I Drie kruizen

Ik zocht Amsterdam maar vroeg ik een man
de weg, dan zwol zijn krop en zong hij met Jordaan-
vibrato van Wester, duiven en Dam.
Vroeg ik aan een vrouw de weg dan wou ze geld:
twee euro voor een plattegrond

Ik offerde mijn fiets aan de fietsflat en zocht
mijn weg langs een hoer die haar lippen stiftte bij strijklicht
Het VVV wees Museumplas, het mooie Vondelmoeras
maar ik was op zoek naar de mythische taxichauffeur die je snijdt bij de Munt en als je op je voorhoofd tikt zijn raam omlaag draait en zegt met de bedaardheid van een gnoe dat doe jij verkeerd dat mot jij met een hamer doen
Ik zocht een stad die me kon vervoeren
ook als het om een kort ritje ging
Ik zocht de moddervette knipselbeat van XXX-large funshoppen
in de koopgoot van je dromen
Ik zocht de Maillardreactie ken je die van die Afghaan
die vlekkeloos Nederlands spreekt als hij mijn auto de fik in steekt
in een stad waar je doet wat niet mag
omdat het Amsterdam is en de rest ook knetterlam is
in een spandoekloze stad waar terughoudend wordt ondersteund met alle oog voor kunstpolitieke implicaties en ongewenste inhoudelijke verantwoordelijkheid van het College dan wel van het gemeentebestuur dan wel van veelarmige olifantengod Ganesh niet dan met inachtneming van alle overige religieën en tot niets verplichtend indien het geschrevene zou kunnen ontstaan dat door derden als zodanig kan worden ervaren en er politiek verantwoording moet worden afgelegd
Ik zocht een rijke gastvrije doorwaadbare plaats met drie kruizen:
kankerfiets, kuttoerist, keizerskroon.
Ik zocht zoals iedereen Amsterdam zoekt
niet als trapgevelnest maar als peper en zuur
niet als inspraakorgaan maar als water en vuur.

En dáár zwol mijn krop en ik merkte ik barst
uit in vibrato als een marktkoopman
op de maten van duiven de Wester de Dam.

 

II Toeristisch intermezzo/ Gedicht dat op een T-shirt past

De gazelles bereiken Mokum. Een kudde scheert over
het Rokin. Schitterend om te zien
hoe omzet in hun pad ontspringt, flitsjapanners, tietenzoekers –
geliefde vreemden van het seizoen

Een stadsbus wuift, een taxi hoest,
een stoplicht houdt de adem in.
Gazelles waarderen het gebaar,
spitsen hun oren op het zebrapad en neigen
voor een salmiak meisje met dambord-haar

Koud is het in Amsterdam. Rijp ligt op de palmen
Maar de volgende kudde kondigt zich aan. Gazelles
jagen door de stad. De politie leidt ons in goede banen,
sluit de buitentaps.

Hoefjes klinken in de nacht.
Een nijlpaard gaapt in de Prinsengracht.

 


III Smartlap voor Amsterdam

Wij drijven als planeten uit elkaar.
We pakken een terrasje onder koude sterren, lallen
ik hou zoveel van je.

Niet alles is verloren maar wel je fiets als je hem niet vastniet
aan het trottoir als het er is.
Wij drijven als planeten uit elkaar.

Ik heb niks van je aan en nee ik heb
geen kleingeld voor koffie maar ik kan
proberen van je te houden.

Je bent een watje dat je nog in God gelooft of Allah
Of hoe heet hij vandaag spicy chicken.
Je bent hulpeloos en misleid maar dat vind je van mij ook.
Ze zeggen dat dat een band schept.

Ik rij je voor je kloten als je niet uitkijkt bij het
oversteken maar dat betekent niet
dat ik niet van je hou.

Wij drijven als planeten uit elkaar
maar ook na honderd miljard jaar
als het Kalfje zijn deuren sluit
hou ik nog van je.
Geloof me maar.

Adriaan Jaeggi

sluit window