« september 2005 | Main | november 2005 »

31 oktober 2005

uw programma voor komend weekeinde

'Nou, de kop is eraf.'
De collega aan het bureau tegenover u heeft net zijn zesde kop koffie op en leunt nu achterover in zijn stoel, met zijn schoenen tegen het bureau. Hij draagt vandaag een auberginekleurig jasje en een gele das, die mooi kleurt bij zijn bruine tanden. U kijkt recht tegen zijn voetzolen aan en denkt: in Arabië slepen ze je voor zoiets tenminste nog met blote knieën door de glassplinters.
Kortom: het is weer maandag.
Kop op. U hebt een geweldig weekend in het vooruitzicht, denk daar maar aan. Theater, literatuur en salsa, alles in 1 weekend, wat wilt u nog meer?
Hieronder vindt u het speciaal voor u geselecteerde programma. Vergeet u niet tijdig te reserveren?

Uw plezier-coördinator,

Adriaan Jaeggi

Posted by jaeggi at 11:13 am

uw programma voor vrijdag- en zaterdagavond


Komend weekend is het voorlopige hoogtepunt van de Zwoegende Boezems-tournee door de Lage Landen en Overzeese Gebiedsdelen: twee avonden in de Kleine Komedie in Amsterdam.
Wat de Zwoegende Boezems zijn?
Weet u dat nou nog niet?
De Zwoegende Boezems On Tour is een rondreizende Literaire Revue met literatuur, muziek, zang, poëzie, de gedichten-ambulance, meesters der vertelkunst, het betere lied, speciale gasten en meer. A.s. vrijdag en zaterdag lezen voor, vanaf 20.00 uur in de Kleine Komedie, een selectie uit deze artiesten: Adriaan Jaeggi, Stijn Aerden, Carel Helder, David Vos, Driek van Wissen, Erik Jan Harmens, F. Starik, Frank van Pamelen, Hagar Peeters, Tjitske Jansen, Kees Torn, Maarten van Roozendaal, Marcel Verreck, Peter Middendorp, Peter Smit, Tommy Wieringa, Vrouwkje Tuinman, Menno Wigman, Jaap Robben, Robert-Jan Henkes, Erik Bindervoet, Rick de Leeuw, Dorine Wiersma, Peter Middendorp en Karin Giphart.
Er is muziek van Theo Nijland, Maarten van Roozendaal, Dorine Wiersma en Naar Tevredenheid & De Hipvergrijp Hoornsectie.

Mijn geheimtips: Dorine Wiersma, de leukste vrouw-met-gitaar tussen hier en de Kaap, en schrijver Tommy Wieringa. Heeft nog niemand van gehoord, die gozer, maar let op mijn woorden: dat wordt een hele grote.

NB: Van tevoren is niet bekend wie ’s avonds zal optreden. Om alle artiesten te zien moet u dus voor beide avonden een kaartje kopen. Ach…
NB 2: Vrijdagavond is bijna uitverkocht.

Posted by jaeggi at 11:10 am

uw programma voor zondagavond

Vrijdagavond in de Kleine Komedie was heel leuk, zaterdagavond was een triomf, maar nu hebt u even genoeg literatuur gehoord: nu wilt u gewoon dansen en zweten. Dat kan: op zondag 6 november speelt Tipico Tampoco op de boot Lizboa die aan de kade ligt tegenover het winkelcentrum Brazilie. Vanaf 20.00 uur: hotte salsa aan de Veemkade 251 in Amsterdam. En daar achteraan, in de schaduw op het podium, die lange met de trombone: zagen we die vrijdag en zaterdag niet ook al in de Kleine Komedie?



Posted by jaeggi at 11:07 am

29 oktober 2005

goedemorgen teleurgestelde Volkskrant Magazine-lezers

Hierbij uw wekelijkse column; trouwe lezers kennen hem al, maar deze is op verzoek in de herhaling.
Ik ben een paar dagen weg. Daarom onder deze column nog een voorraadje om u even bezig te houden. Niet allemaal in één keer opmaken!
AJ

Body count

Ik kom tot vijfendertig. Nee, niet centimeter: vrouwen.
Op verzoek van de redactie van een damesblad heb ik ze geteld en ik kwam tot vijfendertig. De eerste op mijn zestiende, in de nachttrein van München naar Venetië, en sinds die keer heb ik gemiddeld anderhalf keer per jaar een nieuwe, vreemde vrouw zover weten te krijgen dat ik mijn eh… dinges in haar eh… dinges mocht steken (meer dan twintig jaar seks en nog heeft hij moeite het woord kut op te schrijven).
Vijfendertig. Vindt u dat veel? Ik vind het heel wat, als je ze allemaal op een rijtje ziet en ze nog eens bekijkt en vooral als je dan beseft: dat gaat me niet nog een keer lukken. Weliswaar heb ik niet meer de handicaps van toen - die dodelijke verlegenheid, die enorme bril, de overtuiging dat je bij het tongen altijd met de klok mee moet draaien – maar ik heb ook niet meer alles over voor sex, zoals ooit. Er was een tijd dat je voortdurend op jacht was, de hele tijd in hinderlaag lag en ook tevreden was met een mindere vangst. Dan gebeurde het wel eens dat je lag te neuken met iets dat het midden hield tussen Gollem en een volwassen Furby, omdat je dacht, ach, het is tóch neuken. Neuken om het neuken, je dacht dat je er nooit genoeg van zou krijgen. Maar tegenwoordig ga ik wel eens naar een feestje zónder te denken: misschien valt er nog wat te neuken. Dat zijn vaak niet de leukste feestjes, maar je schrikt in elk geval niet bij het ochtendkrieken wakker in de armen van tante Sidonia.
Bovendien bespaart het zoveel energie - met de paardekrachten die het me heeft gekost om bij die vijfendertig vrouwen hun benen uit elkaar te krijgen zou je in een middelgroot Afrikaans land een jaar lang de airco’s kunnen laten loeien – én je hoeft niet dagen-, weken- of maandenlang ingewikkelde paringsrituelen uit te voeren. Bij vrijwel elke diersoort is de balts goed en overzichtelijk geregeld (hij zet zijn kleurige nekveren op, zij doet of ze hem niet ziet, hij danst van tak naar tak, zij doet of ze hem niet ziet, hij trekt zijn goldcard: wham!), maar voor elke mensenvrouw bestaat er om de een of andere reden een apart ritueel. De een wil wekenlang in restaurants hand in hand zitten zwijmelen boven een kaasplankje voor haar tepels hard worden, de ander laat je al na het eerste etentje vallen omdat je zo weinig initiatief toont. De een wil een voorspel van drie dagen – vijftig geile sms-jes, een liter wilde rozenolie en een bezoek aan Euro Disney inbegrepen -, de ander wil zo snel mogelijk zo hard mogelijk genomen worden en daarna lekker wassen. Als man ben je geneigd dat toe te schrijven aan het Grote Mysterie dat alleen vrouwen nu eenmaal kennen – en dan kom je een vrouw tegen die slecht is in bed.
Er zijn een paar ontnuchterende momenten in een mannenleven – de onthulling dat Sinterklaas niet bestaat, de eerste stijve terwijl je in je zwembroekje op de hoge duikplank staat, de ontdekking dat je ouders ook aan seks doen - maar niets is zo ingrijpend als de eerste ontmoeting met een vrouw die er niets van kan. Een vrouw (nr. 18) die denkt dat het opwindend is als je je minnaar vlak voor zijn orgasme keihard in zijn zij knijpt (op de plek waar bij andere mannen de zwembandjes zitten). Of de vrouw die bij de eerste gelegenheid die zich voordoet haar vinger in je reet steekt. Ik zie nog de verbaasde korenbloemblauwe ogen van nr. 22 toen ik krijsend tegen het plafond vloog. ‘Maar alle mannen vinden dat toch lekker?’
Dat is dan ook wat me er voorlopig van weerhoudt de jacht te openen op nummer 36. Dat eindeloze gelul over gevoelens heb ik er graag voor over, en dat ze nooit in astrologie geloven maar toch altijd graag willen weten wat je sterrenbeeld is, soit - maar de kans is gewoon te groot dat ik nog een keer zo’n vrouw tegenkom die denkt dat een penis precies zo werkt als een vacu-vin.


