« De BV | Main | the girls in my life, part V »
09 december 2005
Het verlangen naar een dijkdoorbraak
(Vandaag een gastcolumn van Tommy Wieringa. Deze column verscheen ook in Spits).
Formeel is er weinig tegen het bestaan van een Staatssecretaris van Cultuur. De poet moet verdeeld en iemand moet het doen. De bezwaren beginnen wanneer zo iemand zich gedraagt alsof het geld uit eigen zak komt en zich met de schijn van inhoudelijkheid met cultuur gaat bemoeien. Dat wordt abusievelijk een visie genoemd. Medy van der Laan legt de hare uit in de nota ‘Bewaren om teweeg te brengen’. Daarin noemt ze ‘het museum bij uitstek de plaats waar cultuur door mensen “gedeeld” kan worden en ontmoetingen tussen verschillende culturen plaatshebben.’
Altijd weer de leugen van de gemeenschapsgedachte. De samen-op-weg neurose. De ontmoetingsplaats van culturen. Om te kotsen. Op straat heb ik al moeite genoeg om me de andere culturen van het lijf te houden.
De kern van haar dwaling is dat musea interessant moeten zijn voor mensen die het museum gewoonlijk actief mijden. Die liever de zwarte markt in Beverwijk bezoeken. Patatvolk, tribuneklanten. Van der Laan schrijft: ‘Ik zie het als mijn taak te stimuleren dat de drempel voor museumbezoek zo laag mogelijk is.’ Zalen vol Dat-Kan-Mijn-Kind-Ook-bezoekers en Van-Mijn-Belastingcenten-kankeraars ziet ze voor zich. Die categorieën hebben volgens Van der Laan grote behoefte aan ‘pakkende ervaringen’, waarin voorzien kan worden door ‘rondleidingen, demonstraties, living-history, hands-on en andere doe-activiteiten.’
Living-history… Halve zolen in een middeleeuws kostuum.
Het museum als buurtsoos, sociale werkplaats, kleuterklas.
Van der Laan is bevangen door de egalitaire drift die de politiek sinds jaar en dag overvalt zodra het over cultuur gaat. Nooit zijn de inspanningen gericht op de fijnproever, de kenner, de liefhebber, altijd op drempelverlaging voor hoe meer hoe beter.
En wat er tegen is op het museum zoals we dat kennen? ‘Dat stoffige, saaie imago van speuren in een vitrine, moet verdwijnen.’ Het eeuwige imagoprobleem dat het museum deelt met dichters en belastingconsulenten. Saai. Stoffig. De dood in de pot. En Van der Laan wil juist leven in de brouwerij! Innovatie! Interactie! Doe-activiteiten! Niks geen ‘schilderijen aan de muur, spullen in een vitrine, bordje erbij’, ben je bedonderd. Nee, ‘aantrekkelijke programma’s voor jongeren en andere doelgroepen door de publieksfactor centraal te stellen.’
Dezelfde publieksfactor waardoor Pim Fortuyn Grootste Nederlander werd, Driek van Wissen Dichter des Vaderlands en Jan Peter Balkenende minister-president.
jaeggi om 09 december 2005 11:41
