« oktober 2005 | Main | december 2005 »

30 november 2005

formule X

Vooruit, op veler verzoek: nog een hapje voorpublicatie uit Immer met moed. Maar voor de rest moet u het boek toch echt kopen! Dit verhaal heet Formule X.

'Hij zat op zijn knieën te morrelen aan een oude boormachine die hij nooit meer aan de praat zou krijgen, toen de kat verscheen. Hij zag hem niet meteen: zijn gedachten waren op dat moment gericht op het wanhopige, doelloze gepruts waar zijn handen mee bezig waren, en op Esther, die hem nu al wekenlang liet weten dat ze de hoop definitief had opgegeven. Dit deed ze door zorgvuldig het onderwerp ‘kapotte boor’ te vermijden.
Natuurlijk ging het niet alleen om de boor: het repareren van de boor was alleen maar het startschot voor een marathon van grote en kleine klussen. Als de boor gerepareerd was zou hij eindelijk alle schilderijen kunnen ophangen, de bouten voor de hangmat op het balkon monteren, het gietijzeren tuinhek schuren met het speciale schuuronderdeel dat ze gekocht had en dat hij nergens meer kon vinden, en zo waren er nog zeker een dozijn beloftes die hij steeds opnieuw brak op het moment dat hij ‘s avonds naast haar in bed schoof.
Hij had gedacht dat het een opluchting zou zijn, verlost te zijn van het gezeur over de boor, maar het zwijgen was erger. Het lag ‘s avonds tussen hen in bed. Als zij thuis was liep hij met opgetrokken schouders rond, maar ze begon er simpelweg niet meer over, ze zuchtte niet eens als ze hem zag, en daarom was hij deze middag in de kelder afgedaald, om haar te laten zien dat ze ongelijk had door geen vertrouwen meer in hem te hebben – om haar er flink met haar neus in te wrijven, moest hij toegeven.
Hij daalde af in het kleverige donker en verheugde zich op haar gezicht als ze ‘s avonds thuis zou komen van haar werk en haar verzameling ingelijste posters van de Olympische Spelen kaarsrecht aan de muur zou hangen. Als het Anton Heyboer-schilderij dat ze van haar moeder geërfd had in het trapgat hing en de portretten van haar zusters, Annet, Renee, Hendrikje, niet meer verwijtend met hun ruggen naar de kamer gekeerd tegen de plint zouden staan, maar boven haar bureau zouden hangen, aan stevige schroeven die uit perfect geboorde gaten staken.
Hij voelde lichte opwinding toen hij op de laatste trede van de keldertrap op een voet bleef staan en in het donker naar het touwtje van het licht tastte. Hij kon het gejank van de gerepareerde boor al horen. Hij zag Esthers ogen voor zich als ze hem aantrof op in de gang terwijl hij kloek de laatste schroef in de kapstok joeg – maar toen gloeide de lamp aan, onwillig als een puber, en zag hij dat hij in een kring stond van ingezakte kartonnen dozen, een verroeste knalpot, een kreupel droogrek, flessen, een gebroken spiegel, pakken opgestapelde oude kranten die waren gaan schuiven en over de hele keldervloer verspreid lagen, bierkratten en een volkomen verwoeste wasmachine waar iemand een gulzige hap uit had genomen, zo leek het. Hij keek de kelder rond. De muren, waar ze niet schuilgingen achter een hoeveelheid rotzooi waarvan hij zich afvroeg hoe die hier ooit was gekomen, leken op vochtige grijze soldaten die de wacht hielden bij een slagveld vol resten. Hij sloot zijn ogen en voelde zijn voornemens in elkaar krimpen en verschrompelen als rotte paddestoelen.
Wat later zat hij op de onderste tree en staarde naar een uitgespreide krant met daarop een half gedemonteerde boormachine en een stuk of veertig onderdelen, die hij gevonden had in een kartonnen doos met het opschrift Kerstversiering. Hij voelde een knagende pijn in zijn rug. Een voor een pakte hij de kriebelige, zwarte onderdelen van de boor op, versteende insecten die hij een voor een naar zijn ogen bracht weer teruglegde. Hij zag geen uitweg. Eerst had hij min of meer besloten, als een soort saluut aan de man die hij geweest was toen hij de kelder inging, dat hij een nieuwe, droge doos voor de boor zou vinden, en daarop met viltstift het opschrift Boor! Niet aankomen! zou schrijven - maar dat betekende dat hij de trap weer op moest, om een doos te zoeken, en een dikke viltstift waarvan vrijwel zeker was dat die zich niet in huis bevond, wat zou betekenen dat hij het dorp in zou moeten om er een te kopen, terwijl Esther de auto had, en de fiets die in de schuur stond moest eerst een nieuwe voorband krijgen, en zo lokte de ene verplichting de andere uit. Hij roerde met een vinger in de ordeloze verzameling onderdelen. Ze rinkelden zacht. Er bovenuit klonk het getinkel van een belletje. Het was een licht, opgewekt geluid, ondenkbaar op deze plek. Hij keek op en zag een grote donkergrijze kat, een meter of twee bij hem vandaan. De kat had een halsband om met een belletje eraan en nam hem kalm op.'

(wordt vervolgd in Immer met moed)

Posted by jaeggi at 09:43 am

29 november 2005

eerste zinnen

Net verschenen: de verhalenbundel Immer met moed., 'Verhalen over pech, tegenslag en onvermogen' van jonge Nederlandse schrijvers (met jong bedoelen we natuurlijk damesglossy-jong, dus alles tussen de 25 en de 49).
Een keuze uit de eerste zinnen (en meteen maar een oordeel, we leven tenslotte in Nederland):

'Geen idee hoe ik dit verhaal moet beginnen.' (Aristide von Bienefeldt.)
Commentaar: Begin dan niet. Hele ouwe soep, zeggen dat je niet weet hoe, en vervolgens toch 8 bladzijden volkladden.

'Lola fietste vaak en haar tochten duurden steeds langer.' (Annelies Verbeke)
Commentaar: Beetje bleke eerste zin, maar even geduld: krijgt meteen kleur op de wangen door de tweede: 'Volgens haar familieleden werd ze daartoe gedreven door huwelijksproblemen en werkeloosheid.
Gezellig. Zet de theepot op het theelicht, warme plaid over de knieën en lezen maar. En voortaan niet te snel oordelen.

'Toen Arthur voor het eerst bij het tuinhuisje kwam waar zijn zoon zich 's avonds terugtrok, werd hij aan een vrouw met kort, grijs haar voorgesteld die voorovergebogen stond in de aangrenzende tuin.' (Rashid Novaire)
Commentaar: Het wordt steeds beter. Een eerste zin die genoeg vragen oproept voor tenminste een hoofdstuk en waarschijnlijk een hele novelle. Knap!

'Zijn vader had alleen belangsteling voor sherry, zwarte tabak en dunne, tijdschriftachtige boekjes, waarin spannende verhalen stonden over spionnen en vrouwen met lange benen.' (Peter Middendorp)
Commentaar: Heerlijk, zo'n overvolle snoepwinkel van een eerste zin. En over snoepwinkels gesproken: de nieuwe roman van Peter Middendorp is net uit en heet Amateur.

Alweer zo'n eerste zin die als een aangever het podium opkomt en de weg bereidt voor de tweede zin die het als een ervaren artiest afmaakt: 'Lewis keek de hoeveelheid boodschappen in zijn winkelkarretje nog eens na en schatte de inhoud op een derde kubieke meter. De sinaasappels ergerden hem.' (Maria Barnas)

Kortom: een fijne bundel. En dat zeg ik niet alleen omdat hij er ook weer in staat.

Bestel het boek hier.

