« beim schlafengehen | Main | schaamlappen »

17 december 2004

bericht van mijn schuiladres (reposted)

Hoe is het nou om de hele dag onder politiebewaking te staan?
Wat kan ik zeggen. Je went eraan.
Als je je ogen opslaat zit er iemand in de kamer. In mijn geval is dat Boris. Boris is kaal, maar met een vriendelijk gezicht en een net pak met stropdas. Niet alle beveiligingsmensen hebben uitpuilende spierbundels en donkere zonnebrillen. Boris maakt zich weleens boos om dat soort cliché’s.
Meestal heeft Boris de krant van beneden meegenomen en op het nachtkastje klaargelegd. Ik heb gezegd dat hij best de krant mag lezen als ik nog slaap, maar hij is niet zo’n lezer, zegt hij. Boris zit aan het opklaptafeltje dat ik bij mijn bed heb gezet sinds de eerste dag van de bewaking. Op het tafeltje staat een thermosfles koffie. Boris drinkt uit de dop van zijn thermosfles. Hij wil geen kopje (ik heb het aangeboden). Terwijl ik de krant lees doet Boris de gordijnen open en kijkt spiedend naar buiten.
Als ik de dekens van me afsla slaat Boris zijn blik neer. Als ik mijn kamerjas aanheb loopt hij mee naar de badkamer en laat daar de luxaflex zakken. Terwijl ik onder de douche sta controleert hij de wc-pot en de spoelbak op plastic explosieven. De eerste keer grinnikte ik en vroeg of hij niet teveel naar films met Mel Gibson had gekeken. Boris zei niets, maar hij keek zo ernstig dat ik niet meer grinnikte.
Terwijl ik mijn yoghurt met muesli eet overlegt Boris via zijn oortelefoon met zijn coördinatoren. Ik weet niet waar die zich bevinden – ik zie een of ander geblindeerd busje voor me, met drie man in de lucht van oude hamburgers en zweet – maar volgens Boris zijn dat soort dingen on-a-need-to-know-basis, oftewel: bemoei je er niet mee. Ik hoef het ook niet te weten, maar van dat gefluister achter mijn rug werd ik knap nerveus, dus nu gaat Boris op de gang staan tijdens het ontbijt.
Tijdens mijn werk merk ik weinig van hem, behalve als er iets verdachts gebeurt. Vorige week stond ik in de rij bij de kantine en wilde alvast een hap van mijn broodje kroket nemen, toen Boris het broodje uit mijn hand sloeg. Drie seconden later stond de kantine vol veiligheidsmensen. Ze raapten het broodje op met een tang en deden het in een plastic zakje. Vier man liepen de keuken in en arresteerden Gerard en Toos, die achter de kassa zit. Een paar uur later werden ze vrijgelaten, en met de kroket bleek niks mis, maar het zet je wel aan het denken, zoiets.
Om vier uur wordt Boris afgelost door Arend. Arend is vader van drie kinderen en hij houdt wel van een dolletje. Hij is ook kaal, met grijze stoppels, en zijn neus staat scheef. Hij heeft maar één oor. Arend zit al vijfentwintig jaar in de beveiliging, en in al die jaren, zegt hij trots, is hij er maar ééntje kwijtgeraakt, want ‘meneer wilde niet luisteren toen we zeiden dat hij aan de schaduwkant van de auto moest gaan zitten.’ Arend haalt zijn massieve schouders op. ‘De hersenen zaten tussen de achterruitverwarming.’
Als we thuiskomen kijken we tv tot het eten wordt bezorgd. Ik zou liever zelf koken, maar dat is logistiek niet te behappen, begrijp ik. Dus wordt er elke dag Thais bezorgd. Toen de Tom Yam Kung na drie weken mijn neus uitkwam heb ik gevraagd of het een keer iets anders mocht zijn. Ze zetten toen vijftien man aan het werk om alle pizzakoeriers in de stad te screenen. Ik schaamde me dood. Het duurde een week voor ze er eentje vonden die geen enkele relatie met het Midden Ossten had. Sinds die heuglijke dag eet ik elke vrijdag pizza.
Na het eten kijken Arend en ik samen tv. We praten wat over de dag. Hij over zijn werk, ik over het mijne. Dan ga ik naar bed. Nooit twee dagen achter elkaar hetzelfde bed, natuurlijk.
Op moeilijke dagen huil ik een beetje als ik in bed lig. Als ik erom vraag komt Arend bij me liggen tot ik slaap.


jaeggi om 17 december 2004 10:26

Post a comment




Remember Me?