Posted by jaeggi at 09:14 pm

21 oktober 2005

haar vader vond me ook een stomme lul

Er zouden meer van dit soort dichters moeten zijn. En misschien is eentje ook wel precies genoeg.


Haar vader vond me ook een stomme lul

Ze frot haar onderbroekjes in haar tas,
het boek wat ik haar gaf dat ze nooit las.
Ze vindt mijn poezie maar flauwekul,
haar vader vond me ook een stomme lul.

Het hemdje wat ik droeg vond hij maar niks,
ik kocht het op de Cuypmarkt voor een riks.
Ook loerde hij afkeurend naar mijn haar
door de sliertvette walm van zijn sigaar.

Nu is ze weg, ze zei geen enkel woord.
Ze keek of ik haar hamster had vermoord.
En waar ze is, ik heb echt geen benul.
Haar vader vond me ook een stomme lul.

En gister hoor ik over die andere vent.
Ik zit nog steeds te mokken op mijn krent.
Ik gooi haar foto’s in het afwassop.
Haar vader was een echte kuttekop.

M.H.Benders, 22-08-2005
(Vrij naar Gerry Rafferty)

Posted by jaeggi at 09:11 pm

het Mooiste Woord van 2005 (4)

Wegens onverwacht afreizen van de jury naar het buitenland is de verkiezing van het Mooiste Woord van 2005 een week verschoven.
De nominatie voor nieuwe woorden is inmiddels gesloten. De laatste toevoegingen aan de longlist zijn 'deksel' (genomineerd door Marjan R. te Lisse) en 'rattenruggegraat' (Sara J. te A.).
Het laatste woord is (nog) geen bestaand Nederlands woord, maar de jury kwam tot de ontdekking dat in haar statuten niets staat dat neologismen of samenstellingen verbiedt. Knutselen mag dus, en rattenruggegraat is een fraai specimen.
'Klotenklapper' en 'vampier' haalden de longlist niet.

Hierbij presenteert de Jury de definitieve Longlist voor het Mooiste Woord van 2005.

markies
voetnoot
klotebibber
kwets (de vrucht)
gispen
waterdrager
tumult
schermutseling
struweel
lammetjespap
dolk
moslima
portiek
warempel
ezelsbruggetje
deksel
rattenruggegraat

De shortlist word bekendgemaakt op dinsdag 1 november a.s., de Dag van de Hyperbool.

Posted by jaeggi at 09:00 pm

20 oktober 2005

the girls in my life, part II

Het is altijd leuk je eerste liefde weer terug te zien, vooral als ze Neeltje heet.
Eerst is er haar spotlach, je kent me niet meer hè, maar die lach doet het hem juist, die herken ik meteen, en terwijl ik op haar toeloop denk ik duizend dingen tegelijk: schoolbus, achterbank, regenjas, natte wangen, verjaardag, flessen draaien, sporttas, tranen, dingen. Ik ben bijna bij haar en ik weet het nog niet: zoenen of hand geven? Het wordt een hand, nee, het wordt eerst stom grinniken en dan alsnog zoenen, drie keer.
Neeltje. Toen ik vijfentwintig jaar geleden die kus van haar kreeg was ze even groot als ik. Nu steek ik een kop boven haar uit. Ze is op de een of andere manier smaller dan ik me herinnerde, en haar borsten lijken kleiner dan toen, maar alles was in die tijd natuurlijk groter: de huizen, de straten, de lantarenpalen, de jachten in de haven, dus ook borsten.
We proberen voorzichtig uit wat de ander nog weet. Ik laat haar aan het woord, want door haar plotselinge nabijheid is er onverwacht iets in me gewekt, waarvoor het eigenlijk veel te vroeg is – of veel te laat. Ik wil vijfentwintig jaar terug, en dan met alles wat ik nu weet. Ik wil weten hoe het had kunnen zijn als ik toen minder bang en minder stom was geweest – minder jong, daar komt het eigenlijk op neer. Wie weet was zij dan de eerste geweest met wie ik ‘het’ gedaan had. Ook nog op een mooie leeftijd voor zoiets, veertien. Ik had het best gewild. Nu is het altijd bij die ene kus gebleven.
Ik weet niet wat ik aanmoet met dit onzinnige verlangen. Had ik dan het meisje willen missen dat na haar kwam? Nee natuurlijk, maar op dit moment, met Neeltje binnen bereik, weet ik even niet meer wie dat geweest is.
Neeltje lacht weer. Dat deed ze toen veel minder. Ze is het niet vergeten, zegt die lach, en ook: waarom heb je toen niet doorgezet? Zie je wel: het had best gemogen. Misschien kan het alsnog. Ze legt haar hand op mijn been. Maar mijn lichaam reageert vreemd: ik voel geen gretigheid maar felle prikken van spijt, die bijna de tranen in mijn ogen brengen, om toen, om de stomme, scheiterige angst die de jongen die ik toen was altijd met zich meedroeg. Wat als ze niet wil? Wat als het niet mag? Altijd die angst voor afwijzing. Je verlangde zo naar anderen, maar ze hadden je wijsgemaakt dat zulke verlangens altijd afgestraft werden. Alle liefde die je misgelopen bent. Alle sex die je misgund werd.
Neeltje heeft haar hand teruggetrokken. Ze zoekt mijn gezicht af naar iets dat er net nog was. Het is verdwenen, opgeslokt door een angst uit het verleden. De rest is babbel.
Buiten zoen ik haar warme wangen, maar machteloos. Ze draait haar mond een beetje naar me toe. Ik mag, als ik wil. Ik weet niet of ik wil, ik doe het in elk geval niet.
‘Nou, houdoe dan hè?’ Ze draait zich om. Even nog hoor ik haar hakken klakken, dan is ze weg, verdwenen in de donkere stegen van mijn jeugd. Neeltje.

