« maart 2005 | Main | mei 2005 »

23 april 2005

edele dieren

Ik ben nog een week in retraite. Daarom voor de verslaafden aan dit weblog (zoek hulp!) en voor niet-Volkskrantlezers de VK-column van deze week.
Van harte, majesteit!

Alle dieren hadden poten, alleen paarden hadden benen.
Nooit begrepen, het verschil.
Ik heb wel eens, in lege uurtjes op school, een staatsieportret van Beatrix belegd met reepjes papier, zodat alleen haar gezicht overbleef, en nadat ik er een snor en paar harige wratten op had getekend en weer had weggegumd bleef het gezicht over van een doodgewone huisvrouw, zo een die in de bijkeuken een permanente stapel strijkgoed heeft liggen die maar niet kleiner wordt.
Ook nooit begrepen waarom zo iemand majesteit zou moeten heten.
Nee, dit wordt geen stuk tegen de koningin. Ik heb niks tegen Beatrix. Ooit speelde ik met een studentenbandje op een feest bij van mensen van interstellaire rijkdom (wij dachten dat we precies op tijd waren, in ons manke gehuurde busje, maar toen we aanbelden bij de poort bleek dat we nog een kwartier oprijlaan te gaan hadden). Toch bleek het een feest als alle andere: van bier en champagne via de witte wijn naar de rode, terwijl de band achter de coulissen een bord lauwe doperwtjes verorberde, en toen we rond een uur of twaalf When the Saints inzetten stond iedereen met zijn handen in de lucht ordinair met zijn heupen te schudden, behalve die vrouw met het plexiglas kapsel die kaarsrecht, met haar handen op heuphoogte alsof ze een opdringerige kabouter probeerde af te weren, lachend maar beheerst stond te jiven, en ik dacht, toen ik mijn ogen opendeed na een solo: ‘Tering, de vorstin.’
Het is moeilijk om ooit een hekel aan iemand te krijgen die op jouw muziek heeft staan dansen, ook al zie je haar elk jaar chagrijniger de troonrede voorlezen, de zoveelste krans de Dam over sjouwen en op Koninginnedag de zoveelste demonstratie van fierljeppen en twûutsjesjorren aanzien. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker een hekel te krijgen aan dat dorre huis van Windsor aan de overkant van het Kanaal, die altijd doodongelukkig uit hun waterige oogjes kijken als ze zich op dezelfde ooghoogte bevinden als gewone sterfelijken. Ze lijken pas weer opgelucht als ze vanuit het zadel op de wereld kunnen neerzien.
Van Beatrix sluit je niet uit dat ze er nog lol in heeft ook, dat rollebollen met de plaatselijke bevolking op Koninginnedag, inclusief de lokale burgemeester die zich op het hoogtepunt van het twûutsjesjorren naar haar overbuigt met zijn zure koffie-adem, om haar de fijne kneepjes van het spel uit te leggen. Ze heeft immers gezegd het koningschap als een roeping te zien, dus daar hoort ook al dat versteende ritueel bij, en die ondrinkbare oranjebitter.
Maar wat zou ze precies bedoelen met een roeping?
Toch niet dat ze het als haar taak ziet ons volk door moeilijke tijden te leiden? Even afgezien van de staatsrechtelijke haken en ogen (‘het volk door moeilijke tijden leiden’ staat al in de functieomschrijving van Jan Peter Balkenende): waarom zou je je inspannen voor een stel kankerpitten dat moord en brand schreeuwt als er zegge en schrijve 5 euro vijfentwintig - nog niet genoeg voor een beetje leuk bloemetje – van hun rekening wordt afgeschreven voor een Royaal kado? Of voor al die mannen in hun slecht zittende krijtstrepen en hun platgekamde haar die pro forma met haar over staatszaken komen praten?
Het koningschap is geen roeping. Het is een reeks van verplichte oefeningen op de maat van muziek die heel lang geleden is uitgezocht. Het is de verplichte kuur van Bonfire op Prinsjesdag, Vijf Mei en Koninginnedag, afgewisseld met een vrijere kuur tijdens de recepties met prinses Benedikte en prins Richard zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg, met koning Carl XVI Gustaf en koningin Silvia, prinses Christina en de heer Tord Magnusson. Het is gefluister van champagne in kristal geërfd van oudoom Philibert, die de bestorming van Rome nog heeft geleid. Het is het knarsen van antieke botten in zijde en goudbrokaat. Het is levend, wandelend verleden, en iedereen is doodsbenauwd er een barst in te maken. God, wat moet dat een hel zijn, altijd dat protocol: zacht praten, geen plotselinge gebaren, laten we de edele dieren niet aan het schrikken maken.
Maar neemt u van mij aan: dansen kan ze. Die roeping, ach, maar met haar ritme is niks mis.

Posted by jaeggi at 01:02 pm

18 april 2005

Hugo4Justice

(De column die afgelopen zaterdag in het Volkskrant magazine stond, was door een ongelukje beroofd van zijn eind. Dit is de volledige versie.)

