« waar ik aan dacht toen ik hem pijpte | Main | snuf »
28 september 2005
leef
Dit was mijn dag gisteren: S. naar school gebracht, daarna koffie en een fruitshake gedronken op het vaste terras. Volkskrant gelezen. Toen die uit was Telegraaf doorgebladerd. Om een uur of 10 was ik thuis. E-mails gestuurd, stukje voor dit weblog geschreven, gevloekt toen ik de eerste versie per ongeluk kwijtmaakte, nog een paar e-mails beantwoord.
Om half twaalf begonnen aan een verhaal waarvoor ik het idee had gekregen afgelopen zaterdag, toen ik met een andere schrijver over het opgebroken Rokin tussen de massa liep. Het bleek een vruchtbaar idee, in ieder geval kwantitatief: vier uur later had ik meer dan 2000 woorden, al had ik nog geen idee hoe het af moest lopen.
Daarna nog tot half zeven geschreven aan een roman waar ik inmiddels bijna zes jaar mee bezig ben (waarmee ik niet wil zeggen dat ik er al zes jaar aan schrijf, dat is iets heel anders).
Om half zeven kwam iedereen thuis (dat betekent dat S. en O. mijn naam roepend op het raam van mijn souterrain staan te bonken). Terwijl S. kookte probeerde ik de nieuwe Tommy Cooper.-video uit op S. en O., omdat Kees van Kooten ooit ergens had geschreven dat zijn kinderen er zo om moesten lachen. De mijne niet: alle grappen zijn alleen leuk in het Engels en kinderen vinden goocheltrucs die mislukken gewoon mislukt. Hoe zit dat, Kees?
(Ik vind Tommy Cooper overigens de grappigste man van de vorige eeuw.)
Om acht uur anderhalf hoofdstuk voorgelezen uit Wiplala Weer, en om half 9 lag ik uitgeput voor de tv, in de wetenschap dat ik nog helemaal naar oost moest fietsen om te repeteren met mijn salsaband.
Om negen uur steunend opgestaan uit mijn stoel en mijn trombone ingepakt. Het regende niet, het was zelfs een tamelijk zachte avond. Onderweg dacht ik aan stervende kastanjes, tot ongeveer ter hoogte van het Tropenmuseum de eerste muziek kwam binnensijpelen en ik zonder het te merken begon te neuriƫn (Dura como piedra).
Ik was niet de laatste die te laat was, maar uiteindelijk was de band bijna compleet en, veel belangrijker, strak en ingespeeld. We speelden vijf keer Mamaita en de laatste twee keer was het muziek.
Na de repetitie dronk ik twee blikjes bier en rookte twee sigaretten, terwijl we elkaar verhalen vertelden die iedereen vaag bekend voorkwamen, alsof we ze al eens van anderen hadden gehoord, maar dat maakte niet uit.
De terugweg naar huis heb ik zingend afgelegd, toen ik voor mijn deur stond leek het of ik er een halve minuut over gedaan had om de hele stad te doorkruisen.
Om 02.00 uur was ik diep in slaap, waarschijnlijk stevig snurkend omdat er een verkoudheid zit aan te komen.
Dat was maar 1 dag. Het was niet de laatste dag, het was ook niet de mooiste dag, maar hij komt nooit meer terug.
jaeggi om 28 september 2005 10:27