Posted by jaeggi at 02:23 pm

twee stukjes uit de Volkskrant van vandaag,

het eerste van mijzelf, en voor het tweede stukje moet u zelf de Volkskrant kopen. Ik raad u dat van harte aan, want op pagina 17 links onderaan, staat vandaag een volmaakt klein stukje van Kees Fens over Thomas Rap, de uitgever voor wie ik het voorrecht had ooit te mogen werken. Hij is alweer vijf jaar dood.
'Soms verlang ik ineens naar een gesprek met Thomas Rap,' schrijft Fens.


De Volkskeuken
Redactievergadering in de Volkskeuken: ‘Adriaan, jij doet neem ik aan weer je gebruikelijke chagrijnige stukje over ongezond eten en corrupte of anderszins niet-deugende voedselfabrikanten?'
‘Yep.’
‘Dat dacht ik al. Niet teveel doordraven graag. Tot volgende week mensen.’
‘Willen jullie niet weten waar het over gaat?’
‘Ach, dat lezen we donderdag wel. Prettig weekend allemaal!’
‘Het zit namelijk zo, ik heb een brief gekregen van Ronald McDonald. Die komt binnenkort op scholen langs met zijn nieuwe FLASH-beweegshow. Ik citeer: ‘een spetterende nieuwe non-commerciële show waarbij hij,’ Ronald dus, ‘met diverse grappige educatieve goocheltrucs kinderen iets vertelt over het belang van gezonde beweging.’ Het is toch werkelijk niet te geloven? Het gore lef van zo’n vetfabriek. En hier, op de achterkant, onder de schijf van vijf: ‘Veel mensen eten te veel en verkeerd.’ Teveel vette hamburgers en patat-met zal je bedoelen! Gebakken door cholesterol-mogul McDonalds, die intussen met een doorzichtig ‘leef gezond’-showtje probeert te verhullen dat ze dagelijks bij honderden, duizenden mensen de aderen laten dichtslibben…’
‘Hee Adriaan, zit je hier nog steeds? De vergadering is allang afgelopen hoor. Er zit trouwens een beetje schuim aan je mondhoeken.’
‘… en dan heb ik het nog niet eens over het dierenleed, die enorme kuddes fokrunderen die dagelijks door de McDonalds-gehaktmolen gaan. Heb je weleens zo’n kuip roze gehakt gezien, voordat het tot hamburgers wordt geperst? Daar word je niet blij van, hoor.’
‘Ah, daar ligt mijn jas. Doe jij zo het licht uit?’
‘… maar het állerergste is nog dat vrijwel de hele voedselindustrie zo in mekaar zit. Met de ene hand maken ze vet ijs, vette snacks, limonade die uit pure suiker bestaat, vette koek, vette maaltijden, en als ze daarmee iedereen de weegschaal opgejaagd hebben komen ze met hun light-produkten, hun dieetpreparaten en afslankpillen waarvan het vet je dun door de broek loopt! We worden te vroeg oud, te vroeg vet en gaan te vroeg dood, en daar verdíenen ze aan! En de overheid…’
‘Meneer?’
‘Ja portier?
‘De hoofdredactie vraagt of u wilt ophouden met schreeuwen. Ze zitten hiernaast te vergaderen en kunnen elkaar niet goed verstaan.’

Posted by jaeggi at 02:05 pm

18 oktober 2005

man of all seasons

Hij is er! De nieuwe Man of all Seasons, het blad voor de stoere man die van het buitenleven houdt, en die na zo'n dagje buitenleven graag binnenzit met een glas 'écht goede whisky, zo eentje die je niet snel vergeet'(hoofdredacteur Onno Aerden). Volgens mij vergeet je na een écht goede whisky juist alles, vanaf het moment dat je de eerste slok nam tot het moment dat je jezelf in een bloemrijk ruikend hotelbed wakkerkreunde, maar alla.
Primeur in dit nummer van MoaS is het debuut van Thomas Rosenboom als reisredacteur.
'Wie?'
'Thomas Rosenboom, schrijver van Gewassen vlees, ook wel bekend als De Man Die Alleen Maar Chili Con Carne Eet.'
'En die debuteert als wat?'
'Als reisredacteur. En dat is best bijzonder, vindt Moas, want "Rosenboom sloeg tot nu toe alle aanbiedingen voor redactionele bijdragen aan publiekstijdschriften af". Dat is een beetje een dure manier om te zeggen dat Thomas tot nu toe geen schnabbels deed. Maar nu is hij toch verleid, door de redactie van MoaS, om betaald een week op een Brits eilandje door te brengen en naar de vogels te kijken.'
'Heb je het stuk al gelezen?'
'Nee, nog niet. Eerst moet het een beetje gaan vriezen, zodat je van die lekker rode blosjes krijgt als je buitenloopt in je coltrui, en als het dan begint te schemeren trek ik lekker het weiland in met mijn kaplaarzen, en onderweg wurg ik een paar nietsvermoedende eenden en als ik dan thuiskom, bebloed, bezweet en bemodderd, trek ik lekker mijn laarzen uit en ga dan in een schone coltrui op het berenvel voor de open haard het artikel van Thomas Rosenboom lezen. Met een glas écht goede whisky erbij.'
'Kun jij dat betalen? Jij bent toch ook schrijver?'
'O, had ik dat nog niet verteld? Ik debuteer binnenkort bij het blad La Vie en Rose als mode-redacteur. En de Volkskrant vraagt mij regelmatig als redacteur Comestibelen. En over ongeveer een week ligt de nieuwe Hide & Chic in de winkel, waarin ik debuteer als Redacteur Romantiek.'

