« dagboek van een teleurgesteld man | Main | Wat ik kost »

06 mei 2005

eilandvrees

Tegenwoordig is de gemiddelde leeftijd voor je eerste keer gedaald naar dertien, veertien jaar, maar ik moest tot mijn zeventiende wachten voor ik zonder mijn ouders op vakantie kon. Dat was geheel te wijten aan de houding van mijn ouders, die het onderwerp vakantie zorgvuldig vermeden tot een dag voor vertrek, en dan aan de ontbijttafel met onschuldige gezichten vroegen: ‘Trouwens, ga je nog mee naar Juan Les Pins dit jaar?’ Terwijl ze heel goed wisten dat ik tot moment geen enkele gedachte aan de vakantie had gewijd, en dus kon kiezen tussen twee weken thuis in Nederland uit de diepvriezer eten, of in een airconditioned auto naar Juan les Pins worden gereden en daar voor pampus onder de palmen liggen.
De reden dat ik op mijn 17e wel uitgebreide voorbereidingen trof voor een vakantie heette Evelien. Ik had niets met haar gemeen, behalve vijf uur Engels per week en een lichaamslengte die het voor ons onmogelijk maakte bij de groep te horen die zich elke dag na school in café de Huzaar verzamelde. We werden er getolereerd – mensen langer dan één meter tachtig worden zelden openlijk afgewezen – maar kwamen altijd bij elkaar aan een tafeltje terecht. Daar ondekten we dat we nog meer gemeen hadden: ouders en hels saaie vakanties. Zo werd het plan geboren.
Mijn moeder klonk verbaasd toen ik haar van het plan vertelde – zoveel initiatief had ik niet meer getoond sinds ik als kind van de zoldertrap was gedonderd – maar informeerde welwillend: ‘En wat is dat dan voor meisje?’ Over die vraag moest ik lang nadenken. Mijn moeder was inmiddels buiten de auto aan het wassen toen het tot mij doordrong dat de reis met Evelien niet alleen een ontsnapping aan mijn ouders betekende, maar ook een uitgelezen gelegenheid om meer over het raadsel vrouw te weten te komen, zoals hoe ze er naakt uitzagen. Ik had ooit gelezen over het eiland Ile de France, waar naaktlopen zo niet verplicht, dan toch de gewoonste zaak van de wereld was. Toen Eveline tijdens een van onze voorbesprekingen zei dat ze per se naar Avignon wilde, zei ik achteloos: ‘Ok, maar dan gaan we daarna naar Marseille. Nemen we van daar de boot naar Ile de France. Da’s een mooi eiland.’
Eveliens mond viel open. Het was de eerste keer dat ik indruk op iemand maakte. Het gevoel beviel me enorm. Tijdens de reis, in met rugzakken en Australiërs volgeplempte treincoupé’s, verliet dat overwinnaarsgevoel me niet, en toen we uiteindelijk op de boot naar Ile de France stonden, met onze haren in de wind, en Evelien tegen me aan kwam staan – in Avignon hadden we een hotelkamer gedeeld, om geld te sparen, en er was niets gebeurd, maar we hadden wel ‘tegen elkaar aan gelegen’ zoals meisjes dat altijd graag hebben – voelde ik me voor het eerst een man.
De mannen die op de kade onze rugzakken aanpakten hadden kleren aan, maar toen we het dorp inliepen kwamen we de eerste naaktloper tegen. Evelien keek verbaasd, maar ik zei: ‘O. dat is hier heel gewoon. Frankrijk hè.’ Ze knikte schichtig. Ook in het hotel leek ze zich niet op haar gemak te voelen.
‘Je hoeft niet per se je kleren uit te trekken,’ zei ik sussend. ‘Ze zijn hier heel…’
‘Dat is het niet,’ snikte ze. ‘Ik dacht dat ik het wel aankon, maar… Het is te erg. Ik wil eraf. Ik wil eraf!’
Het bleek dat Evelien leed aan een zeldzame vorm van eilandvrees. Er schijnen maar dertig mensen op de hele wereld te zijn die het hebben.
Dat de laatste boot naar het vasteland al vertrokken was toen wij rennend weer bij de haven kwamen maakte de zaken er niet beter op. Ze was woedend op mij, omdat het allemaal mijn schuld bleek. Snikkend sloot zij zich op in de hotelkamer. Er bleek geen andere kamer vrij. Bovendien was mijn geld op. Ik moest mijn toevlucht maar op het strand zoeken.
Die nacht deed ik geen oog dicht, door de harde kiezels in mijn rug en de gedachten aan Evelien die nu alleen op de kamer lag, bloot en boos tussen de kille lakens.
Een keer werd ik uit een onrustige sluimer gewekt door een vriendelijke besnorde man die met gebarentaal aangaf dat hij het geen enkel probleem vond om mij te pijpen. Ik wees het aanbod af. Wel accepteerde ik een sigaret, die we samen oprookten, terwijl we somber naar de halfslachtige branding staarden.

jaeggi om 06 mei 2005 10:45

Post a comment




Remember Me?