Posted by jaeggi at 10:42 am

28 november 2005

the girls in my life, part IV


Tempo brutto

Het was eind jaren tachtig, de scriptie was zo goed als voltooid en het echte leven lag op me te wachten, als een kettinghond met indigestie. Tom Lehrer zong het al: ‘Soon we’ll be out/ amidst the cold world’s strife/ Soon we’ll be sliding down/ the razorblade of life.’ In een ultieme poging de kennismaking met een wereld vol stropdassen, goedkope aftershave en forenzentreinen nog even uit te stellen gooide ik drie T-shirts en een Bermuda in een weekendtas en reisde spoorslags af richting het Zuiden, waar het in deze tijd van het jaar een stuk draaglijker zou zijn.
Nooit heb ik het zo koud gehad als die week in Milaan. ’s Ochtends zat ik bibberend aan het ontbijt in mijn bermuda, terwijl de ijshagel tegen de ruiten sloeg. De hotelière, een volslanke madonna met gitzwart haar, in wie de contouren van het prachtige meisje dat ze ooit geweest was nog duidelijk zichtbaar waren, zette een espresso voor me neer, liep naar het raam en sloeg ontdaan de handen voor het gezicht.
‘Tempo brutto!’ riep ze, en waggelde hoofdschuddend naar de keuken.
Rillend dwaalde ik door de straten van Milaan, dat in mijn herinnering altijd één lange tochtige boulevard is gebleven. Ik had het koud, ondanks de inderhaast aangeschafte Italiaanse pantalon waarvan de pijpen tegen mijn kuiten klapperden in de felle wind. Toen ik met blauwe handen en verschrompelde geslachtsdelen terugkeerde in het hotel wist ik wat mij te doen stond: koffer pakken en de eerste trein terug naar Nederland.
De hotelière begreep het wel. Als ik maar beloofde volgend jaar terug te komen, want normaal was het rond deze tijd van het jaar heerlijk zacht herfstweer, en waren de toeristen allemaal weggetrokken. Ik beloofde het. Bij het afrekenen zei ze, met een zakelijke blik op mijn middel: ‘Met een lege maag kun je niet op reis. Ga zitten, dan krijg je soep.’
Enkele minuten later zette ze een bord kastanjesoep voor mijn neus. Met schitterende ogen keek ze toe hoe ik mijn eerste hap nam.

Uiteindelijk zijn Dolores en ik nog ruim vijf jaar getrouwd geweest.


(Voor het recept van kastanjesoep kunt u mailen naar soepie?@jaeggi.nl)

Posted by jaeggi at 02:50 pm

26 november 2005

goedemorgen teleurgestelde Volkskrant Magazine-lezers

Hierbij uw column voor deze week.

Verlossing

De Verlosser wandelt door de supermarkt. Hij bevrijdt komkommers en kaas uit hun plastic dwangbuizen. Hij prikt gaatjes in de vacuüm koffiepakken, die opgelucht zuchten. Hij steekt armenvol avocado's in zijn zakken, om ze straks los te laten in de vrije natuur. Met betraande ogen streelt hij de diepgevroren garnalen. Voor hen kan hij niets meer doen.
Dan komen de bewakers en nemen hem mee.
In het kantoortje van de filiaalchef krijgt hij koffie in een plastic bekertje, terwijl ze op de politie wachten. De chef bekijkt hem nieuwsgierig. Hij draagt een net grijs pak, met eroverheen een verschoten blauw regenjack, dat een handbreedte korter is dan zijn jasje. Zijn witte haar is iets te lang. De Verlosser slurpt bij het drinken.
'Mag ik u iets vragen?' zegt de chef.
De Verlosser glimlacht over de rand van zijn koffiebekertje.
'Wat bezielt u?' vraagt de chef.
'Hetzelfde als u,' zegt de Verlosser. Hij houdt zijn bekertje op voor meer koffie. De chef pakt de kan van het warmhoudplaatje en schenkt hem bij. De Verlosser begint weer te slurpen. Iets in de houding van de man geeft de chef het gevoel dat hij zich zou moeten verontschuldigen, maar hij zou niet weten voor wat.
De Verlosser staart in zijn bekertje. Zijn lippen bewegen, maar wat hij zegt is onhoorbaar. De chef buigt zich naar voren. Als de Verlosser ineens opkijkt doet hij snel alsof hij de kantoorkalender aan de wand bestudeert, die nog op mei (kersenbloesem) hangt terwijl het allang november (sparrenbomen) is. Hij hoort de Verlosser prevelen, de chef zou kunnen zweren dat het klonk als: dankjewel, vriend koffieboon.
Er wordt geklopt. Twee agenten komen binnen, een man en een vrouw. De man is kaal en heeft een snor, de vrouw is blond.
'Ach, een ouwe bekende,' zegt de mannelijke agent als hij de Verlosser ziet zitten.
'Dag Theo,' zegt de Verlosser vriendelijk.
'Eh, eh, wat hadden we nou afgesproken?' De agent zwaait met een vinger in de lucht.
'Dag meneer Jaddoe.'
'Dat dacht ik ook,' zegt de agent tevreden. Hij richt zich op en kijkt het kantoortje rond, met zijn handen in zijn zij. Het is net of hij de chef niet ziet.
‘Wilt u een aanklacht indienen?’ vraagt hij aan de lucht.
‘Nee,’ zegt de chef. ‘Niet als hij belooft om het nooit meer te doen.
‘Dat belooft hij,’ zegt de blonde agente. Zij legt een hand op de schouder van de Verlosser, die zijn voorhoofd fronst.
'Eh. Wat hadden we nou afgesproken?'
'O sorry hoor,' zegt de agente. Ze grijnst naar haar collega en zegt dan, met plechtige stem: 'Verrijs!' Gehoorzaam staat de Verlosser op. Hij zet zijn beker op het bureau met een oneindig teder gebaar.
Uren nadat de Verlosser en zijn escorte zijn verdwenen zit de chef nog achter zijn bureau. Het personeel is allang naar huis. Hij luistert naar het geschreeuw en gelach van de schoonmakers in de zaak en dan, ineens, vindt hij de woorden voor het onbestemde gevoel dat hij al weken met zich meedraagt. Ik ben net een verkeerslicht, denkt hij, zo een dat midden in de stad staat en netjes van groen op rood springt, en waar iedereen de hele dag straal aan voorbijrijdt.


Posted by jaeggi at 12:02 pm

25 november 2005

Het boek is weer beter

Het gaat niet goed met Harry Potter.
Nog even afgezien van het gedoe met Heer Voldemort en de plotselinge dood van zjn vriend Dumbledore/Perkamentus: er is net weer een film over zijn leven gemaakt.
Ik hoop dat hij hem zelf niet gaat bekijken.
Harry Potter IV, The Goblet of Fire, is nog meer dan de vorige drie Potterfilms een aanslag op je adrenalinevoorraad. Van het eerste tot het laatste moment zit je op het puntje van je stoel, en als je de bioscoop uitkomt merk je dat je nog steeds een beetje licht in je hoofd bent van 160 minuten lang hoog in je borst ademen.
Tot zover het goede nieuws.
Harry Potter & The Goblet of Fire is een amechtige samenvatting van het gelijknamige boek van J.K. Rowling. Ik heb bewondering voor de schrijfster, ze heeft meer fantasie in haar pink dan alle Nederlandse romanschrijvers bij elkaar, maar ze heeft één ding niet goed begrepen: dat je boeken niet letterlijk kunt verfilmen.
Elke regisseur die een Potter-boek verfilmt, moet aan haar beloven dat hij 'trouw blijft' aan de geest van het boek. Aan de ene kant begrijp ik dat wel, als je ooit een Shakespeare-adaptatie van Gerardjan Rijnders hebt gezien weet je donders goed dat Shakespeare het nóóit zo bedoeld kan hebben, maar aan de andere kant: boeken en films zijn twee totaal verschillende media. Het verfilmen van een boek is vergelijkbaar met het dansen van een schilderij.
Als het dan toch moet, al was het maar omdat je met een film een publiek bereikt dat tien keer zo groot is als het aantal lezers, kun je enkel proberen de ziel van een boek in beelden weer te geven. Dat klinkt misschien zweverig, maar het is heel simpel: als je 'trouw' wilt blijven aan een boek moet je de verhaallijn en alle uiterlijkheden juist loslaten.
Mike Newell, de regisseur van HP IV, heeft precies het tegenovergestelde gedaan, geheel volgens het gebod van schrijfster Rowling. Hij heeft alle spektakelmomenten uit het boek achter elkaar geplakt en daar met spuug en pleisters wat verbindinkjes tussen aangebracht. Daardoor is het een film geworden waarbij je denkt, als je buiten loopt en je verhitte hoofd eenmaal is afgekoeld: wat heb ik nou helemaal gezien?
Een soort van wereldcup-wedstrijd zwerkbal die afgelopen was voor hij begon; wat bloedloze semi-horror; een aartsschurk met het uiterlijk van voetbalscheidsrechter Temmink; een gevecht met een draak en een onderwateravontuur dat enkel begrijpelijk was voor degenen die het boek gelezen hebben; en nogal wat ontploffinkjes en grappen op puberniveau (waar ik dan ook wezenloos om heb zitten grinniken).
De dunne spuugdraadjes zijn als vanouds: ruzietjes tussen Harry en zijn medeleerlingen (hij wordt weer verkeerd begrepen), met veel bezorgd gefrons. Op sommige momenten werd er zo langdurig bezorgd gekeken door vriendin Hermelien dat je haar soap-carrière al aan de horizon zag opdoemen. En alle bijrollen doen wat ze in de vorige drie films ook al gedaan hebben, maar dan dunner en korter, want voor karakterontwikkeling is tussen alle magische spreuken ('Expelliarmus! Expelliarmus! Avada Kedavra! Expelliarmus!') om precies te zijn een halve minuut beschikbaar (in totaal, niet p/p). Topacteur Allan Rickman (toch weer weergaloos als Severus Snape) gaat dan ook met elke film gepijnigder kijken, en niet omdat het in het script staat.
HP IV is simpelweg een opsomming van Harry Potter-tophits. Alsof je naar zo'n Oudejaars-show zit te kijken, met alle hoogtepunten van het jaar op een rijtje. Je wordt er dood- en doodmoe van, en daarna ga je misselijk naar bed.



