geen gedonder aan zijn lijf. Een regelrechte verspilling, want zoals vrouwen ’s nachts ruiken, dat weet bijna niemand.


Posted by jaeggi at 11:58 am

21 februari 2006

curling & poëzie

Onderstaand bericht is vooral bedoeld voor Amsterdammers, maar schaatsters, curlingspelers en dichters uit Paterswolde en Groesbeek zijn natuurlijk ook van harte welkom. Gratis koek & zopie!

Winterdichters
Op zondag 26 februari vindt vanaf 16.00 uur de feestelijke afsluiting plaats van de ijsbaan op het Museumplein. U bent van harte welkom deel te nemen aan de openbare les curling. Of aan het evenement Winterdichters met stadsdichter Adriaan Jaeggi.
Schaatsen kunnen de gehele dag tegen half geld (voor € 2,50) worden gehuurd. Tijdens de afsluiting is er gratis koek-en-zopie.

Curling (16:00 – 16:30 uur)
Zoals u op de Olympische Spelen heeft kunnen zien, is curling een soort van jeu de boules op ijs. Twee teams proberen 20 kilo zware stenen over het ijs te laten glijden naar het hart van de gekleurde cirkels aan het einde van een ruim 40 meter lange baan.

Winterdichters (16:30 – 17:00 uur)
Schrijft u poëzie en zoekt u een podium? Dan is het evenement Winterdichters uw kans! Deelnemers kunnen een wintergedicht in het Nederlands insturen dat betrekking heeft op de winter, op een wintersport of op de ijsbaan zelf. Zowel volwassenen als kinderen kunnen deelnemen!
Als het gedicht wordt geselecteerd mag de dichter(es) het zelf voordragen tijdens de afsluiting. Voor alle geselecteerde dichters is er een leuke verrassing. Amsterdams stadsdichter Adriaan Jaeggi zal het evenement leiden.
U kunt uw wintergedicht mailen aan Marcel Möller (mollerm@oudzuid.amsterdam.nl).


Posted by jaeggi at 10:09 am

20 februari 2006

vangst van de dag (12)

‘Hoe gaat het met je roman?’ vroeg ze.
Ze was lang en slank, misschien kan ik nu beter alvast zeggen dun, anders wordt het straks zo’n teleurstelling, en ze droeg een zilverkleurige jurk die vanaf haar hals tot haar enkels strak aansloot op haar lichaam. Door het licht van de discobol boven de dansvloer glitterde ze alsof ze net uit zee kwam, een hele lange dure vis die rechtop aan de rand van de dansvloer stond, goed voor minstens tien pond kaviaar.'


Posted by jaeggi at 02:15 pm

17 februari 2006

Aan mijn muziekleraar

(naar Willem Elsschot)


Dikke hufter, met je Saab
Hoe jij, wellustige priaap
Ons elke les zat aan te staren
Alsof we randdebielen waren

‘k Weet nog alles, vette luis,
Al heb je nu een ander huis
gekocht van onze kindertranen
en weet je niet meer onze namen.

Hoe Japie, met zijn klarinet
Steeds voor pispaal werd gezet
Daar ’ie, links –10 en rechts -9
De kleine nootjes niet kon lezen.

En kleine Tjalling, trompettist,
Werd week na week zo afgepist
Dat hij haast jankend stond te blazen
En jij maar tieren, en jij maar razen

En toen hij niet meer durfde komen
Heb je z’n toeter afgenomen
Al had z’n moeder, als bepaald
Meer dan de helft al afbetaald.

Hoe je Dagmar, blond en sprietig
Altijd stilletjes en verdrietig
Steeds weer stiekem hebt geknepen
Bij het aanwijzen der grepen

Hoe je bij haar hoge C
Ineens haar jurk naar boven deed
Zodat ze, voor de hele school
Te kijk stond met haar altviool.

En hoe je voor Willem met zijn fluit
Muziek voor altijd hebt verbruid
Je sloeg, al heeft men ’t niet geloofd
De maat mee op zijn achterhoofd

Ik weet het nog, die lange uren
Dat ik je smalen moest verduren
Je dikke vingers in mijn nek
En de bierstank uit je bek

Ik weet het nog, zoals je ziet
Maar ik begrijp nog altijd niet
Hoe al die kleine onderdeuren
Dat elke week lieten gebeuren

Hadden ze maar met zijn allen
Al hun snaren laten knallen
Om die om je nek te strikken
En je lyrisch laten stikken.

Maar al is het niet gebeurd
Uitgesteld is niet verbeurd
En eens komt de mooie dag
Dat ik weer naar muziekles mag

Dat jij en al je partituren
Dat oude leed zullen bezuren
Als jij, zo zelfvoldaan als toen
Het nog één keer voor zal doen

En ik je klem zet, als een dier
Tussen de klep en het klavier
Om met een daverend slotakkoord
Je heen te zenden waar je hoort

Naar waar je tot de jongste dag
Dat heidens rotstuk spelen mag
Dat wij altijd moesten studeren
En volgens jou nooit zouden leren.

Voor eeuwig klinkt dan door de hel
Die kutcanon van Pachelbel.

Posted by jaeggi at 10:49 pm

16 februari 2006

prijzencircus

Het prijzencircus is weer in volle gang: de Gouden Uil wordt uitgereikt op 25 maart a.s. (wij tippen Jan van Loy), de Libris-prijs zal op 8 mei zijn geldkoffers openen en ook de Halewijnprijs zal niet lang meer op zich laten wachten.
Dus zal binnenkort, ergens rond de Boekenweek, ook de Gouden Doerian worden uitgereikt. Lees meer op de gezellige Gouden Doerian-site.


Posted by jaeggi at 11:24 am

tromboneliefde

Vandaag verschijnt officieel Tromboneliefde. Ik heb vanochtend al twee uur lip-buzzen en lage bindingen *) achter de rug, want ik wil natuurlijk wel goed voor de dag komen op mijn eigen presentatie. Er zal veel muziek zijn, en veel hard gepraat van mensen die boven de muziek uit proberen te komen.
Er zullen morgenochtend een aantal schorre mensen rondlopen, zoveel is zeker, en verder is helemaal niets zeker.
Hieronder alvast een voorproefje voor degenen die niet zijn uitgenodigd voor de presentatie (sorry lui, meer dan 1000 gasten mogen er niet in vanwege de brandweervoorschriften) en die nog tot hun lunchpauze moeten wachten voor ze naar de boekhandel kunnen rennen voor een exemplaar.

Hoofdstuk 2

Om aan mijn muzikale carrière te beginnen moest ik vanaf mijn twaalfde jaar drie kwartier met tegenwind over een Brabantse dijk fietsen (om precies te zijn: van Willemstad via Helwijk en Oudemolen naar Fijnaart), drie kwartier lang uitgefoeterd worden door een roodaangelopen blokfluitleraar omdat ik mijn etudes niet kende, en daarna drie kwartier terugfietsen. Met tegenwind, natuurlijk.
Het is mogelijk dat er ook dagen waren dat ik zingend over de dijk racete, wind in de rug, blokfluit brandend in mijn rugzak, hongerig naar de muziek die ik zou gaan spelen, maar ik geloof van niet. Die eerste lessen waren een barre verplichting. Een straf, en de enige reden die ik er achteraf voor kan aanvoeren is dat ik een kind was, en kinderen doen wat hun ouders zeggen, net als ouders doen wat andre ouders zeggen (‘Zit jullie Xander nog niet op fagotles?’). Geen kind zal ooit uit zichzelf om een blokfluit vragen (ik reken kinderen uit Amsterdam-Zuid even niet mee). Drumstellen, elektrische gitaren, saxofoons, trompetten, violen (in die volgorde). In een enkel ernstig geval een hobo of fagot. Maar blokfluit, nee. Kinderen weten intuïtief dat je je verre moet houden van de blokfluit, wil je niet eindigen als serveerster in een restaurant waar de dagschotel viervijftig kost en de boxen de hele dag André Rieu uitkotsen.
Het kan niet anders of ergens in dit land is in het geheim een sterke blokfluitlobby aan het werk, anders kan ik zoiets niet verklaren: vijf pre-pubers op een rij, allevijf met een stuk hout in hun mond, bezig met het verminken van de canon van Pachelbel. Waarom vinden ouders het überhaupt belangrijk dat hun kind muzikaal is? Zijn er geen urgentere vaardigheden die een jong kind moet leren? Ik ken bijvoorbeeld geen kinderen die op jonge leeftijd geleerd wordt hoe je een eenvoudige maaltijd moet bereiden, terwijl het in momenten van nood volgens mij veel nuttiger is om te weten hoe je een aardappel kookt dan hoe je een flageolet op de gitaar speelt. Wijlen mijn duitse oom, Albert Mangelsdorff, zei het zo: ‘Der Onkel mit den Schinken ist mir willkommener als die Tante die klavier spielt.’ (Duitsers hebben veel verstand van muziek, al is het wel een bepaald soort muziek.)

