« sail | Main | sterke plant »

27 augustus 2005

lui

Ongeveer vijf maanden geleden kreeg ik het verzoek een artikel over luiheid te schrijven. Ik maakte een mentale notitie, die direct wegzonk tussen urgentere zaken die mijn aandacht opeisten, zoals luiers, drop en kattenbakkorrels. Ongeveer een maand later dacht ik er weer aan. Ik schreef een briefje aan mezelf (‘luiheid, niet vergeten’) en legde dat op mijn bureau, waar het zoekraakte tussen de onbetaalde rekeningen en de belastingaangifte 2003.
Toen werd het lente.
Ik bracht een paar aangename dagen door op terrassen, waar de gedachten aan het artikel dat ik moest schrijven vanzelf naar de achtergrond dreven. Na uitgebreid genoten te hebben ging ik achter mijn bureau zitten en tikte: Wees lui! Op dat moment werd er gebeld. Het was een brommerkoerier met een verkeerde bezorging, maar voordat ik de lastpost de deur uit had gewerkt, was het tijd voor de lunch, en bij de lunch was er champagne (ik weet niet precies meer waarom). Na champagne moet ik altijd even gaan liggen. Die avond was er een verjaardag. De dag erna regende het pijpestelen en voelde ik me nauwelijks in staat mijn bed uit te komen. De dag erop, ik was de deadline inmiddels tot op een paar uur genaderd, voelde ik me verkwikt en vol energie. Ik zette me weer achter mijn bureau en zette de computer aan, toen me opviel dat mijn toetsenbord erg vies was. Ontmoedigd ging ik liggen voor een dutje, en sliep rustig door de deadline heen.
Toch leest u op dit moment een stuk over luiheid. Dat betekent dus dat er ergens in die periode een moment geweest moet zijn dat ik het artikel schreef dat u nu leest.
Het had ook anders gekund: ik had de opdracht (‘Schrijf een lichtvoetig artikel over luiheid’) flink wat gewicht mee kunnen geven door er eerst een dossier van aan te leggen, uitgebreid research te doen, eerste, tweede en derde conceptversies te maken, en op het allerlaatste moment, als de opdracht inmiddels als een molensteen om mijn nek zou hangen een freelancer in te huren die er fris tegenaan keek en het stuk in anderhalf uur zou schrijven.
Wat wil ik met dit voorbeeld aantonen?
Niets. Het is heel vermoeiend om de hele tijd dingen te moeten aantonen. Het lijkt veel te veel op activiteit, en ik ben liever passief. Sommige mensen zouden het lui noemen. Ik noem het vrijheid. Vrij, zoals mijn grote vriend Tom Hodgkinson zegt, ‘om het leven te leiden dat je wilt leven, vrij van bazen, lonen, pendelen, consumeren en schulden.’ Hodgkinson is mijn vriend sinds ik zijn boek Lof der luiheid heb gelezen. Daarin toont hij overtuigend en met vele voorbeelden aan dat werken een duivelse uitvinding is, en dat lui zijn niet alleen veel aangenamer is, maar zelfs van levensbelang voor het voortbestaan onzer beschaving. Hij haalt de filosoof Bertrand Russel aan, die de gekte van het hard werken aantoont met het voorbeeld van een speldenfabriek. In deze fabriek wordt acht uur per dag gewerkt en worden er genoeg spelden gemaakt voor de hele wereldbehoefte. Dan doet iemand een uitvinding waardoor hetzelfde aantal mensen twee keer zo veel spelden kan maken. In een redelijke wereld zou iedereen die spelden maakt dan vier uur gaan werken. Er is toch genoeg. Maar in de werkelijke wereld zullen mensen acht uur blijven werken omdat de produktie dat nu eenmaal voorschrijft, er worden veel te veel spelden gemaakt en de helft van de mensen die vroeger spelden maakten krijgt ontslag.
Dit is hoe het systeem werkt. Een wereld waarin produceren, competitie, omzetstijging, consumeren en schulden vooropstaan is een wereld vol schuldgevoel, frustratie en uitputting.
Denk niet dat dit iets van de laatste jaren is: door de eeuwen heen zijn vele geniale luiaards u voorgegaan: Lord Byron, Descartes, William Blake, Oscar Wilde, Nietschze, Sherlock Holmes, Hugh Hefner en John Lennon. Langslapers, uitstellers, nietsnutten, dichters, flaneurs. Zij begrepen waarom inactiviteit iets nobels is. Zij begrepen dat je betere resultaten boekt als je niet op je nek wordt gezeten door winstcijfers, wekkers of wc-eendreclames. Oscar Wilde zei het zo: ‘Handelen is het toevluchtsoord voor mensen die helemaal niets te doen hebben. Het is het redmiddel voor mensen die niet weten hoe te dromen.’
Een leven dat bestaat uit dromen, nadenken, mijmeren, peinzen, is dat mogelijk? Misschien niet voor iedereen. Maar laten we eens kijken naar het alternatief. Daarvoor moeten we een klein zelfonderzoek verrichten.