Posted by jaeggi at 10:23 am

23 november 2005

vangst van de dag (10)

'Hij steunde met zijn arm op zijn knie en dacht eraan hoe hij eruit zou zien op afstand, peinzende man gehuld in de rook van decoratieve sigaar. Hij begon opnieuw verliefd te raken op zichzelf, iets wat hem een à twee keer per jaar overkwam. Het liep altijd ongelukkig af. Hij kon zichzelf niet uitstaan als hij verliefd was.'

Pluto, hoofdstuk ??

Posted by jaeggi at 02:11 pm

22 november 2005

beste radioprogramma van Nederland bedreigd (2)

Het radioprogramma De Avonden wordt nog steeds bedreigd. Het plan om op 747FM de cultuur (waar De Avonden een groot aandeel aan levert) te vervangen door o.m. Lichte Muziek en uitzendingen van de EO wordt komende week besproken in Hilversum.
Tijd om de molotovcocktails aan te steken.
Mail uw protest tegen deze onbesuisde ingreep naar avondenprotest@vpro.nl.En graag meteen.

Posted by jaeggi at 12:15 pm

hide & chic

Morgen verschijnt Hide & Chic, een nieuwe glossy.
'Alwéér een nieuwe glossy?'
Ja, alweer een nieuwe glossy. Had je wat? Laten we blij zijn dat er kennelijk honderdduizenden vrouwen in ons land zijn die graag lezen en de tijd en het geld hebben om zich gek te kopen aan Red, Jan, La Vie, Linda en what have you.
Bovendien sta ik er in. Met een fijn vettig verhaal bij een modereportage. Voor de oerrrgrappige foto's die het verhaal illustreren moet u het blad zelf kopen.


De goden verzoeken

‘Daar zijn we dan,’ zei zij.
‘Daar zijn we dan,’ zei hij.
Ze glimlachten naar elkaar en keken direct verschrikt weer weg, als mensen die tijdens een wandeling ineens aan de rand van een afgrond staan die niet op de kaart stond.
Hij keek naar buiten, waar de wind de wolken in stukken hakte boven het woelige water van de plas. Zij keek de kamer rond. Het interieur van de blokhut was comfortabel op een ruige manier, en tamelijk verontrustend. Een kleine veestapel had het leven gelaten om de hut in te richten: de stoelen en banken waren volgestapeld met kussens vol ganzendons en bontvachten; op de vloer lagen geprepareerde koeienhuiden die warm en ruw aanvoelden als je er met blote voeten over liep, en boven het bed in de kleine, knusse slaapkamer hing een gewei. Dat had ze gezien toen ze snel even de hut had rondgekeken terwijl hij de boot afmeerde.
‘Ja, daar zijn we dan,’ zei hij, zich lui uitrekkend. Ze glimlachte naar hem en richtte haar blik weer naar buiten. Wat stom, dacht ze. Wat ongelooflijk stom om je ergens zó op te verheugen. Er kwam een uitdrukking in haar op die haar moeder te pas en te onpas had gebruikt: het was de goden verzoeken. Al ging het om een verbrande boterham of een geknapte veter, altijd werden de goden er met de haren bijgesleept. Maar toen ze naar hem keek, vanuit een ooghoek, begreep ze waarom de goden op dit moment ook jaloers moesten toekijken. Wat is hij mooi, dacht ze. Zo mooi, en zo ongelooflijk jong. Zo jong ben ik nooit geweest.
Sinds hun eerste ontmoeting, op de verjaardag van een wederzijdse vriend die veertig was geworden en daarom een feest had gegeven waarmee hij alle hoop op een beter leven in de tweede helft definitief de bodem insloeg, had hij haar altijd als een dama behandeld, vanaf het moment dat ze, half dronken en met de slappe lach zwaar tegen hem aan hangend het huis uit was gewankeld en snurkend naast hem in slaap was gevalen toen hij haar naar huis reed. Natuurlijk was er die nacht niets gebeurd: hij was ouderwets op het overdrevene af. Hij schoof haar stoel achteruit als ze aan tafel gingen, ook als ze gewoon thuis aten, hij hield de deur voor haar open – hij had haar zelfs een keer per ongeluk, in zijn haast om vóór haar bij de deur te zijn, een schouderduw gegeven die haar half in een potplant deed belanden. Daarna had hij een week lang elke dag rozen laten bezorgen, tot ze hem gezegd had dat hij daarmee op moest houden, maar toen ze zijn verwarde, schuldbewuste gezicht had gezien had ze hem mee naar binnen getrokken en hem tegen de muur geduwd en haar mond gulzig over de zijne gestulpt en met haar onderbuik tegen zijn kruis gedraaid, tot hij haar zacht wegduwde en in haar gloeiende oor fluisterde: ‘Nog niet. Nu niet. Denk aan wat we afgesproken hebben.’
En nu was het zover en het enige waar ze aan kon denken was de onvermijdelijke mislukking die op hen lag te wachten, nu nog maar een paar uur bij ze vandaan. Ze had onderweg naar het eiland al visioenen gehad van omvallende flatgebouwen en woedende modderstromen die door ongelukkige dorpjes raasden. Ze zag treinongelukken in tunnels en raketten die na het opstijgen kantelden en doormidden braken.
‘Wil je wat drinken, Mink?’ vroeg hij. Hij stond in de deuropening met twee slanke champagneflûtes in zijn handen. Hij had de scheve grijns op zijn gezicht waar ze van hield vanaf het eerste moment dat ze hem zag, maar die ze nu het liefst van zijn gezicht getrokken en in het water gesmeten had.
‘Is het niet een beetje vroeg?’
Hij liep op haar toe, het glas uitgestoken.
‘Hier bestaat geen tijd,’ zei hij.
Hij duwde het glas in haar hand en hield het zijne op.
‘Op de liefde.’
Ze draaide zich om en liep terug naar het raam. Het uitzicht, met de wolken die straalden als de transen van een sprookjeskasteel, benam haar de adem. Aan het kleine, wrakke steigertje lag de boot. Achterin lag nog de absurd weelderige bontjas die hij voor haar had uitgespreid voor hij de riemen in de dollen tilde en de boot afduwde. Hij moet die jas nog binnenhalen, dacht ze onwillekeurig, maar ze schaamde zich voor haar prozaïsche gedachte toen ze zich herinnerde wat hij gezegd had toen ze op de steiger stonden en hij haar hielp met instappen.
‘Een dame hoort niet op harde houten bankjes te zitten,’ zei hij, grijnzend.
‘Nou zeg,’ had ze geprotesteerd, maar toen ze het gewicht en de warmte van het bont aan haar vingers voelde sloot ze haar ogen en leunde achterover en dacht niet meer aan protesten. Hij had hen naar het eiland geroeid met rustige, regelkmatige slagen en zij had net gedaan of ze niet merkte hoe hij naar haar keek. Hij zag hoe de herfstzon met gouden vingers haar gezicht streelde en de wind vrijpostig door haar haren woelde. Hij had geen idee dat vóór hem al duizenden mannen hadden bestaan die hun vrouw op precies dezelfde manier hadden gezien, die in gedachten precies dezelfde woorden hadden gebruikt, en als hij het wel had geweten had het hem niet kunnen schelen. Hij was gelukkig, voor het eerst in zijn leven. Ze was ouder dan hij. Ach, die paar jaar, zei hij schouderophalend, maar zij schudde boos haar hoofd en zei dat ze zijn moeder had kunnen zijn, en dan lachte hij luid en vroeg of in haar familie de meisjes allemaal voor hun tiende werden uitgehuwelijkt.
Hij liet zich neer in een stoel die het midden hield tussen een fauteuil en een ongemakkelijk rechte schoolstoel, op iets wat een reusachtig gevild konijn leek te zijn. Hij schopte zijn suede instappers uit en schoof het tafeltje met de petits-fours een eindje in haar richting. Zij stond nog altijd met haar rug naar hem toe voor het raam. Hij schoof onderuit in zijn stoel en keek naar haar lange lichaam, de smalle schouders, de lange zachte nek. De iets te modieuze laarzen, zwart en rood leer. Hij wist niet precies wat hij voelde, het had het zoete van vertedering maar hij voelde ook iets schuren in zijn borst, iets dat rook naar broeiend hooi en de lucht van grote katten.
‘Kijk niet zo naar me,’ zei ze.
Hij lachte. ‘Hoe weet je dat ik naar je kijk? Dat kun je helemaal niet weten. Ik heb ooit gelezen, ik weet niet meer waar, ze hebben weleens proeven gedaan met mensen, die moesten dan met huin rug ergens naartoe staan en aangeven of er naar ze gekeken werd, maar zelfs als er meer dan honderd mensen keken konden ze het niet met zekerheid zeggen. Dus hoe weet je nou dat ik naar je zat te kijken?’
Ze draaide zich om, deed de paar stappen naar zijn stoel en boog zich over hem heen. Haar mond raakte zijn oor. ‘Omdat ik dat ook zou doen,’ fluisterde ze.

