« reactie Hanneke Groenteman op Gouden Doerian | Main | underperformer »
23 februari 2005
Wat zegt een Gouden Doerian?
Jaap van Straalen, boekhandelaar te Amsterdam, schrijft over zijn motivatie om jurylid te worden van de Gouden Doerian
Toen Het geheim van de schrijver van Renate Dorrestein verscheen, was er een bijeenkomst in de Rode Hoed. Daarvan is me bijgebleven, dat het grootste gedeelte van de aanwezigen bij het begin van de lezing een bladzijde omsloeg van een meegenomen kladblokje om aantekeningen te gaan maken: op zoek naar het geheime recept op weg naar roem? Wat gebeurt er met al die schrijversinitiatieven? Ze leveren de schrijver veel plezier en frustratie op. Soms sijpelt er wat door naar de uitgeverij, die altijd op zoek is naar talent en geld. Het is de vraag of die twee in evenwicht zijn in de huidige situatie waarin uitgeverijen eigendom zijn van investeringsmaatschappijen die alleen geïnteresseerd zijn in rendement.
Het aantal uitgeverijen dat zich serieus met Nederlandstalige literatuur bezighoudt lijkt bovendien steeds minder te worden. Liever worden zekere successen uit het buitenland gekocht. Het metier van literair uitgever raakt daardoor in onbruik en daardoor neemt het risico van missers toe. Dat is financieel vervelend voor de uitgever, een ramp voor de auteur en ergerlijk voor de klant die vertrouwen stelt in de deskundigheid van uitgever en boekhandel.
Boekhandels kunnen daardoor minder vertrouwen op het oordeel van de uitgeverij.
Een schrijver als Tommy Wieringa, die nu over de boekhandel fulmineert, wordt er de dupe van. De wisselende kwaliteitskeuze van de uitgeverij maakt boekhandels terughoudend bij de aankoop. Het toelaten door uitgevers van werk van onvoldoende niveau schaadt de ontwikkeling van literair talent.
Om de ontwikkeling van talent te bewaken is de Gouden Doerian een goede aanvulling op een AKO-prijs en een Libris Literatuurprijs. Bij deze laatste twee prijzen klagen critici vaak over de jury die de kwaliteit uit het oog heeft verloren. In de boekhandel zien we het publiek dat uit de nominaties een eigen keuze maakt: alleen (potentiële) publiekslievelingen vinden genade. De jury, de literair criticus en de lezer zitten vaak al niet meer op een lijn. Het onderscheid tussen goede en slechte kwaliteit wordt hierdoor steeds schimmiger.
Toen ik gevraagd werd voor de Gouden Dourian was ik daarover dan ook direct enthousiast: ons kwaliteitsbesef wordt scherper als we niet alleen het goede leren benoemen maar ook het slechte. Na de presentatie van de longlist van de Gouden Doerian werd mij iets duidelijk dat al door mijn hoofd schoot toen ik voor de jury werd uitgenodigd: de opvatting over literaire kwaliteit en de mate waarin je op die kwaliteit reageert verschilt aanzienlijk tussen de juryleden. Hier wreekt zich het feit dat de juryleden niet dezelfde criteria hoefden aan te leggen.
Toch zal ik zonder vrees mijn arbeid voor de Gouden Doerian tot een goed einde brengen. Naast boeken met literaire kwaliteit (die mocht ik dan voor deze gelegenheid niet lezen) is er immers een ongelooflijke hoeveelheid boeken die door literaire critici als middelmatig of slecht worden afgeschilderd. Ik zie echter twee groepen boeken.
In de eerste plaats zijn er boeken van een groep Nederlandse schrijvers zoals Jessica Durlacher en Tessa de Loo. Literaire critici hebben vaak weinig goede woorden over voor hun werk, maar deze auteurs hebben wel een groot publiek. Kennelijk staat de schrijver dichter bij zijn publiek dan bij zijn criticus. De boeken worden een succes ondanks de matige of slechte recensies: lezers raden deze boeken elkaar aan.
Hetzelfde is het geval bij de literaire thriller: commercieel zeer succesvol, maar literair toch vaak wat minder dan de literair criticus eist. Het lijkt een generatiekloof tussen criticus en lezer.
Van deze laatste schrijvers blijf ik liever af: het publiek waardeert ze en ik als boekhandelaar daarom ook. Mogelijke kritiek slaat bij mij dan eerder om in fascinatie voor wat de lezer erin boeit. Bovendien spelen deze boeken een rol van onschatbare waarde bij het lezen als vrijetijdsbesteding, ze geven een antwoord op het verplatte cultuuraanbod.
De Gouden Doerian begeeft zich dan ook op glad ijs door deze schrijvers en hun werk te nomineren of door ze als winnaar uit te roepen. De kloof tussen recensent en lezer neemt erdoor toe in plaats van af
Ik ben in een tweede groep boeken gaan rondneuzen. De boeken die we als boekhandel hebben ingekocht maar die niet verkocht werden. In een enkel geval gaat het om een miskend talent, maar hier zitten de grote kanshebbers voor de Gouden Doerian. Dit zijn de boeken waar de uitgeverij niet meer op één lijn zit met de lezer. Het manuscript had afgewezen moeten worden, of beter geredigeerd. Er zou meer aandacht voor het boek van goede kwaliteit zijn als er geen tijd besteed hoefde te worden aan boeken met te weinig kwaliteit. Een discussie daarover vindt nu hoofdzakelijk in de uitgeverij plaats. Een publiek debat daarover in de vorm van de Gouden Doerian is daarop een goede aanvulling, hoe delicaat het onderwerp ook is.
Dat vind ik de essentie van de Gouden Doerian. Uitgever en auteur moeten soms toegeven dat ze een boek hebben uitgegeven in een vlaag van verstandsverbijstering. Dat toegeven siert een waardige winnaar, die dan ook geprezen moet worden.
Jaap van Straalen
jaeggi om 23 februari 2005 18:07
