« goedemorgen teleurgestelde Volkskrant Magazine-lezers | Main | overspel op Valentijnsdag »
13 februari 2006
een eiland voor zichzelf
Om er goed uit te zien voor mijn optreden vanavond (Tromboneliefde in De wereld draait door, 19.00 uur, Nederland 3) heb ik afgelopen weekend geprobeerd lichaam en geest in balans te brengen. Dus: zonnebankje, spinaziesapje, 100 push-ups, paar vitaminepilletjes. Op de terugweg van de sportschool fietse ik daarna langs een esoterische boekhandel. Een hele andere wereld. Precies de plek die ik zocht om mijn geest op de juiste golflengte te brengen met eh... dinges.
Als je de deur van de andere wereld opent word je verwelkomd door een windgong die zo is opgehangen dat hij elke zoeker aankondigt (druppelende vreugdetranen in een koude bergbeek). Als de gong is uitgeklonken word ik door een cither en een mollig trommeltje in een indiase raga gewikkeld (het ritme van de rust) en aan mijn oren meegevoerd op de Weg. De Weg voert langs oosterse beeldjes, halfedelstenen, kralenkettingen en blanke houten planken die doorbuigen onder de kennis van de geest en de verkenningen van ziel en lichaam. Overal staan verdekt opgestelde luchtbevochtigers die aroma's van groene thee, sandelhout en wierook in de lucht blazen. Van de wanden kijken de leermeesters van de mensheid glimlachend op me neer: Deepak Chopra (Leven in liefde), Kahlil Gibran (Spiegels van de ziel), Mirka Knaster (Luister naar je lichaam), James Redfield ('Wij zijn allen spirituele wezens') en Dr. Phil: zij fluisteren (wind door de bamboebosjes) dat ik niet moet wanhopen, en hoewel ik me niet realiseerde dat ik wanhoopte is het toch een hele geruststelling. Ik voel me welkom. Er hangt een opgetogen aura in deze wereld, een groot verheugen dat ik de chaos en hectiek van de aardse wereld heb afgeschud en het begin van de Weg heb gevonden.
Maar eerst moet ik mijn woede afleggen.
'Ik voel helemaal geen woede,' protesteer ik.
Barbara de Angelis (How To Make Love All The Time) en Dr. Wayne Dyer (Niet Norgen, Maar Nu!) schudden glimlachend hun hoofden - het een ravenzwart, het ander kaal.
'Heb je nooit het gevoel dat je meer energie nodig hebt?' vraagt Barbara medelevend. 'Het leven kan soms grote claims op je leggen, groter dan je verwachtte. Wat doe je dan?'
'Meestal neem ik een sterke espresso en een sigaret,' zeg ik. 'Daar kan ik minstens een uur op vlammen.'
Barbara zucht diep (golfjes kabbelen op een wit strand in de lente).
'Ik bespeur wantrouwen, diep in je hart,' zegt Dr. Wayne. 'Je voelt achterdocht, een bepaalde weerzin tegen de ideale mens zoals ik die beschrijf in mijn succesboek Niet Morgen, Maar Nu, in Nederland toch alweer de negenenveertigste druk.'
'Wat voor mensen zijn dat dan?' vraag ik.
Dr. Wayne vouwt de handen.
'Gezonde mensen die zichzelf verwezenlijken,' zegt hij. 'Mensen die met gemak werk, gezin, sociale contacten en hobby's weten te combineren en geen tijd verknoeien met klagen of hopen dat iets anders was. Zij zijn enthousiast over het leven en willen eruit halen wat eruit te halen valt. Ze houden van picknicken, films, boe-ken, concerten, steden, boerderijen, dieren...'
'... bergen, de zee, elkaar masseren, reizen, fotograferen, kokerellen en vrijen,' vul ik aan. 'Ja, die ken ik wel. Ze geloven niet in God, maar wel "dat er iets is". Ze laten zich door niks uit het veld slaan. Als het regent kijken ze samen naar de druppels op de ruiten en wedden wiens druppel het eerst beneden is. Als het bloedheet is bellen ze je op om gezellig met zijn allen te gaan zeilen. In de jachthaven hebben ze een enorme koelbox bij zich, tot de nok gevuld met witte wijn en broodjes zalm. Het zijn levensgenieters, mensen die vast van plan zijn alles uit het leven te halen. Ze bellen je op, kom, blijf niet thuiszitten, we gaan lekker winkelen. Je zou het liefst haar zijden sjaal om haar schitte-rende nek winden en die strak aantrekken tot ze ophoudt met neuriëen. Ze blíjven je maar uitnodigen voor hun schitterende eten-tjes, met diepgaande discussies, uitgelezen wijnen en verukkelijke choco-la. Intussen zit je te denken hoe je vóór het eten de keuken in kunt sluipen om een paar buisjes laxeermiddel door hun zelfge-maakte zalmsoep te gooien. Kijken hoe leuk ze dát vinden.'