Posted by jaeggi at 10:43 am

17 oktober 2005

the girls in my life part I

Tosca en Theresa

Heeft dat geweldige instituut, die geniale uitvinding onzer voorvaderen, die pijler onder de Westerse beschaving, het huwelijk, eigenlijk ook nadelen?
Ik dacht het wel. Om maar wat te noemen: eten wat je lekker vindt is er niet meer bij. Het is een klein, onbelangrijk maar gemeen spelletje van Satan dat jonge verliefden alles van elkaar slikken (sic), maar dat direct na de uitwisseling der ringen de lippen ineens strak op elkaar blijven, behalve voor opmerkingen als: ‘Zou je nou wel een derde stuk taart nemen, lieverd?’ Biefstukminnaars trouwen feeksen van vegetariërs, topkokkinnen trouwen jongens van de gestampte pot (‘Waar is het kuiltje, trut?’) en knoflookaanbidders trouwen vampiers die binnen een paar jaar het bloed onder hun nagels vandaan en het merg uit hun botten zuigen. Zo heb ik tweeëneenhalf jaar geen lasagna meer gegeten toen ik met Tosca was. Weliswaar waren wij niet getrouwd, maar ik geloof niet dat zij dat doorhad. Vanaf de eerste ochtend dat ik bleef voor het ontbijt was ik ‘haar man’, en dus gingen we voortaan overal samen heen (vooral naar openingen van nieuwe galerieën), hadden we nog twee keer per week seks en aten we alleen dingen waar geen van ons bezwaar tegen had. Dat betekende: ik had geen bezwaar en Tosca wel. Bijvoorbeeld tegen lasagna. Tosca had in haar jeugd een lievelingsoom zijn hand in de gehaktmolen zien steken, en vanaf dat moment was gehakt taboe. Pas tegen het eind van onze verkering ontdekte ik dat er ook lasagna bestaat zonder gehakt, zonder bechamelsaus en zonder pasta, maar even lekker. Bij de eerste hap plooide zich een glimlach om Tosca’s dunne lippen. ‘Wauw,’zei ze. Dat had het begin kunnen zijn van een geslaagd huwelijk, ware het niet dat ik het recept had gekregen van Theresa, die me ook had geholpen bij het roeren in de saus en… Nou ja, u begrijpt.


Skordalia

Ik had ooit een vies meisje. Ze ontbeet regelmatig met een zak paprikachips, en dronk daar karnemelk bij (uit het pak). Ze werd nooit misselijk van drop, ze werd eigenlijk nooit misselijk. Ik heb haar wel eens vier blikken koude knakworstjes zo uit het blik zien eten, terwijl we naar Woody Allen op de video keken (ik geloof dat het Manhattan was). Omdat ze toen dorst had en ik te lui was om op te staan dronk ze het knakworstenwater uit het blik.
Echt vraatzuchtig werd mijn meisje als er mayonaise aan te pas kwam. Natuurlijk had ze haar bakje friet allang leeg terwijl ik pas halverwege was, natuurlijk at ze ook nog uit mijn bakje mee, en daarna nam ze het uit mijn hand en likte met een lange, gulzige vinger het mayonaisecompartiment leeg.
Zo verliefd ben je maar één keer.
Om mijn meisje te behagen besloot ik zelf mayonaise te maken. Iedereen die ooit voor de eerste keer mayonaise heeft gemaakt, weet wat er dan gebeurt: de eieren willen niet dik worden, de olie gaat er te snel bij, je klopt als een bezetene met de garde maar het mengsel weigert op mayonaise te gaan lijken. Extra eierdooiers erbij, lepels lauw water, nóg meer olie, en uiteindelijk blijf je zitten met een lamme arm en een badkuip vol half-mayonaise.
We hebben nog een hoop lol gehad in die badkuip, maar de eerstvolgende keer dat ze kwam eten had ik toch maar iets anders gemaakt, dat leek op mayonaise, maar dan makkelijker: de Griekse versie van aïoli, zonder verraderlijke eieren. Daar dip je dan allerlei dingen in.
Als dipgereedschap gebruikten we, behalve elkaar, het bekende jaren-70 borrelgereedschap, dus bloemkoolroosjes, staafjes waspeen en bleekselderij, maar ook radijsjes of andere rauwkost. Mijn meisje en ik aten hem vaak bij gebakken sardientjes en hardgekookte eieren. Ach, Skordalia, waar ben je vandaag? Ben je gelukkig? Denk je nog wel eens aan mijn mayonaise?

Posted by jaeggi at 02:36 pm

13 oktober 2005

feuten

Het was een mooie avond, ergens eind vorige maand, en wij zaten voor het huis met een glas ondrinkbare cranberry-wijn toen vier jongens voorbijrenden. Als ik zeg rennen bedoel ik eigenlijk een vorm van haastig sloffen. Ze hijgden. Hun hoofden waren purperrood. Alle vier droegen ze hetzelfde uniform: een lichtbruine ribbroek, openhangend lichtblauw overhemd met stropdas op half zeven, en een blauw colbertjasje dat op de rugnaad was opengescheurd, zodat de halve panden doelloos onder hun oksels waperden, als bij die vleugellamme lieveheersbeestjes die we af en toe verdwaasd door het souterrain zien scharrelen. Nadat de jongens uit het zicht waren verdwenen bleef nog zeker een kwartier een zware bierwalm in de straat hangen.
‘Hè gezellig,’ zei mijn vriendin. ‘Feuten.’
Wij hebben elkaar voor het eerst ontmoet op de sociëteit van een studentenvereniging. Ontmoeting is misschien een groot woord: zij was op dat moment bezig met het imiteren van een duur merk lipstick, en ik was met twee zwaarlijvige rugbyers in een discussie verwikkeld over de vraag of het menselijk lichaam, in dit geval het mijne, geschikt was om als rugbybal te gebruiken, dus die avond hebben we elkaar niet gesproken, maar toen we elkaar jaren later weer tegenkwamen was het direct een vertrouwd gevoel, een gevoel dat je alleen maar kunt delen met mensen die ook ooit een hele avond in de hoek een paraplubak moesten imiteren.
In Nederland wordt nog altijd schijnheilig gedaan over de ontgroening van eerstejaarsstudenten. Journalisten doen niets liever dan het onthullen van nieuwe ‘excessen’ op de studentencorpora. Ook dit jaar weer zal er half oktober ergens een student buiten bewustzijn raken van teveel drank, en dat nieuws zal groot in alle kranten gebracht worden, compleet met sussende woorden van de Senaat of het Collegium van de betreffende studentenstad: drie iets te vette jongens met puntige adamsappels in streepjespakken en twee meisjes met een adem als de binnenkant van een asbak en de knokige benen van hun moeder in kokerrokjes.
Het blijft mensen fascineren. Maar waarom? De ontgroening is allang geen geheim meer. Afgelopen week zag ik hoe de uitgeputte, halfnaakte kandidaten van Expeditie Robinson, die zich tot dan toe in leven hadden moeten houden met slijmerige krabben en inktvisjes, die aan allerlei vormen van gemene psychologische truukjes werden blootgesteld en vaak de wanhoop nabij waren, onthaald werden op een feestmaal van friet, geroosterde karbonades en mayonaise. De wijn vloeide rijkelijk. Het geluk straalde van hun gezichten.
Dus wie eindelijk wil weten wat zich afspeelt achter de gesloten deuren van de studentencorpora, wie zich altijd heeft afgevraagd waarom mensen zich vrijwillig laten vernederen, en wie denkt dat ontgroening een tijdverdrijf van onvolwassen studenten is: kijk naar Expeditie Robinson - en sowieso al die eilandprogramma’s waarin elke vernedering, verleiding en beproeving de kijkcijfers omhoog jaagt. En even voor de goede orde: ik zie daar geen enkel kwaad in. Vernedering en beproeving hoort bij het leven, en wie dat niet gelooft heeft nog nooit ergens gesolliciteerd, of in de rij gestaan bij het GAK.