-------
*) Een verklarende woordenlijst en de rest van mijn muzikale carrière: lees Tromboneliefde.

Posted by jaeggi at 11:08 am

15 februari 2006

lof

De eerste recensie van Tromboneliefde is binnen. In het Haarlems Dagblad is het Boek van de Week:'Adriaan Jaeggi kan er smakelijk over vertellen, met het onderdrukte ongenoegen van de onbegrepen minnaar.[…]Hij kan het instrument strelen en er hartverwarmend over spreken.'

NB Ik weet nog niet of ik hier elke recensie ga citeren. Eerlijk gezegd vind ik schrijvers die de door de media in hun reet gestoken veren in het openbaar etaleren niet zo fris. Maar het schijnt te moeten, voor de verkoop van je boek.
Weet u wat? Als u nou vandaag naar de winkel rent voor een exemplaar van Tromboneliefde, dan houd ik verder mijn mond over de lof en hoon die mij in recensies ten deel valt.
Afgesproken?

Uw onbegrepen minnaar,
AJ

Posted by jaeggi at 01:49 pm

zend een wens

Is this cool or what?
Mijn uitgeverij heeft een aantal liefdesgedichten uit haar indrukwekkende dichterspool geput, laten inspreken door acteurs (Roeland Fernhout en een actrice waarvan ik de naam even kwijt ben, maar ze is bjoetifoel) en op het net gezet. Daar kun je ze downloaden en naar je geliefde SMS-en. Een hele opkikker op zo'n dag als vandaag, geloof me.
Ga naar zendeenwens en maak iemand gelukkig.
Bijvoorbeeld met

Ver van hier

Ver, ver van hier, mijn liefste
in mijn huisje bij de zee
voor heel de wereld verborgen
daar leven wij zonder zorgen
en we maken nooit ruzie, wij twee.
Misschien nemen we een baby,
een fonteintje met champagne
en in ons tuintje zetten
we de perken vol sigaretten
want ik hou zo enorm veel van je.


(AJ, vrij naar Cole Porter)


Posted by jaeggi at 12:18 pm

14 februari 2006

correctie overspel

Oeps, foutje: mijn tips voor overspel zijn niet te bekijken bij 4 in het Land vanavond, maar in Editie NL van RTL 4, vanavond om 18.15.
Of u kunt ze hieronder lezen.

The Rules

Overspel kent eigenlijk maar één basisregel: hou het simpel. Vreemdgaan met meer dan drie mensen tegelijk leidt onherroepelijk tot problemen. Het lijkt misschien een uitdaging, maar je kunt het je niet veroorloven ook maar één minuut te verslappen - sorry voor de woordspeling – en op de lange duur gaat het geheid mis.
Wil je er toch aan beginnen dan heb je voor elke vrouw een aparte agenda en een aparte mobiel nodig. Als je denkt dat dat overbodig is ben je niet klaar voor de eredivisie van het overspel. Huur eerst de film Bonfire of the Vanities (of koop het boek) en leer van het vreselijke lot van Sherman McCoy, die op een regenachtige avond, onder het mom van de hond uitlaten, zijn minnares gaat bellen maar per ongeluk het nummer van zijn vrouw draait. Het is het begin van zijn ondergang.
Kortom: voor elke vrouw schaf je een eigen telefoon en organiser aan. Daar begint het pas mee, want al die agenda’s moeten bijgehouden worden, en dat klinkt makkelijker dan het is. Niet meteen overmoedig worden: probeer eerst maar eens 2 minnaressen en 1 echtgenote in je rooster te persen. Je zult al snel hetzelfde overwerkte gevoel krijgen als de Chinese circusartiest die twintig bordjes tegelijk laat draaien, en dan heeft de Chinees het nog makkelijk want zijn bordjes mogen het best van elkaar weten.
Intussen moet je je geestelijk voorbereiden op het volgende stadium: de olievlek. Hoe langer een relatie duurt, hoe meer tijd het kost. In het begin zijn minaressen tevreden met elke kruimel tijd die van je bord valt, maar gaandeweg het overspel worden ze veeleisender. De tijd die je aan elke vrouw moet besteden breidt zich al snel uit als een olievlek in een maagdelijke fjord. Clandestiene ontmoetingen in appartementen of hotelkamers zijn niet meer genoeg: ze willen ook met je naar buiten. Daarmee begeef je je potentieel in gevaarlijk territorium. Het is op zich niet erg om met je minnares naar buiten te gaan, maar je loopt wel de kans een van je andere vrouwen tegen te komen. Als je het bij twee vrouwen houdt is die kans het geringst. Met je echtgenote ga je elke vrijdag naar de vertrouwde Mosselen-zoveel-als-je-op-kunt-tent om de hoek, terwijl je met je minnares op zaterdag de nieuwste Tibetaanse nachtclub bezoekt, waar je de hele avond moet loungen op te hoge, puntige barkrukken en je hard moet schreeuwen om elkaar niet te verstaan. De kans dat die twee elkaar tegenkomen bij dezelfde kapper of in dezelfde kledingzaak, is dus hoegenaamd nul. Maar neem je er nóg een minnares bij, dan stijgt de kans op pijnlijke confrontaties met een factor 100. Neem dan je voorzorgen. Kies nooit twee actrices tegelijk, bijvoorbeeld. De hele acteurs- en cabaretwereld hokt elk weekend bijelkaar in één café achter het Leidseplein, en daar wil je niet Halina tegenkomen als je net met Tjitske uit bent. Neem dus als tweede minnares altijd iemand uit een andere beroepsgroep. Dan nog is de kans aanwezig dat je een keer op het terras zit met Karin, gedesillusioneerde journaliste van 39, en dat je ineens Ellen ziet aankomen, 36, violiste en zangeres in een bandje, die je een paar weken daarvoor in de Melkweg hebt ontmoet: wist jij veel dat haar manager dit als zijn favoriete terras beschouwde?
Tenslotte is er de kwestie van het uithoudingsvermogen. Het is misschien een mannenfantasie, elke dag seks, maar de werkelijkheid is schril. Zolang het bij ‘gewoon neuken’ blijft is het te overzien, maar gewoon neuken kunnen je vrouwen thuis ook krijgen: met jou moet het spannender, dierlijker, gymnastischer. Met andere woorden: je krijgt nauwelijks de kans om te helen, want ook Ottoline, consultant bij een communicatiebureau wil het op het tapijt, op zijn hondjes, en hard graag, die ene keer per week dat je haar ertussen weet te persen. Als je nog naschrijnend naar huis rijdt en in je organizer kijkt zie je dat je morgen een lunch-afspraak hebt met Tosca, sales-manager van een grote Europeese olijfoliefirma. En je bent nog schraal van de vorige keer. Op zulke momenten wil je weleens vergeten dat overspel een luxe is. Daarom is de laatste, onverbiddellijke regel: hou ermee op zodra het op werk gaat lijken.


