« de kipfilet van Heleen | Main | de uitvinders van februari »

23 februari 2006

duomo

De laatste keer dat ik een kaars heb gebrand was in de duomo van Sienna, een kathedraal zo huiveringwekkend overdadig van opzet dat je het wel uit je hoofd zult laten om de vaste bewoner van dat huis ook maar een strobreed in de weg te leggen. Dat was, neem ik aan, indertijd ook de opzet van de bouwers.
Ik heb er een uur lang met open mond rondgelopen. Mijn reisgenoten moesten me tot twee keer toe manen om nu eindelijk mee te komen, en tijdens de vino bianco die we daarna dronken aan het mooiste plein van de wereld was ik stiller dan ik normaal ben. Zelf merkte ik het niet, maar de anderen begonnen er steeds over.
'Wat is er toch met Adriaan?' vroeg iemand. 'Liefdesverdriet?'
Men lachte hartelijk - goede, trouwe vrienden, die weten dat ik altijd liefdesverdriet heb, uit principe. Het is een prettige gemoedstoestand, zolang het niet te vers is. Iedereen is een stuk aardiger voor je dan voor mensen die geen liefdesverdriet hebben.
Er werd nog een rondje wijn besteld, borden met frittata werden op tafel gezet. Ik wees de anderen erop dat de ober die ons bediende sprekend op Marcello Mastroiani leek. Iemand zei dat alle oudere Italiaanse mannen op Marcello Mastroiani leken, behalve degenen die veel verdriet hebben gehad - die lijken op Pasolini. Na een kwartier verzonk ik, zonder dat ik het merkte, weer in mijn zwijgzame toestand. Ik dacht aan de mensen wier naam ik, terwijl mijn kaars oplichtte, zachtjes voor mij uit had gepreveld.
Hier moet ik opmerken dat ik, als zovelen, als kind wel naar de School met de Bijbel ben gegaan, maar dat ik het bidden al vrij kort daarna heb opgegeven. Het was erg koud, zo op mijn blote knieën voor het bed.
Ik kon niet bedenken waarom ik net een kaars uit het rek had gehaald, hem had aangestoken aan de vlam van een andere en daarbij enkele namen had gefluisterd: de naam van een vriend van wie ik vermoedde dat hij wel wat steun kon gebruiken, een vriendin waarvan ik hoopte dat ze nu eindelijk haar vreselijke vriend de deur eens uit zou doen en haar grote droom - zangeres op een cruiseschip - waar zou gaan maken, en de naam van mijn moeder die al heel lang dood is.
Terwijl de avond viel over het mooiste plein van de wereld en oude Italiaanse weduwen hun omslagdoek wat warmer om hun schouders schikten dacht ik aan mijn eigen begrafenis. Ik stond op en maande mijn vrienden tot stilte. 'Luister,' zei ik. 'Ik wil een groot blaasorkest met veel koper en witte petten dat voor de stoet uitloopt. Op weg naar het kerkhof wil ik dat ze 'Just a closer walk with thee' spelen. Bij de groeve graag een couplet van Abide with me. Er mag gesproken worden, maar niet te lang. Ik wil dat tenminste één van jullie' - hierbij keek ik de aanwezige meisjes een voor een doordringend aan - 'zich huilend op mijn kist stort. Als het afgelopen is zet het orkest in met 'Oh Didn't He Ramble', en op die vrolijke tonen danst iedereen het kerkhof af. Ergens in de stad is er dan drank en broodjes met zalm, maar ik zeg niet waar. Er moet iets te raden overblijven. Heeft iedereen dit begrepen?'
Het was even stil nadat ik weer was gaan zitten. Een paar minuten later stonden we op om te gaan eten in een restaurant dat een van ons had uitgezocht. Hij verzekerde iedereen dat de funghi porcini hemels waren, en hun ijs was het beste van heel Italië. Als je dat op had, zei hij, dan kon je rustig sterven.

jaeggi om 23 februari 2006 21:58