Posted by jaeggi at 10:50 am

11 oktober 2005

Prijs de Heer in al zijn goedheid

Ontroerend, die Pakistaanse vader gisteren in het Journaal, met zijn net onder het puin vandaan gehaalde zoontje in zijn armen.
'De Heer zij geprezen!' bleef hij maar roepen, 'dank de Heer voor al zijn goedheid!' En hij wiegde zijn zoontje in zijn armen en ik dacht aan de vaders van de duizenden kinderen die het niet overleefd hebben.
Prijs de Heer in al zijn goedheid.


.


Posted by jaeggi at 11:34 am

10 oktober 2005

het Mooiste Woord van 2005 (3)

Er zijn nog twee woorden bijgekomen. Niet meer dan dat.
De verkiezing voor het Mooiste Nederlandse woord van 2005 gaat haar laatste fase in, en het wordt ongemeen spannend. De afgelopen weken is zelfs het buitenland begonnen zich ermee te bemoeien. Dit bracht de jury in een moeilijk parket, en de eerste reactie was: hoho, tut tut, kan dit wel? Stel je voor dat vanuit Canada een groepje sentimentele nationalisten die in de jaren ’50 uit Nederland emigreerden, besluiten om de verkiezingen te kapen, door massaal op hetzelfde woord te stemmen?
Het commentaar van de jury: tja, jammer dan. Als in Canada wordt besloten dat ‘mésaillance’ het Mooiste Nederlandse woord is, dan valt daar weinig tegen te doen. Op zo’n moment mogen wij de vroede vaderen die ooit de statuten van deze verkiezing opstelden danken voor hun vooruitziende blik. In die statuten staat namelijk: ‘De jury heeft het laatste woord.’
En daarmee, Tjeerd W. vanuit New York, Amerika, en Daphne G. uit Den Dolder, is meteen verklaard waarom het woord ‘democratie’ niet tot de shortlist wordt toegelaten (de jury betreurt het overigens dat niemand het woord ‘dictatuur’ heeft genomineerd, want dit zou onmiddellijk worden opgenomen, alleen al vanwege het mooie klankrijm. Maar helaas, de jury had al drie keer genomineerd, en meer mag niet).
Democratie is, aldus de jury, een hoerig woord. Iedereen gebruikt het naar believen, en het is zijn oorspronkelijke betekenis allang kwijt. Democratie is een soort duizenddingendoekje geworden waar dictators, falende politici en lobbyisten hun rotzooi mee opvegen om die boven de massa’s weer uit te knijpen. Nee, dank u.
Dhr. Tjip W. uit Beaulieu s/Mer, Frankrijk suggereert ‘stoethaspel’. Helaas vergat hij te melden waarom en de jury vond dit woord, zo zonder uitleg, een beetje mager
'Warempel', aldus René M te Den Haag 'lijkt zonder betekenis, maar iedereen begrijpt wat ermee wordt bedoeld.' Onzin! riep de jury meteen, maar een snelle rondvraag leerde dat inderdaad niemand precies kon zeggen wat het woord betekende, terwijl iedereen inderdaad wel begreep wat ermee werd bedoeld. Warempel kwam er dus bij op de longlist.
En ‘schichtig’ niet. Wij houden niet van flirterige woorden. Bovendien hebben wij 'schermutseling' al, veel mooier. Daarom heeft ook het door Marjolein H. ingebrachte ‘mispel’ het niet gered, (en ook omdat dit woord ook al figureerde in de Mooiste Woord-verkiezingen van 1991 tot 2003, en daar nooit verder kwam dan de longlist).
Datzelfde geldt voor het aloude 'angstschreeuw', genomineerd door Jilles V en dhr. Piet G, publicist te Amsterdam. Elk jaar is het weer prijs, en ja hoor, daar was angstschreeuw weer, en inderdaad, nog steeds die acht medeklinkers op rij, knap hoor, neem jij maar een lollie uit de snoeptrommel. Dag angstschreeuw! Tot volgend jaar maar weer!
‘Ik vind “kleuter” het mooiste woord uit de Nederlandse taal,’ schreef Vera S. uit Amsterdam. ‘De kneuterige eu-klank samen met dat mechanische -ter omschrijven precies zo'n klein kind dat altijd in de weer is (niet altijd even vruchtbaar). En dan nog met de kl van kleien, helemaal goed. Ik stel het graag voor ter nominatie.’
Op het oog een waterdichte argumentatie - maar wacht even, hoe komt u erbij, mevrouw S., dat –eu kneuterig is? Reuzen, ooit van gehoord? Reuzel? Steur (kan 5 meter lang worden)? Leuren? Sleurhut? Reuring?
Nee, uw argumentatie is niet waterdicht. En ook de kl-klank zien wij niet als typisch kleuterachtig, zeker niet als u kijkt naar een van de andere nominées op de longlist, het krachtige ‘klotenbibber’ (Wij zijn er nog niet uit of dit in de nieuwe spelling klote- of klotenbibber moet zijn. Was daar niet een ezelsbruggetje voor?)
Uit het zuiden des lands kwam nog een nominatie voor ‘ullewupper’ oftewel biersleutel (kroonkurkenverwijderinstrument), van een zekere Philippe. Commentaar van de jury: geen haar op ons hoofd. Wij worden over anderhalve maand verwacht op het Internationale Mooie Woorden-Congres in Cannes om verslag uit te brengen, ziet u ons daar al aankomen met ullewupper? Dan bent u zelf een ullewupper. En u ook, Sylvia W., veertigjarige moeder van drie kinderen te ’s Gravenhage. 'Nachtschade', bent u niet goed wijs? Dat moeten wij allemaal uitleggen hoor. En uw andere suggestie was nog beter (not!): wij zien het azijnige gezicht van de Franse voorzitter van de Societé des Mots Superieures Francaise al voor ons, als wij uit komen leggen waarom ' kutzwager' het Mooiste Nederlandse woord is geworden.

Het is duidelijk, na deze inventarisatie, dat de mooiste woorden meerendeels al op de longlist staan. Wij voegen 'warempel' en 'ezelsbruggetje' nog toe, en de bijna definitieve longlist voor het Mooiste Woord van 2005 bestaat dan uit de volgende woorden:

markies
voetnoot
klotebibber
kwets (de vrucht)
gispen
waterdrager
tumult
schermutseling
struweel
lammetjespap
dolk
moslima
portiek
warempel
ezelsbruggetje

Commentaar en nieuwe nominaties blijven nog 1 week mogelijk op mooistewoord@jaeggi.nl. De bekendmaking van de shortlist volgt a.s. dinsdag, op de Dag van de Onomatopee.