‘Ik voel me net alsof ik in een film zit,’ zei ze.
Hij knikte. ‘Logisch. Champagne drinken in bed, dat doe je niet dagelijks.’
Hij wees met zijn glas naar de wand van de slaapkamer, waar haar tas en het flodderjurkje dat ze gekocht had voor hun zedeloze weekend slordig over een gewei hingen. Het zedeloze weekend, als ze het in gedachten zo noemde kon ze er tenminste om lachen, en dat luchtte op.
Hij trok met zijn glas een lijn naar het bed en zei: ‘Straks gaat de camera zo over de grond, weet je wel, en dan zie je eerst een paar schoenen, en dan een stel panty’s en een rok, en dan gaat hij omhoog en dan zie je een BH over een stoel hangen…’
‘Ja, hou nou maar weer op.’ Ze ging met een ruk overeind zitten.
Geschrokken legde hij een hand op haar rug. Ze schudde hem af.
‘Liefje, wat is er?’
Die seks ook altijd, dacht ze. Ze voelde de tranen opkomen maar beet ze opstandig terug. Waarom moet het daar toch altijd op uitdraaien? Waarom niet gewoon met deze heerlijke jongen, deze godenzoon die zijn eigen ouders niet kent, onder deze enge beestenvellen kruipen en in slaap vallen voor achtenveertig uur.
Maar ze kende zichzelf goed genoeg om te weten dat ze zelfs daar niet veilig zuden zijn, dat dat juist het gevaar alleen maar groter maakte, dat er maar een vleugje van zijn geur, alleen de suggestie van de warmte van zijn huid nodig was om hen allebei in de chaos te storten van grijpende handen, armen als wurgende slangen, zweet, gekreun, hulpgeroep, de eindeloze val en dan het moeizame, trieste terugkruipen naar de werkelijkheid.
Ze ging rechtop zitten en vouwde haar handen over haar gezicht. ‘Ik kan dit niet,’ zei ze gesmoord. ‘Het spijt me. Kunnen we alsjeblieft teruggaan?’
Toen ze haar handen liet zakken en zijn gezicht zag wilde ze dat ze het niet gezegd had, maar het was al te laat. Hij keek haar even aan, toen sprong hij uit bed, greep de canvas tas van de grond en begon haar kleren erin te leggen, heel voorzichtig, zoals je kuikens hanteert.

(wordt vervolgd)

(Het slot van dit verhaal staat in de nieuwe Hide & Chic. Vind u dat een staaltje lezersbedrog? Ik niet. Als u het verhaal goed genoeg vindt om uit te lezen is het ook goed genoeg om voor te betalen. En denk maar niet dat u het snel even in de tabakszaak of de AKO kunt uitlezen: alle personeel is ingelicht en ze houden u in de gaten. Veel leesplezier!)

Posted by jaeggi at 09:58 am

20 november 2005

het luchthavengevoel

Ik heb altijd uren de tijd. Mijn reisangst – dat wil zeggen: de zekerheid dat ik een vlucht zal missen, mijn paspoort zal verliezen en bij aankomst grotelijks belazerd zal worden door taxichauffeurs – jaagt me altijd een halve dag te vroeg het huis uit, om uren te dwalen tussen de uitstallingen van taxfree parfum en aftershave, terwijl ik denk: er zal een aanslag gebeuren en je komt hier muurvast beklemd te zitten onder de kratten Givenchy, terwijl je weet dat vijf meter verderop de afdeling whisky en Schotse zalm is.
Toch dwaal ik er graag. Mijn mededwalers doen allemaal of het doodgewoon is, dat ze straks via blinde sluizen in holle metalen kokers worden geleid, die door een onbegrijpelijk en, wat mij betreft, volkomen ongeloofwaardig aerodynamisch proces duizenden kilometers over de aardbol zullen worden geslingerd. Sommigen drinken er rustig een kopje koffie bij! Intussen probeer ik uit het gefluister van de grondstewardessen bij de incheckbalie op te maken of we deze keer een betrouwbaar vliegtuig hebben, en hoe dronken de piloot gisteravond was.
Als ik in een vrolijke bui ben zoek ik graag de persoon met vliegangst uit. Die zit het dichtst bij de balie, want mensen met vliegangst zijn merkwaardigerwijs vaak net zo bang voor vliegtuigen als voor de mogelijkheid ze te missen. Eerst knik ik geruststellend, om hem of haar op zijn gemak te stellen. Dan begin ik een gesprek, waarbij ik laat doorschemeren dat ik al heel wat afgereisd heb, maar nog nooit ernstige problemen heb meegemaakt, nou ja, behalve dan die ene noodlanding op Hongkong airport. Ik benadruk dat de kans dat er iets met een vliegtuig gebeurt duizend keer kleiner is dan de kans een meteoriet op het hoofd te krijgen. Op het moment dat de persoon met vliegangst zich dankbaar ontspant kijk ik geschokt over zijn/haar schouder naar het vliegtuig dat wordt voorgereden, en fluister vol ontzetting: ‘O God alle Jezus Koeristas. Níet die ouwe PAI B738!’
In het tumult dat dan volgt merkt niemand dat ik snel de VIP-lounge inglip, drie gratis whisky’s achteroversla, een ferme snuif kaviaar neem en alle dure tijdschriften onder mijn trui steek, voor onderweg.

Posted by jaeggi at 02:49 pm

18 november 2005

nee, nee! o god, nee!

Laat het niet waar zijn.


Posted by jaeggi at 03:05 pm

vangst van de dag (10)

'Wie iets wil in deze wereld, moet zich eerst door een braambos van voorschriften, procedures, religieuze folklore en goedbedoelende ouders worstelen. Nooit zul je zomaar krijgen wat je wilt, zonder offers of voorwaarden. Dat werkt maar karakterbedervend.'

Tromboneliefde, begin hoofdstuk 3

Posted by jaeggi at 01:45 pm

17 november 2005

rooibos

'Koffie?'
'Nee dank je. Anders slaap ik niet.'
'Digestiefje dan? Cognacje, calvaatje...'
'Nee, als ik nu cognac ga drinken val ik meteen in slaap. En dan schrik ik om een uur of vier wakker en lig ik tot een uur of acht te stuiteren.'
'Ik heb ook wel wat zachters. Een Spaanse brandy, of hoe heet dat, van die chocomel met alcohol, Baileys...'
'O nee. Als ik daaraan begin lig ik vannacht om twee uur met een buik als een ballon en om de vijf minuten een opvlieger.'
'Merkwaardig. Glaasje wijn dan nog?'
'De hoeveelste is dit? Derde of vierde? Nee, ik zeg het omdat drie glazen wijn, da's geen enkel probleem, maar als ik verderga begint mijn tong heel rar te doen. Eerst zwelt hij op totdat hij zo'n beetje bijna uit mijn mond hangt, en na een paar minuten krijg ik me toch een jeuk!'
'Aan je tong?'
'Aan mijn reet, nou goed?'
'Okeeee. Word je er soms ook extra agressief van, van wijn?'
'Hoezo?'
'Zomaar. Dus je hoeft helemaal niks meer?'
'Nou... Heb je kruidenthee?'
'Jazekers. Sint Janskruid, kloosterthee, rooibos...'
'Géén rooibos! In godsnaam geen rooibos, dan zijn de gevolgen niet te overzien.'
'Relax, ik maak wel een kopje Sint Janskruid. Hier, geniet ervan.'
'Is dit Sint Janskruid? Het smaakt heel anders.'
'Echt? Even kijken. O, wat stom, dat zie ik nu pas; heeft Elizabeth alle kruidenthee bijelkaar gedaan in één pot.'
'Dus wat drink ik dan nu?'
'Waarschijnlijk rooibos.'
'In dat geval raad ik je aan heel hard te rennen en niet meer om te kijken.'

