« ‘Objèction, your honor!’ | Main | fietsen zonder zadel »

28 juli 2005

I.M. Marten Toonder (1912-2005)

(In 1917 was Marten Toonder 5; zijn broer Jan Gerhard 3.)
'De opzet was heel eenvoudig. Laat ons zeggen dat Marten eigenaar was van de heer met de hoge hoed. Wanneer hij die onder de tafel voortbewoog was dat niet een jongenspop onder een meubelstuk, maar een tovenaar die door een woud schreed. Tezelfdertijd reisde door dat woud ook een als molenaarsknecht verklede prins op zoek naar een schat, die alleen maar voor buitenstaanders leek op een clown in mijn onzekere hand. Beide reizigers hadden de eigenaardige gewoonte in zichzelf te spreken, waardoor ze al spoedig op de hoogte raakten van elkaars bedoelingen; maar wat er bij een ontmoeting zou gebeuren was beide partijen nog onduidelijk. Soms zwierven ze elk afzonderlijk geruime tijd door het woud, elk in beslag genomen door zijn eigen bezigheden; het kon gebeuren dat ze elkaar tegenkwamen en dan met een simpele groet voorbij gingen omdat ze beiden wel iets anders aan hun hofd hadden dan met een vreemde te converseren, maar het was ook mogelijk - dat had niemand vooruit kunnen weten - dat een ontmoeting uitliep op een langdurig gesprek over heel andere onderwerpen, of op het maken van een ingewikkeld plan tot samenwerking, of op het toepassen van een vuige list van de een jegens de ander (dan trok de tovenaar meestal aan het langste end, bedenk ik met wrok) maar het werd slechts hoogst zelden een kloppartij, omdat beide reizigers heel goed wisten (beter dan de staatslieden aller eeuwen) dat kloppartijen een einde maken aan elk spel zonder ooit iets definitief te beslissen.'

- Jan Gerhard Toonder, Uitleiding bij 'Een heer moet alles alleen doen', De Bezige Bij 1979.

jaeggi om 28 juli 2005 11:04

Post a comment




Remember Me?