Ik ben steeds harder gaan praten. Het is doodstil geworden in de andere wereld, op het knarsen van mijn tanden na. Ik zie veel bezorgde gezichten.
'Hij is een eiland voor zichzelf,' zegt Ayya Khema. 'En er is geen brug.'
'Ik heb het gevoel dat het verdedigingsmechanisme van zijn ego volledig op hol is geslagen,' zegt John Pierrakos. 'Hij moet eerst zijn vermogen tot liefhebben opnieuw ontwikkelen.'
'Nee, hij moet éérst de Twaalf Blokken verwijderen die hem afhouden van het bereiken van zijn doel,' dringt John Gray (Mars en Venus Voor Altijd Samen) aan. 'De Twaalf Blokken zijn schuld, depressie, zenuwen, oordeel, zelfmedelijden, besluiteloosheid...' Hij is nog op zijn vingers aan het aftellen maar niemand luistert meer. Ze dringen op om bij me te komen. Zo groot is hun behoefte mij te helpen dat ze elkaar onder de voet lopen.
Een koele hand grijpt de mijne en trekt me uit het gewoel. 'Kom mee, achter deze bamboe,' zegt een vrouw met lang donker haar. Alle vrouwen hebben hier trouwens lang donker haar, ik heb nog geen blondje gezien.
'Ga hier maar liggen,' zegt ze. Ze wijst op een bedje van kiezels dat er niet comfortabel uitziet.
'Vertrouw me,' sust ze, en drukt me neer op de stenen.
'En wie bent u?' sputter ik.
Ze legt haar handpalmen op mijn slapen en drukt haar duimen in mijn oogkassen. 'Tamaya Honervogt,' zegt ze, 'maar mijn naam is van geen belang. Wat nu belangrijk is is dat jij je scepsis opzij legt en de energie van de reiki op je in laat werken.'
'Oh, massage,' zeg ik. 'Lekker. Kun je ook iets lager?'
'Sssstt. Het helingsproces is al begonnen.'
'Maar ik ben helemaal niet kapot!'
Tamaya duwt nu haar vuist in mijn mond en begint mijn wangen van binnenuit te masseren.
'Ah, hier zit je,' zegt Dale Carnegie. Ik herken hem van de foto op zijn website.
'Meneer Carnegie!' roep ik en spring op. Mijn masseuse komt overeind uit haar lotuszit en trekt zich beledigd terug (het boze riet buigt wel maar breekt niet).
Ik schud mijn idool de hand.
'Ik dacht dat u dood was!'
Hij knikt. 'Dat dacht ik ook. Maar mijn indiaanse vriend Hyemeyohst Storm (Zeven Pijlen, De Diepe Kennis van het Medicijnwiel Geopen-baard) heeft me uitgelegd dat er eigenlijk geen verschil is tussen leven en dood.' Hij houdt glimlachend zijn handen op. 'En wie ben ik dan om te protesteren?'
Dat is het Amerikaanse realisme waar ik van hou, waar ik zo van heb genoten in zijn boek, How to Win Friends and Influence People. Gepubliceerd in 1937, in een bescheiden oplage van 3000 exem-plaren, maar in 2001 staat de teller op vijftien miljoen verkochte exemplaren en het boek verkoopt nog steeds als een trein.
Alleen de titel is al legendarisch. Hij was de eerste die schreef dat de manier om met mensen om te gaan, is ervoor te zorgen dat ze zich belangrijk en gewaardeerd gaan voelen, zonder ze de indruk te geven dat ze gemanipuleerd worden.
'Weet u waar ik het meest aan heb gehad?' zeg ik. 'Aan uw klassieke methode om je eigen ideeën door te drukken: door anderen het idee te geven dat het hún idee was.'
Carnegies gezicht betrekt.
'Ja, briljant idee was dat,' bromt hij. 'Zo briljant dat elke mental coach, seminargoeroe en zelfhulpschrijver het daarna gepikt heeft. En allemaal doen ze of het hun eigen idee was. Die lul van een Norman Peale, met zijn Power of Positive Thinking; en dat zachte ei van een Paul Hanna, met zijn Succes Zit in Ieder van Ons: schaamte-loos jatwerk.'