Posted by jaeggi at 10:25 am

16 november 2005

beste radioprogramma van Nederland bedreigd

Nou moet het toch niet veel gekker worden.
De Avonden, sinds jaar en dag het beste culturele radioprogramma van Nederland, wordt in zijn voortbestaan bedreigd.
Bij de zenderbazen te Hilversum, onder wie Jan Westerhof, de zendercoördinator van radio 1 en 747 is het plan gerezen om radio 747FM eens flink op te schudden.
Cultuur zal het veld moeten ruimen. Dit plan wordt volgende week besproken in de Raad van Bestuur van de publieke omroep. Als de zenderbazen hun zin krijgen wordt onder meer De Avonden van 747AM gegooid.
En wat komt er in de plaats van dit briljante, originele programma, waaraan de meest talentvolle radiomakers, schrijvers, columnisten, cabaretiers en muzikanten van Nederland meewerken?
Lichte Muziek.

O, dan is het goed. Aan Lichte Muziek is inderdaad een groot gebrek in Nederland.

Maar goed, dit mag dus niet gebeuren. Meer nieuws volgt hier zodra ik het heb. Begint u intussen met het prepareren van de Molotov-cocktails (nog niet aansteken, wachten tot ik het sein geef).

Posted by jaeggi at 12:55 pm

15 november 2005

the girls in my life, part III

Stella Grootgrondbezit

In de herfst gaan vrouwen bij mannen weg. Daar is nog nooit grondig onderzoek naar gedaan, maar ook zonder onderzoek weet ik dat het waar is, want elk jaar als de bladeren vallen denk ik aan Stella, en hoe ze bij me wegging. Stella Groot Scholten-Smit, liefde van mijn leven. Ik noemde haar Stella Grootgrondbezit, een grap die zij in het begin ook leuk vond. Ik kwam die ochtend vroeg thuis, doodop van weer een nacht door de stad dwalen, en zag hoe zij op de enige stoel in huis zat, en als ik stoel zeg bedoel ik bierkrat, en ze rook naar zeep en parfum, en ik was van top tot teen gedrenkt in zweet en moe, zo moe. Zij was bezig haar lippen te stiften met een cd als spiegeltje. Ik bleef in de deur leunen en wist niet of ik moest huilen of haar uit moest lachen, maar zij keek niet op toen ik binnenkwam en maakte haar werk af. Ze zoende in een tissue, die ze daarna op de grond liet fladderen, stopte de lipstick in de huls en inspecteerde haar gezicht in de cd, linkerwang, rechterwang, en zei toen met getuite lippen: 'Er heeft iemand voor je gebeld. Ik heb het opgeschreven. Ergens.' Ze liet haar hand vaag door de kamer dwarrelen. Ik liep naar het bed, en als ik bed zeg bedoel ik de matras op de grond. Ik liet me op mijn knieën zakken en stak een hand naar haar uit, maar ze stond op, wipte haar suede jack van een stoel en liep de deur uit. Ik was al in slaap voor ik het kussen raakte.
Toen ik wakker werd was het stikdonker. Er lag een briefje. ‘Kom me niet achterna’, was de laatste zin, maar dat was ik helemaal niet van plan, ik had immers haar telefoonnummer. Ze had haar eigen kamer steeds aangehouden, op mijn aandringen, en nu bleek wat een goed advies dat was geweest. Er was maar één plaats waar ze kon zijn. Ik hoefde alleen het nummer maar te vinden. Ik gooide alle kranten op mijn bureau aan de kant. Ik zocht in oude agenda’s. Ik inspecteerde de binnenkanten van lege pakjes sigaretten omdat ze daar altijd dingen in schreef. Ik vond het nummer. Na twee keer bellen werd er al opgenomen en ik dacht: aha, zie je wel, ze zit te smachten naast de telefoon, maar er werd opgenomen door een zekere Diederik. Weinig dingen zijn zo ontmoedigend als een meisje opbellen en een Diederik aan de lijn krijgen. Een Diederik die zich bevindt in hetzelfde huis, dezelfde kamers, die dezelfde lucht inademt als zij, die misschien wel net op de wc-bril heeft gezeten die nog warm was van haar billen.
Beheerst zei ik: 'Hallo Diederik. Geef me Stella even.'
'Ze is er niet.'
'Luister eens Diederik, ik ken je niet, maar ik weet wel dat je binnenkort heel ongelukkig gaat worden. Geef me Stella.'
'Ze wil niet met je praten.'
'Met wie wilde ze niet praten?'
'Met jou.'
'En wie ben ik?'
'Stella zei: als die gek belt, zeg dan dat ik niet met hem wil praten.'
'En hoe weet jij, Diederik, dat ik die gek ben?'
'Ik ga ophangen.'
'Dat zou ik niet doen, Diederik. Zie je, als je nu ophangt...' Hij hing op.
Ik drukte op de herhaaltoets. In gesprek.
Ik ramde de hoorn op het toestel. Ik rende naar de slaapkamer om haar kleren te halen en ze te verbranden, maar de kast was al leeg, op een paar oude gympen die er al lagen toen ik de kamer betrok.
Ik liep naar het raam en gooide het open.
'Stella Grootgrondbezit, slet die je bent, domste vrouw van de wereld, kom terug, ik hou van je, godverdomme!’
Het schalde over straat, maar niemand had de beleefdheid om zelfs maar het licht aan te doen.
De wind stak op. Ik stak mijn hoofd verder naar buiten en keek de straat af en verdomd: geen blad meer aan de bomen.


Posted by jaeggi at 08:49 pm

14 november 2005

het Mooiste Woord van 2005 (6)

Het is bijna zover! De bekendmaking van het Mooiste woord van 2005 nadert.
Maar voor het zover is willen we alle deelnemers en lezers die genomineerd hebben bedanken, door middel van onderstaand gedicht, gemaakt door Jaap B. uit Amsterdam, met bereidwillige medewerking van alle mooie woorden van de shortlist.
Knap gedaan, allemaal! En dank voor de moeite.

ik,
markies van klotebibber
ging een schermutseling aan op de ezelsbrug
waar ik warempel mijn dolk verloor aan
een rat van een man zonder ruggengraat
en roemloos onderdook in een sloot vol kroos
slechts gadegeslagen door de roerloze
roerdomp

Posted by jaeggi at 12:24 pm

13 november 2005

vangst van de dag (9)

Ik heb niet zoveel geschreven dit weekend als ik had gewild, maar wel dit. Of het in het boek komt weet ik nog niet helemaal zeker. Voorlopig staat het in hoofdstuk 16 (of 17).