Posted by jaeggi at 11:28 am

07 oktober 2005

bij haar

Het feestje was toch weer later afgelopen dan ik dacht, en daarom stond ik om een uur of drie ’s nachts in het donker tegen mijn fietssleutel te praten, omdat die altijd dat soort momenten uitkiest om moeilijk te gaan doen. Wat ik ook zei, hij weigerde in het slot te gaan, zoals een brave fietssleutel betaamt.
‘Doe nou niet zo flau-hauw,’ smeekte ik. ‘Jij wilt toch ook naar hui-huis?’ Ik priemde hem in de richting van het slot, maar hij weigerde botweg in het gat te glijden waar hij hoorde.
Op dat moment hoorde ik een mannenstem. Ik keek op. Een paar meter van me vandaan was een telefooncel. In de cel stond een kleine, net geklede man, met een donkere snor en aan elkaar vastgegroeide wenkbrauwen. Hij droeg een grijze broek en een donkerblauwe blazer, die tot bovenaan was dichtgeknoopt.
De man was in een furieus telefoongesprek gewikkeld. Het leek wel alsof hij van de andere kant instructies kreeg om een pantomime van een woede-aanval op te voeren. Hij schudde zijn hoofd, rolde zijn ogen omhoog en schudde met zijn vuist naar het plafond van de cel; hij priemde met een vinger in de richting van de hoorn alsof hij een onzichtbare lastpost van zich af wilde houden. Uiteindelijk gilde hij, met overslaande stem: ‘Maar ik bén niet bij haar!’
De andere kant geloofde hem niet.
‘Luister nou, ik had toch beloofd… Nee, niet daar, ik sta hier in een telefooncel, luister dan toch!’ Hij opende de deur van de cel en hield de hoorn naar buiten, zo ver als het snoer toeliet. Er klonk een fel gekwetter uit de hoorn. Hij rukte de hoorn terug naar zijn oor.
‘Lieverd, luister… Luister… Luister nou… Ga je nou godverdomme naar me luisteren of niet?!'
Het was de schreeuw van een man aan het einde van zijn latijn. Niets dat hij zei zou de andere kant van zijn onschuld kunnen overtuigen. Hij leunde met zijn hoofd tegen het glas en liet met gesloten ogen de stortvloed van verwijten over zich heenkomen.
Ik nam een besluit. Het komt maar zelden voor dat je in de gelegenheid bent iemand in nood de helpende hand toe te steken. Net als iedereen fantaseer ik over het redden van kinderen die in het water gevallen zijn, of het redden van huisdieren uit een brandend huis. Dat gebeurt nooit meer, want kinderen kunnen tegenwoordig allemaal al op hun vierde zwemmen, en als er een keer een huis in brand staat mag je er van de brandweer niet bij. Hier was mijn kans.
Toen ik de deur van de cel opende keek de man verschrikt op. Ik legde een vinger op mijn lippen en nam de hoorn uit zijn hand. De stem aan de andere kant was nog bezig. Ik kuchte om haar het zwijgen op te leggen en zei: ‘Sorry dat ik u onderbreek, maar ik moet even iets rechtzetten. Ik sta hier naast uw man in een telefooncel en ik kan u verzekeren dat we geheel alleen zijn. Er is in de verste verte geen vrouw te bekennen. Hij is dus níet bij haar. Dat u het even weet.’
De man nam met open mond de hoorn weer van me over. ‘Geen dank,’ zei ik. Ik klopte hem op zijn schouder en verliet de cel.
Ik was nog geen twee stappen ver of er klonk een schreeuw. Ik keek om. De man hing half uit de cel en zou me zeker achternagekomen zijn als hij niet tegengehouden werd door het snoer van de telefoon, waar nu een hartverscheurend snikken uit klonk, en gierende kreten: ‘… bij hém… ik wist het wel… ik wíst het…’
De man gaf me de middelvinger. Mijn fietssleutel gleed zonder protesteren in het slot.

Posted by jaeggi at 11:26 pm

vangst van de dag (7)

'Weet je wat dat is, vergetelheid? Het is de grote prijs die aan het eind van je leven op je ligt te wachten. Nooit meer herinnerd worden aan je fouten, aan je gemiste kansen, de schaamte die in je verleden ligt te etteren en nooit meer zal genezen, al het ongewroken verraad: alles lost uiteindelijk op in de vergetelheid. Ik stel het me altijd voor als het drijven in een ijskoude zee waarin alles van me losgeweekt word en wegdrijft, en ik verstijf langzaam en alles komt langzaam tot stilstand terwijl ik steeds dieper wegzink in het koude donker dat me van alle kanten insluit.'

-Pluto, hoofdstuk 14.