Posted by jaeggi at 03:32 pm

overspel op Valentijnsdag

Omdat het vandaag de meest romantische dag van het jaar is, Valentijnsdag, zal ik vanavond in het 'betrokken nieuwsprogramma' Vier in het land van RTL4 enkele tips geven voor overspel. De logica is ver te zoeken, maar het absurdisme van de situatie spreekt me enorm aan.
Als u niet iets veel beters te doen hebt (op RTL5 is tegelijkertijd de edutainmentserie Beter in Bed) moet u vooral kijken, al was het maar om Adriaan zichzelf in bochten te zien wringen om ergens het zinnetje 'En ik heb ook nog een nieuw boek geschreven en het heet Tromboneliefde' tussen de betrokken nieuwsitems door te wurmen.
4 in het Land, 22.30, RTL4.

Posted by jaeggi at 11:35 am

13 februari 2006

een eiland voor zichzelf

Om er goed uit te zien voor mijn optreden vanavond (Tromboneliefde in De wereld draait door, 19.00 uur, Nederland 3) heb ik afgelopen weekend geprobeerd lichaam en geest in balans te brengen. Dus: zonnebankje, spinaziesapje, 100 push-ups, paar vitaminepilletjes. Op de terugweg van de sportschool fietse ik daarna langs een esoterische boekhandel. Een hele andere wereld. Precies de plek die ik zocht om mijn geest op de juiste golflengte te brengen met eh... dinges.

Als je de deur van de andere wereld opent word je verwelkomd door een windgong die zo is opgehangen dat hij elke zoeker aankondigt (druppelende vreugdetranen in een koude bergbeek). Als de gong is uitgeklonken word ik door een cither en een mollig trommeltje in een indiase raga gewikkeld (het ritme van de rust) en aan mijn oren meegevoerd op de Weg. De Weg voert langs oosterse beeldjes, halfedelstenen, kralenkettingen en blanke houten planken die doorbuigen onder de kennis van de geest en de verkenningen van ziel en lichaam. Overal staan verdekt opgestelde luchtbevochtigers die aroma's van groene thee, sandelhout en wierook in de lucht blazen. Van de wanden kijken de leermeesters van de mensheid glimlachend op me neer: Deepak Chopra (Leven in liefde), Kahlil Gibran (Spiegels van de ziel), Mirka Knaster (Luister naar je lichaam), James Redfield ('Wij zijn allen spirituele wezens') en Dr. Phil: zij fluisteren (wind door de bamboebosjes) dat ik niet moet wanhopen, en hoewel ik me niet realiseerde dat ik wanhoopte is het toch een hele geruststelling. Ik voel me welkom. Er hangt een opgetogen aura in deze wereld, een groot verheugen dat ik de chaos en hectiek van de aardse wereld heb afgeschud en het begin van de Weg heb gevonden.
Maar eerst moet ik mijn woede afleggen.
'Ik voel helemaal geen woede,' protesteer ik.
Barbara de Angelis (How To Make Love All The Time) en Dr. Wayne Dyer (Niet Norgen, Maar Nu!) schudden glimlachend hun hoofden - het een ravenzwart, het ander kaal.
'Heb je nooit het gevoel dat je meer energie nodig hebt?' vraagt Barbara medelevend. 'Het leven kan soms grote claims op je leggen, groter dan je verwachtte. Wat doe je dan?'
'Meestal neem ik een sterke espresso en een sigaret,' zeg ik. 'Daar kan ik minstens een uur op vlammen.'
Barbara zucht diep (golfjes kabbelen op een wit strand in de lente).
'Ik bespeur wantrouwen, diep in je hart,' zegt Dr. Wayne. 'Je voelt achterdocht, een bepaalde weerzin tegen de ideale mens zoals ik die beschrijf in mijn succesboek Niet Morgen, Maar Nu, in Nederland toch alweer de negenenveertigste druk.'
'Wat voor mensen zijn dat dan?' vraag ik.
Dr. Wayne vouwt de handen.
'Gezonde mensen die zichzelf verwezenlijken,' zegt hij. 'Mensen die met gemak werk, gezin, sociale contacten en hobby's weten te combineren en geen tijd verknoeien met klagen of hopen dat iets anders was. Zij zijn enthousiast over het leven en willen eruit halen wat eruit te halen valt. Ze houden van picknicken, films, boe-ken, concerten, steden, boerderijen, dieren...'
'... bergen, de zee, elkaar masseren, reizen, fotograferen, kokerellen en vrijen,' vul ik aan. 'Ja, die ken ik wel. Ze geloven niet in God, maar wel "dat er iets is". Ze laten zich door niks uit het veld slaan. Als het regent kijken ze samen naar de druppels op de ruiten en wedden wiens druppel het eerst beneden is. Als het bloedheet is bellen ze je op om gezellig met zijn allen te gaan zeilen. In de jachthaven hebben ze een enorme koelbox bij zich, tot de nok gevuld met witte wijn en broodjes zalm. Het zijn levensgenieters, mensen die vast van plan zijn alles uit het leven te halen. Ze bellen je op, kom, blijf niet thuiszitten, we gaan lekker winkelen. Je zou het liefst haar zijden sjaal om haar schitte-rende nek winden en die strak aantrekken tot ze ophoudt met neuriëen. Ze blíjven je maar uitnodigen voor hun schitterende eten-tjes, met diepgaande discussies, uitgelezen wijnen en verukkelijke choco-la. Intussen zit je te denken hoe je vóór het eten de keuken in kunt sluipen om een paar buisjes laxeermiddel door hun zelfge-maakte zalmsoep te gooien. Kijken hoe leuk ze dát vinden.'
Ik ben steeds harder gaan praten. Het is doodstil geworden in de andere wereld, op het knarsen van mijn tanden na. Ik zie veel bezorgde gezichten.
'Hij is een eiland voor zichzelf,' zegt Ayya Khema. 'En er is geen brug.'
'Ik heb het gevoel dat het verdedigingsmechanisme van zijn ego volledig op hol is geslagen,' zegt John Pierrakos. 'Hij moet eerst zijn vermogen tot liefhebben opnieuw ontwikkelen.'
'Nee, hij moet éérst de Twaalf Blokken verwijderen die hem afhouden van het bereiken van zijn doel,' dringt John Gray (Mars en Venus Voor Altijd Samen) aan. 'De Twaalf Blokken zijn schuld, depressie, zenuwen, oordeel, zelfmedelijden, besluiteloosheid...' Hij is nog op zijn vingers aan het aftellen maar niemand luistert meer. Ze dringen op om bij me te komen. Zo groot is hun behoefte mij te helpen dat ze elkaar onder de voet lopen.
Een koele hand grijpt de mijne en trekt me uit het gewoel. 'Kom mee, achter deze bamboe,' zegt een vrouw met lang donker haar. Alle vrouwen hebben hier trouwens lang donker haar, ik heb nog geen blondje gezien.