Ik mis de tijd dat ik van seks hield. Ach, zo veel als ik van seks hield, dat kun je je niet voorstellen. Ik kan het me zelf niet eens meer voorstellen. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Ik wilde het elke dag. Vurig wenste ik dat er meer dagen in de week waren, meer weken in de maand en meer maanden in het jaar, meer dagen en weken en maanden om het te doen. ’s Morgens als ze net wakker werden en nog half slapend niet vermoedden dat ze alweer zin hadden; ‘s middags onverwachts; en ’s nachts, zo lang als het maar kon, tot alles aan je lijf schrijnde en brandde en gloeide en je met een glimlach in slaap viel, omdat de ochtend dichtbij was. Niet ’s avond. Nooit ’s avonds. Avond is de tijd om je voor te bereiden. ’s Avonds verleid je, en verheug je je op de nacht. Soms is het verheugen nog het beste, dat weet iedereen.
Ik weet niet meer hoeveel meisjes het waren, bij hoeveel vrouwen ik in bed heb gelegen, maar er is er niet een die ik had willen missen. Mooie meisjes, stille meisjes, lieve vrouwen, wilde vrouwen, verlegen meisjes, vrouwen die het slecht deden, vrouwen die geoefend hadden, meisjes die niet durfden, meisjes die alles wilden, meisjes die niets wilden, vrouwen die rilden, vrouwen die gilden, vrouwen die naar adem hapten, vrouwen die kreunden, meisjes die huilden, meisjes die lachten, meisjes die je eindeloos lieten wachten.
Begrijp me goed, het is niet de seks die ik mis, ik mis het verlangen naar seks. De hete storm die opsteekt in je lijf als je een bepaalde vrouw ziet, en je kloten in brand zet. De plotselinge stortvloed aan zaad die uit je hersens gulpt en door je aderen stroomt, richting je ballen, en die alles wegvaagt wat op haar pad komt: scrupules, angsten, bezwaren, beloftes. Het is een verheven toestand, ik heb altijd gedacht dat God zich zo moest voelen: als er maar één ding is dat je wilt en je weet dat niemand of niets je ervan kan weerhouden.
Het meest tragische is dat ik nu iedereen zou kunnen krijgen. Als je zo oud bent als ik hebben vrouwen geen geheimen meer voor je. Je weet precies waar hun zwaktes liggen, je hebt maar tien minuten nodig en je weet: als ik dit zeg, dat doe en dat nalaat, dan zwicht je voor mij. t Er was een tijd dat ik dat als een sport zag, toen de seks zelf me eigenlijk niet eens meer interesseerde: een vrouw tot aan de drempel van de slaapkamer brengen, en haar daar achterlaten. Het was net zoiets als de grootmeester die tijdens een lange treinreis een passagier vraagt met hem te schaken om de tijd te doden, en die bij alk spel van tevoren aankondigt op welk veld hij hem mat gaat zetten - zo kon ik op een gegeven moment voorspellen, op de minuut af, wanneer de eerste kus gewisseld zou worden, of de kleren pas in de slaapkamer uit zouden gaan of eerder, in de lift naar boven, of zelfs al tijdens het eten; en een tijd lang hielden die voorspellingen mijn interesse nog enigzins in leven, en voelde ik een soort van triomf als ze zich in bed precies zo bleken te gedragen als ik voorspeld had op het moment dat ik ze voor het eerst aansprak. Maar er is geen aardigheid meer aan voorspellingen als ze altijd precies uitkomen.
Bovendien begon ik ze te haten, al die vrouwen. Ik verleidde ze en wond ze op, en dan liet ik ze staan, op de drempel, omdat zij nog wel de begeerte voelden die ik allang kwijt was. Ik dacht ook, een tijd lang: misschien komt er een die me weer zo kan doen voelen. Er moet toch ergens op de wereld wel een vrouw zijn die anders is, die zich onttrekt aan mijn macht, en bij wie ik helemaal opnieuw moet beginnen? Reken maar dat zo iemand mijn begeerte uit zijn coma had doen ontwaken. Maar ik heb haar nooit kunnen vinden, en het verlangen is weg, voorgoed, gestorven, achtergebleven op een treinstation bij een haastig vertrek.
Ik heb geen verlangens meer, behalve, als het me vergund is, nog eens een nacht ongestoord slapen en ’s ochtends uitgerust wakker worden.


Posted by jaeggi at 09:53 pm

11 november 2005

levenslang verstoken van poëzie

Leuke avond, gisteravond. Binnen het uur kreeg ik de epithetons 'elitair', 'arrogant' en de banvloek 'jij kijkt neer op gewone mensen' naar mijn hoofd geslingerd.
Dat zal dus wel kloppen. Ik kom nu eenmaal veel mensen tegen, vooral vrouwen en schrijvers, waarover ik hetzelfde denk als Seymour Glass over zijn schoonmoeder.
Ik heb geaarzeld of ik dit moet opschrijven. Moet je wel bekennen dat je neerkijkt op sommige mensen?
Ja. Want ze zouden je toch niet begrijpen als je ze vertelde dat je ze eigenlijk liefhebt, en ontzettend dapper vindt.

She’s an irritating, opinionated woman, a type Buddy can’t stand. I don’t think he could see her for what she is: a person deprived, for life, of any understanding or taste for the main current of poetry that flows through things, all things. She might as well be dead, and yet she goes on living, stopping off at delicatessen, seeing her analyst, consuming a novel every night, putting on her girdle, plotting for Muriel’s health and prosperity. I love her. I find her unimaginably brave.’

(J.D. Salinger: Raise high the roof beam, carpenters)

Posted by jaeggi at 11:08 am

10 november 2005

gewicht

Vrouwtjeseenden verdrinken vaak
vertelde moeder, gesmoord
door het gewicht van mannetjeseenden
in de lente

O, laat mij verdrinken,
zinkend in een droom van voortbestaan
bezwijken onder jouw gewicht


Posted by jaeggi at 09:33 am

09 november 2005

het Mooiste Woord van 2005 (shortlist)

Hierbij presenteert de Jury voor het Mooiste Woord de shortlist van Mooiste Woorden, jaargang 2005.

markies
klotebibber
schermutseling
warempel
dolk
ezelsbruggetje
rattenruggegraat

Het Mooiste Woord van 2005 wordt bekendgemaakt op maandag 21 november a.s., de Dag van het Verbindingsstreepje. Dan volgt ook de motivatie voor de door de jury gemaakte keuzes.
(Disclaimer: De Jury van het Mooiste Woord is onafhankelijk en op generlei wijze verbonden met andere taalkundige instituten, zoals daar zijn: de redactie van de Dikke van Dale, Het Groene Boekje, of Ambtelijke Commissies voor Spellingshervorming.)


Posted by jaeggi at 04:03 pm

PRDV?

Pinkeltje recenseert de vagina's.
Pinguins ruiken de vis.
Partners ruilen doet vervuilen.
Promoteam ronselt de verkeerde.
Palestina ruikt de vernietiging.
Pam rehabiliteert de vleespet.
Propria Rures, da's voud.
Prak rustig de venusschelpen.
Pedofiel Rinus doet vreemd.
Piemels roeien dagelijks verder.
Pijpt Rita driehonderd vluchtelingen?

En meer fijne grappen over de nieuwe partij van Piet Römer de Vierde in Propria Cures van deze week. Het ontstellend slechte stuk van Ebru Umar (de nieuwe columniste van de Metro - bofferds) over Leon de Winter kunt u gewoon overslaan.

Posted by jaeggi at 01:44 pm

07 november 2005

Hugo (3)

‘De seks is prima,’zei Hugo. ‘Dat is het probleem niet.’
‘Is er dan een probleem?’vroeg ik.
Hij zuchtte in zijn bier. ‘Ze is toch wel een stuk jonger,’zei hij.
Ik stompte tegen zijn schouder. ‘Hou toch op man! Kan het jou ene fuck schelen wat andere mensen ervan vinden? Je bent toch verliefd? Wat maakt die twaalf jaar dan uit?’
Hij richtte zijn blik op de grote ramen aan de achterkant van grand café De Jaren, maar het was donker buiten en het enige dat hij zag was zijn eigen frons.
‘Het maakt in zoverre uit dat het geen twaalf jaar is.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ze is niet achtentwintig. Dat zei ik omdat… Nou ja, jouw vriendin heeft toch al een pesthekel aan me. Maar Mijntje is dus vierentwintig.’
‘Jaja. Dus jullie schelen geen twaalf maar…’
‘Zestien jaar.’
Ik weet dat er mannen bestaan die alle vrouwen kunnen krijgen die ze willen. Ik ben niet een van die mannen. Ik mag niet klagen, maar er zijn altijd vrouwen geweest die een klasse apart waren. Ik heb me er al lang geleden bij neergelegd dat die onbereikbaar waren. Maar het prettige van volwassen worden was dat de groep onbereikbare vrouwen steeds kleiner werd. Naarmate je leerde je wat vrouwen graag willen horen, hoe ze behandeld willen worden en waar ze niet van houden, werd het veroveren een stuk makkelijker, en op een dag kon ik tot mijn grote tevredenheid constateren dat de groep onbereikbare vrouwen vrijwel was uitgestorven. Maar terwijl ik huishield onder de voormalige onbereikbare vrouwen, was er achter mijn rug een nieuwe groep onbereikbare vrouwen aan het groeien: vrouwen die veel jonger waren dan ik. Het was geen prettige ontdekking; ongeveer vergelijkbaar met het vinden van een aangevreten halve hamburger onder je autostoel. Misschien dat ik daarom Hugo zo hard tegen zijn arm stompte.
‘Vierentwintig! Ouwe cradlesnatcher! Hoe krijg je het voor elkáár.’
Hugo wreef met een pijnlijk gezicht over zijn arm. Geërgerd zei hij: ‘Je weet toch hoe dat gaat? Ik moest naar een feest van een of ander blad. Toen ik binnenkwam dacht ik meteen: ik drink één wodka en dan ben ik weg. De hele dansvloer stond vol met jonge meiden en ik hou niet zo van feestjes waar ik ongeveer de oudste ben, doet me teveel denken aan mijn vader. Maar bij de bar kwam ik Mijntje tegen. Die was er omdat ze een artikel hadden gemaakt over haar, over de nieuwste lichting actrices. En we praten nog geen twee minuten of ze pakt zo’n blad van de stapel, slaat het voor mijn neus open en zegt: het interview is kut, maar de foto vind ik wel oké. En ik kijk naar een fullcolour foto van haar tieten.’
‘En?’
Hugo keek me vermoeid aan. ‘Geweldig. Niet heel groot, maar… Jongemeisjestieten. Die had ik al een hele tijd niet gezien.’ Ik knikte.
‘Dus toen ze zei dat ze nog ergens anders heenging met een paar vrienden zei ik: ja, goed idee.’ Hij keek weer in de donkere spiegelende ruit, naar zijn eigen gezicht. ‘En we kwamen terecht in zo’n semi-hippe kuttent waar het net was of je teruggeslingerd was naar de jaren zestig, met een slungel van een dj en zoete lichtgevende cocktails. En iedereen kende elkaar, en ik voelde me er even goed thuis als een mammoet in de metro. Maar toen vroeg Mijntje of ik met haar meeging naar huis.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik kon het niet geloven. Ik dacht dat ik voor de rest van mijn leven vastzat aan vrouwen van mijn leeftijd. Niks mis mee verder, maar ze zijn wél allemaal getrouwd, op de gekken en de hopeloze gevallen na, ze hebben allemaal twee of drie kinderen, en van die lijnen rond hun mond van de persweeën. Dan is het toch logisch dat áls je de mazzel hebt, dat je d’r voor gaat? Er is toch niks mis met jonge meiden? Die zijn er toch niet voor niks?’
Ik merkte dat ik al een tijdje zo heftig zat te knikken dat ik pijn in mijn nek begon te krijgen.