Posted by jaeggi at 11:09 am

reizigers

Dat jij op reis bent is logisch - maar waar gaan al die anderen heen?
Jij hebt een huis en een bestemming, en tussen die twee reis je heen en weer. Maar zij bijvoorbeeld, twee banken verderop, aan het gangpad? Ze heeft iets vaag bekends, een oude tante die je heel lang niet gezien en ook niet gemist hebt. Moedeloze bloemen op haar jurk. Een wollen vest tot bovenaan dichtgeknoopt, hoewel het in de trein voor iedereen precies niet te warm en niet te koud is - dat is uitgezocht. In haar brillenglazen glijdt het landschap voorbij.
Ze reist alleen. Als het aan haar lag zou ze helemaal niet meer reizen. Haar man was dol op reizen, toen hij nog leefde waren ze overal geweest, Italië, Spanje, Marokko, maar nu hij er niet meer is… Ze zag er de zin niet meer van in. Ze had ook geen zin meer. Als het aan haar lag zou ze liever thuis blijven. Maar ja, met haar dochter zo ziek… En dan in zo’n ver land. Het is toch je familie, dat blijft. Maar als het aan haar lag zou ze…
Het is geen bijzonder verhaal. Het is niet eens een heel interessant verhaal. Toch wil je het horen. Je vraagt je af waarom. Waarom kun je je ogen niet van ze afhouden? Waarom probeer je in hun hersens te roeren, fantaseer je over wat er in ze omgaat? Je wilt weten wat ze beweegt - waarom ze bewegen. Waarom voel je je zo uitgedaagd? Het zijn maar passagiers, en de meeste wekken de indruk dat ze nog niet bekomen zijn van de verbazing dat ze ooit geconcipieerd zijn. Ze zitten diep in zichzelf, hun ogen vastgeklonken aan het raam. Het enige dat beweegt zijn hun pupillen die proberen een houvast te vinden in het geluidloos langsschietende landschap.
Ze zouden het liefst met rust gelaten willen worden, maar dat is schijn. Je kunt tegenover ze gaan zitten en ze op hun knie tikken en ze aankijken en dan zullen ze alles vertellen.
Zij, met de rode broek. Ze is op weg naar haar geliefde. Ze is mooi. Niet mooi van zichzelf, maar mooi van liefde. Ze is verliefd en op weg naar… Nee, ze komt net bij hem vandaan, want haar haren zijn glad en glanzen, haar ogen blinken; ze heeft net heel lang met hem gedoucht, de laatste keer voorlopig, het zal lang duren voor ze hem weer ziet. Heeft zij een ander? Heeft hij een ander? Als de wereld de afgelopen paar uur niet totaal veranderd is zal hij het wel zijn die een ander bedriegt. Nu zie je ook de barstjes in haar glimlach.
Nu denkt ze aan hem terug. Je ziet het, ze wordt warm, overal, zonder dat ze het weet glijdt haar hand over haar buik, wrijft ze, met haar hand, hier en daar. Ze denkt aan hem. Waar is hij nu? Haar hand stopt abrupt. Hij is terug bij die ander. Natuurlijk, waar zou hij anders zijn? Zelfs vannacht toen hij naast haar op adem lag te komen wist ze, maar een hele kleine kans dat hij bij zijn vriendin weggaat.
De trein rijdt een station binnen, mindert vaart, stopt. Mensen worstelen met hun bagage in het gangpad. Mannen helpen meisjes zware tassen uit het bagagerek tillen. Meisje raakt beklemd in de automatische deur, worstelt zich vrij. Op het perron valt ze iemand in de armen. De rituelen zijn uitgevoerd, de trein kan verder, trekt zichzelf op gang, geluidloos, je denkt er een oud geluid bij uit de tijd dat treinen nog op stoom reden. Je rijdt van de schaduw in het licht. Je verlaat de stad. Overal staan windmolens, voor het eerst dat je dat opvalt, lange witte palen waarop grote witte spinnen gespietst zijn, die hulpeloos met hun poten maaien. Er duiken er steeds meer op, de horizon raakt opgevuld.
Ze worden rusteloos. Ze draaien in hun stoelen, ze staan op en gaan weer zitten, tot iemand zijn tas op schoot neemt en er een pakje uithaalt. Zilverpapier ritselt, en dat is het signaal, nu halen de anderen ook hun eten tevoorschijn. Bananen, worst, sandwiches, kaas, appels, cake, doorzichtige flesjes water. Iemand opent een mandarijn. Even ruikt de hele coupé ernaar.
‘Van mij mag het morgen afgelopen zijn.’ Een flard gesprek die van achter komt aanwaaien, maar als je voorzichtig tussen de stoelen doorkijkt zie je een gewoon, vriendelijk gezicht, van een vrouw die haar leeftijd niet zal willen zeggen. Gesprongen adertjes op haar wangen. Wit haar. Weer een jurk met bloemenprint, wie heeft mensen toch wijsgemaakt dat bloemen en kleren iets met elkaar te maken hebben? Na een bepaalde leeftijd zie je er treurig uit in bloemen, maar niemand schijnt dat te beseffen. ‘Van mij mag het morgen afgelopen zijn,’ heeft ze dat echt gezegd of past het bij haar? Ook zij reist alleen.
Hoe meer gesprekken, hoe meer nederlagen. Iedereen heeft geheimen, niemand viert triomfen. Langzaam begin je de verdenking te koesteren dat ze nergens heen gaan, maar enkel heen en weer reizen om maar niet aan te komen en hun lot te treffen.
Hij, volgende bank, bij het raam, draagt een streng rechthoekig brilmontuur, zoals kinderen brillen tekenen. De geschoren kaalheid van jonge mannen die niet willen toegeven dat ze kaal worden. Een zwaar Duits accent. Hij is genoemd naar zijn opa’s: de een heette Zweepslag en de ander Stomp. Zijn opa’s waren in de oorlog. Hij is homo. Familie’s maken nu eenmaal slachtoffers. Hij is aardig, hij praat met kinderen, hij lacht vriendelijk naar elke passant, ook als ze weer terugkomen van de wc; misschien is het degene die hij zoekt.
Hij hunkert.
Zij hunkert, hij hunkert, zij hunkert, zij hunkeren samen (maar al jaren niet meer naar elkaar, daarvoor is hij te dik en zij te stijf gegroeid), iedereen hunkert. Ze bouwen een wal van bagage en een slotgracht van boeken om zich heen en trekken zich terug in hun hunkering.
Buiten is alles gewoner geworden. Huizen hebben geen kleuren meer, wegen zijn rechtgetrokken. Het gele licht van bij het vertrek maakt plaats voor blauwe borden met witte letters die THUIS spellen.
Ze staan op, vegen kruimels van hun schoot, legen waterflesjes, tillen kreunende tassen op, ritsen zichzelf dicht. Hun geheimen gaan in zilverpapier, hun teleurstellingen in plastic zakjes onderin de tas. Af en toe glijdt een blik over jouw gezicht. Je glimlacht terug, maar er komt geen reactie, hoewel je hun geschiedenis kunt raden. Het zijn weer dezelfde vreemden als toen jullie vertrokken.
De trein begint aan de laatste kilometer, langzaam, moe. Ze pakken hun tassen op en gaan voor de deur in de rij staan wachten tot ze eruit mogen.

