« De Parade en De Avonden | Main | gedachte op zondagavond »

23 juni 2005

Schrijvers op de Parade presenteert: Ingmar Heytze

Ingmar Heytze is de normaalste man van de wereld. Hij schreef zeven dichtbundels, net als ieder ander, en werd door Vrij Nederland omschreven als ‘sprankelendste liefdesdichter’ – zoals wij allemaal wel eens hebben meegemaakt.
Begin 2005 verscheen zijn zevende dichtbundel Schaduwboekhouding, en op 20 september 2005 verschijnt zijn Scooterdagboek, Weg van de reisangst, waaruit hieronder een voorpublicatie.
Leuk detail voor de entomologen: in het Swahili betekent in-gmar he-ytz-e: ‘mit Käse überbacken’.

vrijdag 10 juni 2005, kilometerstand 790, 1.45 uur
Sinds er een alarm op mijn nieuwe motorscooter zit, heb ik me afgevraagd of ik het ’s nachts zou kunnen horen in mijn slaapkamer. Zoals Van Kooten en De Bie lang geleden al wisten: deze vraag stellen is hem beantwoorden. Het antwoord loeide me om kwart voor twee gisterennacht mijn bed uit. Ja, ik kan het alarm prima horen. Sterker nog, de hele buurt kan meegenieten. Ik vraag me af waarom het voltallige bureau Paardeveld niet eerder ter plekke was dan ik. Mijn scooter staat verdekt opgesteld om de hoek, door enkele gruwelijk zware sloten verbonden met een muuranker van het soort waar ze in Rotterdam oceaanstomers aan bevestigen, en als het alarm afgaat ben ik binnen afzienbare tijd present met een zeer slecht humeur en een honkbalknuppel. Ik wil maar zeggen: doet u verder geen moeite om hem te stelen. Toen ik eenmaal in de kleren en bij mijn scooter was, bleek er iemand zijn blaas te hebben geleegd over het achterste deel van de zitting. Het is waarschijnlijk beter om dit voorval niet aan M. te melden, want die zit altijd achterop.
Op dit soort momenten komt onwillekeurig de spoorzoeker in mij boven. Donderdagnacht: studentenpis. Kwart voor twee: jong studentje, blijkbaar nog niet zo lang in de stad, want onvoldoende ingedronken om de Utrechtse sluitingstijd te halen. Aan een onregelmatig spoor op de grond was goed te zien waarheen de zeiklijster was gevlucht, maar ik was te laat om hem in zijn kraag te vatten. Het urinemonster moet met zijn broek op zijn enkels en zichzelf onderpissend mijn straat uit zijn gevlucht, vermoedelijk met zijn handen op zijn oren als een hedendaagse uitvoering van De Schreeuw van Munch. Verder troost ik me met een zelfbedachte profielschets van de dader. Voor mijn geestesoog staat een scharminkelig bijballetje. Zo’n Unitaslid. Zo’n tweedejaars die nieuwe feuten tijdens de ontgroening dubbel zo hard terugpakt voor zijn eigen vernederingen van vorig jaar. Zo’n armzalig meelopertje dat vermoedelijk pas over vier jaar genoeg moed bij elkaar heeft geraapt om zijn maagdelijkheid te verliezen onder leiding van een medelijdende prostituee aan het Zandpad. Zo’n Kamphuis.

Ingmar Heytze op de Parade:
15 juli, Utrecht
21 juli, Utrecht.



jaeggi om 23 juni 2005 09:49