(wordt niet vervolgd: wie meer over Hugo wil lezen kope de bundel Alles over Hugo die volgend jaar verschijnt)

Posted by jaeggi at 11:43 am

05 november 2005

Hugo (2)

‘Mijntje,’ zei Hugo. ‘Ze heet Mijntje.’
‘Mooie naam!’ riep ik, zonder een seconde nadenken. Mijn vriendin zei: ‘En hoe oud zei je ook alweer dat ze was?’
Hugo kuchte. ‘Achtentwintig,’ zei hij. Ik voelde weer de aandrang om hem plagend tegen zijn arm te stompen. Maar ik hield me in.
‘Ze is eh… actrice. Filmacademie gedaan. Ze is best goed hoor. Heeft al een paar rolletjes gespeeld in films van jonge Nederlandse regisseurs.’
‘O, wat leuk!’ ratelde mijn vriendin ineens enthousiast. ‘Dan hoort ze zeker bij dat clubje van Halina Reijn en Kim van Kooten en Nadja Hüpscher en Jara Lucieer en Carice van Houten? Die jonge powerbabes? Die vind ik zó te gek, zo’n generatie van stoere meiden die allemaal geweldig acteren…’
‘Nou,’ zei Hugo ongemakkelijk, maar ook met iets triomfantelijks in zijn stem, ‘eigenlijk is Mijntje alweer van de generatie daarna.’
Ze keek hem glazig aan. ‘Is er alweer een nieuwe generatie dan?’
‘O ja! Voor meiden als Mijntje is Kim van Kooten oud nieuws. Só last century. Ik bedoel: die is getróuwd! Met een kínd! Daar hoef je bij die jonge, nou ja, daar hoef je bij Mijntje nog even niet mee aan te komen.’
Mijn vriendin kreeg een gevaarlijk licht in haar ogen. ‘Nou, dan hoef jij lekker nergens bang voor te zijn, hè? Heerlijk toch, zo’n jonge meid, zonder verplichtingen? Daar dromen jullie mannen toch van?’
Met een ruk stond ze op van de bank en beende de kamer uit. Verbluft keek Hugo haar na.
‘Wat heeft zíj ineens?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Geen idee. Niet jouw schuld. Kom, we gaan even naar de kroeg.’
Even later stonden we voor De Jaren, het grand café waar we elkaar ooit voor het eerst weer ontmoet hadden na de middelbare school. De Jaren was toen dé plek voor iedereen onder de dertig. Als je toen naar het café wilde had je de keus tussen muffe lokaaltjes met tapijt op tafel en lokale penose aan de bar, óf Grand Café De Jaren. Het was er altijd druk, in die tijd.
Vanavond was het zo goed als uitgestorven. Twee oberinnetjes leunden met hun ellebogen op de bar. Er hing een zurige geur van witbier. ‘Ik bestel wel,’zei ik. ‘Kijk jij even of je een leeg tafeltje kan vinden.’ Hugo grinnikte. Ik liep naar de bar. Mijn voetstappen klonken hol door de lege ruimte. Terwijl een van de barmeisjes met groot zelfmedelijden bier tapte keek ik in het rond. Waarom kwamen we hier ook alweer zo graag? Op een avond als dit zag je pas goed dat het de allure had van de gymzaal van een middelbare school, dat de lampen en het meubilair niet zouden misstaan op een treinperron, en dat er onmiskenbaar de moedeloze sfeer hing van iets dat zijn tijd gehad had. Ik had het me niet eerder gerealiseerd, maar zo’n grand café, dat was voorbij, dat was enkel nog een museum van een voorbije tijd. Je kon het nog ruiken, de tijd dat iedereen witbier dronk. Je kon nog de echo’s horen van de enorme massa’s die hier met zijn allen laagbijdegrond op keihard design-meubilair kwamen zitten. Ik kreeg de smaak van mijn eerste broodje mozarella weer in mijn mond. Was het alweer tien jaar geleden? Waarom kwamen we hier eigenlijk nog?
Ik zette een glas bier voor Hugo neer.
‘Maar nou even onder ons,’zei ik. ‘Hoe staat het met de seks?’
Uit Hugo’s binnenzak klonk het gejuich van een vol voetbalstadion. Hij greep naar zijn borst en haalde zijn mobieltje tevoorschijn. Hij keek op het displaytje. Een wolfachtige grijns kroop om zijn mond.
‘Ze sms’t me ook de hele tijd.’ Hij hield het toestel voor mijn neus. ‘Kun jij even vertalen?’
Ik las: H stk! zin in pzz thai of afchi? strks ff bff? ;-@ Myn


(wordt vervolgd)

Posted by jaeggi at 10:06 am

goedemorgen teleurgestelde Volkskrantlezers

Ik heb begrepen dat er mensen zijn die niet zozeer mij missen, alswel mijn vriend Hugo. Daarom deze week een column over hem.
Overigens was het eerste optreden van de Zwoegende Boezems in de Kleine Komedie (zie hieronder) gisteravond een groot succes. Voor vanavond zijn er nog kaarten, dus aarzel niet (al zal ik er zelf niet bij zijn: ik heb een feestje bij Hugo, die vanavond de dertiende verjaardag van zijn scheiding viert. Proficiat Hugo en Roos!)