Ik had al een paar weken niets van Hugo gehoord, dus besloot ik hem te verrassen. Ook na drie keer bellen werd er niet opengedaan, maar ik ken Hugo al wat langer. Toen ik voor de achtste keer lang en aanhoudend op de bel drukte loeide zijn stem door de intercom: ´Ja godverdomme, wat moet je nou!´
´Ik ben het!´riep ik vrolijk. Ik hield de meegenomen fles McaghghVinnie 12 Years Old voor het oog van het intercom-cameraatje. ´Je beste vriend!´
Er klonk een gesmoorde vloek, maar toen zoemde de deur. Ik duwde hem open en stond in de hal van het appartementencomplex waar Hugo een penthouse heeft. Ik stapte in de lift. Boven stond Hugo´s deur op een kier, maar toen ik hem open wilde duwen werd hij tegengehouden.
´Voordat je binnenkomt,´ gromde Hugo, ´één ding: als je lacht sodemieter ik je linea recta van het balkon.´
´Ik zal niet lachen,´ beloofde ik.
De deur zwaaide open. Hugo droeg een donkerblauwe maillot, een strak grijs T-shirt dat als een worstevelletje om zijn tors zat, een knalgele ceintuur en een zwarte cape. Zijn hoofd werd bedekt door een zwart masker met puntige oren.
‘Waarom zie je eruit als Dracula?’ vroeg ik.
‘Dit is Batman, idioot.’
‘O ja,’zei ik. ‘Nu zie ik het.’
Hij griste de fles uit mijn hand en liep ermee naar de keuken. Hugo’s keuken is een paradijs voor mensen met smetvrees: van boven tot onder glimmend chroom en staal, nergens een vlekje te bekennen. Sinds hij gescheiden is van Rozemarijn is die keuken volgens mij enkel gebruikt voor het opentrekken van flessen rosé. Zelfs de lucht rook er nog nieuw.
‘Vanwaar Batman?’ informeerde ik.
Hugo reikte me een glas whisky aan en ging voor de ijskast staan. Hij keek naar zichzelf in de spiegelende deur en zuchtte.
‘Ok, zeg het maar eerlijk: ik zie er belachelijk uit.´ Ik nam een slok. Als mensen je vragen om eerlijk te zijn is het slechtste dat je op moment kunt doen daadwerkelijk eerlijk zijn, dat hadden vijf generaties exen me inmiddels wel geleerd.
´Het ziet er best stoer uit,´zei ik. ´Als ik je in een donker steegje zou tegenkomen zou ik peulen schijten. Maar ik begrijp niet helemaal waarom. Carnaval is toch allang afgelopen?´
Hugo verschikte zijn masker. Hij haalde diep adem. ´Ik ben lid geworden van Fathers4Justice,´zei hij.
´Zijn dat die halvegaren die in Batmankostuum ergens op een richel gaan staan? Om te protesteren tegen eh…´
´Om op te komen voor de rechten van gescheiden vaders!’ riep Hugo. ‘Weet je hoe vaak ik Hugo junior de afgelopen maand gezien heb? Eén keer!’
´Maar je was bijna de hele maand in de States, toch?´
´Het gaat om het principe,’ zei Hugo kortaf.
´Hadden die lui niet laatst nog een actie? In de Tweede Kamer?´
´Dat was een van ons ja. Fred. Van de balustrade gesprongen. Allebei zijn enkels gebroken. Hij kon niet eens meer een persconferentie geven.’
´Omdat hij gearresteerd werd,´ zei ik.
´Nee, hij verrekte van de pijn. Dat was niet zo´n gelukkige actie. Maar we hebben veel slapende cellen. Ik wacht op een teken.’ Hij rolde met zijn spierballen.
‘En moet het per se als Batman?’
Hugo’s schouders zakten in. ‘Het was dit of Popeye.’
‘O, dus je mag kiezen welke stripheld je wilt zijn? Grappig. Net als vroeger. Toen wou ook iedereen Batman zijn, en niemand Robin. Altijd cowboy, nooit indiaan.’
‘Het is geen kinderspelletje, als je dat soms denkt. Het is bloody serious.’ Hij liet zijn stem zakken en fluisterde: ‘Ik mag er eigenlijk niks over zeggen, maar ik weet voor negenennegentig procent zeker dat ze mij in gaan zetten bij het jubileum van Bea.’ Hij wierp een snelle blik om zich heen, alsof hij een AIVD-agent vermoedde achter het espresso-apparaat. ‘Twee woorden: Paleis op de Dam.’
Hij richtte zich in volle lengte op en nam een nadenkende teug van zijn whisky. Het was een onwennig gezicht, een volslanke Batman met een grote bel whisky in zijn gehandschoende hand.
‘Ik hoop alleen dat Hugo junior me niet herkent in dit apepak,’zei Hugo. ‘Dan wil hij me nooit meer zien.´

