« Hugo4Justice | Main | waar ik afgelopen maand geweest ben »

23 april 2005

edele dieren

Ik ben nog een week in retraite. Daarom voor de verslaafden aan dit weblog (zoek hulp!) en voor niet-Volkskrantlezers de VK-column van deze week.
Van harte, majesteit!

Alle dieren hadden poten, alleen paarden hadden benen.
Nooit begrepen, het verschil.
Ik heb wel eens, in lege uurtjes op school, een staatsieportret van Beatrix belegd met reepjes papier, zodat alleen haar gezicht overbleef, en nadat ik er een snor en paar harige wratten op had getekend en weer had weggegumd bleef het gezicht over van een doodgewone huisvrouw, zo een die in de bijkeuken een permanente stapel strijkgoed heeft liggen die maar niet kleiner wordt.
Ook nooit begrepen waarom zo iemand majesteit zou moeten heten.
Nee, dit wordt geen stuk tegen de koningin. Ik heb niks tegen Beatrix. Ooit speelde ik met een studentenbandje op een feest bij van mensen van interstellaire rijkdom (wij dachten dat we precies op tijd waren, in ons manke gehuurde busje, maar toen we aanbelden bij de poort bleek dat we nog een kwartier oprijlaan te gaan hadden). Toch bleek het een feest als alle andere: van bier en champagne via de witte wijn naar de rode, terwijl de band achter de coulissen een bord lauwe doperwtjes verorberde, en toen we rond een uur of twaalf When the Saints inzetten stond iedereen met zijn handen in de lucht ordinair met zijn heupen te schudden, behalve die vrouw met het plexiglas kapsel die kaarsrecht, met haar handen op heuphoogte alsof ze een opdringerige kabouter probeerde af te weren, lachend maar beheerst stond te jiven, en ik dacht, toen ik mijn ogen opendeed na een solo: ‘Tering, de vorstin.’
Het is moeilijk om ooit een hekel aan iemand te krijgen die op jouw muziek heeft staan dansen, ook al zie je haar elk jaar chagrijniger de troonrede voorlezen, de zoveelste krans de Dam over sjouwen en op Koninginnedag de zoveelste demonstratie van fierljeppen en twûutsjesjorren aanzien. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker een hekel te krijgen aan dat dorre huis van Windsor aan de overkant van het Kanaal, die altijd doodongelukkig uit hun waterige oogjes kijken als ze zich op dezelfde ooghoogte bevinden als gewone sterfelijken. Ze lijken pas weer opgelucht als ze vanuit het zadel op de wereld kunnen neerzien.
Van Beatrix sluit je niet uit dat ze er nog lol in heeft ook, dat rollebollen met de plaatselijke bevolking op Koninginnedag, inclusief de lokale burgemeester die zich op het hoogtepunt van het twûutsjesjorren naar haar overbuigt met zijn zure koffie-adem, om haar de fijne kneepjes van het spel uit te leggen. Ze heeft immers gezegd het koningschap als een roeping te zien, dus daar hoort ook al dat versteende ritueel bij, en die ondrinkbare oranjebitter.
Maar wat zou ze precies bedoelen met een roeping?
Toch niet dat ze het als haar taak ziet ons volk door moeilijke tijden te leiden? Even afgezien van de staatsrechtelijke haken en ogen (‘het volk door moeilijke tijden leiden’ staat al in de functieomschrijving van Jan Peter Balkenende): waarom zou je je inspannen voor een stel kankerpitten dat moord en brand schreeuwt als er zegge en schrijve 5 euro vijfentwintig - nog niet genoeg voor een beetje leuk bloemetje – van hun rekening wordt afgeschreven voor een Royaal kado? Of voor al die mannen in hun slecht zittende krijtstrepen en hun platgekamde haar die pro forma met haar over staatszaken komen praten?
Het koningschap is geen roeping. Het is een reeks van verplichte oefeningen op de maat van muziek die heel lang geleden is uitgezocht. Het is de verplichte kuur van Bonfire op Prinsjesdag, Vijf Mei en Koninginnedag, afgewisseld met een vrijere kuur tijdens de recepties met prinses Benedikte en prins Richard zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg, met koning Carl XVI Gustaf en koningin Silvia, prinses Christina en de heer Tord Magnusson. Het is gefluister van champagne in kristal geërfd van oudoom Philibert, die de bestorming van Rome nog heeft geleid. Het is het knarsen van antieke botten in zijde en goudbrokaat. Het is levend, wandelend verleden, en iedereen is doodsbenauwd er een barst in te maken. God, wat moet dat een hel zijn, altijd dat protocol: zacht praten, geen plotselinge gebaren, laten we de edele dieren niet aan het schrikken maken.
Maar neemt u van mij aan: dansen kan ze. Die roeping, ach, maar met haar ritme is niks mis.

jaeggi om 23 april 2005 13:02

Post a comment




Remember Me?