'Ga hier maar liggen,' zegt ze. Ze wijst op een bedje van kiezels dat er niet comfortabel uitziet.
'Vertrouw me,' sust ze, en drukt me neer op de stenen.
'En wie bent u?' sputter ik.
Ze legt haar handpalmen op mijn slapen en drukt haar duimen in mijn oogkassen. 'Tamaya Honervogt,' zegt ze, 'maar mijn naam is van geen belang. Wat nu belangrijk is is dat jij je scepsis opzij legt en de energie van de reiki op je in laat werken.'
'Oh, massage,' zeg ik. 'Lekker. Kun je ook iets lager?'
'Sssstt. Het helingsproces is al begonnen.'
'Maar ik ben helemaal niet kapot!'
Tamaya duwt nu haar vuist in mijn mond en begint mijn wangen van binnenuit te masseren.
'Ah, hier zit je,' zegt Dale Carnegie. Ik herken hem van de foto op zijn website.
'Meneer Carnegie!' roep ik en spring op. Mijn masseuse komt overeind uit haar lotuszit en trekt zich beledigd terug (het boze riet buigt wel maar breekt niet).
Ik schud mijn idool de hand.
'Ik dacht dat u dood was!'
Hij knikt. 'Dat dacht ik ook. Maar mijn indiaanse vriend Hyemeyohst Storm (Zeven Pijlen, De Diepe Kennis van het Medicijnwiel Geopen-baard) heeft me uitgelegd dat er eigenlijk geen verschil is tussen leven en dood.' Hij houdt glimlachend zijn handen op. 'En wie ben ik dan om te protesteren?'
Dat is het Amerikaanse realisme waar ik van hou, waar ik zo van heb genoten in zijn boek, How to Win Friends and Influence People. Gepubliceerd in 1937, in een bescheiden oplage van 3000 exem-plaren, maar in 2001 staat de teller op vijftien miljoen verkochte exemplaren en het boek verkoopt nog steeds als een trein.
Alleen de titel is al legendarisch. Hij was de eerste die schreef dat de manier om met mensen om te gaan, is ervoor te zorgen dat ze zich belangrijk en gewaardeerd gaan voelen, zonder ze de indruk te geven dat ze gemanipuleerd worden.
'Weet u waar ik het meest aan heb gehad?' zeg ik. 'Aan uw klassieke methode om je eigen ideeën door te drukken: door anderen het idee te geven dat het hún idee was.'
Carnegies gezicht betrekt.
'Ja, briljant idee was dat,' bromt hij. 'Zo briljant dat elke mental coach, seminargoeroe en zelfhulpschrijver het daarna gepikt heeft. En allemaal doen ze of het hun eigen idee was. Die lul van een Norman Peale, met zijn Power of Positive Thinking; en dat zachte ei van een Paul Hanna, met zijn Succes Zit in Ieder van Ons: schaamte-loos jatwerk.'
'Zes manieren om mensen van je te laten houden,' citeer ik. 'Twaalf manieren om mensen op jouw manier te laten denken. Negen manieren om mensen te veranderen zonder dat ze dat doorhebben. Briljant hoor. Geeft het niet een grote bevrediging om een inspiratiebron te zijn geweest voor zoveel mensen?'
'Inspiratie mijn reet,' zegt de grote man. 'Ik had liever dat ze betaalden voor het overnemen van mijn werk.'
Er klinkt geritsel in de bamboespruiten, gevolgd door een wilde kreet. 'Tsjakkaaaa!'
Carnegie kijkt verschrikt op. 'O God,' mompelt hij. 'Daar heb je die gek ook. Wegwezen hier.' Hij sprint ervandoor (zuivere Koning der Winden). In zijn haast stoot hij een tafeltje met geluksamuletten om. Ik kniel, zet het tafeltje recht en buig me over de kleurige steentjes en gedroogde kruiden voor een helder aura. Netjes stapel ik ze op.
Als ik opkijk is Carnegie verdwenen. Ik dwaal tussen hemel en aarde, langs mediterende monniken en groepjes knikkende leerlingen, verdiept in de Mandala. Het wordt donker om mij heen, al zijn er links en recht Bronnen van Licht die de Weg beschijnen.
Als ik een hoek omsla struikel ik bijna over het Multi-orgastische Paar. Ze liggen midden op de Weg. Mantak Chia, de meester van de Taoïstische Techniek ligt onderop. Maneewan Chia wenkt me, een dromerige blik in haar ogen.
'Dat was mijn veertiende orgasme van vandaag,' zoemt ze (de Bijen hebben de Korf Gevonden). 'Wil jij er ook een paar?'
Vriendelijk sla ik hun uitnodiging af.
Ik moet verder, mijn zoektocht is niet ten einde. Wist ik maar wat ik zocht.
Al een tijdje is de Weg licht aan het stijgen. Ik ben aange-land op een heuvel. Beneden mij tekent zich een prachtig landschap af, een vredig panorama van bossen, grazige weiden en boedhistische tempeltjes, maar ook, aan de voet van de heuvel, een felverlicht podium waar een man met een loshangende stropdas en knalrode bretels in een microfoon staat te schreeuwen. Een duizendkoppig publiek, allemaal met bretels, scandeert: 'Sell like hell! Sell like hell!'
'Mooi hè?' zegt een stem naast me. Ik kijk opzij. Een oriëntaals uitziende man kijkt me met twinkelende ogen aan. Hij heeft een pendel in zijn hand.
'Heb ik gedaan,' zegt hij. 'Van de bonsaïbomen tot dat meertje, de theekoepel, de magische piramides tot die enneagrammen daar: allemaal door mij ingericht.'
'Feng Shui?' raad ik.
'Al die meesters en goeroe's en druïdes hier beneden,' zegt hij zacht. 'Als ze eens wisten. Ze draven en rennen en onderwijzen, maar niemand die beseft hoeveel kaarsen je voor je raam moet zetten. Zo hou je de storende energieën buiten.'
Hij zucht en kijkt me aan.
'Je ziet er vermoeid uit, broeder. Ik heb het gevoel dat je woe en je geng niet in harmonie zijn. Zal ik even naar je kuei kijken?'
'Ik zoek,' zeg ik. 'Maar ik weet niet wat.'
Hij houdt de pendel boven mijn hoofd. Het ding hangt stil.
'Ik zie het al,' zegt hij. 'Hier de heuvel af, als je bij de Bachbloesems komt linksaf, volg het wolvenspoor tot je bij de Engelenworkshop bent, en dan de deur door. Daar moet je zijn.'
Ik bedank hem en loop de heuvel af.
Als ik bij de deur ben aarzel ik. Wil ik werkelijk weten wat ik zoek? Heb ik wel diep genoeg in mijzelf gekeken?
Dan verman ik me en trek de deur open.
Ik sta op straat. De deur valt achter me dicht. Het ruikt naar benzine en regen. Een tram gaat gillend door de bocht. Een brommerkoerier komt over de stoep aanrazen en mist me op een haar.
'Uitkijken klootzak,' schreeuwt hij in het voorbijgaan.
Ik zucht diep. Ik draai me om en kijk naar de deur die achter me in het slot is gevallen. Heel licht hoor ik nog het verdrietige tinkelen van de windgong.

