« vangst van de dag (11) | Main | den dolder »

11 januari 2006

contact

Zij zei: 'Dat is de derde keer vandaag dat je belt,'
Hij zei: 'Jij hebt mij ook drie keer gebeld.'
'Dat is dan zes keer in totaal,' constateerde ze tevreden.
'Ik vind het nog meevallen,' zei hij. 'De eerste maand dat we elkaar kenden heb ik je wel tien keer per dag opgebeld.'
'Ja!' Ze probeerde niet te lachen. 'Waarom doe je dat eigenlijk niet meer? Hou je niet meer van me?'
'Je vroeg er zelf om. Je moet me niet meer zo vaak bellen, zei je.'
'Ach, dat meende ik toch niet. Ga je me nou serieus nemen?'
Ze grinnikte. Het deed een wolk zacht snorrende helikoptertjes in zijn buik opstijgen.
'Als ik je zo hoor praten is er niets dat ik verder ooit nog wil. Alleen maar op de bank liggen en naar jou luisteren.'
Ze zweeg.
'Zeg eens iets.'
'Wat dan?'
'Maakt niet uit. Zeg maar wat.' Hij grijnsde toen ze fluisterde, met een overdreven hese stem: 'Zal ik straks naar je toekomen?'
'Ik moet eigenlijk nog werken vanavond,' zei hij.
'O, dan niet.'
'Nee, wacht...' Hij trok zichzelf overeind aan de rugleuning en deed een greep naar zijn sigaretten, die net buiten zijn bereik lagen. Hij zwaaide zijn benen van de bank. De telefoon gleed van zijn buik en viel ondersteboven op de grond.
'Godvrrrdómme!' riep hij. 'Hallo? Hallo?' maar de verbinding was verbroken. Hij zuchtte. Nadat hij een sigaret had opgestoken zette hij de telefoon naast zich naar en toetste haar nummer. In gesprek. Hij zuchtte weer.
Hij wachtte een paar minuten, tot de telefoon zou overgaan. Toen dat niet gebeurde koos hij opnieuw haar nummer.
In gesprek. Hij mompelde zenuwachtig: 'Wacht nou even. Leg gewoon neer, ik bel jou wel.'
Hij probeerde het nog twee keer. In gesprek. Hij pakte de afstandsbediening, knipte de televisie aan en rookte een paar sigaretten achter elkaar. Tien minuten later nam hij de telefoon op schoot en drukte uiterst voorzichtig, één voor één, de getallen in die haar nummer vormden. Weer de in gesprektoon. Hij vloekte.

De volgende ochtend ontwaakte hij nog voor de wekker was afgegaan, van het ene moment op het andere. Hij ging overeind zitten en greep de telefoon. Met dichte ogen, op de tast, begon hij het nummer in te toetsen. In gesprek.
Toen hij een half uur later hijgend bij haar huis aanbelde, zei een huisgenote van haar: 'Ze is net de deur uit naar jou toe. Je gulp staat trouwens open.'
Toen hij weer thuiskwam hing er een briefje aan de voordeur. Hij herkende haar wanhopige hanepoten. Liefje, waar ben je nou toch? had ze geschreven.

Elf jaar later belde hij, uit nostalgie, weer eens haar oude nummer. Ze nam op. Ze bleek, net als hij, na een jaar of twee de moed opgegeven te hebben dat ze elkaar ooit nog zouden treffen. Ze was inmiddels getrouwd.
'Zullen we ergens afspreken?' zei hij ademloos. Dat vond ze goed, maar toen hij al twee uur op het Centraal Station zat te wachten herinnerde hij zich ineens dat ze hadden afgesproken op Hollands Spoor. Toen hij haar 's avonds belde was ze in gesprek.


jaeggi om 11 januari 2006 10:21

Post a comment




Remember Me?