'Zes manieren om mensen van je te laten houden,' citeer ik. 'Twaalf manieren om mensen op jouw manier te laten denken. Negen manieren om mensen te veranderen zonder dat ze dat doorhebben. Briljant hoor. Geeft het niet een grote bevrediging om een inspiratiebron te zijn geweest voor zoveel mensen?'
'Inspiratie mijn reet,' zegt de grote man. 'Ik had liever dat ze betaalden voor het overnemen van mijn werk.'
Er klinkt geritsel in de bamboespruiten, gevolgd door een wilde kreet. 'Tsjakkaaaa!'
Carnegie kijkt verschrikt op. 'O God,' mompelt hij. 'Daar heb je die gek ook. Wegwezen hier.' Hij sprint ervandoor (zuivere Koning der Winden). In zijn haast stoot hij een tafeltje met geluksamuletten om. Ik kniel, zet het tafeltje recht en buig me over de kleurige steentjes en gedroogde kruiden voor een helder aura. Netjes stapel ik ze op.
Als ik opkijk is Carnegie verdwenen. Ik dwaal tussen hemel en aarde, langs mediterende monniken en groepjes knikkende leerlingen, verdiept in de Mandala. Het wordt donker om mij heen, al zijn er links en recht Bronnen van Licht die de Weg beschijnen.
Als ik een hoek omsla struikel ik bijna over het Multi-orgastische Paar. Ze liggen midden op de Weg. Mantak Chia, de meester van de Taoïstische Techniek ligt onderop. Maneewan Chia wenkt me, een dromerige blik in haar ogen.
'Dat was mijn veertiende orgasme van vandaag,' zoemt ze (de Bijen hebben de Korf Gevonden). 'Wil jij er ook een paar?'
Vriendelijk sla ik hun uitnodiging af.
Ik moet verder, mijn zoektocht is niet ten einde. Wist ik maar wat ik zocht.
Al een tijdje is de Weg licht aan het stijgen. Ik ben aange-land op een heuvel. Beneden mij tekent zich een prachtig landschap af, een vredig panorama van bossen, grazige weiden en boedhistische tempeltjes, maar ook, aan de voet van de heuvel, een felverlicht podium waar een man met een loshangende stropdas en knalrode bretels in een microfoon staat te schreeuwen. Een duizendkoppig publiek, allemaal met bretels, scandeert: 'Sell like hell! Sell like hell!'
'Mooi hè?' zegt een stem naast me. Ik kijk opzij. Een oriëntaals uitziende man kijkt me met twinkelende ogen aan. Hij heeft een pendel in zijn hand.
'Heb ik gedaan,' zegt hij. 'Van de bonsaïbomen tot dat meertje, de theekoepel, de magische piramides tot die enneagrammen daar: allemaal door mij ingericht.'
'Feng Shui?' raad ik.
'Al die meesters en goeroe's en druïdes hier beneden,' zegt hij zacht. 'Als ze eens wisten. Ze draven en rennen en onderwijzen, maar niemand die beseft hoeveel kaarsen je voor je raam moet zetten. Zo hou je de storende energieën buiten.'
Hij zucht en kijkt me aan.
'Je ziet er vermoeid uit, broeder. Ik heb het gevoel dat je woe en je geng niet in harmonie zijn. Zal ik even naar je kuei kijken?'
'Ik zoek,' zeg ik. 'Maar ik weet niet wat.'
Hij houdt de pendel boven mijn hoofd. Het ding hangt stil.
'Ik zie het al,' zegt hij. 'Hier de heuvel af, als je bij de Bachbloesems komt linksaf, volg het wolvenspoor tot je bij de Engelenworkshop bent, en dan de deur door. Daar moet je zijn.'
Ik bedank hem en loop de heuvel af.
Als ik bij de deur ben aarzel ik. Wil ik werkelijk weten wat ik zoek? Heb ik wel diep genoeg in mijzelf gekeken?
Dan verman ik me en trek de deur open.
Ik sta op straat. De deur valt achter me dicht. Het ruikt naar benzine en regen. Een tram gaat gillend door de bocht. Een brommerkoerier komt over de stoep aanrazen en mist me op een haar.
'Uitkijken klootzak,' schreeuwt hij in het voorbijgaan.
Ik zucht diep. Ik draai me om en kijk naar de deur die achter me in het slot is gevallen. Heel licht hoor ik nog het verdrietige tinkelen van de windgong.
jaeggi om 13 februari 2006 10:41