Posted by jaeggi at 10:41 am

10 februari 2006

goedemorgen teleurgestelde Volkskrant Magazine-lezers

Hierbij uw column van de week.


Tosca telde haar liters.
Het was begonnen met de milieu-special van haar favoriete glossy. Daarin stond dat elke West-Europeaan tussen de 134 en 138 liter water per dag gebruikte. Bespottelijk, was haar eerste gedachte. Alles bij elkaar dronk ze misschien twee liter per dag. Dan was er natuurlijk de douche, drie keer per week, misschien vijftig liter per keer. Alles bij elkaar kwam ze zo nog niet aan 200 liter per week.
Ze zette glimlachend theewater op en besloot nu echt nooit meer te geloven wat die stomme bladen zeiden. De horoscopen klopten ook van geen kant, en de tips voor het vinden van een nieuwe liefde waren waardeloos.
De theeketel begon te fluiten. Terwijl ze het water opschonk dacht ze: wacht even, dit is óók waterverbruik. Ze kreeg er een kleur van. Even later, toen ze de wc doortrok, overviel haar dezelfde gedachte. ‘s Avonds bij de afwas nog een keer. Ze zette haar bord in het droogrekje naast haar wijnglas en haar koffiemok, liep naar de computer en voerde de zoekterm ‘waterverbruik’ in.
Het was nog erger dan ze gedacht had.
Het waterverbruik van West-Europeanen naderde de 150 liter per dag. Overal ter wereld dreigden tekorten. Nederlanders dachten dat ze water in overvloed hadden, maar het tegendeel was waar. In de omgeving van Barneveld werd al water opgepompt dat 5000 jaar geleden als regenwater was gevallen! En intussen lieten Nederlanders vrolijk halfvolle vaatwassers draaien. Alleen Amerikanen waren nog erger: die verkwistten elk gemiddeld 700 liter per dag! Tosca’s wangen werden weer rood, van woede dit keer, maar toen las ze: ‘In Senegal is het gemiddeld watergebruik per persoon per dag nog geen 30 liter.’
Dat was het moment dat Tosca besloot voortaan haar liters te tellen.
Ze was verstandig genoeg het niemand te vertellen, zelfs niet haar beste vriend Jos. Die was weliswaar homo en dus gevoeliger dan de meeste mensen, maar ooit, toen ze hem vertelde van haar besluit veganist te worden had hij haar hard uitgelachen en geroepen: ‘Girl, dat red je nóóit!’. Bij hun eerstvolgende afspraak had hij expres gereserveerd in zo’n Argentijns biefstuk-restaurant, waar ze de hele avond niks anders had kunnen eten dan ijsbergsla.
Ze telde haar liters dus in stilte. Als ze in een restaurant ging eten, alleen, zoals ze zichzelf eens per week dwong te doen, probeerde ze bij elk gerecht te berekenen hoeveel water het gekost had. Ze nam er speciaal een rekenmachine voor mee. De productie van één kilo vlees kostte tonnen aan graan en dus belachelijk veel water, dat was een optelsom die je niet eens hoefde te maken - maar hoeveel moest je bijvoorbeeld voor vis rekenen? Zo’n paar sliptongetjes, hoeveel water zouden die verbruikt hebben? Wat kostte het groeien van de worteltjes? Hoeveel witte en rode druiven gingen er eigenlijk in één glaasje rosé?
Thuis gebruikte ze afwaswater om de wc mee door te spoelen. Ze liet haar kamerplanten verdrogen en bracht het douchen terug tot twee keer per week. Dan maar iets meer deodorant en parfum gebruiken, dacht ze opgewekt, tot ze op een avond op een website las dat de parfumindustrie meer water verbruikte dan alle ontwikkelingslanden bij elkaar. Ze gooide de shampoo in de vuilnisbak en bracht haar flesje eau de toilette (White Linen) en haar deospray (Odorex) naar de chemokar.
Na twee maanden had Tosca haar dagelijks waterverbruik teruggebracht tot 88 liter per dag.
Ze vond het nog steeds veel te veel. Ze schaamde zich als ze een glas water dronk, ze schaamde zich als ze met een natte washand haar oksels stond te deppen, en ze schaamde zich als ze de wc doortrok, al deed ze dat nog maar één keer per dag.
De bovenburen begonnen te klagen over luchtjes in het trapgat.
Tosca telde door: van 88 ging ze naar 75. Toen ze de 50-litergrens bereikt had vierde ze dat door zichzelf een literfles duur bronwater kado te doen. Ze lag daarna de hele nacht wakker met een schuldgevoel en een opgeblazen buik.
Maar als het regende was ze gelukkig.

Posted by jaeggi at 11:55 pm

09 februari 2006

strafwerk

Gedichtendag en alles eromheen is alweer lang geleden, we maken ons op voor uitreiking Gouden Uil, LIBRIS-prijs, Boekenbal, Boekenweek - de moed zinkt je bijna bij voorbaat in de schoenen.
Liever nog even teruggekeken, met wat mij betreft het beste gedicht van het hele gedichtenbal, uit Menno Wigman's bundel De wereld bij nacht (afgedrukt met toestemming van de schrijver).


Strafwerk

Allemaal gedaan, je hebt het allemaal gedaan:
verregend in de rij gestaan, schrift na schrift
met tekst bedekt, je hoofd met breuken
afgemat, plees bekrast en passers stukgesmeten.
Strafregels, riep ik, waarom strafregels?

Goed dan. Er was wat hasj, de roes van rood
herinnerde schoolfeesten, meisjesdijen
die een revolutie verspreidden, zo vreemd
en ijl dat je steeds heser ging schrijven.
Strafregels, riep ik, waarom strafregels?

Je kwam, heel goed, naar Amsterdam
(en Amsterdam lag open als een vrouw)
en alles wat je schreef werd een gedicht.
Onzin. Dagdroom van een defaitist.
Strafregels, dacht ik, waarom strafregels?

Het jaar is jong en straks zit je een leven lang
te schrijven hoe je leeft (en ik wil niet
dat het aan het eind van deze zin regent.
En ik pen door tot hier wat licht doorbreekt.)
Strafregels, riep ik, waarom strafregels?


Menno Wigman, uit De wereld bij nacht

Posted by jaeggi at 10:16 am

06 februari 2006

ocia cornia

Ik ben ziek. Nog steeds. Nou ja, niet echt ziek meer maar wel lamlendig. De was stapelt zich op, de boodschappen op het antwoordapparaat ook -wat ben ik blij dat we nooit SMSsen hebben geleerd, dan zou de ellende niet te overzien zijn.
Maar dat zal u allemaal een zorg zijn, u zit lekker achter uw warme bureau in de kantoortuin met een kopje latte uit de nieuwe automaat die nu alweer kuren begint te vertonen (alle thee smaakt eigenlijk naar koffie en alle koffie naar cup-a-soup) en snakt naar een verhaal, want anders moet u gaan werken.
Dit verhaal is zeker tien jaar oud. Ik heb vanochtend zeker een minuut of vijf zitten gniffelen terwijl ik het klaarmaakte voor dit weblog. Ongelooflijk, de dingen die je soms bloedserieus hebt zitten opschrijven.
Indertijd had ik een goede reden voor het schrijven van dit verhaal. Ik ga nu weer onder de wol, proberen te bedenken wat die reden ook alweer was. Met een betjze mazzel val ik met een glimlach in slaap, tot woensdag of zo.

AJ

Als je het dorp aan de noordkant uitloopt en het pad volgt de helling op, kom je na verloop van tijd bij de oude hut van Misha. Er is nu weinig meer van over. Een open plek in het bos met een vloer van zaagsel, een paar balken, verroest gereedschap.
Misha was de zoon van Vlad, een boer uit het dorp die op zijn dertigste voor zijn eigen ploeg viel. Aangemoedigd door zijn geschreeuw trok het span paarden de ploeg dwars over hem heen, waarbij zijn benen tot aan de heup werden afgesneden. Een middag, een avond en een nacht lag hij op het veld, terwijl de paarden aan het eind van de akker stond te wachten tot hij ze bevel zou geven om te draaien om aan de volgende voor te beginnen. Gelukkig vroor het die nacht hard, zodat het bloeden snel stopte.
Twee jaar nadat men hem 's ochtends voor dood op zijn akker had gevonden kreeg Vlad een zoon bij Nadia. Hoe het hem gelukt was zonder benen een zoon te verwekken was de bron van gegniffel en gefluister van Oest Koet to Oelan Oede, maar vooral was het reden voor jaloezie, want Nadia was een van de mooiste vrouwen in die godvergeten streek.
Toen Misha geboren werd was het snel duidelijk op wie hij leek. Als hij in de spiegel keek zag hij het gezicht van zijn moeder. Donker haar dat glansde als het oude ijs aan het eind van de winter, en gitzwarte ogen die smeulden als het haardvuur in een ijskoude nacht. Hij had een paar handen die je hoofd konden omvatten en pletten als een meloen, iets dat hij overigens nooit zou doen. Toen hij ouder werd bleek dat hij niet in alles op zijn ouders leek: op zijn veertiende torende hij al boven hen uit, en toen hij op zijn achttiende het ouderlijk huis verliet om op de heuvel te gaan wonen moest hij diep bukken om zijn hoofd niet te stoten aan de deurpost.
Er waren genoeg vrouwen die meer in Misha zagen dan in de andere mannen uit die landstreek, waarvan de meeste kort en dik zijn en kleine ogen hebben. Als de vrouwen zich 's ochtends bij de dorpspomp verzamelden met hun emmers was de jonge Misha een gretig besproken onderwerp, en altijd was er minstens één die zich hardop afvroeg of alles aan hem even groot zou zijn als zijn handen. Als er op dat moment een andere man voorbijkwam lachten de vrouwen smalend en keken hem met harde blikken weg, tot hij verbaasd en schouderophalend doorliep.