Wat zijn de dingen in het leven die u het meest ongelukkig hebben gemaakt? Dan praat ik niet over sterfgevallen of scheidingen, de grote rampen die niet te voorkomen zijn, maar over de kleine duivelse dingen die elke dag ons leven vergallen. Hoog op dat lijstje staat voor velen het afgaan van de wekker. Voor de meeste mensen worden de eerste jaren van hun volwassenheid, wanneer de buitenwereld toch al vreselijk verwarrend is, bepaald door wekkers en schoolbellen. In die gevoelige jaren woonde ik in een dorpje in Brabant, vanwaar elke ochtend vroeg de schoolbussen vertrokken. Om 7 uur ging mijn wekker. Blind van de slaap stond ik op, stommelde door het huis om mijn schoolspullen bij elkaar te zoeken, wankelde naar de bushalte en viel als een blok in slaap op de achterbank van de bus. Een paar haltes later werd ik ruw gewekt als er een boerenzoon uit Klundert op mijn hoofd ging zitten. De eerste uren van elke schooldag bracht ik onvermijdelijk versuft en wanhopig door. Regelmatig gleed ik midden onder de les domweg van mijn stoel en viel op de grond in slaap.
Nog steeds worden tienduizenden pubers elke dag aan deze marteling onderworpen, terwijl toch allang bewezen is dat je op die leeftijd je slaap het allerhardst nodig hebt. Een verstandige minister zou eens moeten beslissen dat een schooldag pas om 11 uur begint. Daarmee worden een hoop onderwijsproblemen in éen klap opgelost: les geven aan alerte, uitgeslapen kinderen kost veel minder moeite dan het elke ochtend op gang trekken van een onwillige, slaperige kudde.
Hetzelfde geldt voor onze beroepsbevolking. Zij worden elke ochtend in files en benauwde treincoupé’s naar hun werk gedreven. Intussen zitten honderdduizenden vrouwen thuis aan tafel tussen de ruïnes van het ontbijt, met uitzicht op een gigantische berg was- en strijkgoed in de bijkeuken. Het is niets meer of minder dan een moderne vorm van slavernij. We slijten vrijwillig onze dagen in zenuwslopende omstandigheden tussen werkoverleg en spoedvergaderingen, we worden langzaam doof tussen stampende machines of zenuwziek achter de kassa, waar we de hele dag beleefd moeten zijn tegen mensen ‘die het eigenlijk verdienden om spiernaakt bereden te worden door de duivel, met scherpe conservenblikjesdeksels als sporen’, zoals Annie Proulx het noemt. Of we draaien rond in de eindeloze tredmolen die ‘het huishouden’ heet.
Is er een andere conclusie mogelijk? Het leven dat de meesten van ons leiden is onmenselijk. Het maakt van ons nerveuze, zenuwzieke, gefrustreerde wrakken, die ver voor hun tijd opgebrand zijn en zelden gezond de pensoengerechtigde leeftijd halen. (Alleen die formulering al: het ‘halen’ van je ‘pensioengerechtigde leeftijd’! Alsof het een wedstrijd is waarbij je een beloning krijgt als je het lang genoeg volhoudt!) Maar gelukkig is er een oplossing
Wees lui.
Luiheid is niet slecht: het is de manier van Moeder Natuur om het juiste tempo aan te geven. Als je moe bent moet je even slapen. Als je honger hebt moet je eten, rustig, niet tussen twee verplichtingen door, of staand aan het aanrecht. Doe de dingen in je eigen tempo. Denk eerst over wat u doet, bij voorkeur met uw benen op het bureau of keukentafel. De kans is groot dat u een betere, efficiëntere manier bedenkt om het te doen – of het juist te laten – in de tijd dat iedereen zich dood rent om op tijd te komen. Nadenken over dingen, al is het in een hangmat, is niet slecht. Het ziet er misschien nietsdoenerig uit, maar het is creatief. Of zoals een groot schrijver ooit verzuchtte (en velen na hem): ‘Ik wou dat mijn vrouw begreep dat ik ook aan het werk ben als ik uit het raam staar.’
Maar het voornaamste is: doe vooral geen dingen omdat ze altijd zo gedaan zijn. Dat is de allerslechtste reden om iets te doen, en bovendien is het niet waar. Het is bijvoorbeld pas sinds de industriële revolutie gebruikelijk dat mensen de hele dag werken. Voor die tijd werd er alleen gewerkt tot er genoeg geld was om een paar dagen van te leven. Dan legde iedereen het werk neer en spoedde zich naar de kroeg. Kortzichtig? Niet kortzichtiger dan krom liggen voor hypotheken en levensverzekeringen terwijl je weet dat je waarschijnlijk voor je pensioen al versleten bent, en nooit van je huis of je gespaarde rijkdom zult genieten.
Er wordt altijd gedaan alsof we twee levens hebben: één waarin we werken en één na ons pensioen, waarin we genieten van een welverdiende wat dan ook. Dat is een grote leugen. We hebben maar één leven, en dat is nu. Je bent gek als je al die kostbare tijd vermorst met zoiets onbelangrijks als werken.

jaeggi om 27 augustus 2005 22:37

Post a comment




Remember Me?