Posted by jaeggi at 08:41 pm

13 april 2005

De Zwoegende Boezems On Tour

Zaterdag 23 april begint de anderhalf jaar durende Zwoegende Boezems Tour van Nederland.
De Zwoegende Boezems On Tour is een rondreizende literaire revue in wisselende samenstelling met muziek, zang, greatest hits, rijmende en niet-rijmende poëzie, zeer korte verhalen, film, meesters der vertelkunst, Speciale Gasten, Special Guests en De Gedichtenambulance.
Dit spektakel vindt voor het eerst plaats in zaal Tivoli, Oudegracht 245, Utrecht (19.30 u, inkom 13,- euro, Tel. 0900 235848654).
Met deze keer in de hoofdrollen: Theo Nijland, kleinkunstenaar/ tekstschrijver/scenarist/ liedjeszanger/performer. Van Vrouwkje Tuinman verscheen onlangs de bundel Vitrine, die onlosmakelijk is verbonden met het gelijktijdig verschenen Rode Vlam van kunstenaar/ schrijver/ zanger/ dichter F. Starik. Voormalig zanger van Tröckener Kecks Rick de Leeuw begon een nieuwe carrière als dichter en schrijver en tv-idool in België. Adriaan Jaeggi, schrijver en columnist van Volkskrant magazine zal deze avond weer in recordtijd een roman voorlezen. Tjitske Jansen’s poëzie riep in de pers kwalificaties op als ‘erg lichamelijk’, ‘spannend’, ‘brutaal’, en ‘laconiek mooi’. Driek van Wissen, meester van het light verse, is onze Dichter Des Vaderlands. Naar Tevredenheid, de band van de avond, combineert poëzie en popmuziek. Gedichten van o.a. Ilja Leonard Pfeijffer, Ramsey Nasr, Remco Campert en Gerrit Komrij schitterend op muziek gezet. Jean Pierre Rawie: altijd in pak, altijd in cafés, altijd uit steen gehouwen regels. Volgens de literatuurkritiek heeft Tommy Wieringa met Joe Speedboot nu al de roman van het jaar geschreven. En over Carel Helder wist Beau van Erven Dorens te melden: ‘Een voormalig postbeambte met gortdroge humor, die ook nog eens de schrijver van de perfecte haiku is.’
Komt dat zien.

Posted by jaeggi at 10:16 am

10 april 2005

gast

Het gaat heel goed op mijn schuiladres, dank u. Ik blijf nog drie weken weg. Intussen een gastgedicht (grote eer) van Elisabeth Eybers.
Koop haar bundels, en u kunt over een paar jaar zeggen: ik las haar al vóórdat ze de Nobelprijs kreeg.


TWEE KLEUTERS IN DIE VONDELPARK

Twee kleuters in die Vondelpark bly staan
'n klein oneindigheid lank hand-in-hand.

Smetloos geteken dryf die dubbelswaan:
gesplete hart van hals en dubbelhals,
geskulpte vlerk met dubbelvlerk teenaan,
geslote snavel deinserig vervals
met eenkant lug en water anderkant.

Versadig van die roerlose gesig
pluk hy - die seuntjie - plotseling haar hand
vir verdergaan, sleep haar tot ewewig
as sy nog strompelend omkyk na die swaan.

Verby die bome druis die straatrumoer.

Van skopfiets tot trapfiets gepromoveer,
bromfiets tot motor, sal hy konstateer
- die wiel sy ordeteken - dat hy lid
is van die kollektiewe Lilliput.

Maar sy sien webbe onderwater roer.

Miskien is dit die laatste dag van staar
en grondelose verwondering.Wat sou
hy, weerloos wordend, wees oor dertig jaar?
'n Saaklike barbaar, 'n fyn sadis,
'n doktrinere Hollandse meneer?
En sy 'n druk slagvaardige mevrou
met'n allure van dit-is-soos-dit is?

Die swaan bly oor sy dubbelbeeld gekeer.

Elisabeth Eybers

Posted by jaeggi at 03:06 pm

03 april 2005

HET DAL DER PLICHTEN

Ik zit op den berg en kijk in het dal der plichten. Dat is dor, er is geen water, het dal is zonder bloemen en boomen. Er lopen veel menschen door elkaar. De meesten zijn wanstaltig en verwelkt en kijken voortdurend naar den grond. Enkelen kijken nu en dan op en dan schreeuwen zij. Na eenigen tijd sterven zij allen, toch zie ik niet dat hun aantal mindert, het dal ziet er steeds eender uit. Verdienen zij beter?
Ik rek mij uit en kijk op langs mijn armen naar de blauwe lucht.
Ik sta in het dal op een pleintje van zwarte sintels, bij een kleine stapel afbraakplanken en een onbruikbare waschketel. En ik kijk en zie mezelf zitten, daar boven, en ik jank als een hond in de nacht.

Nescio, November 1922

(Dit is de laatste post voor een tijdje. Ik ben in april ergens anders. Misschien dat gasten af en toe iets bloggen.
Op KoninginneNach ben ik weer terug (noteer: 29 april 21.00-24-00 u., café De Blaffende Vis, Westerstraat, Amsterdam: salsa met Jaeggi. En op Koninginnedag nog eens, van 13.00-14.30, zelfde plek
)

Posted by jaeggi at 02:14 pm