De eerste vrouw die uitvond of het waar was wat er over Misha gefluisterd werd heette Roema. Zij was de dochter van een van de rijkste boeren van het dorp, en getrouwd met een vriend van haar vader, die dertig hectaren had aan de andere kant van de heuvel waar Misha woonde. Als Roema haar man zijn eten bracht kwam ze altijd langs de open plek waar Misha's blokhut en kolenbrandersoven stonden. Op een dag, terwijl ze op de terugweg was van het veld, zag ze de jonge reus voor zijn hut op de grond liggen. Nieuwsgierig betrad ze de open plek, waarbij haar voeten centimeters diep in het zaagsel zakten dat de open plek bedekte.
Misha had zijn ogen dicht. Zijn borst rees en daalde en hij leek te slapen. Toen ze twee passen van hem vandaan was merkte ze hoe ze zich vergist had.
Hoewel hij haar onmogelijk had kunnen horen aankomen sprong hij in één keer vanuit een liggende naar een staande houding en greep haar jurk vast. Ze voelde de stof om haar middel klemmen en deed onwillekeurig een stap naar hem toe. Ze zag het vuur in zijn ogen smeulen.
'Je had me horen aankomen,' zei ze.
'Al voordat je bij de rand van het bos was,' zei hij. 'Ik zie je altijd komen en gaan.'
'Waarom liet je me dan zo schrikken?'
Hij gaf nog wel antwoord, maar daar hoorde ze geen woord meer van. Er was nog ongeveer een pas ruimte tussen hun lichamen, maar ze voelde dat zijn hand haar had losgelaten en dat er nu iets anders tegen haar onderbuik drukte, iets dat de afstand tussen hen in stilte overbrugde, en ze hoefde er niet naar te kijken om te weten wat het was, en dat alle verhalen die de vrouwen onder elkaar fluisterden nog niet de halve waarheid waren.

Roema liep het dorp in met een ongewone zwaaiende gang, veroorzaakt door het zaagsel en het zweet van Misha op haar lijf, dat haar gek maakte van de jeuk, en omdat ze haar benen niet goed meer bij elkaar kon krijgen. Haar glanzende ogen en het zachte wijsje dat ze neuriede werden alleen opgemerkt door twee vrouwen die in de deuropening stonden te roddelen. Ze riepen haar aan, maar Roema schonk ze geen aandacht en liep, zo recht als mogelijk was, door naar huis. De vrouwen keken elkaar aan en wierpen toen berekenende blikken de straat af, naar waar die overging in het pad dat de heuvel opliep.
Twee maanden bezocht Roema elke dag de hut van Misha als ze terugkwam van het veld met de lege aardappeldoos onder haar arm. Toen kon ze het niet langer voor zich houden en vertelde het door aan haar beste vriendin, die met de hand op haar hart beloofde haar geheim te bewaren.
De eerstvolgende keer dat Roema de open plek oprende hoorde ze vreemde geluiden uit de blokhut komen. Een diep, aards gesteun waarvan zij dacht dat ze de enige was die het ooit gehoord had, en een hoog gegil. Toen ze de deur van de hut opengooide zag ze haar vriendin gehurkt boven Misha's heupen zitten. Ze kronkelde en deed verwoede pogingen hem helemaal in zich op te nemen. Roema slaakte één gil, die zo hard was dat haar vriendin van schrik al haar spieren ontspan-de en haar in één keer lukte wat ze al die tijd probeerde. Misha vloekte toen het meisje zwaar op hem landde en met haar voorhoofd op zijn neus sloeg.

'Ik had een joekel van een bloedneus,' zei hij toen ze hem een week later tegenkwam in het dorp. Hij had een zak kolen op zijn rug die bijna zo groot was als hijzelf. Hij verlegde de zak, waarbij kleine wolkjes kolenstof ontsnapten en op zijn zwetende huid neerstreken.
'Net goed,' zei Roema.
'Ben je nog boos?'
Ze boog haar hoofd en schopte naar een onzichtbaar steentje.
'Ik mis je,' zei hij.
'Wen d'r maar aan,' zei Roema.
'Dat wil ik niet,' mompelde Misha. 'Waarom zou ik? Ik heb niks fout gedaan.'
Ze keek hem woedend aan.
'Roema,' zei hij, 'het betekende niks. het is heel anders dan bij jou. Bovendien ben jij de eerste. En de enige. Dat weet je toch?'
Uit trots hield ze het nog twee dagen vol, maar toen ze hem weer tegenkwam op straat, en hij haar nogmaals vertelde dat het niks te betekenen had, en dat zij de eerste en de enige was, toen begon er in haar buik iets te gloeien, dat zo heet werd dat ze dacht dat ze van binnen zou smelten, en ze pakte zijn arm en trok hem mee achter een van de huizen, waar een grasveldje was met struiken eromheen, naast de varkenspoel. En ze probeerde zich eerst in te houden, maar hij trok haar hand van haar mond en ze schreeuwde zo hard dat de var-kens opgewonden mee begonnen te gillen.

Helaas kon ook haar vriendin haar mond niet houden. Nog geen week later trof ze Misha aan in het open veld met een van de danseressen uit het circus dat een dorp verderop zijn tenten had opgeslagen.
Nadat ze het weer goedgemaakt hadden vond ze hem in bed met twee zusjes, Ania en Raïsa, die zich in het geheel niet leken te schamen maar zich giechelend aankleedden terwijl Roema de wegduikende Misha met stukken hout en kolen bekogelde, omdat ze niet in tranen wilde uitbarsten waar die twee bij waren.
'Waarom doe je me dit aan,' zei ze, toen ze een paar uur later met hun ruggen tegen elkaar in het gras zaten. De zon ging onder boven Oelan Oede.
'Ik kan niet anders,' zei hij. 'Ze komen aan mijn deur en hun adem gaat sneller, en ik voel de warmte onder hun rokken al, en ik kan me niet meer inhouden. Het is dit ding,' en hij nam haar hand en trok die naar zijn kruis, en ze kon hem nauwelijks omvatten, 'deze vloek die groeit en groeit en ik kan er niets tegen doen, als ik hem niet op tijd leeg en hem laat slinken ben ik bang dat hij op een dag zal ontploffen en dat ik dood zal bloeden, zoals mijn vader had moeten gebeuren.'
Roema trok haar hand terug. Even zaten ze stil, zonder gedachten, en de warmte van zijn rug deed de hare gloeien. Toen draaide ze zich om, waardoor hij achterover in het gras viel. Ze boog zich over hem heen, trok de knopen van zijn gulp open en nam hem in haar mond.
'Ik ben de enige,' dacht ze, terwijl ze haar mond verder probeerde open te sperren, zodat hij helemaal in haar kon verdwijnen. 'De anderen zal hij vergeten, en ik zal de enige zijn die hij nog wil.' Haar mondhoeken werden tot scheurens toe opgerekt en ze kreeg haast geen adem meer, maar ze lette er niet op en duwde hem verder en verder naar binnen, tot het donker werd voor haar ogen.
Een tijd lang bezocht ze hem elke dag, soms meerdere keren per dag. Ze kon aan niets anders meer denken dan aan zijn lichaam, de geur van hout en vuur in zijn haar, en aan het monsterlijke ding tussen zijn benen. Ze putte hem uit, of probeerde dat, tot haar rug beurs was en haar knieën en handen vol schaafplekken zaten en ze naar huis wankelde, waar ze de geur van zich afwaste voor haar man thuiskwam. Ze deden het zo vaak dat ze zich later niet meer kon herinneren of ze in die tijd nog iets anders gedaan had. Een keer trof haar man haar bij zijn thuiskomst aan op de vloer, haar wang en haar hals tegen de koele stenen gedrukt. Hij fronste, maar zei niets en ging de deur uit naar het café om daar te eten.