Posted by jaeggi at 10:59 am

uitslag Surinamekwis

Lieve mensen, wat een overweldigende reacties kregen wij op onze quiz. Laten we snel naar de antwoorden gaan. Vraag 1: treef of trefoe is afgeleid van het Hebreeuwse tereifa: niet koosjer. Het is een erfelijk taboe. De treef kan gelden voor allerlei soorten voedsel, niet alleen voor watermeloen of varkensvlees. Het goede antwoord is dus A: een goede reden om je bord niet leeg te eten.
Vraag 2 was de eerste instinker: veel mensen zagen een bleekscheet voor een lekker hapje aan. Maar een bakra is een bleekscheet. Antwoord B.
BB met R was een hit van Max Woiski. Jaren later scoorde Trafassi (‘Grote wasjes/ kleine wasjes/ doe ze in je/ wasmasjien’ er nog een feesthitje mee, maar Max was de eerste. Antwoord A.
Fosi ye swari a awarra-ko, luku efua mang psa ie bakasei: Als je een awarapit inslikt, bedenk dan dat hij via de bil naar buiten moet. Antwoord B. Dat was het makkelijke deel, lieve mensen. Vanaf vraag 5 begonnen de eerste slachtoffers te vallen. 5 was een instinker, want alle antwoorden waren goed. Pom moet in laagjes, is koosjer, wordt bereid met margarine en wie zijn pomtayer zelf raspt (en niet ingevroren koopt in een winkel) wordt gek van de jeuk, als hij niet oppast. Bijna niemand had deze vraag goed.
Ook bij vraag 6 vielen ze als vliegen. Zet eens wat vaker muziek op in de keuken, mensen! Growling Tiger is toch geen merengue! Dat is een calypsozanger. En José ‘El Canario’ Alberto heeft vast wel eens een merengue gespeeld, maar hij is toch echt salsazanger. Net als Ruben Blades. De echte merengue moet je zoeken bij Eddy Orion, die zingt over Jimmy Lazarus. Na deze slachting zijn er minder dan tien kandidaten over. Het wordt spannend. Maar zullen we eerst even naar de prijzen kijken? Eerste prijs: een schitterende Suriname jaarkalender 2006. Tweede prijs: een kortingskaart voor een lekker exotisch etentje bij het beroemde Japanse restaurant Osaka in Amsterdam. Derde prijs: een exemplaar van het Volkskeuken-kookboek.
Bij de laatste vraag vroegen wij om moeilijkheden. Wij dachten dat het antwoord simpel was: spoel eerst het zoutvlees goed uit! Anders is het gerecht veel te zout. Maar natuurlijk hoort er ook een Madame Jeanette-peper in. En waren we de gedroogde garnaaltjes niet vergeten? En de bonen! Zwarte bonen, gele bonen, pompoen, piment, laurierblad, en liever trassi dan een maggiblokje. De kokosmelk! Voer voor een eindeloze discussie, maar dan zitten we hier morgen nog: we rekenen gewoon alle antwoorden goed. Daarmee zijn de winnaars van de Grote Suriname-quiz: 1. Christine Spelten, Purmerend. 2. Bastiaan de Boer. 3. V. Tuinman, Utrecht.
Gefeliciteerd! Over de uitslag kan gecorrespondeerd worden, maar niet met ons. Nyan switi!

Posted by jaeggi at 10:49 am

06 oktober 2005

lachen gedurende bijna een volle minuut

Wat kun je doen als de gekte je leven - en niet alleen je leven - binnendringt? Een goed antwoord hierop, samen met een opwekkend staaltje Amerika, staat in een interview van Salman Rushdie met Terry Gilliam uit The Believer.

Rushdie: 'We’re standing in line, and in front of me there’s this kind of classic, American redneck guy with a very red neck about this wide. [Holds out hands almost a foot apart.] He turned around to me, and with a complete change of heart, he said, “Buddy, I sure feel sorry for you.” And he was right. I mean, I got taken to pieces. I got strip searched, I got everything. And I arrived in America, you know, for the first time, trembling. There was this tiny lady standing at the bus stop waiting for the bus, and she saw that I was trembling. She said, “What’s the matter, dear?” and it kind of all poured out. And — this was the other side of America — she did this amazing thing, she apologized on behalf of the United States. She put her hands in the elocution position. [Holds out hands in front of chest, fingers interlocking, pinkie to thumb.] She looked like Grandma Clampett, this tiny old lady. And she made a formal apology on behalf of the American people. And it fixed it, you know. Then it was all right. Then I could go and enjoy America.'

Gilliam: 'Well you’re right. That’s the great thing about America: American people.'

Rushdie: 'Yeah, they’ll do that. First they’ll search your rectum, and then they’ll apologize for it.'

[Both laugh for almost a full minute.]

Posted by jaeggi at 12:57 pm

05 oktober 2005

(advertentie)

Met ingang van nummer 5 schrijft Adriaan Jaeggi een column voor het blad La Vie en Rose.
La Vie en Rose, ruim anderhalve kilo kleurendruk, mode en literatuur voor nog geen tientje!
Koop dat blad! Nu helemaal!


Posted by jaeggi at 10:54 am

04 oktober 2005

de kroket van manon

In de serie 'Mystieke uitspraken van Grote Nederlandse Denkers', deze week schrijfster Manon Uphoff:

'Mij schuif je niet als een kroket naar binnen.'

Bedankt Manon.
(Uit een interview in het tijdschrift BOEK, sept/okt 2005.)


Posted by jaeggi at 03:43 pm

03 oktober 2005

De Grote Surinamekwis!

Dag dames en heren, wat heerlijk dat u er allemaal bent. Vandaag presenteren we een gezellige kwis om te testen wat u weet over onze Surinaamse landgenoten. Uw quizmaster is Adriaan Jaeggi en voor de winnaars zijn er fantastische prijzen, zoals een Suriname jaarkalender 2006. Antwoorden naar adriaan@jaeggi.nl.

1) Veel Surinamers hebben een treef. Dat is
a) een moedervlek die van ouder op kind wordt overgeleverd
b) een lievelingsgerecht dat nauwelijks meer gemaakt wordt omdat de ingrediënten (w.o. vers stekelvarkenvlees en Madame Jeanette-zaad) moeilijk te krijgen zijn.
c) een allergie voor watermeloen en varkensvlees
d) een goede reden om je bord niet leeg te eten.

2) Een bakra is
a) een Surinaams-Indiase snack van bonenmeel
b) een bleekscheet
c) een islamitische kookschool
d) wat overblijft na de besnijdenis

3) BB met R is
a) een hit van Max Woiski
b) een hit van Trafassi
c) een hit van André Rieu
d) de kleuren van de Surinaamse vlag

4) Fosi ye swari a awarra-ko, luku efua mang psa ie bakasei. Wat staat hier?
a) Wie de liefde niet kent, zakt als een baksteen voor het examen van het leven
b) Als je een awarapit inslikt, bedenk dan dat hij via de bil naar buiten moet
c) Dat is mango’s met kokosnoten vergelijken
d) Heet in de mond, koud in de kont

5) Er is maar één manier om pom te bereiden.
a) in laagjes
b) koosjer
c) met margarine
d) met jeuk van de tayer

6) Merenque! Met:
a) Growling Tiger
b) El Canario
c) Ruben Blades
d) Eddy Orion & Jimmy Lazarus…

7) En nu de keuken in, mi gudu. We maken Moksi Alesi, een van de tophits uit de Surinaamse keuken. We nemen 3 kopjes grof gebroken rijst, 4 kopjes water, 3 ons kipfilet in blokjes, 1 pakje zoutvlees (toko), 1 kleine witte kool, 2 teentjes knoflook, 1 ui, 1 tomaat, 1 maggiblokje, olie. Snij het zoutvlees, de tomaat en de kip in kleine stukjes. Snipper de knoflook en ui. Snijd de kool in reepjes. Fruit alles behalve de kool in een pan met dikke bodem even aan. Voeg het uitgeplozen zoutvlees toe, en daarna de kip. Laat even bakken en voeg dan water en het maggiblokje toe. Voeg na een kwartier de kool toe en de rijst. Goed roeren. Breng aan de kook en zet het vuur laag. Laat zachtjes gaar koken.
Uw kwisvraag: wat zijn we in dit recept vergeten? Donderdag de uitslag!

Posted by jaeggi at 10:39 am