« I.M. Tristan Egolf (1971 - 2005) | Main | stervend spuien ze »

17 mei 2005

alle malen zal ik wenen

De afgelopen weken werden te pas en te onpas de beroemde regels van Leo Vroman geciteerd: ‘Kom vanavond met verhalen/ hoe de oorlog is verdwenen/ en herhaal ze honderd malen/ alle malen zal ik wenen.’ Het valt te vrezen dat in de komende jaren het hele werk van Vroman teruggebracht zal worden tot deze vier regels; kort geleden was er al een betaalde gek in de krant die durfde beweren dat Vroman eigenlijk maar twee bijzondere gedichten heeft geschreven. Dat zul je altijd zien: de mensen kunnen maar twee dingen onthouden en daarom vergeten ze al snel de rest en uiteindelijk vergeten ze dat er nog een rest was.
Het gedicht Vrede van Leo Vroman bestaat niet alleen uit die vier regels. Het is veel langer, en veel beter, en het betekent veel meer. Geen mens die het uit zijn hoofd kent, ook al zegt het gedicht alles over de oorlog wat er te zeggen valt.

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilten voeten
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

De vier meest bekende regels van dit gedicht zijn bedrieglijk. Veel mensen lezen er iets geruststellends in: wij rouwen om de oorlog, die oude, wrede geschiedenis die gelukkig ver achter ons ligt. Maar wie de rest van het gedicht leest, begrijpt dat Vroman iets heel anders wil zeggen: de oorlog is nooit voorbij. De mensen die hem meegemaakt hebben zullen hem altijd met zich meedragen, en de mensen die hem niet meegemaakt hebben, de mensen van een nieuwe eeuw, vermoeden niet dat ze elk moment overvallen kunnen worden:

Nadat eensklaps, midden door een huis
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen

Het steeds weer herhalen van die laatste vier bekende regels is niet alleen een belediging voor de dichter (als hij alleen die vier regels had bedoeld had hij de rest wel weggelaten), maar het werkt ook averechts. Als wij de oorlog willen herdenken moeten wij niet selectief zijn in het herinneren. Wie alleen die vier regels leest, krijgt een geruststellende, rijmende boodschap: dat het vreselijk was, maar ver achter ons ligt. Maar wie het hele gedicht leest weet dat de oorlog in onszelf huist en elk moment naar buiten kan breken, en dat de kans daarop vergroot wordt door een selectief geheugen: alleen de dingen onthouden die je wilt, of kunt, en de moeite niet doen om de genuanceerder, ingewikkelder boodschap te lezen, in je op te nemen, te onthouden.
Bij alle herdenkingen werd er de afgelopen weken op gehamerd: wij mogen niet vergeten. Maar als wij maar vier regels kunnen onthouden van het mooiste en belangrijkste gedicht dat in Nederland over de oorlog geschreven is, dan moet de conclusie luiden: vergeten is het enige waar wij echt goed in zijn.

(NB Het zou makkelijk zijn om hier het hele gedicht te geven, maar ik vind dat u maar naar de boekhandel moet voor dit boek, Leo Vroman, Het laatste heelal, Querido, 15,95)


jaeggi om 17 mei 2005 16:07

Post a comment




Remember Me?