Op een dag vertelde hij Roema dat hij de volgende week voor een paar dagen naar de stad zou vertrekken, om nieuw zaaigoed en gereedschap te kopen. Ze mocht mee, als ze wilde. Even flitste het door haar heen dat ze al die tijd dat hij er niet was bij Misha zou kunnen zijn. Ze zou zelfs een nacht bij hem kunnen slapen. Maar ze doorstond de blik van haar man niet en stemde toe. Een paar dagen later vertrokken ze.
Toen ze terugkwam en haar man in slaap was gevallen trok ze de nieuwe lichte jurk aan, die ze in de stad gekocht had, en liep het dorp uit. Toen ze de open plek zag begon ze te ren-nen.
Misha was niet in zijn hut. Hij was ook niet in het bos. Met een steen in haar maag liep ze terug naar het dorp. Halverwege hoorde ze geluiden uit de struiken komen die ze in haar haast op de heenweg gemist had. Hoewel ze al bijna moest huilen om wat ze daar aan zou treffen, duwde ze de struiken opzij en ging op het geluid af.
Hij was naakt, op zijn broek na die rond zijn dijen hing, en hij lag bovenop een blonde vrouw die ze niet herkende omdat haar gezicht vertrokken was in een heftige grimas.
'Zo zie ik er waarschijnlijk ook uit als hij het met mij doet,' dacht ze treurig, terwijl ze langzaam terugliep naar het dorp.
De steen in haar maag bleef ze met zich meedragen, en hij werd zwaarder en zwaarder, totdat ze werkelijk ziek werd van het gewicht. Het grootste deel van de herfst lag ze op haar bed, en ze stond pas op toen het bijna winter was, die veel vroeger kwam dan anders, dat jaar.

De eerste dag dat ze weer kon lopen besteeg ze weer het pad de heuvel op. Ze vond Misha bij de hut. Hij stond met ontbloot bovenlijf hout te hakken voor zijn oven. Het had die nacht voor het eerst gevroren, maar het zweet liep in straaltjes over zijn lichaam.
'Moet je 'm nou zien,' dacht Roema, ' met z'n mooie lijf en zijn dikke spieren. Als een haan die pochend het erf rondstapt en zijn kam opzet voor elke kip die hij tegenkomt.'
Ze was niet verbaasd om te zien dat hij een erectie had. Ze liep naar hem toe en ze lachte toen hij zijn bijl liet vallen, haar optilde en met haar over zijn schouder naar zijn hut rende. En natuurlijk schreeuwde ze weer zo hard dat het waarschijnlijk tot in het dorp te horen was, hoewel er dit keer een plek in haar was waar hij niet in leek door te dringen. Ze trok hem in zich tot hij niet verder kon, en ze klemde haar benen om hem heen als een berenklem en siste in zijn oor: 'Toe dan! Toe dan! Is dat alles wat je kunt?'
In de weken daarna zag ze hem nog wel, maar minder vaak dan eerst. Er was bijna geen vrouw meer in het dorp die Misha niet bezocht had, en soms als ze met het eten van haar man onder haar arm langs de open plek liep, hoorde ze uit de hut de geluiden van Misha die zijn vloek tussen het volgende paar benen dreef. Dan voelde ze hoe de steen in haar buik weer groeide. Ze besloot om voortaan een andere route te nemen naar het veld.
Daarmee ontweek ze wel Misha, maar wat ze niet vermijden kon waren de gefluisterde gesprekken en het gegiechel bij de dorpspomp. Vrouwen met dromerige ogen die onderling maar een paar woorden nodig hadden om duidelijk te maken dat zij hem óók gehad hadden. Roema begon ze te haten, niet omdat ze ze als rivalen beschouwde - ze geloofde hem als hij zei dat zij de enige was, en dat er een dag zou komen dat er geen anderen meer waren - maar vanwege hun samenzweerdersgedrag, het steeds groeiende verbond tussen de vrouwen in het dorp, waarvan zij ongewild ook lid was. Dat ze haar man bedroog begon haar pas te bezwaren toen ze zich realiseerde dat ze ook een samenzweerder was, een van de velen die om de beurt hun gang de heuvel op maakten.

De winter was streng, dat jaar. De eerste sneeuw viel al toen pas de helft van de oogst van het veld was. Alle dorpsbewoners, ook de vrouwen en de kineren, moesten eraan te pas komen om te redden wat er te redden viel. Twee weken lang werd er van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat gewerkt. Roema zwoegde op de akkers tot ze erbij neerviel, en haar man haar naar huis stuurde om uit te rusten.
's Avonds lag zij voor het haardvuur, gedachteloos mwet haar lepel in haar koudgeworden soep roerend, toen er aan de deur geklopt werd. Het was een jonge vrouw uit het dorp, de blonde die zij voor het laatst gezien had met een extatische uitdrukking op haar gezicht en Misha tussen haar benen. Nu zag ze zo wit als een doek.
Roema nam haar mee naar de keuken en maakte thee voor haar. De vrouw warmde haar handen aan de kop maar dronk niet. Na een paar minuten zei ze: 'Je moet meekomen. Er is wat met hem gebeurd.' Roema voelde de steen in haar borst veranderen in ijs.
Meer dan twintig vrouwen hadden zich verzameld in de hut. De meesten hadden tegen de kou hun sjaal voor hun gezicht gebon-den, zodat alleen hun ogen te zien waren. Ze stonden zwijgend in een kring. Ze stapten opzij om Roema door te laten.
Een grote tak, bijna een boom op zichzelf, was bezweken onder het gewicht van de sneeuw en had het dak van de hut verpletterd. Misha lag op zijn rug, mat de nokbalk op de plaats waar zijn gezicht was geweest. Er lag sneeuw op zijn borst. Zijn huid was lichtblauw, en vanuit zijn kruis rees het ding op, nog groter dan de vrouwen om hem heen zich konden herinneren - ook na zijn dood nog niet tevreden.
Er was niets te horen dan de wind die door het gebroken dak naar binnen woei. Langzaam sloot de kring van vrouwen zich. Een van hen, de wollen sjaal tot onder haar ogen opgetrokken, stapte over het lijk heen, trok haar winterjas en haar rok op en liet zich voorzichtig neer op de koude blauwe kegel. Ze sloot haar ogen en bewoog langzaam, als in een trance, op en neer.
Toen ze klaar was stapte de volgende vrouw naar voren. Hete adem wolkte door de hut, en er klonk gedempt steunen, maar enkel van de vrouwen. Na de tiende wilde Misha niet tot leven komen, en ook na de vijftiende niet.
Roema telde in gedachten af. Nog twee, nog een en dan was het haar beurt. Het was of een koude zwarte hand haar in haar buik kneep.
Er klonk een gil, en een droge knak. De vrouw die aan de beurt was viel op haar zij en begon te gillen. Het ding was afgebroken op een paar centimeter boven het kruis. De vrouw kroop snikkend bij hem weg, een hand onder haar kleren. Andere vrouwen knielden bij haar en probeerden haar te kalmeren. Roema draaide zich om en liep de hut uit, het pad af naar het dorp.
Thuis bracht ze een kwartier door met het opruimen van dingen die net zo goed hadden kunnen blijven liggen waar ze lagen. Daarna gaf ze haar man, die voor het gedoofde vuur in slaap gevallen was, een kus op zijn kalende kruin en verdween naar boven. Ze opende de deur van de klerenkast en trok de deur secuur achter zich in het slot. Toen begroef ze haar gezicht in de kleren.
Het was of ze glas gegeten had. Haar ingewanden leken bezaaid met splinters.

