« amsterdammer van het jaar | Main | moeder »

05 januari 2006

duizend meter sneeuw

Dit stuk staat vandaag in Het Parool (fijne krant).
Ik ga er geen gewoonte van maken om poëzierecensies op dit weblog te zetten (daar zijn al genoeg zielige voorbeelden van) maar het komt niet zo vaak voor dat ik onverdeeld enthousiast ben. Vandaar.

Houdt u ook zo van dat geëxalteerde, Noordelijke, cynische, diep wanhopige temperament? Houdt u ook zo van wekenlang ingevroren zitten en overleven op walrusspek? Houdt u van sagen, paarden die over het ijs rennen, het Noorderlicht? Houdt u ook zo van dagen waarin de zon op- noch ondergaat? Niet? Dan moet u nu stoppen met lezen.

De sterren lijken weer een huilerige ballade, en iedere avond
stemmen de honden hun gebarsten violen.
Ik geef het verdriet geen ruimte,
laat het niet dichtbij komen.
Duizend meter sneeuw op mijn hart.
Ik mompel veel in mezelf, op straat
zing ik hardop.
Ik zie mezelf soms in het voorbijgaan, met een hoed op, prima voer
voor de wind, en een scheve gedachte.
Ik praat over de dood als ik het leven bedoel. Gooi m’n papieren
door elkaar, heb geen enkele theorie, alleen een vloekende hond.
Als ik om een borrel vraag, krijg ik een ijsje, *)
Misschien ben ik toch een Spanjaard, met zo’n lage
haargrens, nee echt:
Ik ben niet van hier, denk ik.
Ik zweet, probeer te praten, af en toe
tril ik weer.
Bijna meer dan dat ik moet sterven betreur ik dat ik geboren ben.
En alles wat ik vraag
is duizend meter sneeuw op mijn hart

Mijn hemel, wat is dit nu weer voor dichteres. Wat een vrouw! Volgens dichter Tonnus Oosterhoff, die haar een keer ontmoette, heeft ze ‘husky-ogen’ (husky’s zijn sledehonden), en als je dat weet weet je iets meer maar toch niks. Verder staat voorin haar bundel De hond zingt in zijn slaap, die nu in het Nederlands vertaald is, een foto van haar. Een oudere vrouw, of eigenlijk: een vrouw die de leeftijdloze leeftijd bereikt heeft. Toch ziet ze er niet oud uit, vanwege het houthakkersoverhemd dat ze draagt. Maar vooral vanwege de poëzie die ze schrijft. Wat een schop tegen je hoofd krijg je hiervan!

En aan de hemel een donkere wolk als een tengere jongen
die wil trouwen.
Trouwens, de wolk wordt opgestuwd als een scheve tand.
Mijn God, hoe wij niet reden, langs de weg
verwanten suizend als lege hulzen.

Niets hiervan ligt voor de hand. De poëzie van Turkka hangt aan elkaar van metaforen en vergelijkingen, maar het is niet louter slimmigheid of poëtisch timmerwerk: haar vergelijkingen geven je eerder het gevoel dat iemand eindelijk het enige juiste beeld heeft gevonden (terwijl ze een ontzettend slordige zoeker is) voor iets dat er al heel lang was maar altijd in de lucht bleef hangen omdat niemand in staat was het vast te leggen. En soms krijg je het gevoel dat wat zij beschrijft, of het nu een standbeeld is of de liefde, of de maan, of eenzaamheid, of paarden, of de dood, dat al die ijzeren begrippen uit de poëzie een eindje moeten opschikken voor haar ontstellende metaforen. Het grenst aan het onrustbarende.Wat zeg ik, het ís onrustbarend, hoe zo’n Sirkka Turkka, die zelf als een gedicht klinkt, niet geïnteresseerd is in afgewogen beelden, precies kloppende regels, en goddank niet geinteresseerd is in wat hier ten lande ten onrechte bekend staat als ‘gevoelens’. Zij stuurt nog eerder de wolven op je af. Geen meisjesverdriet voor Turkka, geen ‘twee fietsen haken met de sturen in elkaar’. Nee meneer! Sirkka Turkka hakt haar gedichten uit het ijs, ze druppelt er loden tranen over. Het is alsof je na jaren van dunne soep ineens een enorme walvisbout krijgt voorgezet. De tranen springen je in de ogen, zo sterk ruikt het en voelt het. Klink ik een beetje buiten adem? Dat kan kloppen. Hoe heette die Poolse Nobelprijswinnares ook alweer? Ozewiezewawa nogwat? Ruim baan! Hier is Sirkka Turkka.

Sirkka Turkka, De hond zingt in zijn slaap (vertaling Adriaan van de Hoeven, met een nawoord van Tonnus Oosterhoff). De Bezige Bij, 17,50

*) Ook zo wonderlijk: dit is een onbewuste echo van de befaamde regel van Erik Jan Harmens (uit de bundel In Menigten, het gedicht tonic): ‘steeds als ik een Koninck bestel/ verstaat de barman tonic’. Zo’n gedeelde gedachte, over zo’n afstand: hebben die twee wat?

jaeggi om 05 januari 2006 11:49

Post a comment




Remember Me?