De eeuwige jeugd

Er zijn dingen waar een man niet tussen zou moeten hoeven kiezen – zoals tussen je vriendin en je beste vriend.
Ik ken Hugo vanaf de middelbare school. We zijn al vrienden sind we elke ochtend naar school reden, eerst op de fiets, later op de brommer, sinds hij de handtekening van mijn vader vervalste op mijn rapporten, en sinds ik de schuld op me nam toen het uitkwam. Ik ken Hugo veel langer dan mijn vriendin. Aan de andere kant: met haar woon ik al vier jaar samen, en dat geeft iemand natuurlijk ook bepaalde rechten.
Waarom die twee elkaar niet mogen weet ik niet, maar je hoeft geen genie te zijn om het te zien. De enkele keer dat ze elkaar tegenkomen op een feestje of zo hoor je al op tien meter het gekrijs van op leven en dood vechtende katten en het gekreun van gewonden boven het klinken van de wijnglazen uit.
Hij vindt haar een verwende trut zonder gevoel voor humor. Zij vindt hem een arrogante kwal, een louche zakenjongen en hoogstwaarschijnlijk een hoerenloper. ‘Een hoerenloper? Liefje schei toch uit,’ roep ik dan. ‘Hugo kan aan elke vinger een vrouw krijgen, als hij wil.’ Dan werpt ze mij zo’n blik toe die je ook een aangereden egel in de berm geeft: zielig, maar we gaan er niet voor stoppen.
Ik vertel dit allemaal opdat u weet hoe ik me voelde toen Hugo ineens onaangekondigd bij ons voor de deur stond. Hugo is, sinds ik ben gaan samenwonen, nog nooit bij me thuis geweest. We zien elkaar één keer per week in het grand café. Soms neemt hij me mee naar bedrijfsfeestjes waar hij me voorstelt aan allerlei zakenlui die bij het afscheid steevast zeggen, terwijl ze me hun visitekaartje in de hand drukken: misschien kunnen we een keer wat voor elkaar betekenen.
‘Wie is daar?’ riep mijn vriendin vanuit de kamer.
‘Hugo!’ riep ik terug. Ik vrees dat het een beetje hysterisch klonk, hoe ik ook mijn best deed niet verbaasd te reageren. ‘Kom binnen, ga zitten man. Wat wil je drinken?’
Mijn vriendin zei vanaf de bank: ‘Hee hallo Hugo,’ en knipte de tv uit.
Hugo trok zijn jas uit en liet hem op de grond vallen. Mijn vriendin stond op, raapte de jas op en liep ermee naar de gang. Ik riep haar achterna: ‘Liefje, wil je een biertje voor ons meenemen?’ Ze gaf geen antwoord.
Hugo zag er niet geweldig uit. Zijn éénmetervijfennegentig, meestal tamelijk indrukwekkend, maakte een gammele indruk. Zijn zwarte haar zat door de war en hij wreef voortdurend in zijn ogen. Hij ging op de bank zitten en begon naar zijn schoenen te staren. Maat 49, wist ik toevallig. Hugo laat zijn schoenen speciaal in Engeland maken. In een kelder ergens in Londen bewaren ze afdrukken van zijn voeten in een doos met zijn naam erop. Om de een of andere reden moest ik aan die enorme leest denken toen Hugo zijn hoofd ophief en zijn treurige bruine ogen op mij richtte.
‘Ik ben verliefd,’zei hij. Ik grijnsde bijna automatisch: gefeliciteerd, lekker ding zeker, koning ben je toch, maar toen zuchtte hij: ‘Ze is achtentwintig.’
Mijn gedachten dwaalden terug naar afgelopen zomer, toen Hugo zijn veertigste verjaardag had gevierd, met alles erop en eraan. De Hermes House Band was er, tweehonderd mensen, roze champagne. Zijn ex-vrouw Rozemarijn was er ook, en zijn twee kinderen, Roos van tien en Hugo junior van twaalf. En nu was Hugo senior dus verliefd op een meisje van achtentwintig.
Veertig en achtentwintig. Twaalf jaar leeftijdsverschil. Nou ja, eerder een leeftijdsravijn. Het leek me een onoverbrugbare afstand voor iemand die een veertigjarig lichaam met zich meezeulde.
Mijn vriendin kwam binnen met twee flesjes bier en een schaal nootjes. Aan haar glimlach kon ik zien dat ze alles gehoord had.
‘Wat leuk voor je, Hugo,’ zei ze poeslief, terwijl ze de flesjes voor ons neerzette. ‘En hoe heet ze?’

(wordt vervolgd)

Posted by jaeggi at 10:01 am

03 november 2005

intelligent design

‘Ben ik hier bij de familie Heer der Heerscharen, ook wel God van Israël? Goedemorgen meneer. Aardig optrekje hebt u hier. Lekker ruim. Beetje aan de donkere kant, maar… O, dat is het het eerste dat u gedaan wilt hebben. Licht. Natuurlijk, zorgen wij voor. Waar is de stoppenkast? Hoe bedoelt u geen stoppenkast? Heeft u wel een aansluiting? Dat weet u niet? O, u zit hier net. Tja. Dat maakt de zaken wel gecompliceerder natuurlijk. Kijk, alles kan, maar d’r hangt natuurlijk wel een ander financieel kostenplaatje aan.
Mijn zaad vermenigvuldigen? Nou meneer, als het u hetzelfde is hebben we graag cash of met een cheque, alstublieft.
Laten we erst de toestand maar eens opnemen. Hoeveel lichtpunten had u gedacht? Eéntje maar? Nee, geen probleem – het lijkt me alleen wat weinig. Nou, misschien als u er een sterke spaarlamp indoet. U weet zeker dat u niet wat romantische lichtpuntjes wilt, bijvoorbeeld langs het plafond? Denkt u er gerust even over na. Voorlopig: één lichtpunt, verder niks.
Volgende punt. Hemel en aarde scheiden. Ja, dat lijkt me geen overbodige luxe. Ik dacht net, toen ik hier binnenstapte, daar gaan mijn goeie schoenen. Een beetje droge grond kan die meneer wel gebruiken. En gewassen en vruchtbomen, niet te vergeten. Wat had u gedacht, coniferen, sierheester, taxus?
Alles. De hele rataplan. Meneer weet van aanpakken. Nee hoor, geen probleem, ik moet alleen even kijken wat er op voorraad is. Oerbos is een gewild artikel tegenwoordig
Juist. Wat had meneer verder gedacht?
Zon, maan en sterren. Wat voor zon precies? Ons standaardmodel is de Gele dwerg, dat is een oerbetrouwbaar type. Krijgt u 10 miljard jaar garantie op. We hebben ook rode dwergen en zwarte dwergen, maar die gaan minder lang mee. U kunt ook opteren voor een rode reus, spectaculair, dat wel, maar dan moet u erop rekenen dat u binnen een paar miljoen jaar met een supernova zit. Aangezien u net begint zou ik dat afraden.
Gele dwerg dan maar? Verstandige keuze. De maan ook maar van het gewone type? Prima, dan doen wij er gratis een paar miljard sterren bij. Service van de zaak.
Mag ik meneer overigens een vrijblijvend adviesje geven? Het ziet er straks ongetwijfeld heel aardig uit allemaal, met die lichtjes en dat bos en zo, maar ook wel een beetje kaal. Nou weet ik wel dat dat de mode is tegenwoordig, strak en kaal, design is het toverwoord, maar zou het niet gezelliger zijn om er wat beweging aan te geven? Een paar dingen waarvan het water wemelt, alsmede gevleugeld gevogelte, allemaal vruchtbaar natuurlijk, zodat ze zichzelf vermenigvuldigen en u niet steeds nieuwe hoeft te kopen. En misschien wat kruipende dieren en gedierte des velds?
Weet u wat? Ik breng de volgende keer gewoon wat proefsamples mee, zonder verplichting. Dan probeert u het een tijdje uit en als het niet bevalt laat ik de hele mikmak zo weer ophalen. Geen kosten aan verbonden. Nou, dan zijn we er wel zo’n beetje, dacht ik.
Wat zegt u? Mensen? Weet u het zeker? En hoe had u die gedacht? Ik heb een tijdje geleden bij uw buren, heelal hiernaast, een paar hele fraaie intelligente ijskristallen afgeleverd. Die vrouw was wild-enthousiast. Nee? Geschapen naar uw evenbeeld? U zegt het maar. De klant is koning.
Even resumeren dan: licht, scheiding van hemel en aarde, droge grond, gewassen en vruchtbomen, gedierte des velds, en mensen naar uw evenbeeld. Staat genoteerd, dat gaan wij even piekfijn voor u in orde maken.
Hoe lang? Ik denk dat de hele zaak met een weekje gepiept is. Nee, op zondag werken wij niet.
Meneer, ik dank u hartelijk voor de klandizie, u ziet ons maandag verschijnen.
Nee hoor, ik kom er wel uit. Waar is de deur? Hoe bedoelt u, geen deur?


Posted by jaeggi at 11:22 pm

02 november 2005

varkensvlees

Vandaag bij de Volkskrant: een speciale bijlage, 23 pagina's reconstructie van de moord op Theo van Gogh. En op pagina 24: een volle pagina kortingen op varkensfilet, varkensgehakt en varkensschnitzel bij de C1000.
'Want bij C1000 bent u spekkoper, gehaktkoper, karbonadekoper.'

Behalve als je moslim bent, natuurlijk.
Daar zullen de boven ons gestelden niet blij mee zijn, zo'n flagrante provocatie van de moslimbevolking.
Als daar maar geen rellen van komen.

C1000.
Geen fratsen. Dat scheelt.

Posted by jaeggi at 04:20 pm

gedachte op woensdagmiddag

Zingend kind op de wc.

En eindelijk regen.

***

Posted by jaeggi at 01:57 pm

01 november 2005

gedachte op dinsdagochtend


Arme gebakken vis.

-

Posted by jaeggi at 12:12 pm