Wat er met het lijk gebeurd was kwam ze nooit te weten. Toen ze maanden later, de winter was al aan de verliezende hand, weer langs de open plek kwam zag ze dat de hut grotendeels was ingestort. Eromheen stonden wolvensporen in de sneeuw.
In het dorp werd er niet meer over Misha gesproken. De vrouwen wisselden geen geheime blikken meer. Alleen tijdens het lentefeest, toen alle dorpsbewoners zich verzameld hadden in het Grote Huis, en de mannen onder luid gebrul en gelach rond het vuur dansten, meende ze iets te zien in de ogen van de vrouwen die langs de muur zaten. Maar toen de mannen lachend en bezweet terugkwamen leek het of er nooit iets gebeurd was.
Toen ze buitenkwam, en met haar man naar huis liep, zag ze dat op sommige plaatsen de sneeuw al begin te smelten. Van een tak viel een druppel in haar nek. Ze rilde en drong zich tegen haar man aan, maar toen hij een arm om haar heen wilde slaan stapte ze opzij en versnelde haar pas.
Hij stond verbaasd stil. Toen haalde hij zijn schouders op en liep haar langzaam achterna. Hij was warm van de drank, en van de lente die nu toch eindelijk leek te komen. Hij besloot om dit jaar, als de opbrengst van de oogst meeviel, een mooie halsketting voor haar te kopen, of een armband.
'En bovendien wordt het tijd dat we zonen krijgen,' dacht hij. Hij glimlachte in zijn kraag, en begon sneller te lopen.

Posted by jaeggi at 10:08 am

02 februari 2006

overspel

Overspel kent eigenlijk maar één basisregel: hou het simpel. Vreemdgaan met meer dan drie mensen tegelijk leidt onherroepelijk tot problemen. Het lijkt misschien een uitdaging, maar je kunt het je niet veroorloven ook maar één minuut te verslappen - sorry voor de woordspeling – en op de lange duur gaat het geheid mis.
Wil je er toch aan beginnen dan heb je voor elke vrouw een aparte agenda en een aparte mobiel nodig. Als je denkt dat dat overbodig is ben je niet klaar voor de eredivisie van het overspel. Huur eerst de film Bonfire of the Vanities (of koop het boek) en leer van het vreselijke lot van Sherman McCoy, die op een regenachtige avond, onder het mom van de hond uitlaten, zijn minnares gaat bellen maar per ongeluk het nummer van zijn vrouw draait. Het is het begin van zijn ondergang.
Kortom: voor elke vrouw schaf je een eigen telefoon en organiser aan. Daar begint het pas mee, want al die agenda’s moeten bijgehouden worden, en dat klinkt makkelijker dan het is. Niet meteen overmoedig worden: probeer eerst maar eens 2 minnaressen en 1 echtgenote in je rooster te persen. Je zult al snel hetzelfde overwerkte gevoel krijgen als de Chinese circusartiest die twintig bordjes tegelijk laat draaien, en dan heeft de Chinees het nog makkelijk want zijn bordjes mogen het best van elkaar weten.
Intussen moet je je geestelijk voorbereiden op het volgende stadium -


en als je de rest van deze column wilt lezen zul je de nieuwe La Vie en Rose moeten kopen. Daar krijg je dan geheel gratis nog een verhaal van mij bij, over mijn avonturen in Parijs met Victor & Rolf.

Posted by jaeggi at 10:55 am

01 februari 2006

mijd mooie parachutisten

‘Was het een gezellige borrel?’vroeg mijn vriendin.
‘Afschuwelijk,’zei ik. ‘Afgrijselijk.’
Ze trok één wenkbrauw op. ‘Dat zeg je altijd,’zei ze. ‘En toch ga je elke keer weer.’
‘Ja. Ik word steeds weer uitgenodigd.’
‘Maar dat je uitgenodigd wordt betekent toch niet dat je verplicht bent om te komen?’
‘Nee. Maar er wordt wel verwácht dat ik kom.’
‘Door wie dan?’
‘Door degene die het feest geeft.’
‘En wie was dat gisteravond?’
‘Een schrijver. Zijn boek werd gepresenteerd. En hij had persoonlijk gevraagd of ik ook kwam. Dus het was echt belangrijk voor hem.’
‘En heb je hem nog gesproken?’
‘Nee. Het was hartstikke druk.’
Mijn vriendin bestudeerde haar nagels. Ze waren groen, vandaag.
Ik zei: ‘Maar ik weet zeker dat hij van anderen gehoord heeft dat ik er was.’
Zij zei: ‘Met wie heb je dan wel gesproken?’
Ik zuchtte. Het was zo’n borrel geweest waar alles zich vijf keer sneller afspeelde dan normaal. Binnen een minuut was mijn jas aangenomen, een welkomstglas in mijn ene en een sigaret in mijn andere hand verschenen, en binnen tien minuten had ik al minstens zeven keer het Heehallo-dansje gedaan (‘Héé, leuk je te zien, alles goed, mooi zo, ik ook, geweldig, zeg, ik zie daar iemand binnenkomen - Oké, zie je zo, je bent toch nog niet weg voorlopig? Hahahaha.’) én drie glazen rosé achterovergeslagen, maar dat kunnen er ook meer geweest zijn, want er stond de hele tijd een kale ober achter me die na iedere slok mijn glas bijvulde. Ik wilde dolgraag even gaan zitten maar er waren maar twee stoelen en daar zaten bejaarde theaterdiva’s op.
Ik zei: ‘Het eerste halfuur is een beetje wazig. Daarna werd het iets rustiger. Er zijn altijd mensen die al na tien minuten vertrekken. Misschien zou ik dat ook eens moeten doen. Het staat belangrijk, alsof je nog meer te doen hebt, en het geeft je het recht om voor te dringen. “Sorry, ik moet er helaas vandoor, maar ik móest je even feliciteren.” Je roept we bellen!, bij de uitgang graai je een paar bitterballen van de schaal en een halfuur later zit je lekker thuis op de bank met de hele avond nog voor je.’
‘Waarom heb je dat dan niet gedaan?’ vroeg mijn vriendin.
‘Omdat ik een uur aan de praat werd gehouden door een geschifte parachutespringster.’
‘Was ze mooi?’
‘Ja, bloedmooi. Maar ik kwam niet meer weg. Ze was een van die vrouwen met van die verbaasde, wijd-opengesperde ogen, waarmee ze je aan je plaats nagelen. Eerst kreeg ik een heel verhaal over dun haar en gespleten haarpunten, en daarna begon ze over haar parachutespringen.’
‘Dat kan toch best interessant zijn?’
‘O ja? Nou je het zegt: na vijf minuten had ik ook geweldige behoefte om uit een vliegtuig te springen. Maar dan zonder parachute. Mijn god. Niks erger op zo’n borrel dan mensen die een gesprek willen voeren.’
‘Maar daar is zo’n borrel toch voor? Leuke gesprekken?’
Ik schudde mijn hoofd. Ergens achter mijn ogen viel een zak glazen knikkers van grote hoogte op een ijskoude marmeren keukenvloer. Even zag ik sterretjes.
‘Welnee. Je praat juist nergens over. Dat is het hele idee. Je bent een paar uur tot elkaar veroordeeld, met veel te veel mensen veel te dicht bij elkaar, en dat ga je niet erger maken door ellenlange verhalen op te hangen waar mensen zich bij moeten concentreren. Dan wordt het marteling. Op een gegeven moment dacht ik, ik moet deze vrouw aangeven bij Amnesty.’
‘Kon je niet op een beleefde manier van haar afkomen? Met een smoesje?’
‘Dat heb ik op een gegeven moment ook gedaan, uit wanhoop. Zei dat ik naar de wc moest. Liep regelrecht naar de bar. En daar stond de schrijver.’
‘O, dus je hebt wél met hem gepraat?’
‘Nee. Hij herkende me niet.’

Posted by jaeggi at 01:41 pm